• African Arguments
  • Economie
  • Afrika’s kleine mirakel

Afrika’s kleine mirakel

African Arguments | Londen | Seán Carey | 22 maart 2018

Mauritius, ooit een Nederlandse, Franse en Britse kolonie, viert dit jaar vijftig jaar onafhankelijkheid. In die halve eeuw wist het eiland alle verwachtingen te overtreffen. Maar kan het dit succes nu ook verder uitbouwen?

Hoe Mauritius de sombere toekomstvoorspellingen wist te logenstraffen is een verhaal dat zich graag laat vertellen. Een paar jaar voor de onafhankelijkheid in 1968 schreef econoom en Nobelprijswinnaar James Meade het eilandje in de Indische Oceaan af als een hopeloos geval. Een paar jaar na de onafhankelijkheid noemde de schrijver V.S. Naipaul het een ‘overbevolkt barakkenkamp’.

Toch toonde Mauritius hun ongelijk aan en werd het een van Afrika’s meest geprezen landen. Het scoort van alle Afrikaanse landen vaak het hoogst 
op het gebied van politieke vrijheden, de rechtspraak en de menselijke 
ontwikkeling. Er zijn al tien eerlijke verkiezingen gehouden en er hebben zeven vreedzame machtswisselingen plaatsgevonden. Vaak wordt het land aangehaald als toonbeeld van politieke stabiliteit en cohesie, met alle verschillende etnische groeperingen – hindoes, moslims, creolen en Mauritianen van Chinese of Franse oorsprong – die in betrekkelijke harmonie samenleven.

In 2011 bracht het succes van het eiland Joseph Stiglitz ertoe een lyrisch artikel te schrijven over wat hij ‘het mirakel van Mauritius’ noemde. De Nobelprijswinnaar deed een beroep 
op de VS en andere ontwikkelde economieën om goed naar het land te kijken en te leren van Mauritius’ politiek op het gebied van gratis onderwijs, gezondheidszorg en het sterke sociale vangnet.

Haalbaar doel

Nu de vijftigste verjaardag nadert [deze is inmiddels gevierd op 12 maart jl.] is de huidige regering er begrijpelijkerwijs op uit om voort te bouwen op deze reputatie en erfenis. De regeringscoalitie onder leiding van premier Pravind Jugnauth (56) wil Mauritius in de komende jaren onder meer van een land met hogere middeninkomens een land met hoge inkomens maken. Voor een dapper buitenbeentje dat altijd de verwachtingen heeft overtroffen is dit zeer waarschijnlijk een haalbaar doel. Maar na vijftig jaar onafhankelijkheid zal Mauritius een nieuwe strategie moeten ontwikkelen als het verder 
wil groeien – zowel economisch als politiek – om niet in een midlifecrisis te belanden.

De economische groei van Mauritius bedroeg de afgelopen vijf jaar een bescheiden 3 à 4 procent. De Bank of Mauritius heeft voor 2018 een groei van 4,2 procent voorspeld. Veel landen zouden daar jaloers op zijn, maar het is een opmerkelijke achteruitgang vergeleken met de onstuimige jaren tachtig en negentig, toen de economie dankzij de suikerindustrie, het toerisme, textiel en de financiële diensten fors groeide. De huidige regering hoopt dat de 
oceaaneconomie een vergelijkbare expansie zal opleveren. De gedachte 
is dat activiteiten zoals de visvangst, 
de winning van koolwaterstof en mineralen, de maritieme biotechnologie en de opwekking van duurzame energie het bruto binnenlands product de komende jaren omhoog zal stuwen.

Tot dusver is de visteelt de belangrijkste ontwikkeling op dit front; er worden nu producten uitgevoerd naar Europa en de VS. Maar in het algemeen is het duidelijk dat er financiële en technische expertise vanuit het 
buitenland nodig is, willen er kapitaalintensievere ondernemingen van de grond komen. Zoals de Wereldbank in 2017 al in een rapport waarschuwde, 
‘is een verdubbeling van de oceaan-economie van Mauritius mogelijk en de moeite waard, maar zal die wel enige tijd kosten’.

De centrale markt in Port Louis, de hoofdstad van Mauritius. – © Jean-Pierre / Hemis
De centrale markt in Port Louis, de hoofdstad van Mauritius. – © Jean-Pierre / Hemis

Bij zijn poging om buitenlandse investeerders aan te trekken heeft het eiland zeker wel voordeel bij het feit dat 
mondiale instellingen al lange tijd Mauritius’ stabiele regering, democratische structuur en openheid ten opzichte van het bedrijfsleven prijzen. Ook heeft het eiland er voordeel bij dat het in het verleden blijk heeft gegeven van visie en flexibiliteit ten aanzien van nieuwe economische uitdagingen. Of zoals het landenrapport van de Bertelsmann Stiftung’s Transformation Index (BTI) 2018 het formuleert: ‘In het verleden hebben regeringen van Mauritius bewezen zich creatief te kunnen aanpassen aan gewijzigde geopolitieke en geo-economische omstandigheden.’

