• Batenka
  • Politiek
  • Ada. Koningin van de hel

Ada. Koningin van de hel

Batenka | Joelia Doedkina | 10 oktober 2019

Sinds journalisten schreven dat Ada Magomedbegova was ‘gevlucht van haar familie’, wordt ze achtervolgd en bedreigd. Op social media wordt ze overspoeld met beloftes om haar ‘met z’n allen te neuken en in stukken te hakken’. Mensen uit Dagestan, waar ze vandaan komt, lanceerden een haatcampagne. Een verhaal over de vrijheid om je eigen leven vorm te geven, zonder bemoeienis van anderen.

‘Do you like sperm?’

Een meisje op een rode bank kijkt verlegen. Ze zit met haar handen gekruist over haar borsten en met de benen over elkaar, gehuld in een trui en een korte jas. Ze glimlacht onbegrijpend en kijkt naar de vertaalster, alsof ze vraag: ‘Watte? Watte?’

‘Hou je van sperma?’ herhaalt de tolk.

‘Nee,’ antwoordt het meisje en ze giechelt verlegen.

‘Waarom?’

‘Nou ja, ik heb het eigenlijk nooit geprobeerd.’

Ada Magomedbegova heeft zwart haar, lichtblauwe ogen en een geweldig lichaam. Ze woont in Sint-Petersburg en werkt als croupier in een casino. Het is 2010. Een wet die goktenten verbiedt, is net aangenomen. Het ene na het andere casino sluit zijn deuren, maar sommigen blijven open. Ada is 24, in haar leven waren tot dusver maar een paar korte romances en een lange relatie, maar die zijn al voorbij – het lukte niet. Kortgeleden zag Ada een advertentie in de krant: ‘Jongens en meiden van 18 jaar en ouder gezocht voor opnames met een erotisch karakter.’ Ze belde en nu zit ze tegenover Pierre Woodman, de Franse koning van de pornografie. Ada had nog nooit van hem gehoord. Ze draait zich naar de tolk en glimlacht ongemakkelijk: ‘Hij maakt me verlegen.’

Woodman draait al drie jaar de serie Casting X. In feite is dit gewone pornocasting die wordt opgenomen en daarna het internet op gaat. De meisjes komen aan de lopende band: ze zijn verlegen, ze giechelen… Woodman heeft dit al tientallen keren gezien, dus hij gaat gewoon door. Ada heeft nog geen anale seks gehad, ze is nog nooit vastgebonden. Dus Woodman weet dat hij de volgende vraag net zo goed kan overslaan. Maar voor de zekerheid stelt hij hem toch: ‘Heb je ooit gekke dingen gedaan?’

Ada lacht opnieuw en doet een hand voor haar gezicht: ‘Dit is gênant natuurlijk, maar ik had ooit eens een rare vent die het fijn vond als ik met mijn kont op zijn gezicht ging zitten.’

Woodman zit hier niets bijzonders in. Hij zegt: ‘Ja, veel mensen vinden dat fijn.’ Volgende vraag: ‘Masturbeer je?’

‘Nee…’

‘Kan je je lichaam laten zien?’

‘Nu meteen of wat?’

Tijdens de casting herhaalt Ada een paar keer dat ze altijd al model wilde worden. Als haar gevraagd wordt of ze weet waarvoor ze is gekomen, zegt ze: ja, om te spelen in erotische video’s. Het woord ‘porno’ probeert ze niet uit te spreken. Ze zegt dat dit niet haar droom was, seks voor de camera. Voordat ze naar de casting kwam, zeiden ze haar dat dit voor een buitenlands publiek was en dat haar landgenoten niets te weten zullen komen. Maar ze wist vanaf het eerste begin: dit geheim komt aan het licht. Als er iets op internet verschijnt, is er geen weg meer terug. En als ze de casting zouden zien in Dagestan, waar ze vandaan komt, zouden ze haar niet met rust laten. En toch besloot ze het te doen: het was zo interessant om te proberen. En hoe zij haar geld verdient, gaat anderen toch niets aan?

Het ging allemaal vele malen sneller dan ze had gedacht. Al een week na die ene casting begon ze berichten te krijgen van bekenden, familieleden of van mensen die ze helemaal niet kende. Op alle social media werd ze dood gewenst, beledigd, ze werd gebeld en moest van telefoonnummer veranderen. Ze vond het eng en gênant om in meer video’s te spelen en ze probeerde zich bezig te houden met andere dingen: zaken, reizen. Maar drie jaar later verscheen ze opnieuw bij de casting van Woodman, ditmaal in Boedapest. Gebruind en zelfverzekerd: je herkende haar niet meer terug. Inmiddels sprak ze goed Engels en had ze geen hulp meer nodig van een tolk.

‘Ik ben zo blij dat je terug bent!’ zei Woodman.

‘Ik ben ook blij.’

‘Dus je hebt besloten om in deze industrie te blijven werken. Waarom? Wil je een pornoster zijn?’

‘Ja. Ik wil een grote pornoster zijn,’ zegt Ada. Of beter: Kira Queen. Vanaf nu zal ze zo worden genoemd.

