• HLO
  • Reader
  • Aan de vooravond van een Brave New World

Aan de vooravond van een Brave New World

HLO | 22 januari 2020

Wij zijn verzeild geraakt in een ‘Brave New World’ waarvan niemand de gevolgen kan overzien. De Roemeense auteur en stem van zijn generatie Mircea Cărtărescu maakt zich zorgen om van alles, maar ook om de intellectueel (hijzelf) die zich in de huidige wereld kwaad en gefrustreerd voelt, en dat komt niet voort uit een opgeblazen ego, maar uit een gevoel van onmacht. Een gepeperd college.

Denkt u dat wij, gezien de ontwikkelingen van de afgelopen dertig jaar, de huidige periode als een nieuw tijdperk, een keerpunt kunnen beschouwen? Wat zijn de belangrijkste kenmerken ervan?

‘Het antwoord op deze vraag hangt af van wie die “wij” zijn: wij de Roemenen, wij Oost-Europeanen, wij Europeanen, wij de mensheid?

Voor ons Roemenen zijn er twee doorslaggevende gebeurtenissen geweest die ons leven in de afgelopen dertig jaar wezenlijk hebben veranderd: de revolutie van 1989, die heeft geleid tot een verandering (al was die gedeeltelijk en geleidelijk) van het politieke stelsel, met de overgang van een totalitair regime naar een democratie, waardoor we burgerlijke vrijheden verworven: vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om te reizen, persvrijheid en vrije rechtspraak, de vrijheid om handel te drijven, enzovoort, en de toetreding tot de Europese Unie in 2007, een doorslaggevend moment voor de consolidatie van de democratie en de rechtsstaat. Gedurende die hele periode hebben de prodemocratische en pro-Europese partijen en burgerbewegingen strijd moeten leveren met een grote verstarde, retrograde, nationalistische en corrupte partij die het segment van de bevolking vertegenwoordigde dat terugverlangde naar de communistische tijd, zich niet kon aanpassen aan de toekomst en zich richtte op het soort paternalisme dat kenmerkend is voor autocratisch bestuurde landen aan de oostkant van Eurazië. Deze strijd wordt tot op de dag van vandaag gevoerd, terwijl de meerderheid van de burgers het Europese ideaal lijkt te hebben omarmd.

De overige landen van Oost-Europa lijken echter niet zo zeker te zijn van hun liberale en Europese keuzes. Integendeel, een nationalistische golf, die over het algemeen wordt voortgestuwd door radicaal rechts, heeft de staten die bekendstaan als de Visegrádgroep overspoeld: Tsjechië, Slowakije, Polen en Hongarije, die zijn afgegleden naar een nadrukkelijk illiberalisme, wat gepaard gaat met het inperken van de burgerlijke vrijheden door autoritaire regimes met een protectionistisch anti-immigratiebeleid. Deze landen bleken het kwetsbaarst voor de anti-Europese propaganda van Russische zijde, waarbij sommige, zoals Hongarije, bijna officiële bondgenoten van het bewind in Moskou zijn geworden. Het hedendaagse “Europa met twee snelheden” waarin opnieuw een IJzeren Gordijn tussen oost en west lijkt te zijn neergedaald, is eerder een uitvloeisel van deze illiberale staten dan een resultaat van westerse “arrogantie”, zoals zij aanvoeren. Deze voormalige “socialistische” staten hebben de grijze zone, waarin de politiek en economisch gezien wankele staten Oekraïne, Wit-Rusland en Moldavië hun hoofd boven water proberen te houden, tot in het hart van Europa geduwd.