Op sociaal gebied is Mauritius geprezen om het feit dat verschillende etnische groepen harmonieus samenleven. Het feit dat er geen inheemse bevolking is, is hierbij waarschijnlijk een belangrijke factor, omdat geen enkele bevolkingsgroep een grote claim op het eiland kan laten gelden. Een andere belangrijke factor die bijdraagt aan de goede 
onderlinge relaties is de hoge bevolkingsdichtheid – 1,3 miljoen inwoners samengeperst op 2014 vierkante 
kilometer – die de behoefte aan vriendschappelijke verhoudingen vergroot.

Maar de derde belangrijke factor is de stilzwijgende verdeling van de politieke macht. Zo ambiëren Mauritianen van Chinese of Franse afkomst over het algemeen geen politiek ambt en laten zo het politieke speelveld over aan ambitieuze hindoes, moslims en 
creolen. Dat voorkomt bepaalde 
spanningen en rivaliteit, hoewel het politieke systeem van Mauritius 
hierdoor wel altijd gedomineerd wordt door hindoemannen uit de middenklasse, terwijl de hindoegemeenschap maar net iets meer dan de helft van de bevolking uitmaakt. Sterker nog, ondanks het feit dat er zeven machtswisselingen zijn geweest, is de echte top van de Mauritiaanse politiek nog exclusiever. Achtenveertig van de 
afgelopen vijftig jaar is het land geleid door Seewoosagur Ramgoolam en 
vervolgens Anerood Jugnauth, en daarna door hun respectieve zonen Navin en Pravind.

‘Nieuwe en jongere politici, zonder nauwe banden met de heersende elite, kunnen bijdragen aan de verbetering van het imago van Mauritius als postkoloniaal succes’

Hoewel dit plaatsvond tegen een 
achtergrond van grote democratische betrokkenheid en vitaliteit, zijn er ook signalen dat de Mauritianen het beu zijn dat het premierschap bijna geheel wordt gecontroleerd door slechts twee families. In januari 2017 droeg Anerood Jugnauth zonder enige inspraak van het electoraat de macht over aan zijn zoon. Omdat de grootste partij in de huidige coalitie, de Mouvement Socialiste Militant (MSM), wist hoezeer deze beslissing haar impopulair maakte en haar imago van corruptie en vriendjespolitiek versterkte, besloot de partij-leiding om niet mee te doen aan een tussentijdse verkiezing.

Hoezeer de belangrijkste Mauritiaanse politici onderling ook mogen verschillen, over één onderwerp zijn ze het eens: de Chagoseilanden. Deze archipel had sinds 1814 deel uitgemaakt van het Mauritiaanse territorium. Maar enkele jaren voordat Mauritius onafhankelijk werd van Engeland, werden die eilanden onderdeel van het Brits Indische Oceaanterritorium (BIOT). Engeland leende het grootste eiland, Diego Garcia, aan de VS om het te gebruiken als militaire basis. Daartoe moesten vijftienhonderd eilandbewoners gedwongen verhuizen en werden ze gedumpt in Port Louis, de hoofdstad van Mauritius, en een klein gedeelte ook op de Seychellen.

De Mauritiaanse politiek is er de 
afgelopen jaren niet zozeer op gericht geweest om de Amerikanen hun basis te ontnemen, als wel om de aanspraak van de Engelsen op de Chagoseilanden te betwisten en de afschuwelijke behandeling van de verbannen eilandbewoners aan de kaak te stellen. Een door Mauritius bij de VN ingediende resolutie om het Internationaal Gerechtshof een uitspraak te laten doen over de soevereiniteit van de 
Chagoseilanden werd in juni 2017 met 94 tegen 15 aangenomen. Interessant is dat de meeste Europese landen, waaronder Frankrijk, Duitsland en Italië, en ook China zich van stemming onthielden, ondanks aanzienlijke druk vanuit Engeland en de VS. Een uitspraak van het Gerechtshof in Den Haag wordt later dit jaar of in 2019 verwacht.


Zoals uit de kwestie-Chagos en de economische vooruitgang en veerkracht van het land blijkt, heeft de onafhankelijkheid van Mauritius echt handen en voeten gekregen. Maar de vader-op-zoonmachtsoverdracht van vorig jaar en de vermeende betrokkenheid van de politieke elite bij corruptiepraktijken en drugsschandalen werpen een 
schaduw op de politieke toekomst 
van het land [deze maand nog trad 
president Ameenah Gurib-Fakim af vanwege een financieel schandaal].

Hierdoor wordt het voor Mauritius steeds urgenter om het politieke leiderschap aan te passen. Zoals in het komende BTI-rapport staat: ‘Nieuwe en jongere politici, zonder nauwe banden met de heersende elite, kunnen bijdragen aan de verbetering van het imago van Mauritius als postkoloniaal succes, dat zich hoogstwaarschijnlijk nog zal voortzetten.’

Na vijftig jaar onafhankelijkheid zijn de voorspellingen van Meade en Naipaul gelogenstraft. Maar het eiland verder uitbouwen tot een land met hoge 
inkomens zal misschien een grotere uitdaging zijn dan de huidige regering bereid is toe te geven.

Auteur: Seán Carey

African Arguments
VK | africanarguments.org

Site die in 2007 werd gelanceerd door de Royal African Society, een Britse stichting die zich inzet voor een beter begrip van het continent.

Dit artikel van Seán Carey verscheen eerder in African Arguments.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.