• Stern
  • Cultuur
  • 1. De stille strijd voor het recht om te leven

1. De stille strijd voor het recht om te leven

Stern | Fiona Weber-Steinhaus | 04 maart 2019

Meer dan 5000 moeders sterven elk jaar in Bangladesh bij de bevalling. Vroedvrouwen moeten levens redden – maar ze moeten zich ook verdedigen tegen vooroordelen van artsen en families. Zo worden ze voortrekkers van de emancipatie.

Ze trekt haar witte kiel over haar hoofd, pakt haar stethoscoop in en verlaat de kraamkliniek in Dhaka, Bangladesh. De hete lucht van de hoofdstad waar 8 miljoen mensen wonen waait Afroja Akter tegemoet. Het riekt naar uitlaatgassen en rijpe bananen. Vandaag bezoekt de vroedvrouw een jongetje van zeventien dagen oud. De kelderkamer is donker. De ventilator snort tegen de middaghitte.

‘Zuster, kijk eens,’ zegt Afroja tegen de moeder terwijl ze het gezichtje van de zuigeling streelt. ‘Zijn oogwit is geelachtig. Hij heeft daglicht nodig.’

‘Maar ik kan niet naar buiten,’ zegt de 25-jarige. ‘Buiten zijn zoveel mensen.’

‘’s Morgens tien minuten, dat is genoeg,’ zegt Afroja.

Afroja Akter, 23 jaar oud, in roze hoofddoek en roze gewaad, werkt sinds acht maanden als vroedvrouw. In die tijd heeft ze ongeveer honderd baby’s ter wereld gebracht. Ze geeft zwangere vrouwen voorlichting over geelzucht bij pasgeborenen en helpt moeders bij de borstvoeding. Geboortebegeleiding, preventieve zorg en nazorg – het zijn dezelfde diensten die ook opgeleide vroedvrouwen in Kaapstad, Londen of Hamburg aanbieden.

Het verschil is dat dit beroep in Bangladesh tot acht jaar geleden niet bestond. Afroja Akter behoort tot de pioniersters in deze professie. De wens kwam vanuit de politiek, om de sterfte onder jonge moeders in het land terug te dringen. Maar Afroja is niet alleen aangesteld in de strijd tegen de vermijdbare dood. Haar beroep heeft in het islamitische land een neveneffect: het emancipeert Afroja en haar collega’s – en meteen ook de jonge moeders van de wijk.

Een goed alternatief

Bangladesh heeft de millenniumontwikkelingsdoelstellingen ondertekend, waarvan ook de verbetering van gezondheidszorg voor moeders deel uitmaakt. Het sterftecijfer in het land was sinds de jaren negentig voortdurend gedaald. Maar het streefdoel van de VN – een vermindering van de sterfte met driekwart – haalde het land niet. Per jaar sterven hier meer dan 5000 vrouwen aan complicaties bij de bevalling [ter vergelijking: is Nederland zijn dat er minder dan tien]. De meesten bloeden dood. Voor 2015, zo kondigde de premier Sheikh Hasina toen aan, zouden er 3000 vroedvrouwen aan het werk gaan. Het idee daarachter was simpel: de meeste moeders stierven in de landen met de minste vroedvrouwen.

Maar de praktische uitvoering in het dichtbevolkte Bangladesh was ingewikkelder. Bijna de helft van alle vrouwen bevalt thuis, ondersteund door ongekwalificeerde helpsters. Velen leven verstoken van medische zorg, en zijn moeilijk bereikbaar. Vaak staat de man niet toe dat de vrouw naar het ziekenhuis gaat. Een reden zijn ook de kosten. Het aantal keizersneden ligt in veel privéziekenhuizen in de buurt van 80 procent. En die zijn tienmaal zo duur als een natuurlijke bevalling. Sommige kraamafdelingen hebben wel operatiekamers, maar geen zaal met kraambedden.

Afroja’s vader, een handelaar in fietsonderdelen, wilde dat zijn middelste dochter medicijnen ging studeren. Maar haar schoolcijfers waren niet goed genoeg. ‘Deze opleiding was een goed alternatief,’ zegt ze. De drie jaren waren kosteloos, gefinancierd onder andere door het Britse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. Maar wat een vroedvrouw precies is, begreep Afroja pas toen ze bijvoorbeeld leerde hoe hormonen die de borstvoeding regelen beïnvloed worden door huidcontact.

Vroedvrouw Laili Khatun bezoekt Rabeya (18) en haar dochter Lamia, van vijftien dagen oud. – © Jaco Klamer. Panos Pictures
Vroedvrouw Laili Khatun bezoekt Rabeya (18) en haar dochter Lamia, van vijftien dagen oud. – © Jaco Klamer. Panos Pictures

Ook veel burgers weten niet wat een vroedvrouw precies doet. Familieleden vragen bij de geboorte geïrriteerd waar de dokter blijft, vertelt Afroja. Een keer riep een schoonmoeder uit: ‘Hoe moet dit kleine meisje, ongetrouwd en kinderloos, onze kleinzoon op de wereld brengen?’ Afroja, 1 meter 52 lang en tenger als een dertienjarige, lacht. Intussen is ze er wel aan gewend. ‘Ik leg steeds weer uit dat ik voor bevallingen ben opgeleid.’

