• The Times
  • Politiek
  • 2. Wijsheid komt echt pas met de jaren

2. Wijsheid komt echt pas met de jaren

The Times | Londen | Philip Collins | 25 januari 2018

De opkomst van piepjonge leiders is helemaal geen voordeel, betoogt Philip Collins. Politici hebben ervaring nodig. ‘Wijsheid is van groot belang binnen de politiek, en toch klinkt eeuwig en altijd de roep om jeugd.’

De opkomst van Jacinda Ardern (37) in Nieuw-Zeeland en die van Sebastian Kurz (31) in 
Oostenrijk maakt duidelijk dat kiezers bereid zijn jonge leiders hun vertrouwen te schenken. Maar om een land 
te besturen is meer nodig dan een energiek wonderkind.

Sebastian Kurz, de nieuwe bondskanselier van Oostenrijk, is met zijn tweeëndertig jaar al behoorlijk oud als je kijkt naar de echt jonge leiders. William Pitt de Jongere was nog maar vierentwintig toen hij in 1783 premier werd. Door de grilligheid van de erfelijke troonsopvolging komt het voor dat vorsten al in hun kinderjaren de troon bestijgen. Koning Hoessein van Jordanië werd al op zijn zestiende gekroond, Faisal II van Irak en Gyanendra van Nepal werden op hun derde koning 
en Foead II van Egypte kwam aan het bewind toen hij nog maar 192 dagen oud was.

Bovendien is het bondskanselierschap van Oostenrijk kinderspel vergeleken bij wat sommige anderen mensen op diezelfde leeftijd hebben bereikt. Marie Curie ontdekte radium toen ze eenendertig was. Bentley zette op die leeftijd zijn eerste auto in de markt en Hilton kocht zijn eerste hotel. Prins Albert organiseerde de Grote Tentoonstelling en Monet stelde het schilderij tentoon dat het startschot zou vormen van het impressionisme. En het zou mij verbazen als Kurz ooit een album uitbrengt dat net zo goed is als The River van Bruce Springsteen.

Jong door de wol geverfd

Voor sommige mensen is het leven al afgelopen op hun eenendertigste. Schubert droeg op zijn eenendertigste de kist van Beethoven en viel vervolgens zelf dood neer. Nijinski was eenendertig toen er een einde kwam aan zijn carrière als balletdanser omdat hij werd gediagnosticeerd als ongeneeslijk krankzinnig. Alan Turing had al een paar jaar voor het bereiken van die leeftijd de enigmacode gekraakt. En dan zijn er nog de echte genieën. Kurz is natuurlijk niet het eerste Oostenrijkse wonderkind. Mozart componeerde al op zijn vijfde zijn eerste stuk dat werd uitgevoerd. Pascal had op zijn twaalfde geheel zelfstandig vrijwel alle geometrische bewijzen van Euclides rond gekregen.

Dat roept de vraag op of het überhaupt mogelijk is om een wonderkind te zijn in de politiek, want dat is Kurz allesbehalve. Los van het vervullen van zijn dienstplicht heeft hij weinig anders gedaan dan politiek bedrijven; hij heeft zelfs zijn studie rechten aan de universiteit van Wenen niet afgerond. Zijn nog betrekkelijk korte leven bestaat uit niet veel meer dan politiek. Hij is al net zo’n ervaren en door de wol geverfde politicus als Bill Clinton uiteindelijk was: hoe hij zijn handen beweegt, of hij zijn hoofd schuin houdt, het is allemaal zorgvuldig uitgedacht; zijn kleren zijn met de grootst mogelijke zorg gekozen en hij mag zich graag presenteren als iemand die veel sport.

Hij heeft zijn positie niet eens echt te danken aan zijn politieke talent. Het is eerder zo dat Kurz tot grote hoogten is gestegen op een golf van anti-migratiesentimenten. Hij heeft geprobeerd munt te slaan uit zijn jonge leeftijd en de kracht van de beeldvorming door zijn partij een ander imago te verlenen: de partijkleur is van zwart veranderd in een zachter turkoois, en de naam is veranderd in Oostenrijkse Volkspartij. Maar zijn leeftijd speelde een minder belangrijke rol bij zijn succes dan zijn niet al te sympathieke standpunten.