Ezelhuid

Vandaag de dag is Kira Queen een ster in de Europese porno. Ze heeft meer dan zestig films op haar conto. Ze houdt van haar werk, ze heeft veel fans. Voor hen heeft ze een kanaal geopend in de chat-app Telegram, waarop ze vertelt over haar leven. Ze schaamt zich nergens meer voor en schrijft openlijk dat ze masturbeert. Of ze schrijft over haar eerste scène met een Afro-Amerikaanse pornoacteur. Ze is al twaalf jaar niet meer in Dagestan geweest, maar haar voormalige landgenoten laten haar niet met rust. Ze sturen nog altijd bedreigingen, sommigen kwamen zelfs naar Boedapest om haar te achtervolgen, een paar keer probeerden ze haar aan te vallen. Ada Magomedbegova begrijpt niet wat andere mensen met haar carrière te maken hebben, ze wil gewoon rustig leven. De situatie is zo ernstig geworden dat de actrice politiek asiel heeft aangevraagd in een Europees land, ze wacht nu op de beslissing. Vroeger gaf ze geen interviews, maar nu heeft ze eindelijk besloten om met de pers te praten. Nadat ze werd achtervolgd door een figuur met een mes, begreep ze dat haar leven gevaar liep. Mocht haar iets overkomen, dan zal men zich nu tenminste haar verhaal herinneren.

Dat meisje in de korte jas op de rode bank, dat zo verlegen giechelde, had dit waarschijnlijk niet gekund. Maar de Kira Queen van nu houdt te veel van haar vrijheid. Reizen, opnames, het mooie leven: ze wil niet dat dit haar wordt afgenomen en ze is bereid om tot het bittere eind te gaan, bedreigingen of niet. ‘In Dagestan hebben we de uitdrukking “ezelhuid”,’ zegt Ada Magomedbegova. ‘Dat zeggen ze als iemand er maling aan heeft wat anderen over hem zeggen. Zo iemand gaat gewoon door. Vroeger was ik een verlegen en beschaamd meisje, maar daarna ben ik noodgedwongen veranderd. Ik heb een ezelhuid gekregen.’

De acteurs zijn allemaal heel mooi. Zoiets heeft Ada nog nooit gezien

Het is 2001. Ada is vijftien jaar, ze is op bezoek bij haar tante. Als ‘volwassene’ slaapt ze in een aparte kamer, met een televisie. Die mag ze ’s nachts, als de oudere mensen zijn gaan slapen, niet aanzetten. Maar Ada en haar nichtje zijn ongehoorzame pubermeiden. In de duisternis zappen ze met gedempt geluid langs de kanalen. Op de commerciële zender REN-TV vinden ze een film die hun aandacht trekt. In die film gaan twee bevriende stellen op expeditie. De acteurs zijn allemaal heel mooi. Zoiets heeft Ada nog nooit gezien. De personages zitten bij het kampvuur, ergens tussen de bergen en de bossen. Een plaatselijke wijze man vertelt ze een legende: lang geleden, vele duizenden jaren terug, verloor een prachtige godin precies op deze plaats een magisch kettinkje. Iedereen die het omdoet, wordt meteen zo aantrekkelijk dat niemand zich nog kan beheersen.

Even later, tijdens opgravingen, vinden de hoofdrolspelers dit medaillon. Om de beurt doen ze hem om. Ze verplaatsen zich naar allerlei landen en tijdperken: het Oude Egypte, het Koninkrijk Engeland, het Wilde Westen. Een hele hoop decoraties met alle mensen in historische kostuums: hoeden, tunieken, donzige jurken. In een decor van Pyramides of cactussen ontmoeten de hoofdpersonen priesters of cowboys en dankzij het kettinkje wil iedereen seks met elkaar, wat uitdraait op een fantastische orgie.

Dit is welbeschouwd een typisch verhaal voor een erotische film op REN-TV begin 2000. Iedere Rus herinnert zich waarschijnlijk wel wat er op die zender gebeurde na zonsondergang. En iedereen heeft tenminste wel een keer het geluid zachter gezet, de afstandsbediening weggelegd en gekeken naar de naakte cowboys, loodgieters, elektriciens of rondborstige vrouwen bij het zwembad. Toen Ada dit voor het eerst zag, was ze gecharmeerd. De film die ze keek was niet zozeer pornografisch, eerder erotisch: er zijn niet zo heel veel geslachtsdelen te zien. Maar de personages raken elkaar aan, ze zijn emotioneel, ze hebben geen remmingen of gêne. Ze droomde ervan om ook zo te zijn: dapper, mooi en sexy. Ze was allang puber, ze wilde aandacht, lichamelijk contact, of op z’n minst een flirt. Alleen is in het echte leven zelfs praten met jongens ongebruikelijk. Wat zouden de mensen daar wel niet van zeggen?

Hysterie met doeken en jurken

Ada groeide op in een klein dorpje. Geen bioscoop, geen winkels: er was alleen een markt, waar de plaatselijke bevolking niets kocht omdat ze geen geld hadden. Naar Machatsjkala, de hoofdstad van Dagestan, was het ongeveer een uur rijden. Het dorpje werd omringd door bergen, bos en een rivier. In Ada’s vroege jeugd was het er fijn: je kon over het gras rennen en soldaatje spelen. Later, toen de plaatselijke kinderen een beetje groter waren, begonnen de meisjes zich opeens zorgen te maken over trouwen en het huishouden. Spelen met jongetjes werd toch wat ongemakkelijk.

‘Mijn opvoeding was niet zo heel erg streng,’ zegt Ada. ‘Ze leerden me koken, opruimen, huisvrouw zijn. Dat was ook echt nuttig. Maar echt strenge regels waren er niet. Ze zeiden alleen dat het niet de bedoeling was om veel met de jongens te praten. Niet om religieuze redenen, gewoon omdat de buren misschien gaan praten.’

