• Der Standard
  • Politiek
  • 2. Oorzaken voor de breuk

2. Oorzaken voor de breuk

De Europese Unie heeft zich te lang blindgestaard op economische doelstellingen, en te weinig oog gehad voor de geschiedenis, de mentaliteit en de wensen van Oost-Europa, aldus de Oostenrijkse krant Der Standard.

Op 1 mei 2014 vierden de leiders van de belangrijkste EU-instellingen niet de Dag van de Arbeid, zoals hun burgers. Ze herdachten ‘een succesverhaal, zowel van de oude als van de nieuwe lidstaten’. Dat waren de woorden van Herman Van Rompuy, de toenmalige voorzitter van de Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders. Het was de tiende verjaardag van de grootste uitbreiding in de geschiedenis van de EU, met de toetreding van onder andere Oost- en Midden-Europese landen. Tijdens bliksembezoeken aan Tsjechië en Slowakije werd Van Rompuy onderscheiden.

Eén jaar en de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog later ziet de ‘volmaakte’ wereld van de vreedzame hereniging na de val van communistische dictaturen er ietwat anders uit. En niet alleen in Praag en Bratislava. In veel West-Europese hoofdsteden neemt de verbittering toe omdat partnerregeringen weigeren op basis van een eerlijke verdeelsleutel vluchtelingen uit Syrië op te nemen.

De Hongaarse premier Viktor Orbán stelt zich hierbij keihard op. Hij blies de kwestie op tot een Kulturkampf om zijn christelijk-nationalistische wereldbeeld te versterken; hij, die in 1989 als student de charismatische leider van een liberale Fidesz-partij was. De Tsjechische president Milos Zeman, een oud-communist, maakte onlangs duidelijk waarom hij de immigratie van moslims afwijst: ‘Zodra ze in Europa zijn, botsen twee culturen die niet met elkaar te verenigen zijn.’

In het hoofd van de mensen bestaat het IJzeren Gordijn nog

De Hongaarse dominee en Europarlementariër László Tökés had deze situatie voorzien. Sinds de toetredingen tot de EU heeft er in Oost-Europa een grote ontnuchtering plaatsgevonden, zei hij een jaar geleden tegen Der Standard. ‘Mentaal, sociaal en in de structuren is er niet veel veranderd. In het hoofd van de mensen bestaat het IJzeren Gordijn nog, dus je kunt spreken van een virtuele deling van Europa.’ Hij klonk treurig. De integratie was helemaal op de economie gericht, men had zich niet bezig willen houden met de mentaliteit van samenlevingen uit een voormalige communistische dictatuur.

Interessant parcours

Dominee Tökés legde zelf ook een interessant parcours af. Als lid van de Hongaarse minderheid in Roemenië werd hij vervolgd door het regime van de gevreesde dictator Nicolae Ceausescu. Maar hij zwichtte nooit voor de druk van de Securitate, de geheime dienst. Zijn diensten op zondag werden een verzamelplaats van de oppositie. In de herfst van 1989 escaleerde de situatie in Roemenië toen het regime in Timisoara op demonstranten liet schieten. Enkele weken later was dictator Ceausescu dood, neergeschoten door soldaten van zijn eigen leger, dat tijdens de revolutie een dubieuze rol speelde.

Tökés werd een van de helden van de revolutie, en bleef in de jaren daarna altijd politiek geëngageerd. In 2007 kreeg hij na de toetreding van Roemenië tot de EU een zetel in het Europarlement als onafhankelijk lid en mensenrechtenactivist. Hij sloot zich aan bij de Europese Groene Partij, maar koos later voor de christendemocraten van de Europese Volkspartij (EVP). In mei 2014 nam hij, met een Hongaars paspoort op zak, zitting in het parlement namens Orbáns Fidesz-partij.

Het leven van Tökés lijkt op dat van Viktor Orbán en Milos Zeman: een verhaal met meerdere facetten dat een weerspiegeling is van het heterogene ‘nieuwe Europa’ van Donald Rumsfeld [de Amerikaanse minister van Defensie onder George Bush]. Het is zeker niet eenvoudig om alle tegenstellingen en breuklijnen in Europa te begrijpen, of om alle vouwen recht te strijken. Maar toch moeten we een poging doen om te verwijdering tussen West- en Oost-Europa, die door de vluchtelingenkwestie op scherp is gesteld, te verklaren.


Veel West-Europeanen leven al sinds jaar en dag in een postmateriële maatschappij. Ze hechten waarde aan het algemeen belang en een schoon geweten, en vinden een kopje biologische Fair Trade-koffie belangrijker dan een salarisverhoging. In de meeste Oost-Europese landen daarentegen worstelen brede lagen van de bevolking nog altijd om in het eigen levensonderhoud te voorzien en een bescheiden welvaart te bewerkstelligen.

