• Foreign Policy
  • Politiek
  • 1. Hoe ziet de wereld eruit in 2050?

1. Hoe ziet de wereld eruit in 2050?

Foreign Policy | Stephen M. Walt | 01 december 2015

Halverwege deze eeuw zal de wereld er anders uitzien dan vandaag. 
Maar hoe anders? Het Amerikaanse tijdschrift Foreign Policy waagt zich aan een geopolitieke toekomstvoorspelling. Een lastige oefening, erkent het blad. Want de bevolkingsgroei 
is op wereldniveau redelijk te voorzien, maar verder weten we vooral veel niet.

Wijlen de honkbalspeler en eminente denker Yogi Berra sprak ooit de fameuze waarschuwing uit: ‘Het is moeilijk voorspellingen te doen, vooral over de toekomst.’ Toch is het voorzien van de toekomst een belangrijk onderdeel van buitenlands beleid: leiders (en experts) moeten proberen ontwikkelingen te interpreteren en vooruit te lopen op gebeurtenissen, zodat ze een beleid kunnen voeren dat rampen voorkomt en zo mogelijk de dingen zelfs beter maakt.

Maar toch: de toekomst voorspellen is niet eenvoudig. In een college voor de Kennedy School in Harvard herinnerde ik mijn eerstejaarsstudenten aan een aantal bepalende kenmerken van de wereld in 1978, het jaar waarin ík ging studeren. In Zuid-Afrika was de apartheidsregering aan de macht en de sjah van Iran zat nog op de Pauwentroon. Mensen mochten roken in vliegtuigen, in restaurants en op de meeste openbare plekken. Er bestond nog geen euro, geen internet, geen e-mail, geen mobiele telefoon en zelfs de cd-speler was nog onbekend. De Japanse economie groeide razendsnel en in China was het jaarinkomen per hoofd van de bevolking slechts 165 dollar. Hoevelen van ons konden voorzien dat al deze omstandigheden – en nog vele andere – in de volgende decennia ingrijpend zouden veranderen?

Maar sommige elementen van de toekomst kunnen we wel met een hoge mate van zekerheid voorspellen. Als mij bijvoorbeeld zou worden gevraagd de wereld van 2050 te beschrijven, zou ik zeggen dat bepaalde belangrijke elementen eenvoudig te voorzien zijn – met een gepaste foutmarge – maar dat er ook terreinen zijn waarop dat bijna onmogelijk is.

1. Bevolking

Aan het ‘meest zekere’ einde van het spectrum staat bevolking. Hoewel vruchtbaarheids- en sterftecijfers in de loop der tijd fluctueren (en niet altijd op een voorspelbare wijze), kunnen demografische modellen rekening houden met die veranderingen. 
Daardoor kunnen we vrij zeker zijn over de omvang van de wereldbevolking in 2050 en ook over die van de bevolking van elk land.

Als we onvoorzienbare gebeurtenissen uitsluiten (een omvangrijke pandemie, een grootschalige kernoorlog, et cetera), weten we dat China en India elk ten minste een miljard inwoners zullen tellen en dat de bevolking van de VS rond de vierhonderd miljoen zal liggen. We weten ook dat de bevolkingen in Duitsland, Rusland en Japan zullen afnemen en dat de gemiddelde leeftijd van die bevolkingen aanzienlijk zal stijgen. Beleid dat gericht is op het krijgen van meer kinderen zou die cijfers enigszins kunnen wijzigen, maar het is moeilijk om de trends in bevolkingsgroei snel te veranderen. Dit is één gebied waarop onze ideeën over 2050 waarschijnlijk vrij accuraat zullen zijn.

2. Staten

Wat kunnen we nog meer met grote zekerheid weten? In 2050 zal de wereld nog steeds verdeeld zijn in territoriale staten, en het aantal staten zal hoger zijn dan nu. We zijn gestegen van ruwweg vijftig staten in 1945 tot bijna tweehonderd op dit moment, en het streven naar zelfbeschikkingsrecht vertoont weinig tekenen van stagnatie. Integendeel, er lijkt niet veel enthousiasme te bestaan om staten te verenigen of te combineren of om nieuwe multinationale imperia te bouwen, en incidentele stappen in die richting (zoals de vereniging van Noord- en Zuid-Jemen) 
hebben de afgelopen jaren niet veel succes gehad. 
De Europese Unie is waarschijnlijk het belangrijkste voorbeeld van een opkomende politieke eenheid, maar is nog steeds grotendeels een genootschap van trotse nationale staten dat op dit moment onder druk van zware middelpuntvliedende krachten staat.

Als ik zeg dat staten centralistisch zullen blijven en dat hun aantal waarschijnlijk toeneemt, bedoel ik niet dat al die staten in 2050 nog zullen bestaan. Men kan zich eenvoudig een andere verzameling voorstellen, die bijvoorbeeld voortkomt uit de huidige verwarring in het Midden-Oosten.

De dynamiek van bondgenootschappen zal ingewikkelder worden

Het economische gewicht van de diverse landen is ook niet moeilijk voorspelbaar, althans in de komende decennia. De spectaculaire opkomst van China is gedeeltelijk een uitzondering op deze regel, maar 
de meeste grote economische machten in de wereld van vandaag zijn landen die al lang belangrijke economische spelers zijn. Bruto nationaal product (bnp) is niet zo eenvoudig te voorspellen als demografie, want sommige landen maken een snelle groei door en andere stuiten op problemen, maar we weten toch heel veel over het internationale economische landschap van 2050.