Ada werd opgevoed door haar oma. Zij leerde haar kleindochter lezen op vierjarige leeftijd. Toen de tijd van het ‘soldaatje spelen’ voorbij was, begon Ada dag en nacht boeken te lezen. Ze hield het meest van Agatha Christie’s detectives, het eerste boek dat ze las was haar Ten Little Niggers, waarna ze een paar nachten niet kon slapen.

Door de bank genomen was haar situatie niet zo slecht: ze mocht haar kleren zelf uitzoeken en gaan en staan waar ze wilde. Ze mocht thuis zitten met een boek, maar ook naar het strand. Pas later kwam, zoals Ada het formuleert, ‘de hysterie met doeken en jurken’. Er veranderde iets: veel buren werden religieus en over meisjes die zich ‘te vrij’ kleden, werd gefluisterd en nare dingen gezegd.

In Dagestan heeft ongeveer tien jaar lang een machtige extremistische ondergrondse bestaan

Veel gebieden in de Noordelijke Kaukasus, waar Dagestan ligt, verschilden in de Sovjettijd niet echt veel van Centraal-Rusland, volgens Irina Starodoebrovskaja van het Gajdar Instituut. In de steden woonden veel Russen, Armeniërs en Joden, waarvan een aanzienlijk deel hoogopgeleid was. Maar in de bergen was er van de Sovjetinvloed weinig te merken. Officieel waren daar kolchozen, collectieve boerderijen, maar feitelijk leefden de mensen daar nog vrijwel zoals ze leefden ten tijde van het tsarenrijk, en genoten ze een geheime religieuze opvoeding.

Na het uiteenvallen van de Sovjetunie, toen de landbouw instortte, kwam een massale migratie van de dorpen naar de steden op gang. In Dagestan gebeurde hetzelfde: mensen uit bergdorpjes trokken naar het dal.

‘In en rond grote steden leven nu meer mensen die, als ze niet al heel religieus zijn, geneigd zijn om tradities te respecteren,’ legt Konstantin Kazenin uit. Hij is wetenschapper aan de Presidentiële Academie voor Economie en Beleid. ‘Voor hen is een harde rolverdeling tussen mannen en vrouwen vanzelfsprekend, zowel in de maatschappij als in het gezin. Het gedrag wordt op een bepaalde manier begrensd.’

In het leven van Dagestan groeit de rol van religie. Daarbij zoeken jongeren die naar de stad zijn gekomen een nieuwe, eigen identiteit. Tijden veranderen, traditionele instituties brokkelen af. Sommige jongeren kiezen voor de globalisering en een seculiere manier van leven. Anderen zoeken hun heil in het idee van een kalifaat. Uit protest kiezen ze niet voor de traditionele islam zoals de oudere generaties dat deden. Ze willen iets radicaals. De jaren negentig staan voor de deur, de wereld, alles wat eerst nog zeker was, valt uit elkaar. Veel mensen zijn op zoek naar iets stabiels, naar concrete en begrijpelijke regels die hun leven kunnen reguleren. Daarom kiezen sommigen voor het islamitisch fundamentalisme, waaronder het radicale politieke fundamentalisme. Ze sluiten zich aan bij de illegale gewapende groeperingen en gaan meedoen aan gewapende conflicten. ‘In Dagestan heeft ongeveer tien jaar lang een machtige extremistische ondergrondse bestaan,’ zegt Kazenin. ‘Deze tendens begon af te nemen rond 2013.’ Toen werden veel deelnemers aan de ondergrondse tijdens antiterreuroperaties vermoord. De grote organisatie Emiraat Kaukasus begon invloed te verliezen en veel strijders gingen vechten in Syrië.

Roddels

Ada, die in haar jeugd een bijna seculiere opvoeding kreeg, wordt juist in deze periode volwassen: in de jaren negentig en de jaren 2000. Hoewel er thuis niet veel druk op haar ligt, vindt ze het helemaal niet leuk wat er gebeurt. Wanneer alle meisjes opeens alleen nog maar in rokjes rondlopen, zegt haar lievelingsoma: ‘In de winter krijg je een broek’, want dat is immers warmer. Een tante naait voor Ada mooie jurken. Daarnaast heeft ze spijkerbroeken en schoenen met hakken.

En toch, om haar heen hoort ze steeds meer vreemde gesprekken. ‘Je mocht alleen met jongens praten als ze familie waren,’ herinnert Ada zich. ‘Maar soms werd ik ook gezien met een neef waar ik eerst niet mee omging en dan begonnen de roddels. Terwijl ik tot mijn eenentwintigste zelfs met niemand heb gezoend!’

Haar klasgenoten beginnen met pesten. Ze vertellen alles en iedereen dat ‘Ada met de halve klas naar bed is gegaan’. Ze verspreiden de roddel dat een of andere ‘Saïd haar in een portiek heeft genomen’. Ada is half-Russisch en uiterlijk verschilt ze van haar leeftijdsgenoten: ze is lang, met grote borsten en lichtblauwe ogen. Daardoor krijgt ze meer aandacht. ‘Ze laten je hier niet met rust, je kunt beter weggaan,’ zegt haar oma. Ada denkt er steeds vaker over om naar Sint-Petersburg of Moskou te gaan. Daar heeft ze familie, misschien kan ze er werk vinden.