Vóór Kurz en Ardern hebben we acht wereldleiders gezien die nog geen veertig waren

In de politiek is het lastiger om het al op jonge leeftijd ver te schoppen dan in, bijvoorbeeld, de muziek. Politiek is eerder de kunst van het mogelijke dan de wetenschap van het onvermijdelijke, en in die zin is het dan ook geen terrein waar wonderkinderen tot bloei komen. Bij een politicus van onder de dertig blijven we het gevoel houden dat hij nog niet helemaal droog achter de oren is. Vóór Kurz en de zevenendertigjarige Jacinda Ardern, die onlangs premier is geworden van Nieuw-Zeeland, en die daarmee de jongste vrouwelijke leider ter wereld is, hebben we acht wereldleiders gezien die nog geen veertig waren. Van deze leiders spreken Emmanuel Macron (39), president van Frankrijk, en de drieëndertigjarige Kim Jong-un van Noord-Korea misschien wel het meest tot de verbeelding – ieder op hun eigen manier.

Ardern heeft het vak geleerd in de Labour Party van Nieuw-Zeeland – om nog maar te zwijgen van de periode dat ze in Londen heeft gewerkt, voor Tony Blair – en net als alle andere jonge leiders stond haar leven altijd al in het teken van de politiek, waarvoor andere dingen moesten wijken. Haar snelle opkomst is misschien wel het spectaculairst. Ze zit pas sinds vorig jaar mei in de kamer. Er is binnen korte tijd zoveel veranderd in het politieke landschap dat ze in augustus vicevoorzitter werd van de partij en het inmiddels tot premier heeft geschopt. Het zou veel te kort door de bocht zijn om dit allemaal toe te schrijven aan een gunstig gesternte. Ze is zonder meer goed in haar vak, al moeten we nog afwachten of ze ook een goede premier zal blijken.

JACINDA ARDERN – Premier van Nieuw-Zeeland, 37 jaar

▶ In functie sinds oktober 2017
▶ Labour Party (centrum-links)
▶ De jongste premier van Nieuw-Zeeland sinds 1856

Beroepservaring:
2003 Vicevoorzitter van de jongerenafdeling van de Labour Party op 23-jarige leeftijd
2006 Politiek adviseur van de Britse premier Tony Blair in Londen
2008 Gekozen in het parlement van Nieuw-Zeeland Augustus 2017 lijsttrekker voor Labour bij de algemene verkiezingen in september van dat jaar

In de Britse politiek vertoont de leeftijd van de premier nogal wat schommelingen. De eerste man die zich premier mocht noemen, Robert Walpole, nam op zijn vierenveertigste zijn intrek in Downing Street. Tony Blair en David Cameron waren allebei drieënveertig. De victoriaanse tijd was de tijd van de Eerbiedwaardige Oude Mannen. Disraeli moest tot zijn drieënzestigste wachten voor hij premier werd, Palmerston bekleedde het ambt op zijn zeventigste en tegen de tijd dat Gladstone in 1892 aan zijn vierde termijn begon, was hij tweeëntachtig. Na de eeuwwisseling zijn er dertien premiers op rij geweest die allemaal ouder waren dan drieënvijftig.

Na de oorlog werd de radio meer en meer verdrongen door de televisie, en daarmee was de politiek niet langer alleen een kwestie van het oor, maar ook van het oog. De leiders werden jonger, zij het niet per se aantrekkelijker. Harold Wilson, die al op zijn éénendertigste minister was, werd nog altijd als een groentje beschouwd toen hij op zijn achtenveertigste premier werd. Wilsons uitstraling was jong en modern, net als later die van Blair. Hij was jonger dan Thatcher, die drieënvijftig was, maar Wilson was ouder dan John Major toen die in 1990 premier werd, en hetzelfde geldt voor Blair en Cameron. Tony Blair, Charles Kennedy en William Hague – die in 1977 al op zijn zestiende naam maakte op het Tory-congres – waren allemaal in dezelfde periode partijleider en ze waren stuk voor stuk het jongste kamerlid toen ze voor het eerst werden gekozen.

