Polyamorie

Aan één partner niet genoeg

The Guardian

| Londen | 14 augustus 2015

Al toen ze 19 was, had Emer een vriendje én een vriendinnetje. Pas later leerde ze wat ze is: polyamoreus. Samen met haar vrienden getuigt ze over haar ervaringen.

Op de verjaardag van een vriend, vorig jaar zomer, kwam een man naast me zitten die vertelde dat hij had gehoord dat ik polyamoreus was en dat hij daar graag met me over wilde praten. Hij legde uit dat hij ook poly aangelegd was maar dat zijn partner daar nooit in zou meegaan: daarom bedroog hij haar.

Ik vroeg of hij had geprobeerd met haar een gesprek te voeren over het soort relatie dat hij eigenlijk wilde. Nee. Dat kon hij niet. Zijn partner was te traditioneel, te conservatief. Ik vroeg hoe hij het zou vinden als zij iets zou krijgen met een ander. Dat was een hypothetische kwestie – dat zou ze gewoon nooit doen. Lieve help. Polyamorie wordt meestal omschreven als ethisch verantwoorde non-monogamie – dat wil zeggen, non-monogamie met medeweten en toestemming van alle betrokkenen. Maar dat kun je op oneindig veel manieren interpreteren. Welke ethiek? Voor welke handelingen is toestemming nodig? Wat willen of moeten we precies weten?

Interessante vraag

Het is niet altijd eenvoudig om te zeggen wat polyamorie nu precies is, maar wel wat polyamorie niet is. Polyamorie is geen overspel. Het is geen bedrog. Het is geen minachting van de afspraken die je hebt gemaakt met degenen van wie je houdt. En het is zeker niet de bedoeling dat je de monogamisten in de hoek zet van mensen die alleen maar klakkeloos de traditie volgen of emotioneel minder ontwikkeld zijn dan jij. Ondanks de ongelukkige poging van die bovengenoemde man om polyamorie te gebruiken als excuus voor de slechte behandeling van zijn vriendin, wierp dat gesprek wel een interessante vraag op. Zijn sommige mensen ‘polyamoreus aangelegd’ terwijl anderen fundamenteel monogaam zijn? Is polyamorie een identiteit of alleen gedrag?


Als hoogopgeleide die te veel Judith Butler heeft gelezen [Amerikaanse filosofe en feministe, auteur van verschillende boeken over gender], neig ik ertoe om gedrag en identiteit in één adem te noemen. Volgens mij wordt ons gedrag in de loop van de tijd onze identiteit. Er is niet zoiets als ‘diep vanbinnen’, er is niet zoiets als ‘aanleg’: als je voortdurend onaardig doet, ben je onaardig, als je aardig doet, ben je aardig.


Volgens deze theorie over identiteit heeft iedereen de mogelijkheid in zich om monogaam of polyamoreus te zijn. Maar gegeven het feit dat monogamie sociaal geaccepteerd is terwijl er veel argwaan en afkeuring bestaat omtrent polyamorie, is het interessant dat er überhaupt nog iemand poly is of zich zo gedraagt. Wellicht heeft polyamorie net als seksuele voorkeur een genetische component. In ieder geval voelen sommige mensen zich meer aangetrokken tot polyamorie dan anderen, of het nu door levenservaring, biologische aanleg of beide is. Het begin van mijn amoureuze leven werd gekenmerkt door seriële monogamie, zoals bij zovelen. Op mijn negentiende had ik al vier ‘serieuze’ relaties achter de rug, van tussen de zes en achttien maanden, en telkens weer was ik er heilig van overtuigd de enige ware liefde gevonden te hebben.


In die tijd beleefde ik echter ook een polyperiode. Ik had er geen woord voor, maar een tijdje had ik iets met twee mensen die dat van elkaar wisten en die er vrede mee leken te hebben. ‘Emer heeft een vriendje en een vriendinnetje!’ plaagden mijn vrienden me, opmerkelijk relaxed over mijn zonderlinge polyamorie in een Iers stadje waar de meeste mensen onmiddellijk zouden zeggen dat de duivel uit me gedreven moest worden. Terugkijkend zou ik willen dat ik er wel een woord voor had gehad. En wat literatuur erover, een exemplaar van What Does Polyamory Look Like? of een internetstrip over polyamorie zoals Kimchi Cuddles. Ik beschikte niet over de middelen om er op een liefdevolle, respectvolle manier over te praten en me ook op die manier te gedragen, om polyamorie recht te doen. Niet gek dat ik er een zootje van maakte. Net zoals bij een monogame relatie moet er aan een polyrelatie gewerkt worden. Maar misschien anders dan bij monogamie is het handig om wat theoretische informatie te hebben. Je kan niet gewoon de patronen volgen die je om je heen ziet.