De Europese Unie heeft de afgelopen tien jaar met zo veel problemen gekampt dat het een wonder is dat ze nog bestaat. Van de grexit tot de brexit, van de immigratiecrisis tot de gruwelen van het islamitisch terrorisme, de Russische propaganda, de afscheidingsbewegingen, de opkomst van het neonazisme, de Brusselse bureaucratie, de mentaliteitsverschillen tussen west en oost, en ten slotte tot de verbijsterende uitspraak van Donald Trump dat Europa de “economische rivaal” van de Verenigde Staten is, met de onvermijdelijke gevolgen van deze onverwachte antipathie – dit alles leek er, bijna onvermijdelijk, op uit te draaien dat dit politieke samenwerkingsverband uit elkaar zou vallen. Het feit dat het dit decennium heeft overleefd, is al een triomf op zich, en deze triomf dient te worden geconsolideerd. De “grenzeloze” ruimte van de EU zou op een gegeven moment het model dienen te worden voor een wereld zonder grenzen, verenigd, zoals we die allemaal graag zouden zien. Behoudens alle sociaal-politieke, economische en ideologische variabelen heeft de verzwakking van het Europese project een psychologische grondslag: de inwoners van verenigd Europa hebben nog niet echt het gevoel dat ze EU-burgers zijn, zoals ze zich wel burgers van hun eigen land voelen. Een Europees bewustzijn om tegenwicht te bieden aan plaatselijk tribalisme heeft zich nog niet ontwikkeld, en zolang dat niet gebeurt, kan er geen voldoende overdracht van soevereiniteit plaatsvinden om werkelijk te kunnen spreken van een unie en niet slechts van een confederatie van staten met soms onderling strijdige wetten, idealen en belangen.

Ten slotte ondergaat de wereld zulke overweldigende veranderingen dat het onmogelijk is om alle oorzaken en alle gevolgen daarvan op te sommen. Waar echter geen twijfel over bestaat, is dat zij in tweeën is gespleten, dat er een polarisatie bestaat tussen liberalisme en illiberalisme, tussen progressieve en reactionaire opvattingen, tussen radicalisme en verdraagzaamheid, zonder dat deze dualismen ondubbelzinnig op elkaar passen. De technologische revolutie van de afgelopen decennia heeft het aanzicht van de wereld veranderd met vooruitzichten die tot voor kort tot het domein van sciencefiction-auteurs leken te behoren: de algehele interconnectiviteit via het internet, de (social) media, het uitroeien van ziekten door genetische modificatie, het genereren van gratis en onuitputtelijke energie, het perfectioneren van kunstmatige intelligentie, het bezoeken van de planeten van ons zonnestelsel.

Ook de wetenschap lijkt op de drempel te staan van onthullingen die onze kijk op de wereld zullen veranderen. Vanuit een politiek oogpunt heeft de technologische revolutie bij de jonge generaties een “superdemocratisering” en een nieuwe golf militant idealisme tot stand gebracht die hebben geleid tot een radicalisering van de emancipatiestrijd van de jaren zestig en zeventig: feminisme, antiracisme, ecologisme, begrip voor de rechten van de LGBTQ-gemeenschappen, enzovoort. Een andere consequentie is de nooit eerder vertoonde dominantie van superbedrijven die actief zijn op het gebied van de nieuwe technologieën: Google, Microsoft, Apple, Amazon, enzovoort.

De positieve kanten van de recente technologische revolutie worden echter allemaal overschaduwd door aanzienlijke risico’s, want technologie is niet meer dan een werktuig dat voor goede of slechte doelen kan worden aangewend. Zo kan de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie ertoe leiden dat de bevolking op grote schaal in de gaten wordt gehouden en dat er een superintelligentie ontstaat die voorgoed de plaats zou kunnen innemen van de biologische mens zoals we die vandaag kennen.

Genetische modificatie kan eveneens sinistere gevolgen hebben. De sociale media kunnen besmet raken – en raken besmet – door fake news, deep fake news en zich automatisch vermenigvuldigende accounts die gebruikt kunnen worden om het democratische proces te ondermijnen. De ontwikkeling van de robotica zal ook leiden tot het verlies van miljoenen banen.

Het gevolg is dat, terwijl een deel van de wereld-bevolking zich verheugt op de lichtende toekomst die de nieuwe technologieën in het vooruitzicht stellen: ultiem gemak, non-stopentertainment, het opheffen van ongelijkheden tussen de mensen, totale en ogenblikkelijke communicatie, algehele globalisering, het andere deel zich enorme zorgen maakt over de toekomst en zich terugtrekt in de vesting van traditionele waarden die door de voortdurende revolutie worden bedreigd: gezin, religie, nationalisme.

