• African Arguments
  • Afrika
  • Afrikanen leven niet alleen om te sterven. Een reactie op The New York Times
">

Afrikanen leven niet alleen om te sterven. Een reactie op The New York Times

© Waldo Swiegers / Bloomberg via Getty
African Arguments | Londen | Mamka Anyona | 09 januari 2021

Als de berichtgeving over Afrika alleen maar bedoeld is voor lezers die een glimp willen opvangen van ‘hoe anders de andere helft leeft’, schrijft Mamka Anyona voor African Arguments, verliezen we de kans op echt internationalisme.

Als ik niet al bekend was met de notoire reductionistische berichtgeving van de westerse media over het Globale Zuiden, dan zou ik versteld staan ​​van het artikel in The New York Times dat op 4 januari werd gepubliceerd onder de titel ‘Een continent waar de doden niet worden geteld’. De centrale stelling is dat de lage sterftecijfers door covid-19 in ‘Afrika’ komen doordat Afrikanen hun doden niet rapporteren.

Het artikel suggereert dat het werkelijke sterftecijfer in landen op het continent overal kan liggen, van de officieel gerapporteerde cijfers tot de zeer hoge cijfers die Europa en Amerika melden. Dit impliceert dat in ‘Afrika’ de dood zo gewoon is, dat als ongeveer 1 op de 1000 mensen – het huidige officiële sterftecijfer van covid-19 in de VS – binnen een paar maanden zou sterven aan een voorheen onbekende ziekte, dat onopgemerkt en ongeregistreerd zou kunnen blijven.

Rapportage noch analyse

Het uitgangspunt van het artikel is verbluffend. Het stuk is noch rapportage noch analyse, aangezien het bewijs overwegend anekdotisch is. De titel is bizar en hekelt een heel continent, terwijl in de tekst slechts 3 van de 54 Afrikaanse landen aan bod komen. De onderliggende veronderstelling is dat als rijke landen hebben geleden, Afrika erger moet hebben geleden. Als dat niet het geval is, dan moet dat zijn omdat het lijden onzichtbaar is gemaakt door een Afrika kenmerkende incompetentie.

Deze weergave van het continent zal ook velen die hebben gezien hoe landen in respectievelijk Afrika en het Westen op de pandemie hebben gereageerd verbazen. Toen ik bijvoorbeeld eind januari 2020 naar Kenia vloog, waren op de luchthaven al protocollen voor temperatuurcontroles en contactopsporing geïmplementeerd. Zelfs in maart 2020 opereerden luchthavens in Europa en de VS daarentegen nog grotendeels zoals normaal.

Het artikel biedt geen enkel bewijs dat de melding van covid-19-sterfgevallen in Afrika minder nauwkeurig zou zijn dan waar dan ook

Ik had deze winter een soortgelijke reiservaring. Toen ik met mijn gezin van Nairobi naar Tanzania wilde reizen, hadden we negatieve covid-19-testuitslagen nodig om toegang te krijgen. Ik belde het National Influenza Center en binnen enkele uren kwam een ​​professional naar mijn huis om gehuld in een volledig beschermend pak onze monsters te verzamelen.

Dit stond in schril contrast met toen ik een maand eerder van New York naar Kenia was gereisd. In de VS kostte het moeite de benodigde PCR-test te doen. Toen dat eindelijk lukte, werd ik geholpen door een verpleger wiens enige bescherming tegen de honderden mogelijke dragers die ze elke dag onderzocht een ​​chirurgisch mondkapje was.

Hoewel deze ervaringen anekdotisch zijn, kunt u zich mijn ontsteltenis voorstellen bij het lezen van het artikel in The New York Times.

In mijn eigen land, Kenia, is het niet mogelijk om ‘dierbaren thuis in de tuin te begraven’, zoals het artikel suggereert

Gezien de nieuwigheid van het coronavirus, is het een gegeven dat elk land wereldwijd met hetzelfde probleem wordt geconfronteerd: hoe sterfgevallen als gevolg van covid-19 op te sporen, te classificeren en te registreren. Het is algemeen aanvaard dat het werkelijke sterftecijfer overal hoger is dan momenteel wordt gerapporteerd. Hoewel het artikel in NYT impliceert dat gegevens die zijn verzameld door landen in Afrika zonder het internationale stempel van goedkeuring onbetrouwbaar zijn, biedt het geen enkel bewijs dat de melding van covid-19-sterfgevallen in Afrika minder nauwkeurig zou zijn dan waar dan ook.

Het versterken van vitale registratiesystemen is wereldwijd een reëel probleem. Er zijn echter enorme onderlinge verschillen tussen de verschillende landen. Sommige, zoals Egypte, Zuid-Afrika en de Seychellen, hebben verplichte universele registratiesystemen. Andere, zoals Nigeria en Niger, blijven, zoals het artikel terecht vermeldt, achter.

