• Mosaic Science
  • Cultuur
  • 1. Waarom meertaligheid goed voor je is

1. Waarom meertaligheid goed voor je is

Mosaic Science | Gaia Vince | 13 juni 2017

Onderzoek wijst uit: wie meerdere talen spreekt is slimmer, socialer en gezonder.

In een café in Zuid-Londen zitten twee bouwvakkers wat te dollen, de grappen vliegen over tafel. Hun bestek danst mee naarmate hun gebaren heftiger worden en af en toe barsten ze los in een bulderende lach. Ze hebben het over een vrouw, dat is wel duidelijk, maar de details ontgaan me. Dat is jammer, want hun gesprek lijkt me geestig en interessant, vooral voor iemand die zo nieuwsgierig is als ik. Maar ik spreek hun taal niet. Geïnteresseerd vraag ik welke taal ze spreken. Vriendelijk glimlachend schakelen ze vlot over naar het Engels en leggen uit dat ze uit Johannesburg in Zuid-Afrika komen en Xhosa spraken. ‘In Johannesburg spreken de meeste mensen ten minste vijf talen,’ vertelt Theo Morris, een van hen. Zo spreekt Theo’s moeder Sotho, zijn vader Zoeloe, leerde hij Xhosa en Ndebele van zijn vrienden en buren, en Engels en Afrikaans op school. ‘Voor ik hier kwam, zat ik in Duitsland, dus ik spreek ook Duits,’ voegt hij er nog aan toe.

‘Was het moeilijk om zo veel talen te leren?’

‘Nee, niks aan,’ zegt hij lachend.

Hij heeft gelijk. Over de hele wereld bekeken spreekt meer dan de helft van de mensen – tussen de 60 en 75 procent wordt geschat – ten minste twee talen. Veel landen hebben meer dan één officiële taal – Zuid-Afrika heeft er elf. Van mensen wordt steeds meer verwacht dat ze in elk geval ook een van de supertalen, zoals Engels, Chinees, Hindi, Spaans of Arabisch spreken, lezen en schrijven. Dus eentaligheid, zoals bij zovele Engelse native speakers, komt steeds minder voor en wordt in de toekomst misschien wel uitzonderlijk.

Een in de veertien dagen

Veeltaligheid levert aantoonbaar veel sociale en psychologische voordelen op, ook in het dagelijks leven. Bovendien hebben onderzoekers ontdekt dat het spreken van meer dan één taal significant gunstig is voor de gezondheid; zo herstelt men eerder van een beroerte en wordt het begin van dementie uitgesteld.
Zou het mogelijk kunnen zijn dat het menselijk brein geleidelijk meertalig is geworden – dat degenen die maar één taal spreken hun potentieel niet ten volle benutten? En als in deze wereld talen sneller dan ooit uitsterven – in het huidige tempo van een in de veertien dagen zal aan het eind van deze eeuw nog maar de helft van onze talen over zijn – wat gebeurt er dan als de huidige rijke diversiteit aan talen verdwijnt en de meeste mensen uiteindelijk nog maar één taal spreken?

Tweetalige kinderen zouden onzeker zijn, minder intelligent, een lage dunk van zichzelf hebben, afwijkend gedrag vertonen, een gespleten persoonlijkheid ontwikkelen en zelfs schizofreen worden

Ik zit met een koptelefoon op mijn hoofd in een talenlab op een computerscherm te kijken naar foto’s van sneeuwvlokken. Steeds als er een plaatje van een paar sneeuwvlokken verschijnt hoor ik via de koptelefoon de beschrijving van een van die vlokken. Ik hoef alleen maar te beslissen welke sneeuwvlok wordt beschreven. Het enige lastige is dat de vlokken worden beschreven in een volledig bedachte taal, namelijk Syntaflake.

Het maakt deel uit van een experiment van Panos Athanasopoulos, een uitbundige Griek met een passie voor talen. Deze hoogleraar psycholinguïstiek en tweetalige cognitie aan de Lancaster University is een van de voortrekkers van het onderzoek naar het tweetalige brein. Zoals te verwachten is zijn talenlab een verzamelplaats van verschillende nationaliteiten en talen, maar geen van hen heeft als kind Syntaflake leren spreken. Het is een merkwaardige en ontzettend moeilijke opdracht.