Religieus fundamentalisme, autoritaire of zelfs dictatoriale regeringen, een afwijzing van de nieuwe wereld, die als immoreel en anarchistisch wordt gezien, zijn, althans voor een deel, het gevolg van een te snelle verandering van de wereld, waaraan een groot deel van de mensheid niet het hoofd kan bieden zonder een radicale en pijnlijke verandering van zijn manier van leven.

Deze kloof tussen toekomst en verleden, die ook in andere tijdperken aanwezig was, is nu zichtbaarder dan ooit. Hij is kenmerkend voor een wereld waarin we met verschillende snelheden leven. Op dit moment dominante politieke landen – de Verenigde Staten, China, Rusland, de theocratische landen – gaan op verschillende manieren met deze grote kloof om, door de technologie te manipuleren ten behoeve van hun eigen belangen. Ertussenin bestaan ook uitgestrekte “grijze gebieden” waar talloze eenheden actief zijn die niet aan een bepaald land zijn gebonden, zoals de hackers op het darkweb, terroristen met uiteenlopende ideologieën, enzovoort.

Wij zijn in feite verzeild geraakt in een “Brave New World” waarvan eigenlijk niemand goed weet hoe hij deze moet beheersen en waarvan niemand de gevolgen kan overzien. Er hangt een soort apocalyptische lucht boven het hele plaatje. Sommige stemmen hebben het er al over dat de menselijke soort binnen enkele decennia zou kunnen verdwijnen en wellicht zou kunnen worden vervangen door kunstmatige intelligentie of het eeuwige niets. Meer dan van een technologische of politieke crisis is er vandaag de dag sprake van een crisis van de mens en van het begin van een “postmenselijk” tijdperk.’

Hoe is de rol van de intellectuelen anders geworden in deze omstandigheden? Bestaat er een noodzaak voor nieuwe externe en interne strategieën?

‘Het is een open deur dat in de nieuwe wereld, die stoelt op onbeperkt entertainment, op het extreme veelvoud van opvattingen die naar voren worden gebracht en op een paradoxaal isolement van de sociale spelers (allemaal opgesloten in hun “socialmediabubbel”), de intellectueel van de klassieke soort zijn prestige, zichtbaarheid, relevantie, in één woord zijn macht, grotendeels is kwijtgeraakt.

Als “opiniemaker” heeft hij plaats moeten maken voor nieuwe mediavedetten als bloggers, vloggers, influencers, trendsetters, van wie sommigen miljoenen volgers hebben. Niet alleen de intellectueel als “hoeder van de vesting”, volgens de definitie van Émile Zola, verliest zijn invloed, maar allen die tot voor kort een zeker gezag genoten, gebaseerd op objectieve prestaties: de filosoof, de wetenschapper, de schrijver, de docent. Ieder van hen voelt zich gedwongen een positie te bepalen, zich aan de ene of de andere kant van de kloof te plaatsen, het etiket “progressief” of “conservatief” te aanvaarden, met andere woorden: een politiek spel mee te spelen dat hem meestal frustreert en hindert.

De hedendaagse intellectueel kan niet langer spreken in naam van algemeen-menselijke principes als vrijheid, waardigheid, performativiteit zonder verdacht over te komen bij beide diametraal tegengestelde ideologieën. In zekere zin beleeft hij opnieuw het drama van de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw, toen hij in een tussen fascisme en communisme geradicaliseerde wereld enorm onder druk werd gezet om zich te identificeren met een van de twee stromingen (die in de daaropvolgende decennia allebei even misdadig bleken te zijn). Hij beleeft opnieuw de officieel gesanctioneerde leugen, de grimmigheid van de morele oordelen, het stigmatiseren van iedere poging om de vrije gedachte hoog te houden.

Het is niet verbazingwekkend dat de intellectueel zich in de huidige wereld kwaad en gefrustreerd voelt, en dat komt niet voort uit een opgeblazen ego, maar uit een gevoel van onmacht. Hij wordt een Cassandra naar wie niemand luistert in een wereld die, zoals Shakespeare zei, “uit zijn voegen” is geraakt. Want de ware intellectueel is altijd een humanist geweest, iemand van het evenwicht en van de rede, een hoeder van de hoge cultuur en haar voorname tradities, en tegelijkertijd een arbiter van de vernieuwingen, de avant-gardes en van het “buiten de box”-denken. Het huidige tijdsgewricht neigt ertoe de moderne en postmoderne culturele orde te verpulveren en zelfs het begrip “intellectueel” radicaal te veranderen.’

