Neue Zürcher Zeitung
| Zürich | Tim Kalvelage | 06 maart 2026Dertig jaar geleden lag er ’s zomers dicht pakijs op de Noordpool. Nu het gebied relatief makkelijker bereikbaar is, wordt middels een expeditie geprobeerd de toekomst te voorspellen aan de hand van modder.
Op de ochtend van 2 september is het druk op de brug van de Noorse ijsbreker Kronprins Haakon. Wetenschappers en bemanningsleden volgen de gps-coördinaten van het schip op de monitoren. Nog één zeemijl te gaan. Met sneeuw bedekte ijsschotsen drijven langs de ramen. Dan laat kapitein Hallgeir Johansen de misthoorn klinken: we hebben de geografische Noordpool bereikt. Voor expeditieleider Jochen Knies van de Arctic University of Norway in Tromsø is het zijn tweede bezoek aan de Noordpool. In 1996 was de geoloog aan boord van het Zweedse onderzoeksschip Oden, dat zich toen nog door dicht pakijs een weg moest banen naar 90 graden noorderbreedte. Bijna dertig jaar later is het Arctische gebied ingrijpend veranderd, merkte Knies sinds het vertrek vanaf Spitsbergen twee weken eerder. In plaats van dikke zeeijsvelden treft de expeditie nu dunne schotsen en grote zones open water aan. De Kronprins Haakon vaart met elf knopen en bereikt de pool met teruggeschroefde motoren.