Terwijl mijn antwoorden worden geanalyseerd door zijn team maak ik een praatje met Athanasopoulos. Ik vertel hem hoeveel moeite het me kostte om die taal te leren, hoezeer ik ook mijn best deed. Maar daar ging ik volgens hem de mist in. De mensen die het beste presteren bij deze opdracht zijn degenen die het niet zo veel kan schelen hoe ze het maken en die er eigenlijk zo snel mogelijk vanaf willen zijn. Studenten en docenten die hun uiterste best doen er een patroon in te ontdekken, doen het altijd het slechtst.

‘Het is onmogelijk om in de gegeven tijd de regels van de taal te doorgronden en te begrijpen wat er wordt gezegd. Maar je geest is erop ingesteld om dat onbewust uit te zoeken. Daarom, als je er níét over nadenkt, doe je de test beter – kinderen doen het het best.’

De eerste woorden zijn misschien zo’n 250.000 jaar geleden uitgesproken, toen onze voorvaderen op twee benen begonnen te staan en de borstkas werd verlost van zijn last dragende taak, zodat zich een fijnere aansturing van de ademhaling en de stem kon ontwikkelen. En toen de mensen eenmaal één taal hadden, duurde het niet lang voor we er veel hadden.

De evolutie van de taal is te vergelijken met de biologische evolutie, maar waar genetische verandering wordt gestimuleerd onder druk van de omgeving veranderen talen onder sociale druk. In de loop van de tijd begonnen verschillende groepen van de vroegste mens verschillende talen te spreken. Om met andere groepen te kunnen communiceren – voor bijvoorbeeld handel en reizen – ontstond de noodzaak dat sommige leden van een familie of een groep ook een andere taal spraken.

Omdat taal zo nauw verbonden is met identiteit is taal ook wezenlijk politiek. De opkomst van Europese natiestaten en de groei van het imperialisme in de negentiende eeuw zorgden ervoor dat het als gebrek aan loyaliteit werd beschouwd als je iets anders sprak dan de ene landstaal. Dat heeft wellicht bijgedragen aan de wijdverbreide mening – vooral in Engeland en de VS – dat het tweetalig opvoeden van kinderen schadelijk is voor hun gezondheid en voor de maatschappij in het algemeen.

Er werd voor gewaarschuwd dat tweetalige kinderen onzeker zouden zijn, minder intelligent, een lage dunk van zichzelf zouden hebben, afwijkend gedrag zouden vertonen, een gespleten persoonlijkheid zouden ontwikkelen en zelfs schizofreen zouden worden. Die mening vierde tot voor kort nog hoogtij, wat bijvoorbeeld veel immigrantenouders ervan weerhouden heeft om in hun moedertaal tegen hun kinderen te spreken. En dat inzicht hield stand ondanks een uit 1962 daterend experiment waarin werd aangetoond dat tweetalige kinderen het bij zowel verbale als non-verbale intelligentietests beter deden dan eentalige.

In de afgelopen tien jaar hebben onderzoeken van neurologen, psychologen en linguïsten met behulp van hersenscans een scala aan cognitieve voordelen voor tweetaligen aangetoond. Het komt er in wezen op neer in hoeverre onze flexibele geest leert te multitasken.

Een leer-terwijl-je-slaaptmachine uit de jaren zestig. Een apparaatje onder het kussen speelt ’s nachts een bandje in een vreemde taal voor je af. – © Mirrorpix / Mirrorpix via Getty Images
Een leer-terwijl-je-slaaptmachine uit de jaren zestig. Een apparaatje onder het kussen speelt ’s nachts een bandje in een vreemde taal voor je af. – © Mirrorpix / Mirrorpix via Getty Images

Vraag me in het Engels wat mijn lievelingseten is en ik zie mezelf in Londen kiezen uit de mogelijkheden daar. Maar vraag je het me in het Frans, dan verplaats ik me naar Parijs, waar de mogelijkheden om uit te kiezen heel anders zijn. Dus op dezelfde persoonlijke vraag komt een ander antwoord, afhankelijk van de taal waarin de vraag is gesteld. Het idee dat je een nieuwe persoonlijkheid aanneemt bij iedere taal die je spreekt, dat je je anders gedraagt als je een andere taal spreekt, heeft nogal wat consequenties.