Waar kan de eenentwintigste-eeuwse intellectueel nog op rekenen, vertrouwen en hopen?

‘Net als in de jaren dertig en veertig, toen een zeer kleine groep intellectuelen, denkers, schrijvers en kunstenaars hun onafhankelijke manier van denken wisten te bewaren, ver van de verleiding van de sirenenzang van extreem rechts en links, is het volgens mij vandaag de dag mogelijk dat de stemmen van de rede, die openstaan voor zowel het verleden als de toekomst, een gehoor blijven houden. Maar ze kunnen niet langer de pretentie hebben door alles en iedereen te worden gehoord. Alles wat gezegd of geschreven wordt, moet tegenwoordig concurreren met al het andere wat wordt gezegd of geschreven. In feite is er tegenwoordig maar één enkel geluid, dat waarschijnlijk vanaf Sirius te horen is: dat van de idolen die tegen elkaar worden opgezet door grotere of kleinere meutes en die elkaar aan stukken scheuren. We beleven vandaag de dag een godenschemering zoals Nietzsche zich niet eens voor de geest had durven te halen.

Ik weet niet waar intellectuelen nog hun hoop in stellen. Ik stel de mijne in de waarden waarin ik altijd heb geloofd: in de liefde voor mensen en in evenwichtig denken. Ondanks het postinternet-relativisme zijn noch de liefde, noch de menselijke waardigheid, noch het rechtvaardigheidsgevoel, noch de schoonheid van de aardbol verdwenen, net zomin als die in de periode tussen de bronstijd en het heden zijn verdwenen, ondanks de vier technisch-industriële revoluties die we sindsdien hebben doorstaan.

Alleen heeft vandaag de dag de exponentiële versnelling van de kennis en van het vermogen om je omgeving te manipuleren een gevoel van existentiële onpasselijkheid veroorzaakt, als een draaimolen die steeds sneller rondjes draait en waar je niet meer uit kunt stappen. Ik geloof in creativiteit, in het genie van sommige mensen, in de goedheid van anderen, in het recht van allen, ongeacht alles wat hen scheidt, om in gelijke mate deelgenoot te zijn aan de mensheid. Dit geloof volstaat voor mij om de kracht te vinden om door te gaan.’

Ons twijfelachtige vermogen om onze werkelijkheid onder controle te houden is steeds duidelijker en steeds dreigender geworden;

de vluchtelingencrisis blijft reacties van politieke verontwaardiging, achterdocht en segregatie oproepen, klimaatverandering is een rechtstreekse bedreiging voor de instandhouding van het leven op aarde. Zijn, onder deze ongewone omstandigheden, de kunstenaars in staat om de aard en de omvang van deze crisis te snappen en in taal te vatten?

‘Het probleem van de kunstenaar is dat zijn vrijheid de nek om wordt gedraaid door de geforceerde en buitensporige commercialisatie van de creatieve daad als gevolg van de superdemocratisering van de consumptie. Niet alleen de intellectuelen zijn woedend, maar ook de musici, de beeldend kunstenaars, de filmmakers, de acteurs, de fotografen en de schrijvers, die zien dat hun werk wordt vervalst en in een keurslijf wordt geperst, ontdaan van zijn functie van vehikel van (zelf)kennis en getransformeerd tot een slaapmiddel voor de consument.

De verdwijning van het historisch perspectief, van de kritische evaluatie, van de kunstzinnige vorming van jongeren is een ramp voor de kunsten, die verstrooid en verbrokkeld zijn geraakt, als vehikel worden gebruikt voor stompzinnige ideologieën en cynisch worden verkwanseld aan streamingbedrijven. Afgaande op het aantal kunstevenementen zouden we kunnen denken dat we in een tijdperk van ongekende bloei van alle kunsten leven. In werkelijkheid is de overweldigende meerderheid van de duizenden en tienduizenden films, liedjes of romans gewoon bagger, schadelijker voor het publiek dan wanneer ze helemaal niet zouden hebben bestaan.