Om specifiek te zijn: het is hoogstwaarschijnlijk (maar niet helemaal zeker) dat de VS, China, Japan, India, Brazilië, Rusland en de EU in 2050 grote economische spelers zijn. En hoewel een paar opkomende economieën het in de komende decennia goed zullen doen, zullen de meeste van de landen die nu arm zijn in 2050 nog steeds relatief arm zijn (al zullen ze heel wat beter af zijn dan op dit moment). We weten dat Buiten-Mongolië en Burundi in 2050 geen Singapore zullen worden, en Singapore zal niet veranderen in Somalië. Staten wier rijkdom volledig gebaseerd is op natuurlijke hulpbronnen zoals olie en gas zijn eigenlijk een speciaal geval (hun welvaart zou snel kunnen afnemen als hun specifieke grondstof in prijs daalt), maar we weten nog steeds veel over wie in het midden van deze eeuw waarschijnlijk de belangrijkste economische spelers zullen zijn. In het kort: dezelfde staten die ook nu de belangrijkste spelers zijn.

3. Bondgenootschappen

Andere kenmerken van 2050 zijn veel moeilijker te voorspellen, omdat ze het gevolg zijn van expliciete beleidsbeslissingen en als reactie op bepaalde gebeurtenissen snel kunnen veranderen. De bondgenootschappen die tijdens de lange Koude Oorlog zijn gesmeed, bestaan bijvoorbeeld al heel lang en hebben zich opmerkelijk duurzaam betoond, maar kunnen we er echt op vertrouwen dat de NAVO of Amerika’s Aziatische bondgenoten over vijfendertig jaar nog steeds zullen bestaan en nog steeds van betekenis zullen zijn? Als de Russische macht blijft afnemen en de VS zich steeds meer op Azië zullen richten, zal de NAVO er almaar minder toe doen. En ik heb al eerder opgemerkt dat het moeilijk voorstelbaar is dat de NAVO een actieve rol zal spelen in een toekomstige poging van Amerika om het evenwicht met China 
te bewaren.

De dynamiek van bondgenootschappen in Azië zal steeds ingewikkelder en moeilijker te voorspellen worden, dus ingrijpende veranderingen zijn nauwelijks uit te sluiten. Ik zet mijn kaarten op een coalitie die als tegenwicht moet dienen voor de toenemende macht van China, maar de vorming en de onderlinge samenhang daarvan zijn verre van zeker. En als de Chinese macht blijft groeien, kunnen we dan de 
formatie van hechtere banden op veiligheidsgebied tussen Beijing en sommige landen in de westerse hemisfeer geheel en al uitsluiten? Dat denk ik niet. En het is ook niet moeilijk zich substantiële herschikkingen in het Midden-Oosten voor te stellen, vooral als Iran een actievere en meer geaccepteerde speler wordt. Ik zeg natuurlijk niet dat een van deze of al deze dingen zullen gebeuren. Mijn punt is dat internationale herschikkingen onderhevig zijn aan verandering, en dat het moeilijker is te weten welke diplomatieke constellaties er in 2050 zullen bestaan.

En hoe zit het met het geweldsniveau? Het mondiale geweld is sinds de Tweede Wereldoorlog afgenomen, en dat bracht vooraanstaande wetenschappers als Steven Pinker, John Mueller en 
Joshua Goldstein ertoe om te stellen dat oorlog steeds zeldzamer werd en zelfs ‘aan het verdwijnen was’. Het zou prettig zijn als die trend zich zou voortzetten tot 2050, maar in de afgelopen paar jaar hebben we een duidelijke toename van het aantal en van de ernst van mondiale conflicten gezien, en een toekomstige Chinees-Amerikaanse concurrentie op veiligheidsgebied zou tot ik weet niet hoeveel andere spanningen kunnen leiden.


4. Milieu

Een ander terrein waarop we niet eenvoudig 
voorspellingen kunnen doen, is het normatieve 
en ideologische milieu van over vijfentwintig jaar. Vijfendertig jaar geleden dwong het marxisme-leninisme nog bij miljoenen mensen loyaliteit en respect af. Een dikke twintig jaar geleden werd verondersteld dat de Washington Consensus overal ter wereld omarmd zou worden. Sindsdien zijn diverse vormen van islamitisch extremisme krachtige stromingen geworden binnen een 
aantal samenlevingen. Mondiale normen op het gebied van privacy, mensenrechten, collectieve maatschappelijke verantwoordelijkheid, de rol 
van vrouwen, moord, de doodstraf en diverse andere thema’s zijn ook allemaal in beweging, 
en het is moeilijk te voorspellen door welke kant deze discussies zullen worden gewonnen of om 
te voorvoelen welke nieuwe bewegingen nog onverwacht kunnen opduiken. Ik bedoel: wie zou dertig jaar geleden de beweging voor het homo‑
huwelijk hebben voorzien?

Het komt erop neer dat we veel weten over de wereld van 2050, en dat we veel niet weten. Jammer genoeg weten we ook dat de mensen die zich staande moeten houden in die wereld nog steeds onvolmaakt zullen zijn, en de politieke en maatschappelijk instituties die worstelen met de veranderingen nog steeds verre van perfect. Onze nazaten zullen genoeg te doen hebben, en misschien kijken ze zelfs met een zekere mate van nostalgie terug op de onrustige staat waarin de wereld nu verkeert, 
in de overtuiging dat hun voorvaderen het maar goed voor elkaar hadden.

Auteur: Stephen M. Walt
Vertaler: Tineke Funhoff

Foreign Policy
VS | oplage 106.000

Wil het debat stimuleren over de Amerikaanse buitenlandpolitiek. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.

Dit artikel van Stephen M. Walt verscheen eerder in Foreign Policy.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.