Als ze zestien is, komen er huwelijkskandidaten langs. ‘Ik kwam een keer thuis en toen zat er een familielid in de keuken met nog iemand,’ zegt Ada. ‘Ze bespraken iets met oma. Ik zei gedag en ging naar mijn kamer. Toen kwam dat familielid binnen, woedend. Hij vroeg waarom ik hem niet bediende. Ik was in shock. Ik vroeg: “Watte?” En hij zei: “Je hebt mij te schande gemaakt tegenover mijn vriend. Jij bent degene die de verloofde moet verwelkomen en bedienen.”’ Ada werd verschrikkelijk boos. Ze liep naar haar oma en zei: ‘Ze moeten weg.’ Oma moest erom lachen. Maar toen haar vader thuiskwam, vertelde hij dat die onbekende man de verloofde was van Ada en dat ze daar ‘een afspraak over hadden gemaakt’.

Ondertussen wordt de situatie buitenshuis steeds meer gespannen. Van tijd tot tijd komen mannen patrouilleren in de straten, ‘zodat er geen bandieten komen’. De buurman van een verdieping lager dwingt zijn vrouw een hoofddoek te dragen en gaat zelf vaak naar een onbekende plek in de bossen. Lange tijd wordt er niets van hem gezien of gehoord, maar dan belt hij zijn moeder om afscheid te nemen. Hij zegt dat ze ‘zijn omsingeld en straks worden vermoord’. Hij vertelt dat hij er eerder mee wilde stoppen, maar dat ze toen dreigden zijn gezin te grazen te nemen. Er komen steeds meer van dat soort verhalen.

‘Als ik je nog een keer in een spijkerbroek zie, schiet ik je door je benen’

En toch neemt Ada niet het besluit om te vertrekken. Ze gaat een economische opleiding doen, haalt hoge cijfers en probeert altijd gehoorzaam te zijn als oudere mensen iets zeggen. Ze hebben haar van jongs af aan ingepeperd: wie ouder is, heeft altijd gelijk. Ze wil dat haar familieleden trots op haar zijn en dat ze complimentjes krijgt van de buren. Ze weet heel goed dat veel buren thuis, achter gesloten deuren, alcohol drinken. Maar daarover wordt niet gepraat. Diezelfde buren zeggen gebedjes als ze langs de moskee lopen.

Ada leidt een eentonig leven. Na school meteen naar huis, zoals van jonge meisjes wordt verwacht. Na de opleiding vindt ze werk als telefoniste in een taxicentrale, een baan op niveau vinden is bijna onmogelijk. Ze verdient weinig geld, maar ze vindt het nog altijd leuk om mooie kleren te kopen. Op een dag komt ze terug van haar werk. Ze draagt een spijkerbroek en designschoenen met rode hakken. Ada loopt door een smalle straat. Aan de ene kant zijn een hek en een bouwplaats, aan de andere een greppel met bouwafval. Opeens draait een auto de weg op. Hij racet recht op Ada af, zonder te remmen of te sturen. Ze weet niet welke kant ze op moet springen. Op het laatste moment verandert de auto van richting, waardoor Ada slechts zijdelings wordt geraakt. Een raampje gaat open, een gezicht met een baard komt tevoorschijn. In zijn hand heeft hij een pistool. ‘Als ik je nog een keer in een spijkerbroek zie, schiet ik je door je benen.’ De auto rijdt de hoek om. Ada neem een besluit: het is tijd om te vertrekken.

Buitenlander

Het is 2006. In Sint-Petersburg is het koud en somber, vergeleken met Dagestan ziet de stad er grijs uit. Ada wacht bij een winkel op haar nieuwe buurvrouw, een fragiele oude dame. Ze helpt haar de boodschappen naar huis te dragen. Als ze uit de lift stappen zegt de oude vrouw: ‘Ik hoop dat je sterft, vuile Kaukasiër.’

In Dagestan was Ada altijd een vreemde, maar ook hier voelt ze zich niet thuis.

Bij de toegangsexamens voor de Staatsuniversiteit van Sint-Petersburg kijkt een vrouw uit de toelatingscommissie naar Ada’s Russische paspoort, en zegt dat ze bij de verkeerde commissie zit: ze moet naar de plek waar ze buitenlanders aannemen. Ada protesteert: ‘Maar ik kom toch uit Dagestan, kijk naar mijn paspoort, dat is ook Rusland.’ Maar de vrouw wil niet luisteren, ze zegt: ‘Hou de mensen in de rij niet op’. Ada begint te begrijpen dat de regels die ze thuis heeft geleerd, niet gelden. Oudere mensen hebben niet altijd gelijk. Soms kan een volwassene een enorme domkop zijn.

Ze wordt aangenomen op de universiteit. Soms is ze verdrietig en wil ze naar huis, maar dan herinnert ze zich weer het verhaal van die man in de auto. Steed opnieuw besluit ze te blijven. Het lukt haar niet om een appartement te huren: bij een meisje uit Dagestan denken veel verhuurders dat ze door tien mensen achterna zal worden gereisd, die bij haar intrekken en de woning verwoesten. Dus woont Ada voorlopig samen met haar Petersburgse tante en haar nicht.

De meesten die vanuit Dagestan naar Sint-Petersburg komen, willen het liefst samenklonteren. Ze gaan naar Kaukasische restaurants, vieren feest, dansen de traditionele Lezginka. Op een dag wordt Ada uitgenodigd voor zo’n feest. Daar blijken alleen maar studenten te zijn. Iedereen zit er stilletjes bij. ‘Ik hou niet van nachtclubs,’ zegt Ada. ‘Maar die dag was het zo saai dat we samen met een paar jongens uit Dagestan besloten om ergens anders heen te gaan.’