Kunstwerken waarin een menselijke stem te horen valt, worden overstemd door alle andere en zijn daarom, net als de rest, binnen een seizoen vergeten. Er wordt veel gesproken over creativiteit op het internet, er is gezegd dat iedereen nu een kunstenaar kan zijn (het ideaal van bijna een eeuw geleden van de surrealisten), en dat is volkomen waar. Maar wanneer iedereen een kunstenaar is, is niemand een kunstenaar. Geen hiërarchie, geen catalogisering, geen mogelijkheid om in het geheugen gegrift te blijven kan zich doen gelden om ervoor te zorgen dat de kunst een stelsel blijft, niet een opeenhoping van “inhoud” waar we van alle kanten in verdrinken.

Je kunt geen echte kunst bedrijven met de box-office als enig evaluatiecriterium. Kunst is tegenwoordig te veel en te stompzinnig en te vercommercialiseerd om een kunstenaar zijn waardigheid en individualiteit te laten bewaren. Net als het geval is met het begrip “intellectueel”, dreigt ook het begrip “kunstenaar” aan aanmerkelijke wijzigingen onderhevig te zijn en te veranderen in iets onherkenbaars.’

Zijn er in de literatuur herkenbare trends die kenmerkend zijn voor het einde van het millennium en de jaren 2000?

‘De hedendaagse wereldliteratuur kent weinig nog levende grote schrijvers, en dat is niet verwonderlijk. Kritische receptie van een werk is er gewoon niet meer, nergens en op geen enkele manier. Het enige criterium dat geldt als het gaat om de zichtbaarheid van een auteur zijn de verkoopcijfers, net als bij films of muziek.

Dat is de reden waarom niet de expertise van de critici, maar de uitgeverijen en de literaire prijzen de belangrijkste instellingen zijn om het imago van een auteur vorm te geven. Wie publiceert je? Op welke manier word je ondersteund? Welke literaire prijzen heb je in de wacht gesleept? Dat zijn vragen die in de plaats zijn gekomen van de klassieke vragen: wat voor literatuur schrijf je? Wat zijn de stilistische kwaliteiten ervan? Tot welke literaire stroming behoort het? Tot welke generatie behoort de auteur? Voor een “normale” schrijver of schrijfster, voor wie het schrijven draait om de “condition humaine”, nakomelingen van Faulkner, Kafka, Virginia Woolf of Joyce, om nog maar te zwijgen van dichters of essayisten, is het steeds moeilijker om een plek te veroveren, hun literatuur komt vandaag de dag over als “elitair” en weinig toegankelijk. Dat heeft tot gevolg dat hun boeken, ondanks prijzen en lovende woorden van critici, niet verkopen (voor zover echte literatuur tenminste ooit heeft verkocht), en een kwijnend bestaan leiden.

Er bestaan nog kleine en middelgrote uitgeverijen die een drieduizend jaar oude traditie van geschreven literatuur in ere houden waar niemand meer om maalt. Aan de andere kant zijn er romans waarvan miljoenen exemplaren worden verkocht en die meteen zichtbaar zijn in alle boekwinkels: “populaire” fictie: “fantasy”, “crime novels”, romans voor kinderen, sentimentele romans.

Zeker, die hebben altijd bestaan, maar tegenwoordig hebben deze uitingen van “popular culture” zich bevrijd van de misprijzende blikken van vroeger en hebben ze de hele frontlinie van de literatuur in beslag genomen. Als weerloze insecten die agressieve insecten nadoen, worden mainstreamromans gedwongen tot mesalliances en hybridisering met stadsfolklore van dit gehalte om te kunnen over-leven. Als acteurs op de maatschappelijke bühne hebben de mainstreamschrijvers hun vroegere glans verloren en zijn ze niet langer vedettes van de
culturele wereld, noch opiniemakers.

Dat verklaart de staat van verwarring en depressie waarin ze verkeren. Het besef dat hij, als hij vandaag een kruising tussen De goddelijke komedie, Oorlog en vrede en Finnegans Wake zou publiceren, hij niet meer dan een handvol recensies zou hebben (waarin wordt overgeschreven wat op de achterflap staat) en zijn roman nooit in een of andere centraal gelegen boekwinkel te vinden zou zijn, maakt dat de hedendaagse schrijver overweegt er de brui aan te geven en er verder het zwijgen toe te doen.

