2. Is Frankrijk nog het land van Black-Blanc-Beur?

Aeon

| Londen | Tony Karon | 13 juni 2016

Het Franse elftal is hét symbool van de multiculturele natie, schrijft de Zuid-Afrikaanse journalist Tony Karon. Kan het huidige team het land weer verenigen zoals in 1998?

Er is weinig aandacht besteed aan het feit dat IS voor zijn aanslag op Parijs in november juist het Stade de France als doelwit koos. IS had in Frankrijk geen doelwit met een grotere symbolische betekenis kunnen kiezen dan het nationaal elftal. Dat belichaamt immers als geen ander een eenentwintigste-eeuwse versie van convivencia: de historische term voor de zes eeuwen vreedzame samenleving van moslims en christenen op het Iberisch schiereiland, van de achtste eeuw na Christus tot de verbanning van joden en moslims in 1492.

IS roept in geschriften op tot aanslagen om de westerse samenleving te polariseren en te verhinderen dat mensen van verschillende geloven (of zonder geloof) zich verenigd kunnen voelen in één gezamenlijke burgerlijke identiteit.

Het Stade de France is al sinds de bouw (voor het WK 1998) hét podium waar de Franse natie – met haar koloniale erfenis – zich steeds opnieuw uitvindt en vormgeeft. Daar treden ze aan, de elf mannen in het shirt van Les Bleus, met de Franse haan op de borst – en zowel hun levens als hun sportprestaties worden ‘feiten’ waarover de Franse politiek gaat bakkeleien om te bepalen wie of wat nu het meest Frans is.

Niet echt Frans

Zo sneerde Jean-Marie Le Pen, de grootste uitbuiter van Frans-nationalistische vreemdelingenhaat, in 1998 nog dat het WK-team ‘niet echt Frans’ was. Omdat er spelers in zaten als Lilian Thuram, Thierry Henry, Christian Karembeu en Bernard Diomède: zwarte spelers met roots in het Caribisch gebied. En de in Ghana geboren Marcel Desailly, de in Senegal geboren Patrick Viera en natuurlijk de grote Zinédine Zidane, van Algerijnse afkomst. Allemaal spelers die staan voor het Franse koloniale verleden en een ruimere opvatting van Frans nationalisme.

Het onwaarschijnlijke succes van het Franse team op het WK ’98 bracht het Franse publiek in extase. De halve finale werd gewonnen dankzij twee goals van Thuram, een verdediger die zelden scoorde. Na zijn voetbalcarrière schreef hij twee boeken, waaronder een studie van de Haïtiaanse revolutionair Toussaint Louverture, de stichter van de tweede vrije republiek op het westelijk halfrond (na de Verenigde Staten).

In de finale bezorgde Zidane Frankrijk de titel door de bal twee keer binnen te koppen. Zijn beeltenis werd op de Arc de Triomphe geprojecteerd en de supporters riepen deze zoon van een Algerijnse nachtwaker alvast uit tot de nieuwe president.

In 2006 vond bondscoach Laurent Blanc dat zijn team te veel op zwarte spelers leunde

Supporters en media scandeerden in koor de leus ‘black, blanc, beur’: zwart, wit en Arabisch. Daaruit sprak natuurlijk ook een visie op de Franse natie, een visie waarin ook de kinderen van immigranten uit de voormalige koloniën erbij horen.

De samenstelling van het nationale elftal heeft een diepe symbolische betekenis. ‘De denkbeeldige gemeenschap van miljoenen lijkt ineens tastbaar te worden in de gedaante van een team van elf mannen met een naam,’ schreef de Britse historicus Eric Hobsbawm. ‘Het individu, al juicht hij slechts voor een team, wordt dan zelf een symbool van zijn natie.’ Behalve bij staatsbegrafenissen en andere traumatische momenten wordt het Franse volkslied bijna alleen gezongen als mensen zich voor de tv verzamelen om Les Bleus toe te juichen.

De Franse triomfen op het WK van 1998 en het EK twee jaar later symboliseerden de kracht van een ruimere opvatting van de Franse identiteit. Maar daarna kwamen de problemen. De onlusten in de banlieues van 2005 drukten de Fransen met hun neus op de feiten: dat optimistische ‘black, blanc, beur’ verdoezelde de grimmige realiteit van het gettoleven.

Al veel eerder, bij een wedstrijd tegen Algerije in 2001, ontpopten veel jonge Parijzenaren zich tot supporter van het bezoekende team: de wedstrijd werd zelfs stilgelegd omdat ze met de Algerijnse vlag het veld op renden. Enkele dagen later kondigde Jean-Marie Le Pen bij het Stade de France zijn kandidatuur voor de Franse presidentsverkiezingen aan. Wederom was dat stadion de symboollocatie bij uitstek voor politiek getouwtrek over de betekenis van Frankrijks koloniale erfenis.