Ada snapt niet hoe haar leven een schande kan zijn voor andere mensen

Zo belandt Ada voor het eerst in een nachtclub. Ze zit achter een tafeltje, drinkt sap en kijkt haar ogen uit. Recht voor haar neus danst een meisje in lange witte laarzen en een diep uitgesneden wit topje. Zelfs haar nagels zijn witgelakt, ze fosforesceren griezelig in het licht van de dansvloer. Het meisje is heel mager en volledig vrij, alsof ze zich onbespied waant. Terwijl Ada naar haar kijkt, voelt ze dat er iets vanbinnen verandert. Het vorige leven is voorgoed voorbij. Het meisje in de lange laarzen springt op een jongen die samen met haar danst – en wikkelt haar benen om zijn onderrug.

’s Avonds vertelt Ada dit alles aan haar nicht: ‘Kan je het geloven? Daarna ging ze naar buiten om te roken! Het meisje! Ze ging roken!’ Haar nicht moet lachen: ‘Je bent toch niet meer in Dagestan!’ Vanaf die dag let Ada aandachtiger op de mensen om zich heen. Ze merkt dat het voor hen niet gebruikelijk is om je neus in andermans zaken te steken of advies te geven. Je kan doen wat je wil. De wil van oudere mensen is geen wet, niemands wil is wet. Ze gaat steeds minder om met plaatselijke Dagestani. Ze vindt een appartement en een baan en gaat op zichzelf leven. Soms komt haar moeder op bezoek: ze is blij dat haar dochter goed terecht is gekomen. Wel maakt ze zich zorgen: in Dagestan zeggen ooms en tantes dat er geruchten over Ada gaan. Ze zou met een of andere man leven, zonder getrouwd te zijn. Soms zegt ze tegen haar: ‘Maak ons niet te schande, kom naar huis.’ Maar Ada wil helemaal niet naar huis. Ze snapt niet hoe haar leven een schande kan zijn voor andere mensen.

Op een dag vertelt een vriend waarmee Ada in het casino werkt dat hij naar opnames van erotische films is geweest. Ada herinnert zich meteen die film uit haar jeugd, over de magische amulet. Ze is geïntrigeerd, stelt allemaal vragen aan haar vriend en daarna begint ze zelf advertenties over opnames te bekijken. Zo belandt ze op de bank bij Pierre Woodman, die castings kwam opnemen in Sint-Petersburg.

‘Toen ik ernaartoe ging, was ik een beetje rillerig,’ zegt Ada. ‘Ik kende toen ook geen Engels. Alles werd voor mij vertaald, ze probeerden me gerust te stellen. Toen kwam de visagist en deed ik een fotoshoot. Ik was toen heel mooi! Hoewel, ik hoop dat die beelden nooit ergens opduiken. Ik was nog heel erg geremd, ik wist niet wat ik doen moest. De fotograaf zei: ‘Zo, je neus deze kant op. En doe nu maar “Ach!”, en ik zo van: “Waaaa”. Het was een fiasco.’

Om Ada toch wat te ontspannen en te kalmeren, stelt Pierre Woodman voor om samen met hem en zijn agent naar een restaurant te gaan. Een beetje kletsen, tot rust komen. Er is immers helemaal niets aan de hand. Hij stelt Ada voor om het de volgende dag nog eens te proberen. Ze zegt toe en komt naar de opnames. Ze heeft de indruk dat ze zich al wat zelfverzekerder voelt. Maar ze heeft nog steeds problemen met het Engels. Pierre stelt Ada voor om naar de badkamer te gaan en licht toe: ‘I will piss on you.’ Ada snapt niet wat er moet gebeuren: ze denkt dat zij moet gaan plassen. Wanneer de regisseur achter haar aankomt en doet wat hij van plan was, is ze gechoqueerd. ‘Ik probeerde dat niet te laten merken,’ herinnert Ada zich. ‘Maar toen de camera uitging, werd ik kwaad en zei ik met een zwaar accent: “No, I don’t like it!” Pierre begreep er eerst niets van. Toen hij het alsnog snapte, zei hij duizend keer sorry en beloofde hij vanaf nu alles van tevoren uit te leggen, met vertaling en zo precies mogelijk. Hij betaalde zelfs meer dan ik verwachtte.’

Dagestan. – © Unsplash
Dagestan. – © Unsplash

Het was een vreemde, ietwat afschrikwekkende ervaring. Maar Ada wil verder, ze vindt het interessant. Verdergaan is echter lastig wanneer je steeds beledigingen naar je hoofd geslingerd krijgt. Ze probeert in nog een andere film in Sint-Petersburg te spelen. De regisseur maakt kennis met haar, bekijkt haar medische gegevens, opent haar paspoort en vraagt: ‘Kom je uit Dagestan of wat?’ Daarna belt hij Ada’s agent en zegt: ‘Ik ga niet met haar werken.’ Tegenover Ada verklaart hij zich nader: ze is een goede meid en heel mooi, maar hij kan het risico niet nemen. Hij vreest voor de veiligheid van de actrice – en van zichzelf.

De video van de casting met Woodman komt online. Ada krijgt constant bedreigingen en massa’s commentaar op social media. Ze is nerveus, maar ze moet ze lezen: constant controleert ze wie nog iets heeft geschreven, het wordt bijna een obsessie. Ze speelt niet meer in films: ze blijft in het casino werken tot dat wordt gesloten, daarna stapt ze over naar de online business en werkt ze voor een kleine webshop met seksspeeltjes. Het gaat slecht met haar en ze wil niet langer in Sint-Petersburg blijven.

