De rauwe ongepolijste stem van Oliver Lovrenski wordt geprezen in de Noorse pers. Zijn debuut Toen we nog jong waren, geschreven op zijn mobiele telefoon, geeft een ongefilterd beeld van opgroeien in het hedendaagse Oslo.
Toen in april 2023 de negentienjarige Oliver Lovrenski een manuscript naar grote Noorse uitgeverijen stuurde, begrepen ‘we (…) meteen dat we met iets bijzonders te maken hadden’, vertelt Nora Campbell, directeur van Aschehoug, aan de krant Verdens Gang. Minder dan een week na ontvangst van het manuscript tekende Lovrenski een contract met hen. Het verhaal raakte de kern van ‘het hedendaagse Oslo’, wat ‘zeldzaam’ is. Bovendien ‘ving het de pijn (…) van jongeren die nu opgroeien’.
Lovrenski, geboren uit een Kroatische moeder en een Noorse vader – een dichter die al snel uit zijn leven verdween – schreef deze roman op zijn mobiele telefoon en putte vooral uit zijn eigen levensverhaal. ‘Als je vijftien bent en je hebt een half dozijn mensen een overdosis zien nemen, verandert dat je. Ik begon te geloven dat er geen uitweg meer was. Op mijn zestiende dacht ik niet dat ik de zeventien zou halen,’ vertelde hij de krant. Het boek werd, mede door drie prijzen en een nominatie, een van de Noorse bestsellers van 2023. Het werd in veertien landen vertaald en in het eerste jaar alleen al werden 63.000 exemplaren van de roman verkocht in een land met minder dan 6 miljoen inwoners.
’Oudere lezers zullen een woordenboek nodig hebben om de eerste paar hoofdstukken te begrijpen’
‘Tijdens zijn jeugd miste [Lovrenski] bepaalde dingen, zoals het gevoel erbij te horen of een mannelijk rolmodel. Hij vertelt hoe hij en zijn vrienden omgingen met drugs en een constant klimaat van wantrouwen’, aldus A-magasinet, de zondagsbijlage van Aftenposten. Maar, zegt de auteur, de vier jongemannen die hij in zijn boek beschrijft – Ivor, Marco, Arjan en Jonas – doen ‘veel ergere dingen’ dan hijzelf ooit heeft gedaan. ‘Maar niet erger dan sommige jongeren die ik ken.’ Ivor lijkt het meest op de auteur. Hij heeft net als Lovrenski Balkanwortels, een alleenstaande moeder, een passie voor boksen en ‘de droom om iemand te worden, om opgemerkt en bewonderd te worden’, aldus A-magasinet.
Toen we nog jong waren (Da vi var yngre) werd unaniem geprezen in de Noorse pers. ‘Wat een talent!’ aldus Cathrine Kroger, recensent van Dagbladet, onder de indruk van de jonge auteur en zijn ‘bijzondere literaire muzikaliteit’.
Ook werd opgemerkt dat de schrijfstijl allesbehalve rechttoe rechtaan is. Het verhaal wordt verteld zonder leestekens of hoofdletters, in ‘Noorse straattaal met zo’n sterke kebabsmaak dat oudere lezers een woordenboek nodig zullen hebben om de eerste paar hoofdstukken te begrijpen’, waarschuwde nieuwssite Nettavisen.
Sindsdien zou de schrijver, die zijn ‘getrainde en getatoeëerde lichaam nu hult in een pak’, aan een nieuw manuscript werken. Volgens A-magasinet gaat het over ‘dezelfde personages in een andere setting, vijf tot tien jaar later’.
Toen we nog jong waren verscheen in een vertaling van Wouter De Jong bij Uitgeverij Oevers.