In Bulgarije bedroeg het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking in 2014 circa 12.500 euro. Om toch nog iets van voorspoed te kunnen tonen, steken mensen zich in de schulden om statussymbolen als auto’s en smartphones te kopen, vertelt een IT-manager met wie Der Standard sprak, maar die niet met zijn naam in de krant wil. Uit onderzoek blijkt dat de postmaterialisten in India, China en Oost-Europa nog altijd een uiterst kleine minderheid vormen, terwijl er in West-Europa in de jaren negentig van de vorige eeuw op elke vier materialisten al drie postmaterialisten waren.

Oost-Europa heeft het Holocaust-verleden nog niet verwerkt

Net als Griekenland hebben veel Oost-Europese landen economisch het hoofd boven water gehouden met kredieten uit het buitenland. Tegelijkertijd hebben ze draconische bezuinigingen doorgevoerd, tot de massale onteigening van de eigen burgers aan toe. Zo is in 2011 in Hongarije tien miljard euro uit particuliere pensioenfondsen genationaliseerd om onder andere eerder geprivatiseerde energiebedrijven terug te kopen. Die bieden de burgers nu lage energietarieven, maar zijn daardoor nauwelijks winstgevend en moeten als de nood aan de man is zelfs door de staat worden gesubsidieerd. Door deze gang van zaken zijn de Hongaren steeds armer geworden, zodat velen zelf emigreren – over economische vluchtelingen gesproken. De website Pester Lloyd maakte laatst melding van circa 600.000 emigranten uit Hongarije (dat tien miljoen inwoners heeft) sinds de machtsovername van Viktor Orbán in 2010.

Van communisme naar nationalisme

De Oost-Europeanen hebben lange tijd in bezette communistische satellietstaten geleefd. Hierdoor zijn ze pas heel laat naties gaan vormen, met alle oprispingen van nationalisme van dien. In een essay met de titel ‘Het onzichtbare gordijn’ schreef cultuurwetenschapper Wolfgang Müller-Funk: ‘Tussen de claustrofobische structuur van de kleine familie en het verlangen om in een homogeen gebied met de naam “land” te wonen, bestaat een innerlijk verband, net als tussen het overleven van autoritaire communistische structuren en de “illiberale” democratie die afstevent op een eenpartijstaat, waarin de andere politieke groeperingen en partijen geen concurrenten maar vijanden zijn, die je het best eens en voor altijd kunt uitschakelen. Onze buurlanden zijn communistischer dan ze waarschijnlijk voor zichzelf willen toegeven.’

Anders gezegd: terwijl West-Europa de moderne tijd al opgeruimd vaarwel heeft gezegd en van het voorvoegsel ‘post’ heeft voorzien, viert die in Oost-Europa hoogtij: communisme in een andere vorm, inclusief een vulgair nationalisme.


Sommige historici denken dat veel Oost-Europese landen zich onvoldoende hebben beziggehouden met de rol die veel van hun burgers tijdens de Holocaust hebben gespeeld. De Poolse historicus Jan T. Gross schreef hierover eerder in Der Standard: ‘Alle bezette Europese samenlevingen hebben tot op zekere hoogte bijgedragen aan de inspanningen van de nazi’s om de joden uit te roeien. Iedere samenleving heeft dat weer op een andere manier gedaan, afhankelijk van de specifieke omstandigheden die in dat land onder de Duitse bezetter golden. Maar het ergst heeft de Holocaust gewoed in Oost-Europa, wat kwam door het grote aantal joden in die landen en de weergaloze wreedheid van de naziregimes. Na de oorlog had Duitsland – vanwege de denazificatie door de zegevierende mogendheden en zijn verantwoordelijkheid voor de planning en uitvoering van de Holocaust – geen andere keuze dan zich door zijn moorddadige verleden “heen te werken”. Oost-Europa moet zijn moorddadige verleden daarentegen nog verwerken. Alleen als dat gebeurt, kunnen de mensen gaan inzien dat ze de plicht hebben om anderen die voor het noodlot vluchten te redden.’

Machismo

Oost-Europese mannen staan gewoonlijk dichter bij het ‘macho-ideaal’ dan hun seksegenoten in West-Europa. Volgens televisiedirecteur Gerhard Zeiler bedienen in Oost-Europa mannen de afstandsbediening en in West-Europa vrouwen. Dat zou ook bijvoorbeeld de populariteit van keiharde actiefilms en vechtsportacteurs als Jean-Claude Van Damme in Oost-Europa verklaren.