Sveta, een oude vriendin van Ada, belt haar elke dag om te vragen hoe het gaat. Ada zegt dat alles goed gaat, maar haar stem klinkt dof, alsof er een dementor langs is gekomen die alle energie uit haar heeft gezogen. Sveta hoopt dat de bedreigingen en beledigingen stoppen en dat daarna alles met Ada weer goed komt, maar dat gebeurt niet.

Zelf woont Sveta in een warm Arabisch land. Naar Petersburg is het ongeveer zes uur vliegen. Op een dag komt Sveta naar haar vriendin en haalt haar over om bij haar op bezoek te komen. Misschien kan ze onder de zon en de palmbomen alles vergeten.

‘Ada reageerde op elk telefoontje, op elk bericht,’ zegt Sveta. ‘Ze zag eruit alsof ze lang niet had geslapen. Ik pakte haar telefoon af en zette hem uit. Ik nam haar mee uit wandelen, naar de fonteinen, een ijsje eten. Maar ze had er niet veel zin in, het grootste deel van de tijd lag ze op bed en deed ze niets. We zaten een keer te praten en boven ons, aan de muur, hing een klok, Ada keek ernaar en vroeg: “Waarom heeft die klok geen wijzers?” Toen schrok ik me rot, ik dacht: heeft de stress haar gezichtsvermogen aangetast?’

Wat heeft het leven voor zin als je niet kan doen wat je wilt? Waarom moet je doen wat je omgeving van je verlangt?

Een paar jaar gaan voorbij als een waas. Maar dankzij de onlinebusiness kan Ada tenminste in haar bestaan voorzien. Ze houdt van oude steden en musea; in een vreemd land zoekt ze eerst uit waar de plaatselijke bevolking naartoe gaat. Ze gaan naar kleine tentjes en praat daar met verschillende mensen. Ze denkt er steeds vaker aan dat ze maar één keer leeft. Wat heeft het leven voor zin als je niet kan doen wat je wilt? Waarom moet je doen wat je omgeving van je verlangt? Ze denkt vaak aan de Dagestaanse uitdrukking ‘ezelhuid’. Het ziet ernaar uit dat het tijd is om die te laten aangroeien.

In 2013 neemt Ada contact op met Joelia Grandi, zij selecteert actrices voor Woodman. Ze kennen elkaar nog van Petersburg. Ada vliegt naar Boedapest en ondergaat de verplichte medische tests. ‘Ik ben zo blij dat je terug bent!’ zegt Woodman. Ada is klaar om Kira Queen te worden.

Nieuw leven

Er breekt een nieuw leven aan. Opnames, reizen. Zelfs familieleden die vroeger op z’n minst nog contact zochten voor financiële hulp, willen nu niets meer met Ada te maken hebben. Ze maakt kennis met buitenlandse acteurs een vraagt aan hen: ‘Hoe gaan jullie om met alle negativiteit die je over je heen krijgt?’ Maar ze kijken haar onbegrijpend aan. In hun levens speelt dat helemaal niet. Niemand zit ermee dat zij in pornofilms acteren.

Het enige familielid waar Ada mee praat, aan de telefoon, is oma. Die is al hoogbejaard en heel ziek. Wat haar kleindochter doet, vertelt niemand haar. Maar op een dag stelt oma toch de vraag: ‘Weet je zeker dat je niet terug naar huis wilt?’ Ada zegt dat ze het niet wil.

‘Er gaan hier veel geruchten over jou. Is dat allemaal waar?’

‘Als het waar is, zie je me dan niet meer als je kleindochter?’

‘Zeg me een ding: ben je gelukkig?’

‘Ja.’

‘Is er niemand die je pijn doet?’

‘Nee.’

‘Dan ben ik ook gelukkig.’

Als oma overlijdt, wordt het contact met het thuisfront definitief verbroken. Ada reist de hele wereld over: Griekenland, Singapore, Italië. Ze houdt van warme landen. Soms gaat ze terug naar Sint-Petersburg. Haar voormalige landgenoten uit Dagestan laten zich niet onbetuigd: ze beloven haar met z’n allen te neuken, in stukken te hakken, dood te schieten. Langzaam maar zeker verplaatst dit zich van online naar offline.

Het is juni 2016. Ada woont in Sint-Petersburg, gaat regelmatig naar de fitness voor individuele trainingen. Op een dag begint een medewerker van het fitnesscentrum vreemd naar haar te kijken. Dan stapt hij op haar af en vraagt of ze hem niet als trainer wil. ‘Maar ik heb al een trainer,’ zegt Ada. De man begint vreemde toespelingen te maken: ze lijkt, zeg maar, heel erg op dat ene meisje dat hij op internet heeft gezien. ‘Ik vroeg hem op de man af wat hij van me wilde,’ herinnert Ada zich. De fitnessmedewerker antwoordt iets in de trant van: ‘Misschien thee, koffie, what’s up?’ Ada vraagt: ‘Wat bedoel je met “what’s up”?’ Hij geeft geen antwoord. Een week later begint ze vreemde telefoontjes uit het fitnesscentrum te krijgen. Haar trainer zou verzocht hebben om bij Ada na te vragen wanneer ze naar de fitness komt. Ze antwoordt dat ze een duidelijk rooster hebben en dat de trainer haar telefoonnummer heeft, zodat hij zelf kan bellen. Bij de volgende training staan bij de ingang twee onbekende mensen die qua uiterlijk op Dagestani lijken. Twee uur later, als de training voorbij is, zijn het er al dertien. Zonder fitnessabonnement komen ze niet binnen, dus wachten ze bij de ingang en schreeuwen: ‘Nou dan, ga je daar nog lang staan? Kom hier.’ Ada belt haar vrienden, zodat die kunnen komen om haar hier weg te halen. Ze is bang om langs deze mensen naar de parkeerplaats te lopen. De vrienden komen en wanneer ze samen het gebouw uit lopen, schreeuwen de onbekende mannen: ‘Beffen jullie haar allemaal samen of zo? Gaan jullie neuken met z’n vieren?’ Daarna is Ada nooit meer naar fitness gegaan.