Dat werpt nog een andere vraag op: waarom komt polyamorie steeds vaker voor? Als er zoveel over gepraat moet worden en als je dan iets bereikt hebt wat werkt voor jou en je geliefden maar wat voortdurend wordt veroordeeld door de buitenwereld, waarom zou je er dan in vredesnaam aan beginnen?


Ik probeer niemand te bekeren. En ik weet dat wanneer ik het heb over de potentiële voordelen van polyamorie, dat vaak wordt opgevat als een aanval op monogamie: alsof de uitspraak ‘Polyamoreuze mensen doen hun uiterste best om de negatieve emotie jaloezie uit te schakelen’ eigenlijk betekent ‘alle monogame mensen zijn jaloerse klootzakken’.


Toch is een voor de hand liggend antwoord op de vraag ‘Waarom polyamorie?’ dat het voordelen biedt die monogamie niet heeft (net zoals monogamie voordelen biedt die polyamorie niet heeft). Het werken aan onvoorwaardelijke eerlijkheid en aan je emoties stimuleert de ontwikkeling van je zelfkennis, zelfvertrouwen en compassie. Ik zeg niet dat een dergelijke intimiteit niet in een monogame relatie bereikt kan worden, alleen dat veel polymensen vinden dat de nadruk op een eerlijke en open emotionele communicatie duidelijk verschilt van hun eerdere ervaringen.

Polygezin

Je kunt de vraag ‘Waarom polyamorie?’ ook beantwoorden door niet zozeer te kijken naar de individuele keuzen maar naar bredere sociale structuren. Als je de Marxistische lijn volgt dat het kerngezin een voorwaarde is voor het kapitalisme, omdat het principe van toenemend privébezit alleen standhoudt als rijkdom erfelijk is, dan is het interessant dat we leven in een tijd waarin het gezin in snel tempo steeds meer verschillende samenstellingen kent: het stiefgezin, het homogezin, het eenoudergezin, en – hoewel minder algemeen dan de voorafgaande, maar wel in opkomst – het polygezin. Misschien zijn die niet zozeer het gevolg van individuele keuzes, als wel een teken dat de economische fundamenten van onze maatschappij in beweging zijn. Misschien bevinden we ons in (of naderen we) de nadagen van het kapitalisme en is polyamorie een van de tekenen daarvan.


Genoeg gefilosofeerd! Na de korte, on-bedoelde polyperiode in mijn tienerjaren volgde weer een tijd van seriële monogamie, waarbij ik van iedere relatie weer probeerde dé relatie te maken, met alle opwindende, euforische hoogtepunten en de huilerige, intens treurige dieptepunten van dien. Vaak was er jaloezie – van mij en van anderen – in het spel. Ook ben ik twee keer aan een relatie begonnen waarbij me aan het begin werd gevraagd monogaam te zijn. Liever had ik een open relatie gehad, maar dat was niet bespreekbaar. Telkens gaf ik toe aan de behoeften van mijn partners omdat ik om hen gaf, en omdat ik me er schuldig over voelde dat ik überhaupt iets anders wilde.

Waarom komt polyamorie steeds vaker voor?

Tegen het einde van mijn verblijf in Londen, vlak na een rampzalig nare scheiding, besloot ik zo lang mogelijk vrijgezel te blijven. Ik had wel iets met een paar geweldige mensen, maar mijn emotionele behoeften werden niet vervuld. Gelukkig verhuisde ik toen naar Montreal in Canada: een stad waar het barstte van de zonderlinge, polyamoreuze, anarchistische yoga-veganisten. Montreal bood me allerlei voorbeelden van polyrelaties: relaties die werkten, niet werkten en waaraan werd gewerkt. Misschien zit ik op een roze wolk maar mijn liefdesleven is nu fantastisch. Ik ga nu voor het eerst samenwonen, iets wat ik nog nooit serieus heb overwogen. Sterker nog, ik kon deze relatie opbouwen 
zonder een andere belangrijke relatie te hoeven beëindigen. In plaats van 
dat ik het gevoel heb dat ik word ingeperkt door een aantal regels, heimelijk verlangend naar stiekeme dingen, voel ik me nu alsof we samen de regels opstellen. Maar dat geldt alleen voor mij en ik ben maar één iemand. Omdat er net zoveel vormen van polyamorie bestaan als er polyamoreuze mensen zijn, heb ik vier vrienden gevraagd of ze me ook hun verhaal willen vertellen.

