• Frankfurter Allgemeine Zeitung
  • Economie
  • 5. ‘Ik voelde me een uitgetreden sekteaanhanger’

5. ‘Ik voelde me een uitgetreden sekteaanhanger’

Frankfurter Allgemeine Zeitung | Frankfurt | Georg Meck | 30 oktober 2019

Werkdagen van 24 uur, een dutje aan het kantoorzwembad en weer verder. Auteur Alexander Schimmelbusch in een interview met FAZ over zijn wilde jaren als zakenbankier in Londen, zijn leven daarna én over populisme in Duitsland.

Meneer Schimmelbusch, moet je zakenbankier zijn geweest om een roman over zakenbankiers te kunnen schrijven?

Als een schrijver een personage uit een specifieke beroepswereld schept, is het in principe nuttig dat hij weet hoe het er daar toegaat. Ik zou nooit een boek schrijven over een traumachirurg, omdat ik geen benul heb van het werk op de spoedeisende hulp.

Hoe bent u zakenbankier geworden?

Ik was jong en had het geld nodig. Ik heb economie en germanistiek gestudeerd aan Georgetown University in Washington, in een tijd waarin de zakenbanken daar zeer agressief aan het werven waren. Mijn afstuderen in 1998 viel in een absolute bloeiperiode van de branche. Net als Afrikaanse rebellenlegers die kindsoldaten rekruteren, wierven zakenbanken destijds aan de betreffende universiteiten langs de oostkust. In die jaren trok de financiële sector meer dan de helft van de afgestudeerden aan, niet alleen van de faculteiten economie, maar van alle studierichtingen. Sommige mensen weten al vroeg wat het beroep van hun dromen is; ik had met mijn 22 jaar geen idee wat ik wilde doen. Ik kon in elk geval niets bedenken wat zonder meer tegen het zakenbankieren pleitte.

Het salaris was een argument vóór.

Absoluut, dat was heel goed. Dus heb ik ja gezegd, zonder daarmee een beslissing voor het leven te nemen. De meeste jonge zakenbankiers zijn tenslotte na twee jaar alweer vertrokken, al dan niet vrijwillig. En voordat ik er erg in had, zat ik in een van die glazen torens in Londen.

Bij welke bank bent u destijds in dienst getreden?

Bij Credit Suisse, dat toen nog Credit Suisse First Boston heette. Door de fusie met First Boston stond de bedrijfscultuur in het zakenbankieren daar destijds onder grote Amerikaanse invloed. De eerste twee jaar heb ik als een soort dystopisch werkkamp ervaren.

Die Walküre. – © Marco Borggreve
Die Walküre. – © Marco Borggreve

Was het echt zo zwaar?

Ik heb de eerste twee jaar de facto gewoond in die toren in Canary Wharf, dat nu een chic financieel district is, maar destijds nog een desolaat braakland was waar banktorens werden opgetrokken maar niemand wilde wonen. Ik had daarom een woning in Notting Hill gehuurd, maar daar ben ik in die jaren maar zelden geweest.

U sliep op kantoor?

In het bankgebouw was een wellnesscentrum dat dag en nacht open was.

Zoals in uw roman?

Precies. Je kon daar ’s nachts twee uur slapen op een ligstoel aan het zwembad om vervolgens weer achter je bureau te gaan zitten. Als jonge zakenbankiers aan een project werken met onrealistisch krappe deadlines dan moet het doel hoe dan ook worden bereikt. Bovendien is het een soort grondbeginsel om jonge medewerkers onder extreme druk te zetten, om er snel achter te komen wie van hen tegen een stootje kan.

Na enkele ernstige ziekte- en ook sterfgevallen onder stagiairs heeft iedereen het tegenwoordig over work-life balance, zelfs zakenbanken.

Dat zijn natuurlijk verschrikkelijke gebeurtenissen. Toch is het onnozel hoe de banken daarop hebben gereageerd. Als ze hun mensen nu bijvoorbeeld verplichten om van vrijdag middernacht tot zondagochtend vroeg weg te blijven van kantoor, dan werken de bankiers op zaterdag gewoon thuis als er op maandag een bijeenkomst voor een grote transactie gepland staat.

Waar precies was u werkzaam? Bij de gokkers op de handelsvloer, waar het er erg luidruchtig en ordinair aan toegaat?

Nee, ik heb altijd bij Mergers & Acquisitions (M&A) gewerkt, de afdeling die zich bezighoudt met fusies en overnames. Na 2008 werden zakenbankiers algemeen neergezet als amoreel gespuis, maar er zijn heel wat smaken in dat beroep. De M&A-bankiers hebben helemaal niets te maken met de financiële crisis. Bankiers op dat terrein zijn gespecialiseerde adviseurs van bedrijven. Geen van hen houdt zich bezig met wat voor fatale weddenschappen dan ook.

En er heerst een beschaafdere toon dan bij de handelaars?

Ja, want je moet je natuurlijk gedragen tegenover de klanten, meestal directies uit de industrie. Die directies hoeven zich op hun beurt niet te gedragen. In dat milieu heb ik als jongeman interessante karakterstudies kunnen doen.

Opperduitsland (Prometheus, 2019) van Alexander Schimmelbusch verhaalt over de investeringsbankier Victor. Uit verveling flanst hij een manifest in elkaar, een kritiek op het moderne kapitalisme.

Hoelang bent u werkzaam gebleven in het bankwezen?