Dit leidt zo nu en dan tot ‘interessante’ percepties. Op de partijdag van Fidesz ontstond onlangs een rel omdat parlementsvoorzitter László Kövér zei: ‘Wij willen niet dat Hongarije een maatschappij wordt van vrouwen die mannen haten en verwijfde mannen die bang zijn voor vrouwen, en die in kinderen en gezinnen enkel een hindernis voor zelfverwezenlijking zien. Wij zouden blij zijn als onze dochters het als summum van zelfverwezenlijking zouden beschouwen om kleinkinderen voor ons te baren.’

De Hongaarse zanger Ákos Kovács deed er nog een schepje bovenop. Onlangs zei hij op de Hongaarse televisie dat het niet ‘de taak van vrouwen is om evenveel geld te verdienen als mannen, (…) wij zeggen juist dat de vrouw aan iemand toebehoort, hem kinderen moet schenken.’ Magyar Telekom [de Hongaarse aanbieder van telefoon- en internetdiensten] beëindigde hierop zijn sponsorcontracten, waarop de regering in Boedapest op haar beurt contracten met Telekom ontbond, met de verwijzing naar het ‘recht op vrijheid van meningsuiting’ van Kovács. Voor de overheid was het blijkbaar een principekwestie.


West-Europa is veel meer geseculariseerd dan Oost-Europa, ondanks de tientallen jaren communisme. In landen als Oost-Duitsland en Polen waren juist de kerken anticommunistische verzetshaarden. De in dat verzet gesocialiseerde politici bekleden nu de hoogste posities. Ze verdedigen niet meer alleen de religie, en de vrijheid die deze schonk tegenover het communisme, ze verdedigen nu ook Europa tegen de vluchtelingen. László Kiss-Rigó, de bisschop van Szeged-Csanád, ging in deze strijd zelfs recht tegen de paus in en koos de kant van Orbán. Volgens hem ‘doorziet Franciscus de situatie niet’, namelijk dat de moslims momenteel Europa proberen ‘over te nemen’.

Moeilijke en tijdrovende democratische processen worden als teken van zwakheid opgevat

De meeste Oost-Europese landen hebben nauwelijks tijd gehad om ervaring op te doen met democratie. En vaak werden democratische principes als oorzaak gezien van de negatieve gevolgen van de ondergang van het communisme. Voor autoritaire leiders is het relatief eenvoudig om in een dergelijke omgeving succes te boeken. Hoe verder je in de ‘Atlas van Europese waarden’ naar het oosten kijkt, hoe meer steun je vindt voor een sterke leider, die weinig belang stelt in het parlement en verkiezingen. Moeilijke en tijdrovende democratische processen worden als teken van zwakheid opgevat. Gecompliceerde constructies zoals de EU beschouwt men als nutteloos, hoewel er via de Unie elk jaar miljarden naar Oost-Europa stromen.

Geen toeval

Maar is dit nu allemaal alleen maar een probleem van de Oost-Europeanen? Zeker niet, zo kunnen we wel stellen na de recente successen van West-Europese rechtspopulisten als de Volkspartij in Denemarken en de FPÖ in Wenen. Net als het Front National van Marine Le Pen, dat de extreemrechtse fractie in het Europarlement aanvoert, doen deze partijen wat EU-scepsis betreft niet onder voor veel leiders in Oost-Europa. Wat ze gemeen hebben is een zekere bewondering voor de autocratische Russische president Vladimir Poetin.

Volgens de voormalige Tsjechische minister van Buitenlandse Zaken Karl Schwarzenberg is dat geen toeval. Hij zegt dat populisten, zowel die van links als die van rechts, niets geven om een EU-handvest, maar vooral op zoek zijn naar het autoritaire. Ook een zekere Adolf Hitler koos ‘heel bewust voor de naam “nationaalsocialistische arbeiderspartij”’.

Auteurs: Thomas Mayer en Christoph Prantner
Vertaler: Pieter Streutker

Beeld bovenaan: Migranten rusten aan de Servisch-Hongaarse grens in de buurt van Morahalom. – © Laszlo Balogh / Reuters

Der Standard
Oostenrijk, dagblad, 103.000
Profileert zich als liberaal en onafhankelijk. Aanvankelijk vooral nationaal gericht, maar geeft sinds 2005 ook The New York Times International Weekly uit, met zes pagina’s internationaal nieuws.

Dit artikel van Thomas Mayer en Christoph Prantner verscheen eerder in Der Standard.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.