Haar kennis van zaken heeft haar zelfverzekerder gemaakt. Tegenwoordig slaat ze haar blik niet meer neer, ook niet wanneer ze argumenten tegen tradities inbrengt of over seks praat. Ze legt families uit dat pasgeborenen geen honing verdragen. Velen geloven dat kinderen daar zoeter van worden.

Als Afroja een vrouw naar het ziekenhuis verwijst omdat ze syfilis vermoedt, zegt ze: neem je man mee. Wat ze niet zegt is dat de echtgenoot, een riksjarijder, het waarschijnlijk bij prostituees heeft opgelopen. Bij een huisbezoek vertrouwt een textielarbeidster, in de vierde maand van haar zwangerschap, Afroja haar angst toe. Ze is bang dat het weer een miskraam wordt. ‘Als ik slaap merk ik dat mijn man aan mijn buik luistert of hij de baby hoort,’ fluistert ze. Maar haar gebrek aan eetlust en haar knagende angst met hem bespreken? Ze houdt haar sjaal voor haar mond. O nee, dat gaat niet. ‘Wij zijn allemaal vrouwen. Je hoeft je niet te schamen,’ zegt Afroja.

Afroja is een stille strijdster voor de rechten van vrouwen. ‘De meesten weten gewoon niet beter,’ zegt ze op weg naar de kraamkliniek. Ze weet dat ze haar taal moet aanpassen. Bovendien heeft ze het vertrouwen van de wijk nodig. Ook daarom wordt ze bij haar visites altijd begeleid door een medewerkster van de gemeente die in de betreffende buurt is opgegroeid.

‘Er bestaat geen eten dat jouw kind bitter of zoet kan maken. Het heeft alleen maar jouw melk nodig’

Afroja werkt zes dagen in de week, ze moet dagelijks drie uur door de chronische verkeersopstoppingen van Dhaka rijden. Ze heeft klem zittende baby’s uit moeders bevrijd, bloedingen gestopt en beslist wanneer de vrouwen naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis moeten. Ze is trots op zichzelf: bij haar is geen moeder gestorven.

Tijdens de nachtdienst slaapt ze in de behandelkamer van het geboortecentrum op de vloer. Ze verdient omgerekend 270 euro per maand; slechts ongeveer een derde meer dan textielarbeidsters. Toch zegt ze: ‘Ik heb mijn doel bereikt.’ Ze is de uitzondering onder haar voormalige vriendinnen uit de klas. Die zijn bijna allemaal getrouwd en hebben geen vak geleerd. De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen trouwen ligt in Bangladesh in de buurt van negentien jaar. Ook daarom moesten de vroedvrouwen zich verplichten, tijdens hun opleiding niet te trouwen. ‘Het huwelijk sluit veel vrouwen op achter de voordeur,’ zegt Afroja.

Statistisch is nog niet na te gaan hoe de vroedvrouwen de sterftecijfers onder moeders in Bangladesh beïnvloeden. Rondi Anderson, de vroedvrouwenspecialiste van het bevolkingsfonds van de Verenigde Naties in Dhaka, hoopt dat dit over ongeveer tien jaar mogelijk is. In totaal had men ongeveer 20.000 vroedvrouwen nodig om alle vrouwen te kunnen bedienen. Tot op heden is slechts een tiende van dat aantal gerealiseerd. Daar komen andere problemen bij. Er zijn geen ervaren collega’s die pas opgeleide vrouwen kunnen instrueren. Veel klinieken zetten de vroedvrouwen weer als verpleegster in, en niet in de ruimte waar de bevallingen plaatsvinden. Bovendien ontbrak het aan medicijnen, vertelt Rondi Anderson: ‘Bangladesh staat nog aan het begin.’

Aangekomen

Maar alleen al in Afroja’s kleine kraamkliniek werden verleden jaar meer dan 500 baby’s geboren. De families lijken er dus voor open te staan, de bevalling zonder artsen en traditionele helpsters te laten plaatsvinden. Ook al is er zeker nog een tweede generatie vroedvrouwen nodig om het beroep ingeburgerd te krijgen – Afroja Akter lijkt door de vrouwen in de wijk geaccepteerd te worden.

‘Jij weet het beste wat goed is voor jouw zoon,’ bemoedigt ze de moeder wiens baby aan geelzucht lijdt. ‘Er bestaat geen eten dat jouw kind bitter of zoet kan maken. Het heeft alleen maar jouw melk nodig.’ Dan zet ze de weegschaal klaar. 3,2 kilo. De zuigeling is aangekomen. De moeder belooft dat ze de volgende dag naar buiten zal gaan. Tien minuten, heel vroeg in de ochtend.

Auteur: Fiona Weber-Steinhaus
Vertaler: Piet Meeuse

Stern
Duitsland | weekblad | oplage 1.275.000

Het grootste actualiteitenblad van Duitsland, bekend om de rijk geïllustreerde reportages.

Dit artikel van Fiona Weber-Steinhaus verscheen eerder in Stern.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.