Overigens schreef J.F. Lyotard al in 1979 dat over enkele decennia alleen het niets, de utopie en de stilte als thema’s voor een schrijver zouden overblijven. Uiteraard komen bij dat alles ook de buitensporige ideologisering, de cultuuroorlogen, de ontlezing in het mediatijdperk en veel andere verschijnselen die schadelijk zijn voor de hedendaagse literatuur en voor de schrijver als publieke persoonlijkheid.’

In veel landen lijkt het of de onafhankelijk gemotiveerde intelligentsia, die de democratie hoog in het vaandel heeft, in de val zit.

In talloze gevallen is het duidelijk dat er geen eenvoudige, alomvattende oplossingen zijn voor leden van deze gemeenschap die door de autoriteiten tot handelen worden gedwongen. Sommige regeringen hebben de vrije toegang tot informatie drastisch beknot en hebben de media gecentraliseerd, alleen zijn ze niet zo ver gegaan dat ze de vrijheid van menings-uiting helemaal hebben afgeschaft. Net als consequent verzet kent verantwoordelijk engagement ook serieuze problemen. Als al deze dilemma’s bestaan, welke oplossingen blijven er dan nog over?

‘Vrijheid van meningsuiting is, net als iedere andere vorm van vrijheid, niet iets om over te onderhandelen. De fameuze tegenstelling liberaal versus illiberaal met betrekking tot de manier waarop landen tegenwoordig worden geregeerd, draait precies daarom: in welke mate zijn individuele en openbare uitspraken vrij?

In de illiberale staten is het meeste wat wordt gezegd en geschreven (in het algemeen de pluraliteit van gezichtspunten) beknot zodat er nog maar één officiële zienswijze, de stem van de dictator of van de regeringspartij, te horen is. Iedere menselijke gemeenschap heeft al haar stemmen nodig. Pluralisme is een kenmerk van de democratie.

Voorbij deze evidente waarheden stuiten we echter op de paradoxen van de democratie, voor het oplossen of althans het managen waarvan wijsheid en oordeelkundigheid noodzakelijk zijn. Moeten echt alle uitingen vrij zijn? Zelfs als ze schadelijk zijn voor de gemeenschap? Gaan we uit hoofde van de vrijheid van meningsuiting ook haatzaaien toelaten? Gaan we neonazistische propaganda, negationisme, religieus fundamentalisme, kinderporno, het fanatisme van extreem-links tolereren?

Maar wie moet gaan beslissen wat er goed is voor een gemeenschap en wat niet? Ik denk niet dat er hier een uniek recept voor bestaat. Deze verschijnselen zijn allemaal een glijdende schaal. Iedere menselijke gemeenschap moet besluiten hoe ver te ver is. Persoonlijk, als schrijver en humanistisch intellectueel die de ervaring van de dictatuur heeft doorstaan, zal ik altijd de beknotting van het recht op vrije meningsuiting in landen met totalitaire of autoritaire regimes veroordelen.

Ik zal echter altijd tegen haatzaaien zijn, waar dat ook mag optreden. Democratische verdraagzaamheid moet niet verworden tot een voorwendsel om uitdrukking te geven aan haat, geweld, extremisme en intolerantie, racisme en seksisme. Iedere uitspraak die tegen de mensenrechten indruist, is voor mij iets verdachts en dwingt me om er met een kritisch oog naar te kijken. Meestal blijkt het dan het voortbrengsel van een bekrompen, kleingeestige en fanatieke geest te zijn, waar ik liever niets mee te maken heb.’

Koszta Gabriella

Koszta Gabriella is een Hongaarse actrice en vertaler. Ze heeft onder andere Mircea Cărtărescu’s *Orbitor*-triologie vertaald naar het Hongaars.

HLO
Hongarije | website | www.hlo.hu

HLO (Hungarian Literature Online) is een Engelstalige website over Hongaarse literatuur, opgericht in 2004 als onderdeel van de Hongaarse website Litera.

Dit artikel van verscheen eerder in HLO.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.