Athanasopoulos en zijn collega’s hebben onderzocht in hoeverre een taal het perspectief van iemand kan veranderen. Bij een experiment kregen Engels- en Duitssprekenden filmpjes te zien van bewegende mensen, bijvoorbeeld van een vrouw die naar haar auto loopt of van een man die naar de supermarkt fietst. Engelssprekende focussen zich op de handeling en beschrijven de scène als ‘de vrouw is lopende’ (in het Nederlands vertaald) of ‘een man is fietsende’. Duitssprekenden daarentegen hebben een holistischer wereldbeeld en betrekken ook het doel van de handeling erbij: zij zeggen ‘een vrouw loopt naar haar auto’ of ‘een man fietst naar de supermarkt.’

Dit is deels het gevolg van de beschikbare grammaticale middelen, legt Athanasopoulos uit. In tegenstelling tot het Duits kent het Engels de -ingvorm om een handeling te beschrijven die aan de gang is. Daardoor zijn Engelssprekenden minder dan Duitssprekenden geneigd om een doel aan een handeling toe te kennen als ze een meerduidige scène beschrijven. Toen hij Engels-Duits-tweetaligen testte, hing het af van in welk land ze werden getest of ze meer gericht waren op de handeling of op het doel. Als de tweetaligen werden getest in Duitsland, waren ze gefocust op het doel; in Engeland waren ze gefocust op de handeling, welke taal er ook werd gebruikt, waaruit blijkt hoe cultuur en taal met elkaar verweven zijn bij het bepalen van iemands wereldbeeld.

In de jaren zestig van de vorige eeuw heeft Susan Ervin Tripp, een van de pioniers in de psycholinguïstiek, Japans-Engels-tweetalige vrouwen getest, waarbij ze hun vroeg om in elk van beide talen zinnen af te maken. Ze ontdekte dat vrouwen de zinnen heel verschillend afmaakte.

Hieruit trok Ervin-Tripp de conclusie dat het menselijk denken zich afspeelt in een talige denkwijze, en dat tweetaligen voor elke taal een andere denkwijze hanteren – een bijzonder idee, maar die wordt wel ondersteund door verscheidene onderzoeken, en veel tweetaligen zeggen dat ze zich een ander iemand voelen als ze in de andere taal spreken.

Wat betreft de financiële voordelen: het spreken van een tweede taal zou over een periode van veertig jaar naar schatting 128.000 dollar opleveren

Die verschillende denkwijzen zijn echter voortdurend met elkaar in conflict omdat de hersenen van tweetaligen iedere keer uitzoeken welke taal ze zullen gebruiken.
Uit onderzoeken in de afgelopen tien jaar blijkt dat tweetaligen het in een heel scala aan cognitieve en sociale opdrachten beter doen dan eentaligen, zowel in verbale en non-verbale tests als in hoe goed ze andere mensen kunnen aanvoelen.

Tweetaligen zouden empatischer zijn omdat ze beter in staat zijn om hun eigen gevoelens en meningen opzij te zetten om zich beter op de ander te kunnen concentreren.
Volgens Jubin Abutalebi, cognitief neuropsycholoog aan de universiteit San Raffaela in Milaan, kun je alleen al aan de hand van een hersenscan verschil zien tussen een tweetalige en een eentalige. ‘Tweetaligen hebben aanmerkelijk meer grijze cellen in hun cortex cingularis anterior (CCA) en dat komt doordat ze hem vaker gebruiken,’ zegt hij. ‘De CCA is een cognitieve spier,’ voegt hij eraan toe. ‘Hoe vaker je hem gebruikt, hoe sterker, groter en flexibeler hij wordt.’

Tweetaligen blijken voortdurend de controlefuncties te gebruiken omdat hun twee talen steeds wedijveren om de aandacht. Hersenscans laten zien dat als een tweetalig iemand spreekt in de ene taal, zijn CCA voortdurend de drang onderdrukt om woorden en grammatica uit zijn andere taal te gebruiken. Bovendien is zijn geest altijd aan het beslissen wanneer en hoe hij de doeltaal gaat gebruiken. Tweetaligen verwarren zelden de twee talen, maar soms voegen ze een woord of zin uit een andere taal in als degene met wie ze praten dat ook kent.