Ik verhuisde naar Montreal, een stad waar het barst van de zonderlinge, polyamoreuze, anarchistische yoga-veganisten

1. De monogaamachtigen

Layla en haar man Dylan leerden elkaar kennen op de universiteit. Ze zijn nu vijftien jaar samen waarvan twaalf jaar getrouwd. Ze hebben een kind. Ze zijn nog steeds dol op elkaar. ‘In het begin van onze relatie kwamen we er samen achter dat we weliswaar de rest van ons leven bij elkaar wilden blijven, maar dat trouw voor ons niet zo belangrijk was,’ vertelt Layla. Layla had ieder vriendje voor Dylan bedrogen. Ze was bang dat als ze dat weer deed, ze haar relatie met Dylan zou verknallen.

Dylan had maar één serieuze relatie gehad voor Layla en hij had het gevoel, deels omdat hij homo is, dat hij belangrijke ervaringen in het leven zou missen. Dus werden ze monogaamachtig. In die vijftien jaar samen heeft Dylan twee keer seksueel geëxperimenteerd, terwijl Layla ontdekte dat ze minder behoefte aan andere relaties had, nu ze wist dat ze die erbij mocht hebben. Ze heeft twee liefdesrelaties gehad – niet echt als minnaars, maar het was meer dan alleen vriendschap. Layla en Dylan praten er altijd met elkaar over wanneer ze gevoelens hebben voor een ander en ze gaan niet verder met een flirt als de ander het niet goedvindt. ‘We zijn redelijke volwassenen,’ zegt Layla, ‘en dit werkt voor ons.’ Ze vertellen niet aan veel mensen dat ze polyamoreus zijn, want ze zijn bang voor kritiek van anderen en zelfs voor consequenties voor hun carrière.

2. De single-achtigen

‘Ik ben altijd verliefd geweest op anderen,’ vertelt Sage. ‘Vroeger voelde ik me daar schuldig over.’ Nu niet meer. In haar eerste relaties was Sage degene die werd bedrogen. Dat was pijnlijk, maar tegelijk dacht ze verstandelijk: ‘Waarom zorgen we niet dat het oké is om zoiets te doen?’ Geleidelijk werd ze polyamoreus; in het begin noemde ze het niet zo, maar ze voelde zich steeds meer tevreden in relaties waarin ze toch onafhankelijk kon liefhebben. Ik ken bijna geen vrouwen die het net zo druk hebben als Sage. Als ze geen gratis workshops geeft over stadstuinieren, organiseert ze wel feministische 
protestacties of repeteert ze met haar band. In vorige relaties zorgde dat voor problemen, en logischerwijs voelt ze zich aangetrokken tot partners die haar de tijd en de ruimte gunnen die ze nodig heeft om zichzelf te kunnen zijn. Veel polymensen hebben een primaire relatie en secondaire relaties, maar een dergelijke hiërarchie is niets voor Sage. Ze heeft twee partners en veel heel goede vrienden. Polyamorie is niet altijd makkelijk geweest voor Sage. Er was een periode dat ze met problemen te kampen had en haar twee partners haar niet de steun konden geven die ze nodig had. ‘Wanneer het psychisch niet goed met me gaat, kan polyamorie extra stress opleveren,’ vertelt ze. Polyamorie vraagt extra inspanningen en soms je heb je daar de emotionele energie niet voor. ‘Maar,’ zo peinst ze hardop, ‘een monogame relatie is ook makkelijker vol te houden als je heel stabiel bent.’

Polyamorie is geen overspel. Het is geen bedrog

3. Het polyamoreuze gezin

Altijd als Yuli over haar partner praat, verschijnt er een dromerige glimlach op haar gezicht. Ze is moeder van drie kleine kinderen. Nog maar een jaar geleden is ze van haar ex gescheiden, hoewel het al een tijdje niet best ging. Haar nieuwe relatie heeft haar niet alleen een nieuwe liefde gegeven, maar ook een polyamoreus gezin. Ze is verliefd op Helen, die een stabiele, gelukkige en langdurige primaire relatie heeft. De primaire partner van Helen, Sam, heeft ook een secondaire partner, Bea. Als gescheiden ouder met een fulltime baan kan Yuli de extra volwassenen in haar leven wel gebruiken.