Door deze trend, dat politici steeds jonger worden, ontstaat er een merkwaardige poel van politici van ergens in de vijftig of zestig, die al op hun lauweren rusten. Tony Blair, David Cameron, David Miliband, Nick Clegg en George Osborne zijn allemaal alweer van het toneel verdwenen, al had de politiek er verstandiger aan gedaan hen niet zo vroeg met pensioen te sturen. Hetzelfde lot wacht ongetwijfeld Justin Trudeau in Canada en Macron in Frankrijk.

We zouden er goed aan doen, en niet alleen om bovenstaande reden, om deze jeugdcultus met enig voorbehoud te beschouwen. De voornaamste reden daartoe valt te lezen in Shakespeares As You Like It, waarin de zeven leeftijden van de mens aan de orde komen. We lezen dat de wereld van de politiek – ‘de rechter […] vol wijze spreuken en banale exemplen’ – de vijfde fase is, na het grienen en kwijlen, het jengelende schooljoch met zijn tas, de minnaar en de soldaat, en net voor de ‘schrale oude paai op muiltjes; bebrilde neus en buidel aan de zijde’* waarmee Shakespeare naar ik vermoed op het Hogerhuis doelt. Waar het Shakespeare om gaat is dat er veel wijsheid nodig is om een land te besturen en dat wijsheid vergaard dient te worden. Het komt niemand aanwaaien. Het is een kwestie van ervaring.

EMMANUEL MACRON – President van Frankrijk, 40 jaar

▶ In functie sinds mei 2017
▶ La République en Marche (LREM)
▶ Het jongste staatshoofd in de geschiedenis van de Vijfde Republiek

Beroepservaring:
2012 Presidentieel adviseur op 34-jarige leeftijd
2014 Minister van Economische Zaken
April 2016 Oprichting van de partij LREM
Mei 2017 Wint de presidentsverkiezingen

Tony Blairs politieke carrière maakt duidelijk hoe belangrijk ervaring is. 
In zijn memoires, A Journey, beschrijft Blair hoeveel hij pas in de praktijk heeft geleerd, toen hij al premier was. Het paradoxale, zo maakt het boek mooi duidelijk, is dat politici aan het begin van hun carrière het minst capabel zijn, terwijl ze dan politiek gezien vaak op hun hoogtepunt zijn. In Blairs beginjaren werden er binnen de gezondheidszorg en het onderwijs verschillende systemen ontmanteld, die in de latere jaren van Blair opnieuw moesten worden ingevoerd. Leraren, artsen en verpleegkundigen waren begrijpelijkerwijs erg gefrustreerd over dat schommelende beleid. Dit soort dingen valt te verwachten wanneer er mensen aan de macht komen die niet goed begrijpen hoe veranderingen zich voltrekken. En zodra de leider eenmaal heeft uitgevonden aan welke touwtjes hij moet trekken om effectief te kunnen besturen, is zijn of haar politieke positie dermate geërodeerd dat er nauwelijks nog iets valt te bewerkstelligen. Het moment waarop je goed wordt in politiek bedrijven, valt samen met het moment waarop iedereen een hekel aan je begint te krijgen.

De jeugdcultus is misschien niet per se belangrijker geworden, maar wel zichtbaarder, in de lange periode van vrede sinds de Tweede Wereldoorlog. Winston Churchill kwam op zijn vijfentwintigste in de kamer en Roy Jenkins op zijn achtentwintigste, maar beide mannen hadden daarvoor in het leger gediend, wat hun een zeker aanzien verleende dat mensen als Douglas Alexander of William Hague ontbeerden. De generatie politici die opgroeide in de schaduw van de oorlog bracht niet alleen de wijsheid mee die door die ervaring was opgedaan, maar deze politici werden ook met meer respect bejegend omdat ze als militair blijk hadden gegeven van hun vaderlandsliefde. In zekere zin werd die generatie eerder volwassen, door in de oorlog te hebben gediend.