De jongen die Ada hielp haar sociale media bij te houden, dient zijn ontslag in: hij kan de toestroom van berichten niet aan en wil het allemaal niet meer lezen

Joelia Grandi werkt al jaren met Woodman. Haar taak is het vinden van nieuwe actrices. Meestal heeft ze met die meiden alleen maar een werkrelatie. Ze vindt vaak dat ze zich idioot gedragen: ze krijgen sterallures, worden lui en eisen veel te veel geld. Maar met Ada is ze bevriend geraakt. ‘Het is een goede en lieve meid,’ zegt Joelia. ‘Tijdens de opnames is ze een koningin: zelfverzekerd, rustig. Ze neemt haar werk heel serieus. Thuis is ze veel losser. Als er iets gebeurt, kan ik haar altijd bellen. Alleen al haar stem maakt me al rustig.’

Wanneer Ada naar Boedapest komt, gaat ze veel met Joelia om. Een tijdlang huren ze zelfs samen een woning. Op een keer spreken ze af om met vrienden uit Rusland naar de bowling en daarna naar een eettent te gaan. ‘Het was een straat met veel restaurantjes,’ vertelt Joelia. ‘We stonden in de rij voor een hotdog en toen merkten we dat een man op straat, door het raam heen, foto’s maakte van Ada. We stonden allemaal op scherp. Hij begon iemand te bellen, liep een stukje weg, stak zijn hoofd op, keek naar het huisnummer en zei iets. Daarna ging hij verder met fotograferen. We zijn snel weggegaan.’

Dat soort dingen gebeuren steeds vaker. Dan loopt bijvoorbeeld een of andere man pal achter Ada aan in een winkelcentrum, een andere keer slaat een onbekende jongen Ada in het park op haar hoofd (niet hard) en begint te schelden. Online schrijven ze haar dat er een groep mensen naar Boedapest is gekomen om met haar af te rekenen. Ada begint een masteropleiding aan een van de universiteiten in Boedapest: ze wil regisseur worden. Maar na de les, op weg naar de parkeerplaats, komt een onbekende man op haar af. Hij achtervolgt haar aan en slingert bedreigingen naar haar hoofd.

Ada houdt van shoarma. Ze noemt het op z’n Petersburgs: ‘shoaverma’. Maar in elke tent waar ze dat in Boedapest maken, stuit ze steevast op mensen die uiterlijk lijken op mensen uit Dagestan. In het beste geval kijken ze met scheve ogen naar haar, in het slechtste geval schreeuwen ze iets onfatsoenlijks. Ze moet wel weg.

‘Dood aan de hoer’

Het is december 2017. Het sensatiekanaal Mash publiceert een verhaal over een Dagestaanse vrouw die ‘naar Europa is gegaan om haar familie te ontvluchten en een pornoster is geworden’. Onder een frivool muziekje meldt het kanaal dat Ada ‘niet meer naar huis hoeft te komen’. Op dat moment zit Ada in de Alpen samen met vrienden te snowboarden. ’s Ochtends, niet lang voor nieuwjaar, wordt ze wakker omdat haar telefoon constant ligt te trillen. Op Instagram ziet ze honderden comments: ‘Sterf’, ‘Monster’, ‘Beest’. De jongen die Ada hielp haar sociale media bij te houden, dient zijn ontslag in: hij kan de toestroom van berichten niet aan en wil het allemaal niet meer lezen.

De buren uit Sint-Petersburg schrijven Ada dat de deur van haar appartement helemaal beklad is en dat ze dat ‘er niet meer tegenaan willen kijken’. Omdat ze zelf in Boedapest zit, vraagt Ada een vriendin uit Sint-Petersburg om te gaan kijken. Op de deur staat: ‘Dood aan de hoer’.

De volgende dag zijn de socialemedia-accounts van Ada geblokkeerd: er zijn te veel klachten over binnengekomen. De reacties waren nogal eentonig: ‘Ik snijd je aan stukken’, ‘Als je naar Dagestan komt, word je gestenigd’ enzovoort. Batenka heeft geprobeerd in contact te komen met degenen die Ada online lastigvielen, om te weten te komen waarom ze dat doen. Slechts één gebruiker, onder de naam achmed4078, heeft geantwoord.

Batenka: ‘Zou u kunnen vertellen waarom u dit doet en waarom ze u zo boos heeft gemaakt?’
achmed4078: ‘Ben je ziek of zo? Zij heeft heel Dagestan te schande gemaakt. Dat je het me nog vraagt. Ze is een monster en wie haar steunt is net als zij. Zijn er echt normale mensen die haar kunnen steunen? Ze is geen mens, maar een beest die je in de bek moet schijten.’

Na nog een paar beleefde vragen beëindigt achmed4078 het gesprek met de verslaggever met ‘Ach, fuck you.’