Voor tweetaligen met hun uitzonderlijk getrainde controlefuncties is de flankertest alleen een bewuste versie van wat hun hersenen de hele dag onbewust doen – geen wonder dat ze er goed in zijn.

Dementie

Een beter concentratievermogen, een grotere mentale flexibiliteit en een grotere vaardigheid in het multitasken zijn natuurlijk van waarde in het dagelijks leven. Maar misschien doet zich het grootste voordeel van tweetaligheid wel voor bij het ouder worden, als de controlefunctie achteruit gaat: tweetaligheid lijkt te beschermen tegen dementie.

Tweetaligheid kan ook bescherming bieden na een hersenbeschadiging. In een recent onderzoek in India onder zeshonderd mensen die een beroerte hebben overleefd ontdekte Bak dat cognitief herstel twee keer zo waarschijnlijk is bij tweetaligen als bij eentaligen. Dergelijke resultaten lijken erop te wijzen dat tweetaligheid ons geestelijk fit houdt. Misschien is het zelfs een voordeel dat door de evolutie in onze hersenen positief is uitgeselecteerd – een idee dat wordt ondersteund door het gemak waarmee we nieuwe talen leren en er snel tussen kunnen switchen, en door het feit dat tweetaligheid in de geschiedenis van de mensheid zo vaak voorkomt. Precies zoals we ons lichaam moesten trainen om gezond te blijven voor een fysiek actief leven als jager-verzamelaar, moeten we misschien ook cognitief gaan trainen om onze geest gezond te houden, vooral als we maar één taal spreken.

De afgelopen jaar is er verzet gerezen tegen de onderzoeken die de voordelen van tweetaligheid aantoonden. Sommige onderzoekers hebben vergeefs geprobeerd om enkele van die onderzoeken succesvol te herhalen; anderen trokken de voordelen van verbeterde controlefuncties in het dagelijks leven in twijfel. Bak schreef een antwoord op de gepubliceerde kritiek, waarin hij uitlegde dat psychologische experimenten nu overtuigende bewijzen aandragen – ondersteund door hersenscans – waaruit blijkt dat tweetalige en eentalige hersenen anders functioneren. Volgens hem hebben de critici fouten gemaakt bij hun experimenten.

Daar is Bialystok het mee eens, en hij voegt eraan toe dat het onmogelijk is om te onderzoeken of tweetaligheid bij kinderen tot betere schoolresultaten leidt omdat er zo veel verwarrende factoren zijn. ‘Maar,’ zo betoogt ze, ‘omdat geen enkel onderzoek heeft aangetoond dat tweetaligheid de functie schaadt, zou tweetaligheid gezien de vele sociale en culturele voordelen gestimuleerd moeten worden.’ En wat betreft de financiële voordelen: het spreken van een tweede taal zou over een periode van veertig jaar naar schatting 128.000 dollar opleveren.


Een nieuwe taal leren is niet enige manier om je controlefuncties te verbeteren – het spelen van videogames, het leren spelen op een muziekinstrument, zelfs bepaalde kaartspelletjes kunnen nuttig zijn – maar omdat we voortdurend taal gebruiken, is dat waarschijnlijk de beste manier om je controlefuncties te trainen. Hoe kan die conclusie in de praktijk worden toegepast?

Een optie is om kinderen verschillende talen te leren. In veel delen van de wereld wordt dit al gedaan: veel Indiase kinderen bijvoorbeeld gebruiken een andere taal op school dan thuis of in hun dorp. Maar in Engelssprekende landen komt het veel minder voor. Desalniettemin komt er steeds meer aandacht voor het zogenaamde immersieonderwijs, waarbij kinderen de helft van de tijd worden onderwezen in een andere taal. De staat Utah was een voorloper op dat gebied en daar bieden veel scholen een tweede taal aan, zoals Chinees of Spaans.