LEO VARADKAR – Premier van Ierland, 38 jaar

▶ In functie sinds juni 2017
▶ Fine Gael (centrum-rechts)
▶ De jongste premier van Ierland.

Beroepservaring:
2003 Als 23-jarige gekozen in het bestuur van de provincie Fingal
2007 Gekozen tot afgevaardigde in het parlement
2014 Eerste benoeming op een ministerspost

De moderne democratische samenleving die bij uitstek ruimte biedt aan oudere mannen (en nog steeds in veel mindere mate aan oudere vrouwen) is de Verenigde Staten. Theodore Roosevelt is de jongste die president van Amerika is geworden. Dat was in 1901, op drieënveertigjarige leeftijd, maar dat was alleen omdat William McKinley was vermoord. Kennedy was drieënveertig, Bill Clinton en Ulysses S. Grant waren zesenveertig en Barack Obama was zevenenveertig. Ze hebben allemaal munt geslagen uit hun jeugdige imago, maar in vergelijking met andere landen waren ze eigenlijk al behoorlijk op leeftijd. De reden daarvoor is dat de minimumleeftijd voor leden van het congres is vastgelegd in artikel 1 van de Amerikaanse grondwet, waarin staat dat er geen mensen van onder de vijfentwintig zitting mogen nemen in het Huis van Afgevaardigden en geen mensen van onder de dertig in de Senaat. Als gevolg daarvan zullen Amerikanen met politieke ambities meestal eerst ervaring opdoen in hun eigen staat voordat ze zich aan de landelijke politiek wagen. Of ze doen eerst iets heel anders, wat nog beter is. In Engeland gelden niet van dergelijke grondwettelijke beperkingen, terwijl daar een leeftijdsbepaling – dat je niet voor je dertigste premier mag worden, om maar iets te noemen – zou kunnen helpen om een ander soort politici te kweken. Enige ervaring buiten de politiek, en dan nog wat tijd binnen de politiek om het vak onder de knie te krijgen, zou weleens een ideaal uitgangspunt kunnen zijn voor een politicus.

Trump en Corbyn

President Trump wekt de indruk van een oude politicus die het evengoed niet zo best doet, maar dat beeld klopt niet helemaal. Hoewel Trump al éénenzeventig is, heeft hij geen noemenswaardige ervaring in de politiek. Zijn onvermogen om dingen gedaan te krijgen, maakt eens te meer duidelijk dat bedrijfsleven en politiek twee totaal verschillende werelden zijn.

Er tekent zich een conclusie af: een lange carrière in de politiek, waarbij 
op jonge leeftijd wordt begonnen maar niet te vroeg wordt gepiekt, lijkt een ideaal uitgangspunt. Dat gold voor Winston Churchill wiens carrière vele valse starts kende, om het voorzichtig uit te drukken, tot aan zijn opmerkelijke laatste fase tijdens de Tweede Wereldoorlog. De jonge John F. Kennedy heeft de wereld, mede door zijn jeugdige impulsiviteit, tot aan de rand van een kernramp gebracht. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog waren drie politici – Ronald Reagan, Michail Gorbatsjov en Margaret Thatcher – in staat een uitweg te vinden uit een zeer gespannen situatie.

JUSTIN TRUDEAU – Premier van Canada, 46 jaar

▶ In functie sinds 4 november 2015
▶ Justin Trudeau is de oudste zoon van Pierre Elliott Trudeau, premier van Canada van 1968 tot ’79 en van 1980
tot ’84

Beroepservaring:
Oktober 2008 lid van het Canadese parlement voor de Liberal Party
2013 Leider van de Liberal Party