Ze vertelt dat ze een keer had geprobeerd voor het uitgebreide gezin een brunch te organiseren, maar ze was doodop na een lastige nacht met haar kinderen. Helen, Sam en Bea kwamen binnen en zeiden dat ze moest gaan zitten. Ze maakten het klaar, zetten alles op tafel, ruimden daarna alles weer op en namen de kinderen mee naar het park. Yuli voelt zich gesteund als moeder, geliefde en vriendin, en ze ziet Helen en Sam als voorbeeld van hoe goed een polygezin kan functioneren. ‘Ik bewonder Helen en Sams relatie, zonder dat ik voor mezelf zoiets zou willen. En het is fijn om te merken dat ik oprecht om de partner van mijn partner geef.’ In het verleden heeft ze ook wel non-monogame relaties gehad, maar dit is Yuli’s eerste echte polyamoreuze ervaring en ze voelt zich gelukkig, dankbaar en is echt verliefd.

De tijd dat we bij liefde en seks alleen aan mannetje-vrouwtje denken is voorbij

4. De boemerang

‘Polyamorie is heel belangrijk voor me,’ vertelt Claire. Vanaf haar twintigste heeft ze al polyrelaties, afgewisseld met korte monogame periodes. Haar relatie met Fred, haar primaire partner, heeft de afgelopen vijftien jaar allerlei vormen gekend. Toen ze elkaar leerden kennen, maakte Fred Claire duidelijk dat hij geen polyrelatie wilde: het was monogamie of niets. Die relatie duurde vier jaar. ‘Ik was strikt monogaam,’ zegt Claire, ‘maar kon mezelf toch niet in het keurslijf wurmen dat strak genoeg was voor hem om zich zeker te voelen. Dus maakte ik het uit, hoe pijnlijk ik dat ook vond. Daarna zagen we elkaar jaren niet meer en werden we allebei volwassener. Ik was altijd van hem blijven houden en toen we elkaar weer tegenkwamen was de passie nog steeds even heftig. Maar dit keer stelde ik het ultimatum: poly of niks.’ Claire wist dat ze zich anders 
uiteindelijk toch tekort gedaan zou voelen.

‘Bovendien is er nog het hogere principe dat mijn lichaam van mij is.’ Als lesbienne wil ze haar seksualiteit geen beperkingen opleggen. Als ‘kinkster’ wil ze naar ‘play-party’s’ blijven gaan en deel blijven uitmaken van die gemeenschap. Als iemand die ook wel eens in de seksindustrie heeft gewerkt, wil ze dat werk als mogelijkheid openhouden. Kortom, ze vindt dat zij de enige is die beslist wat ze met haar lichaam doet. Toen hun relatie zich verdiepte, keerden ook Freds onzekere gevoelens in alle hevigheid terug. 
Hoewel ze zielsveel van elkaar houden, weten Claire en Fred niet zeker of ze hun verschillende behoeften met elkaar kunnen verzoenen. Maar ze doen hun best. We wensen hun daarbij veel succes. Want daar gaat het bij polyamorie om: de zoektocht naar een werkzame manier om elkaar lief te hebben.

Emer O’Toole

Sommige namen zijn veranderd

Vloeibare seksualiteit

Je seksuele voorkeur is geen vaststaand feit, seksualiteit kan ‘fluïde’ zijn. Dat stelt de Amerikaanse psychologe Lisa Diamond in een interview met het blad New Scientist. Diamond, verbonden aan de Universiteit van Utah, is auteur van het boek Sexual Fluidity: Understanding Women’s Love and Desire. Ze ontkent niet dat mensen met een bepaalde seksuele oriëntatie worden geboren, maar daarnaast kunnen we volgens haar flexibel zijn. ‘Er zijn homoseksuelen die heel erg gay zijn, en er zijn homoseksuelen voor wie het allemaal minder eenduidig is. Hetzelfde geldt voor heteroseksuelen. Dat betekent dat mensen zich soms aangetrokken voelen tot personen buiten de groep waar hun primaire voorkeur ligt.’

Recent verschenen
TIJDELIJKE AANBIEDING
Drie maanden onbeperkt digitaal toegang tot 360 voor maar € 15
bo pc
Drie maanden onbeperkt digitaal toegang tot 360 voor maar € 15! Ja, ik steun 360