Het Franse voetbalelftal, ofwel Le Bleus. –  © Reuters / Christian Hartmann Livepi
Het Franse voetbalelftal, ofwel Le Bleus. – © Reuters / Christian Hartmann Livepi

De kopstoot van Zidane op het WK van 2006 luidde de neergang van het Franse voetbal in. Het dieptepunt was het WK in Zuid-Afrika vier jaar later, waar een opstand van de spelers tegen de technische staf tot een smadelijke aftocht in de groepsfase leidde. Weg was het optimisme van ‘black, blanc, beur’.

De Franse media en het voetbalestablishment weten het fiasco aan de zwarte en Noord-Afrikaanse spelers (en aan Ribéry, een tot moslim bekeerde witte speler). In de uitgebreide berichtgeving kwam naar voren dat bondscoach Laurent Blanc vond dat zijn team te veel op zwarte spelers leunde, dat hij etnische quota had voorgesteld en voorrang wilde geven aan spelers met ‘onze cultuur, onze geschiedenis’.

Het hele concept van een natie berust op de idee van een gedeelde cultuur en geschiedenis. Kan Frankrijk in zijn nationale symbolen ook plaats vinden voor die mensen die op vaak brute wijze zijn gekoloniseerd – door een Franse Republiek die zich juist afficheerde als bolwerk van de vrijheid?

In de hoogtijdagen van het multiculturele Franse voetbalteam viel ook al op dat veel spelers – vooral die van Arabische en Afrikaanse afkomst – niet meezongen met de Marseillaise, met zijn refrein over ‘onrein bloed’ dat de akkers moet bevloeien.

Veelzeggend

In 2013 moest Les Bleus Oekraïne in het Stade de France met 3-0 verslaan om zich te plaatsen voor het WK 2014. De Franse media gaven geen cent meer voor de kansen van de nationale ploeg, die inmiddels bijna alleen uit zwarte en Arabische spelers bestond. Marine Le Pen, de nieuwe leider van het Front National, herhaalde de oude sentimenten van haar vader door vraagtekens te zetten bij het ‘Franse gehalte’ van de ploeg.

Ditmaal was het Mamadou Sakho, net als Thuram een zelden scorende verdediger, die in deze cruciale wedstrijd twee goals maakte. Maar vooral de manier waarop de overwinning werd gevierd, was veelzeggend: uitzinnig van vreugde brulden Sakho en zijn ploeggenoten uit volle borst de Marseillaise. Alsof ze Le Pen en alle Franse vreemdelingenhaters uitdaagden, door zichzelf nadrukkelijk als Fransman te presenteren en hun recht op te eisen om ‘de natie’ te belichamen.

‘Als we voor Frankrijk spelen, weten we dat we de multiculturele Franse natie vertegenwoordigen,’ zei Sakho na afloop tegen The Guardian. ‘We houden van Frankrijk en alles waar Frankrijk voor staat. Frankrijk omvat de Arabische cultuur, de zwarte Afrikaanse cultuur, de zwarte West-Indische cultuur en de witte cultuur en wij, als voetbalploeg die dat multiculturalisme belichaamt, strijden allemaal samen en proberen eendrachtig Frankrijk naar het WK te brengen.’

Sakho is moslim. Dat hij het multiculturele Frankrijk omarmt, zal IS een gruwel zijn. Op de avond waarop IS een zelfmoordterrorist naar het Stade de France stuurde, stonden er vijf moslims op het veld aan Franse kant en vier in het Duitse team waartegen ze speelden. De middenvelder Lassana Diarra, een van de moslims in de Franse ploeg, hoorde na de wedstrijd dat zijn neef Asta Diakité een van de slachtoffers was van de schietpartijen na de mislukte bomaanslag op het stadion.

De aanslag op de wedstrijd in het Stade de France was dus een groteske poging van IS om een bom te leggen onder de multiculturele Franse identiteit die Sakho zo trots had opgeëist en belichaamd. Voor zowel IS, Le Pen als Charlie Hebdo geldt dat er in hun visie op de Franse natie geen plaats is voor moslims. In het Stade de France hebben veel prachtige voetbalwedstrijden plaatsgevonden. Maar het is al twee decennia lang ook het toneel waarop een grotere strijd wordt uitgevochten: een strijd om de definitie van de Franse natie.

Auteur: Tony Karon
Vertaler: Frank Lekens

Beeld bovenaan: © Reuters / Charles Platiau

Aeon
Verenigd Koninkrijk| aeon.co/magazine

Deze site, met als motto ‘lees dieper’, werd opgericht in september 2012 en publiceert dagelijks een essay, waarbij de relativering van het snelle dagelijks leven vooropstaat.

Dit artikel van Tony Karon verscheen eerder in Aeon.
Recent verschenen
TIJDELIJKE AANBIEDING
Drie maanden onbeperkt digitaal toegang tot 360 voor maar € 15
bo pc
Drie maanden onbeperkt digitaal toegang tot 360 voor maar € 15! Ja, ik steun 360