Wijsheid is van groot belang binnen de politiek en toch klinkt eeuwig en altijd de roep om jeugd. Het is waar dat politieke bewegingen zich moeten vernieuwen en dat de energie, de ideeën en de kracht van jonge mensen onontbeerlijk zijn. Een partij die geheel en al afhankelijk is van de conventionele wijsheid van ouderen is gedoemd te verstarren. Dat hebben we net gezien bij de Labour Party die, met vierhonderdduizend leden en nog altijd groeiende, binnen de Britse politiek van de afgelopen eeuw nog het dichtst in de buurt komt van een nieuwe partij. Het punt is natuurlijk dat een partij die op een dergelijke manier verjongt, een collectief geheugen ontbeert. Geen van de leden is zich ervan bewust, of vindt het van belang, dat Labour al eerder een poging tot nationalisatie heeft gedaan, en dat zoiets gewoonlijk slecht afloopt. Toen er nog eens op werd gewezen dat de leider van de Labour Party in de jaren zeventig van de vorige eeuw bevriend was met enkele zware terroristen had dat nauwelijks invloed op het electoraat, voor wie dat allemaal te ver in het verleden lag. Het is niet uitgesloten dat de cavalerie van de jeugd bij de volgende landelijke verkiezingen naar de overwinning wordt geleid door Jeremy Corbyn, die zelf al achtenzestig is, en die daarmee de oudste premier ooit zou worden.

Corbyn is geen wijze man die kan bogen op veel ervaring, ondanks zijn leeftijd. Hij heeft eerder een lange carrière achter de rug in de protestbeweging dan in de politiek. Corbyn heeft geen ministeriële kennis, ook niet indirect, en uit niets blijkt dat hij enig benul heeft hoe je een grote bureaucratie effectief kunt laten functioneren. Desondanks heeft hij gekozen voor een politieke modus operandi waarbij de centrale overheid een belangrijke rol wordt toegedicht. Een man die zich ideologisch verwant voelt met overheidscontrole terwijl hij geen enkele ervaring heeft als staatsman: het belooft weinig goeds. Corbyn is een oude man maar in politieke zin is hij nog altijd jong en naïef.

Hetzelfde kan worden gezegd van zijn partij, die geconfronteerd wordt met de principiële kwestie welke rol jeugd kan spelen binnen de politiek. Het gaat er niet alleen om hoe oud de politici zijn, maar ook om de vraag hoe oud de partij is. Mondiaal gezien heeft een politieke partij een levensverwachting van drieënveertig jaar. Na een derde eeuw hebben de kiezers behoefte aan iets nieuws. In Engeland, een land dat wordt gegijzeld door het eigen electorale systeem, is er sinds de oprichting van de Labour Party in 1906 geen levensvatbare politieke partij meer opgericht. De Conservative Party is, ook in zijn hedendaagse vorm, geworteld in de tijd van de Great Reform Act, die dateert van alweer een kleine twee eeuwen geleden. Deze twee opgebrande mastodonten hebben net bij de landelijke verkiezingen 83 procent van de stemmen binnen weten te halen, ondanks een breed gevoelde onvrede met beide partijen.

Macron heeft de perfecte combinatie gevonden van ervaring en een frisse uitstraling

Het waarlijk opmerkelijke aan Emmanuel Macrons En Marche! is niet de leeftijd van de partijleider. Opmerkelijk is vooral dat de partij zo nieuw is. Macron heeft de perfecte combinatie gevonden van ervaring en een frisse uitstraling. Zodoende kan zijn beweging zowel politiek als antipolitiek bedrijven. Zelf is Macron minister van Economische Zaken geweest in het kabinet van Hollande, en veel mensen binnen zijn team zijn gepokt en gemazeld in de politiek. Daarnaast is hij erin geslaagd capabele mensen uit andere bedrijfstakken aan te trekken, mensen zonder politieke ervaring. Dit vernieuwende aspect van En Marche! is van cruciaal belang voor het succes. En Marche! was jong en nieuw. Het was de geboorte van een nieuw soort politiek, in plaats van een herschikking van de bestaande politiek.

De Britse politiek maakt een afgeleefde indruk en daar kunnen de oudere kopstukken van Labour of van de Conservative Party niets tegen doen. Er is behoefte aan vers bloed en de gevestigde politieke partijen zijn aan vervanging toe.