In mijn eigen land, Kenia, is het niet mogelijk om ‘dierbaren thuis in de tuin te begraven’, zoals het artikel suggereert, zonder een begrafenisvergunning. Kenia bouwt bovendien aan een verplicht gedigitaliseerd systeem waarin alle vitale en civiele gegevens van elke Keniaan worden vastgelegd, een project dat geavanceerder en ambitieuzer is dan in veel landen met een hoog inkomen.

Dit laat ook zien dat officiële overlijdensregisters niet de enige manier zijn om ziekte​​uitbraken op te sporen. Overheidsfunctionarissen beschikken ook over andere middelen om afwijkende sterftepatronen te herkennen, waaronder bewakingssystemen die ongebruikelijke gebeurtenissen melden. Deze rapportage laat bijvoorbeeld hoe de ebola-uitbraak in 2014 werd getraceerd tot aan patiënt nul in het afgelegen dorp Gueckedou, in het zuidoosten van Guinee.

Serieuze analyse

Wat nog belangrijker is, is dat zelfs zonder adequate tests, diagnose en rapportage covid-19-sterftecijfers op een schaal zoals we in westerse landen zagen in elk van de 54 landen van Afrika reden tot ongerustheid zou leiden. Afrikanen leven niet alleen om te sterven!

De kwestie die in het artikel in The New York Times wordt aangesneden, vraagt om een serieuze analyse: welke factoren dragen bij aan het patroon van morbiditeit en mortaliteit door covid-19 dat in Afrikaanse landen wordt waargenomen? Waarom verschilt het van eerdere voorspellingen? Zo zal er een genuanceerd antwoord komen, gebaseerd op bewijs dat steeds veelvuldiger uit vroege wetenschappelijke analyses naar voren komt.

Demografie – de jeugdige bevolking van Afrika – speelt hierbij wellicht een grote rol, maar deze wordt in het artikel slechts terloops genoemd. Effectieve tegenmaatregelen van regeringen kunnen eveneens veel verklaren, maar die worden volledig buiten beschouwing gelaten.

Veel landen hebben in een vroeg stadium strikte lockdowns ingevoerd. Innovaties op het gebied van detectie, beheer en toeleveringsketen hebben de reacties van landen verbeterd. Rwanda gebruikt robots om de diagnose te ondersteunen. Andere landen maken gebruik van robuuste gezondheidszorgsystemen om de gemeenschap essentiële diensten te kunnen blijven verlenen.

Een ongekende samenwerking op het hele continent onder leiding van de Afrikaanse Unie heeft ook bijgedragen

Een ongekende samenwerking op het hele continent onder leiding van de Afrikaanse Unie heeft ook bijgedragen aan het versterken van testen, ziektebeheer, bevoorrading en momenteel de voorbereiding op vaccins.

Deze en vele andere positieve verhalen halen nauwelijks de krantenkoppen in de reguliere westerse berichtgeving. Zoals Nanjala Nyabola opmerkt in The Boston Review: ‘Misschien moedigt de lange schaduw die het westerse imperialisme nog altijd op het continent werpt de luie neiging aan om Afrika te bezien door de lens van de verwoestende ervaringen van de Verenigde Staten en Europa, waardoor de aanname wordt versterkt dat het traject van Afrika het Westen nabootst (…) in plaats van dat het haar eigen traject volgt, voortgebracht door regionale en nationale omstandigheden.’

Applaus

Landen in Afrika blijven lijden onder de directe en indirecte gevolgen van de pandemie. Sommige leiders hebben slecht werk geleverd bij het beheersen van de epidemie en elk land heeft met ernstige sociaaleconomische beperkingen te maken. Maar mocht je dan toch willen generaliseren, dan zou een applaus voor een goed uitgevoerde klus gepaster zijn.

Zolang de berichtgeving over Afrika en andere delen van het Globale Zuiden zich richt op een publiek dat hunkert naar een glimp van hoe anders de andere helft leeft (of sterft), zullen dergelijke artikelen blijven verschijnen. Wat verloren gaat met deze imperialistische visie, is niet te overzien. De waardigheid van de mensen van een heel continent. Grondige analyse en de vergelijking van verschillende benaderingen om mondiale problemen op te lossen. Het vermogen om van elkaar te leren. De kans om onszelf te zien als onderdeel van een geheel, meer overeenkomstig in onze menselijkheid dan onderling verschillend. En de mogelijkheid tot echt internationalisme.

Openingsbeeld: Voertuigen staan op donderdag 7 januari 2020 in de rij bij een drive-thru-coronavirus-testfaciliteit in Pretoria, Zuid-Afrika.

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verstuurd.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze content gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.