‘We doen het half om half, dus ’s morgens doceren we in de tweede taal en ’s middags in het Engels – en een andere dag weer andersom, omdat sommige leerlingen ’s morgens beter opnemen dan ’s middags,’ legt Gregg Roberts uit, die bij de Utah Office of State Education werkt en een voorvechter is van het immersieonderwijs. ‘We hebben ontdekt dat deze kinderen bij alle vakken in elk geval even goed en meestal beter presteren dan eentalige leerlingen. Ze concentreren zich beter en hebben veel meer zelfvertrouwen. Altijd als je een andere taal gebruikt, begrijp je je eigen taal en cultuur beter. Het biedt economisch en sociaal voordelen. We moeten van die ellendige eentaligheid af.’

De immersieaanpak wordt nu ook uitgeprobeerd in Engeland. Op de middelbare school Bohunt in Liphook, Hampshire, heeft rector Neil Strowger voor enkele lessen de ‘onderdompeling’ in de Chinese taal geïntroduceerd.

Leuk, interessant en nuttig

Ik woon een les kunstzinnige vorming bij, waarin twaalfjarigen les krijgen van twee docenten: de ene spreekt Engels en de andere Chinees. De kinderen letten goed op en zijn rustig; geconcentreerd werken ze aan een gecompliceerde opdracht. Als ze spreken, doen ze dat meestal in het Chinees – het heeft iets surrealistisch als je Engelse kinderen in het Mandarijn hoort discussiëren over de graffitikunstenaar Banksy. De kinderen zeggen dat ze hebben gekozen voor onderwijs in het Chinees omdat ze dachten dat het ‘leuk’, ‘interessant’ en ‘nuttig’ zou zijn – heel wat anders dan de saaie lessen Frans die ik op school moest uitzitten. De meeste leerlingen van de les kunstzinnige vorming doen hun eindexamen Chinees al enkele jaren eerder, maar Strowger vertelt dat het lesprogramma nog extra veel voordelen heeft boven het diploma, zo zijn leerlingen meer betrokken en hebben ze meer plezier in hun studie, zijn ze geïnteresseerder in andere culturen zodat ze beter toegerust zijn om wereldburger te worden, hun horizon te verbreden en hun carrièrekansen te vergroten.

En hoe gaat het dan als ze van school af zijn? Om de voordelen van tweetaligheid te behouden moet je die talen blijven gebruiken en dat kan lastig zijn, vooral voor ouderen die minder gelegenheid hebben om te oefenen. Misschien moeten er taalclubjes komen, waar je met mensen andere talen kunt spreken. Bak heeft in Schotland een proefonderzoek gedaan met ouderen die Gaelic leerden en hij zag na één week al significante voordelen. Nu wil hij een veel groter onderzoek gaan doen.

Het is nooit te laat om een andere taal te leren, en het kan heel veel voldoening geven. Alex Rawlings is een Britse polyglot die vijftien talen spreekt. ‘Iedere taal biedt je een nieuwe levensstijl, een nieuw betekenispalet,’ vertelt hij. ‘Het is verslavend!’

‘Het zou te moeilijk zijn voor een volwassene. Maar volgens mij is het juist gemakkelijker na je achtste. Een baby doet er drie jaar over om een taal te leren, maar een volwassene slechts enkele maanden.’

Recent onderzoek heeft aangetoond dat het een lonende tijdsinvestering is. Met tweetaligheid houd je als oudere je geest langer fit, wat enorme gevolgen kan hebben voor de manier waarop we kinderen onderwijzen en ouderen behandelen. Intussen is het verstandig om te praten, hablar, parler, beszél, berbicara in zo veel mogelijk talen als je kunt.

Auteur: Gaia Vince
Vertaler: Paul Bruijn

Mosaic
VK | mosaicscience.com

Het onlinetijdschrift Mosaic publiceert wekelijks een achtergrondverhaal over mensen, ideeën of trends uit de biologie en geneeskunde die ‘van invloed zijn op ons leven, onze gezondheid en onze maatschappij’. Mosaic wordt uitgegeven door de Welcome Trust, een goededoelenstichting. De redactie is onafhankelijk.

Dit artikel van Gaia Vince verscheen eerder in Mosaic Science.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.