Vijf lange jaren, tot me op mijn zeven- of achtentwintigste duidelijk werd wat ik echt wilde doen. Daarna heb ik me enige tijd een uitgetreden sekteaanhanger gevoeld.

U hebt voor de kunst en tegen de rijkdom gekozen?

Puur financiële motivatie voor een beroep is sowieso nooit heel effectief. Je kunt alleen iets uitzonderlijks presteren als je van je werk houdt. Dat is overigens een probleem voor veel zakenbankiers.

Omdat de bankiers geen tastbaar product hebben en het er altijd alleen maar om gaat om met geld nog meer geld te maken?

Voor een ingenieur in de auto-industrie is het eenvoudiger om zichzelf via het product te motiveren. Dieter Zetsche heeft bijvoorbeeld bij Mercedes als jongeman de leiding gehad over de ontwikkeling van de G-klasse. Veertig jaar later kan hij die auto’s nog altijd zien rijden en ze zullen hem zelfs overleven. Die concrete vreugde over je eigen werk is voor een zakenbankier moeilijker te bewerkstelligen. Daarom is er zo’n sterke drang om de branche te verlaten zodra de bankiers veertig zijn geworden en geen geld meer hoeven te verdienen.

Hoelang had u het nog moeten uithouden tot uw eerste miljoen?

Als jonge managing director verdiende je destijds meer dan een miljoen euro per jaar. Om dat te bereiken had ik misschien nog zes tot acht jaar nodig gehad, dan zou ik begin of halverwege de dertig zijn geweest. Dat is inmiddels veranderd. Tegenwoordig, zo hoor ik, zijn er aanzienlijk minder bankiers in Frankfurt die meer dan een miljoen euro per jaar verdienen.

Uw romanheld laat zich na een afspraak met de minister van Financiën meteen naar een seksmassage rijden en daarna drinkt hij voor 2500 euro wijn. Waargebeurde verhalen uit het alledaagse bankiersleven?

Dat is natuurlijk absoluut niet auto-biografisch en bankiers zijn in feite ook niet mijn thema. Ik heb een roman geschreven over populisme. De zakenbankier is geschikt als personage omdat hij een sterk populistische aanleg heeft. Bankiers krijgen opdrachten door hun klanten precies te vertellen wat ze heimelijk willen horen. Dat soort haast algoritmische acquisities zijn in mijn ogen populistische processen. Wie die gave heeft, kan die ook in de politiek doen gelden.

In dat milieu heb ik als jongeman interessante karakterstudies kunnen doen

Zakenbankiers zijn cynisch omdat ze de wensen van klanten honoreren, of die nu absurd zijn of niet?

Cynisch is een lastig begrip. Ik zou eerder zeggen dat de zakenbankier een open houding moet hebben, dat hij geen te sterke, ideologie-achtige overtuigingen mag hebben die het speelveld van bedrijven en opdrachten die hij kan binnenhalen, beperken.

De zakenbankier in uw boek stelt een links-populistisch programma op: particulier vermogen wordt vanaf 25 miljoen euro onteigend en de economie wordt gestuurd met een staatsfonds. Hoe ver naar links zet u uzelf neer?

Wat betekent links nou helemaal? Als het conservatief is om te pleiten voor een staat die tot handelen in staat is, dan ben ik conservatief. Bovendien maakt u een fout als u het politieke programma van een personage toeschrijft aan de schepper. In het geval van mijn boek kun je het programma niet eens toeschrijven aan het personage, omdat Victor in feite geen politieke overtuigingen heeft en puur analytisch en opportunistisch handelt.

De roman is een gedachte-experiment en gaat erover met welk programma een populistische beweging in de specifieke situatie van het verkiezingsjaar 2017 aan de macht had kunnen komen. En als je ziet dat in Duitsland een simpel opgezette populistische beweging met onaantrekkelijke vertegenwoordigers meer dan tien procent van de stemmen kon behalen, dan kun je wel bedenken wat het potentieel van een iets intelligenter populisme is.

Uw roman heeft de bestsellerlijsten gehaald. Is het schrijverschap tegenwoordig uw voornaamste bezigheid?

Ik heb ook een ander, bizar businessidee dat ik najaag, samen met twee investeerders die me in de schoot zijn geworpen. Mijn werk bestaat tegenwoordig echter vrijwel geheel uit schrijven. In de zomer begin ik aan mijn volgende roman en op dit moment werk ik aan het concept voor een serie voor de productiemaatschappij X-Filme.

Kun je als schrijver enigszins overleven op financieel gebied?

Zelden. Je moet veel geluk hebben. Mijn nieuwe boek verkoopt goed, momenteel wordt de licentie voor een pocketboek aan de man gebracht, er is een veiling voor de filmrechten en de theaterlicentie is naar Münchner Kammerspiele gegaan.

Daarvan kun je waarschijnlijk wel een gezin onderhouden…

Ik woon in Kreuzberg, mijn vrouw werkt natuurlijk ook. Het gaat allemaal heel goed.  

Auteur: Georg Meck

Frankfurter Allgemeine Zeitung
Duitsland | dagblad | oplage 382.000

Een van de belangrijkste kranten van Duitsland. Hoewel politiek onafhankelijk, wordt de FAZ over het algemeen een gematigd conservatief profiel toegedicht.

Dit artikel van Georg Meck verscheen eerder in Frankfurter Allgemeine Zeitung.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.