Auteur: Philip Collins
Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

KADER: Nieuw-Zeeland, het bliksemsucces van Jacinda Ardern

‘Jacinda Ardern zet de politiek in Nieuw-Zeeland onder hoogspanning,’ voorzag de Amerikaanse financiële website Bloomberg in september vorig jaar, twee dagen voor de algemene verkiezingen, die Ardern aan de macht brachten. (Zij werd op 19 oktober benoemd tot premier, na een coalitieakkoord met de populistische partij First.)

De nu 37-jarige Ardern heeft dus een flitsende carrière in de poltiek gemaakt. Ze maakte haar parlementaire debuut in 2008 en was nog altijd een ‘eenvoudig’ parlementariër toen ze op 1 augustus 2017 werd aangewezen als lijsttrekker van de Labour Party, die in problemen verkeerde. De partij slaagde er onder haar leiding in zich in nauwelijks zeven weken uit de nesten te werken, vat Bloomberg samen.

‘Ze begreep de frustraties die het land in hun greep hielden, meent de Nieuw-Zeelandse website Stuff, die van deze frustraties een opsomming geeft: problemen met huisvesting, openbaar vervoer en groeiende ongelijkheid. Maar vooral, benadrukte de site, bleef Ardern hameren op de noodzaak van een generatiewisseling na negen jaar overheersing door de rechtse National Party. Bovendien wist ze zich bekwaam te verdedigen tegen beschuldigingen van seksisme die werden geuit na haar nominatie. De media in Nieuw-Zeeland spraken zelfs van een ‘Jacindamania’.

KADER: Opzij ouwe…!

In tegenstelling tot wat zij pretendeert, is de generatie van jonge politici niet vernieuwender of warser van oude politieke gebruiken dan de vorige, tekent de Vlaamse krant De Morgen aan. Wat haar wel onderscheidt, ‘nog afgezien van haar charme’, is veeleer ‘een zekere mate van meedogenloosheid’: tal van jonge politici gebruiken hun ellebogen ten koste van hun leiders, zoals Emmanuel Macron ten opzichte van François Hollande, of Matteo Renzi ten aanzien van Enrico Letta, destijds premier van Italië en partijleider.

De ‘verjonging’ is dus voornamelijk het verschijnsel van een tijd waarin ‘hiërarchische structuren worden verpulverd’ aldus de krant. ‘De jonge en ambitieuze individuen maken een snellere opgang. Maar ze tuimelen ook evensnel omlaag.’

‘De doorlooptijd van politieke leiders wordt korter’ – en dat betekent dat zij na afloop van hun mandaat iets anders zullen moeten gaan doen, concludeert De Morgen.

KADER: Justin Trudeau wordt een dagje ouder

Kort voor zijn aantreden, eind 2015, als premier van Canada schreef het Franstalige dagblad La Presse: ‘Het probleem voor Justin Trudeau is niet dat hij te jong zou zijn, maar dat heel wat mensen niet de indruk hebben dat hij voldoende gerijpt is.’ Vandaag de dag, op 46-jarige leeftijd, wordt de liberale premier met een heel ander probleem geconfronteerd. De krant The Globe and Mail merkt op dat de tijd vliegt en dat de leiders van de belangrijkste oppositiepartijen jonger zijn dan de premier – in feite nu ‘de oude man’ in de Canadese politiek. Het weekblad MacLean’s heeft ervoor gekozen om op een radicale manier de ‘volwassenheidscrisis’ van Trudeau te illustreren door hem in november vorig jaar op de voorpagina af te beelden met een begin van kaalheid – tevens een knipoog naar zijn vader, Pierre Elliott Trudeau, die zijn zoon voorging als regeringsleider.

KIM JUNG-UN – Opperste leider van Noord-Korea, 34-35 jaar

▶ In functie sinds 20 december 2011
▶ Voorzitter van de Arbeiderspartij van Noord-Korea
▶ Eerste staatshoofd van zijn land geboren na het ontstaan van Noord-Korea

Beroepservaring:
Voorzitter van het Centraal Militair Comité
Bevelhebber van het Volksleger
Lid van het presidium van het Politburo

Kim Jung-un zou volgens onbevestigde berichten een deel van zijn opleiding hebben gevolgd aan Zwitserse privéscholen

Dit artikel van Philip Collins verscheen eerder in The Times.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.