Volgens de sharia is het überhaupt verboden om over een vrouw opmerkingen te maken als zij geen familielid is

De Dagestaanse journaliste Svetlana Anochina legt uit dat dit gedrag nogal typisch is voor het Dagestaanse internet. Ook eerder, voordat de sociale media kwamen, werd er door de jeugd veel gepest: jongens namen video’s op en gaven die aan elkaar door om ‘de slet te onthullen’.

‘Natuurlijk wordt dit gedaan door seksueel gefrustreerde pubers,’ zegt Anochina. ‘Het is zo verleidelijk om een mooie jonge vrouw lastig te vallen. Vooral omdat dit ook sociaal niet wordt veroordeeld. Het wordt nog weer iets anders wanneer mensen zich verenigen voor fysieke acties. Dat is een uitzondering, maar het gebeurt. Vooral omdat Dagestani in het buitenland soms uit hun sociale verband raken en een vreemd, verknipt beeld van hun deelrepubliek krijgen. Met het echte geloof heeft dit niets te maken: volgens de sharia is het überhaupt verboden om over een vrouw opmerkingen te maken als zij geen familielid is. Maar sommige mensen willen bij een groep horen en doen dat op basis van een verkeerd geïnterpreteerde religie. Het allereerste wat ze dan doen, is kijken naar de moraliteit van anderen.’

Slutshaming

Het verhaal van Ada lijkt over Dagestaanse zeden en mores te gaan. Maar eigenlijk kan zoiets met iedere vrouw in ieder land gebeuren. Alles, seksualiteit helemaal, kan een aanleiding voor pesterijen zijn.

Dat hoeft niet het gevolg te zijn van naakt poseren of deelname aan een pornofilm. Toen de Russische staatstelevisie vorig jaar een uitzending maakte met Diana Sjoerygina (het meisje die een vriend beschuldigde van verkrachting), werd haar moeder op straat in elkaar geslagen, werden de banden van haar vaders auto lek geprikt en moest Diana zelf noodgedwongen van school af.

In het Engels bestaat het woord slutshaming: de veroordeling van een vrouw vanwege ‘frivool’ gedrag of uiterlijk. De maatschappij vindt dan dat ze het recht heeft om te beslissen wat al dan niet als ‘frivool’ wordt bestempeld en hoe je ‘correct’ met je seksualiteit om moet gaan.

In maart 2018 vertelde het voormalige webcam-model Daria Zarykovskaja bijvoorbeeld dat ze een aantal jaar geleden ernstig werd lastiggevallen: ‘Ik kreeg online honderden privéberichten per dag: bedreigingen, beledigingen en chantage. Er werden parodievideo’s over mij gemaakt en online livers ter ere van mij [livers zijn tv-verslaggevers of youtubers die rechtstreeks via een videoverbinding praten met respectievelijk de studio of hun onlinekijkers]. Er werden posts geschreven, vooral op anonieme forums natuurlijk. Elke ochtend bekeek ik, als ik wakker werd, meteen de reacties op intieme video’s van mij die afgelopen nacht waren verspreid.’

Onbekende mensen belden de ouders van Zarykovskaja en vertelden dat hun dochten ‘naakt op internet’ staat. Ze belandde in een zware depressie en het kostte een jaar om daaruit te komen.

Uit enquêtes blijkt dat een op de vijf tieners geconfronteerd wordt met cyberpesten. De Verenigde Naties stellen dat bullying niet minder gevaarlijk is dan fysiek geweld en merken op dat vrouwen het vaakst slachtoffer zijn.

Jaloers

Het verhaal van Ada Magomedbegova is het stadium van cyberpesten al voorbij. Niemand in haar omgeving weet waar ze zich nu bevindt. Het enige dat bekend is, is dat ze naar een ander land is vertrokken, waar ze wacht op een beslissing over haar aanvraag voor politiek asiel.

‘Ieder mens moet kunnen kiezen,’ zegt Ada, ‘als het om religie, carrière of je partner aankomt. Soms krijg ik berichten van jongens en meiden uit Dagestan die bekennen dat ze jaloers op me zijn. Ze willen weg, een ander leven beginnen, maar ze zijn bang.’

Ada komt niet buiten: ze is er laatst achter gekomen dat in haar wijk veel mensen uit de Noordelijke Kaukasus wonen. Ze zou graag ’s avonds gaan wandelen, maar ze is bang: wat gaat ze doen, in haar eentje in een vreemd land, als ze wordt herkend en aangevallen?

Ze werkt de hele dag door: ze schrijft scenario’s voor haar eigen films, werkt aan haar eigen website en geeft les aan beginnende webcammodellen. Praten met vrienden kan ze ook alleen online doen, dus ze is alleen nog met de wereld verbonden via haar laptop en de twee ramen in haar appartement. Een raam kijkt uit op de rivier en de andere op het park. Als je er lang doorheen kijkt, is het net of er helemaal geen muren zijn.

Auteur: Joelia Doedkina
Vertaler: Martijn Smiers

Openingsbeeld: Kira Queen

Batenka
Rusland | website | www.batenka.ru

Batenka is een retehippe Russische kwaliteitssite met reportages, proza en opiniejournalistiek. De site heeft een sarcastische huisstijl en is vooral in trek bij jongeren. Het aantal maandelijkse bezoekers schommelt de laatste maanden rond de 650.000. De volledige naam van de site is te vertalen als ‘Vadertje, wat ben jij een transformer’. Naar verluidt is dat bedacht door een van de oprichters tijdens een reeks moeilijk navolgbare grappen op een feestje. De meeste Russen houden het gewoon bij ‘vadertje’: batenka.

Dit artikel van Joelia Doedkina verscheen eerder in Batenka.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.