• Mail & Guardian
  • Cultuur
  • Akabanga, de onbetwiste smaakmaker

Akabanga, de onbetwiste smaakmaker

Mail & Guardian | Simon Allison | 20 september 2018

Akabanga Chilli Oil, een lokaal geproduceerde chilipeperolie, is een nationale obsessie in Rwanda. Niemand kan meer zonder.

Een goedgeklede Rwandese vijftiger zet zijn lunch, een bord bonen met gestoofd rundvlees, op een van de tafeltjes en gaat zitten. Hij vist een klein plastic flesje met een wit dopje uit zijn zak, het soort flesje dat meestal oogdruppels bevat. (Wees alvast gewaarschuwd: zorg dat je dit spul nóóit in je ogen krijgt.) De inhoud van het flesje is fel oranje, het etiket al even fel geel. Met precisie verdeelt de man vijf druppels over zijn eten. En 
hij is niet de enige. In de enorme conferentieruimte in Kigali toveren alle Rwandezen hun eigen flesje tevoorschijn, om hun maaltijd vervolgens zorgvuldig te besprenkelen met – al naargelang ieders tolerantiegrens – een of meer druppels hete chilisaus.

Wij, buitenlandse conferentiebezoekers, wisten niet wat we misten, maar ik was vastbesloten het uit te zoeken. Akabanga Chilli Oil, de befaamde Rwandese chilipeperolie, is een nationale obsessie. Klaarblijkelijk is de 
maaltijd niet compleet zonder een paar druppels van de pittige smaakmaker. Om de hoek van het conferentiecentrum bemachtigde ik mijn eigen flesje in een kleine supermarkt, op het schap tussen de bouillonblokjes en het peper en zout. Sindsdien vergezelt het flesje me op al mijn reizen over het Afrikaanse continent.

Het dorpje Nyirangarama is beter ontwikkeld dan de meeste plaatsen. Dat is te danken aan één enkele man: Sina Gerard, de uitvinder van Akabanga. – © Mail and Guardian
Het dorpje Nyirangarama is beter ontwikkeld dan de meeste plaatsen. Dat is te danken aan één enkele man: Sina Gerard, de uitvinder van Akabanga. – © Mail and Guardian

Overal waar ik kom, probeer ik de plaatselijke gepeperde sauzen en 
specerijenmengsels, die bijna allemaal verrukkelijk zijn. Pittige Nali-saus in Malawi, piripiri langs de kant van de weg in Mozambique, alle smaken van Nando’s in Zuid-Afrika, Nigeriaans 
chilipoeder, gestrooid over Jollof-rijst of als ingrediënt van pepersoep, het vlammende kruidenmengsel waarmee ze in de Centraal-Afrikaanse hoofdstad Bangui in krant gewikkelde brochettes serveren, geurige harissa in Tunesië, de in Somaliland geliefde basbaas-saus met koriander, de dikke Ethiopische awaze-saus, flink gekruid met 
berbere – het perfecte, prikkelende smaakaccent bij derek tibs (roergebakken vlees) en een zurige injera.

Maar Akabanga spant de kroon. Met een Scovillewaarde (de meeteenheid voor het capsaïcinegehalte) van meer dan 15.000 is Akabanga heter dan 
alle andere sauzen. Ter vergelijking: 
de extra scherpe piripiri van Nando’s komt op de Scovilleschaal niet verder dan 3500. Het is de typische smaak 
die Akabanga zo speciaal maakt. De unieke, aardse intensiteit waarmee 
de peperolie – waarvan de tranen je 
in de ogen springen en de stoom je uit de oren slaat – gerechten verdiept, is absoluut verslavend. Op de een of andere manier zijn een paar druppeltjes – nooit meer dan dat, als je tenminste geen gaten in je slokdarm wilt branden – genoeg om gerechten net dat beetje extra te geven, een culinair wonder dat garant staat voor een toegewijde schare fans in Rwanda, maar in toenemende mate ook onder voedselbewuste hipsters in het Westen. 
Ik beschouw mezelf nu ook als een 
discipel van de Akabanga-cultus, dus het was niet meer dan logisch dat ik 
de leider eens eer ging betonen.

Alle wegen waaieren uit van de hoofdstad Kigali, over de beroemde duizend heuvels en door de daaropvolgende diepe dalen. De noordelijke weg die 
uiteindelijk lichtjes naar het oosten afbuigt, voert je naar het plaatsje 
Nyirangarama. Het landschap onderweg is idyllisch, een lappendeken van perfect afgebakende terrassen in alle mogelijke tinten groen, zo nu en dan onderbroken door schilderachtige dorpjes. Het ziet er bijna te mooi uit om waar te zijn. Nyirangarama is beter 
ontwikkeld dan de meeste plaatsen en kan bogen op een paar fabrieken en 
een modern, vier verdiepingen tellend kantoorgebouw dat staat te schitteren in het zonlicht. Dit alles hebben de inwoners te danken aan één enkele man: Sina Gerard.

‘Waar ik ook ga, ik heb altijd een flesje bij me’

In 1983 opende Gerard langs de hoofdweg een stalletje waar hij mandazi verkocht: de gefrituurde deegballetjes die je in heel Oost-Afrika aantreft. Zijn mandazi onderscheidden zich niet van andere deegballetjes, totdat hij ze begon te serveren met zelfgemaakte peperolie, die hij perste uit lokaal geteelde gele pepers. Algauw kwamen de klanten speciaal bij hem langs voor zijn olie, die hij Akabanga doopte. 
‘Het betekent zoiets als “geheim”,’ 
vertelt hij me. ‘Als je het op je eten doet, begrijp je het geheim.’

Gerard, inmiddels een van de rijkste mannen van Rwanda, heeft me voor de lunch uitgenodigd in het blikkerende gebouw, het hoofdkantoor van zijn 
miljoenenbedrijf. Het is gebouwd op de plek waar zijn stalletje ooit stond. We eten gestoofd geitenvlees, bonen en rijst, geserveerd met een smakelijke vleesbouillon, alles rijkelijk voorzien van Akabanga. Gerard zelf is ook verslaafd, zelfs na al die jaren. ‘Ik kan gewoon niet zonder,’ vertrouwt hij me toe. ‘Waar ik ook ga, ik heb altijd een flesje bij me.’

Behalve de chilipeperolie verkoopt zijn bedrijf ook vruchtensap, bananenwijn, honing, mineraalwater en koekjes, allemaal lokaal geproduceerd, met ingrediënten uit de streek. Gerard 
is eigenaar van alle fabrieken in 
Nyirangarama, en vrijwel iedereen is bij hem in dienst. ‘Deze hele business is groot geworden met Akabanga,’ zegt een werknemer.

Om gezondheids- en veiligheidsredenen mag ik de Akabanga-fabriek niet betreden. Op het omringende terrein liggen enorme bergen gele en rode 
chilipepers te wachten tot ze door vrouwelijke werknemers met de hand worden gesorteerd: alleen de beste pepers voor de beste Afrikaanse chilisaus. ‘Het is geen chilisaus, het is 
chilipeperolie,’ verbetert Gerard me, met precies die aandacht voor detail die Akabanga zo uniek maakt. Ik buig het hoofd voor deze terechtwijzing. Hoe dan ook, onder de op hete pepers gebaseerde smaakmakers is Akabanga de onbetwiste koning. Hoewel ik, 
met mijn door overmatig gebruik verschroeide smaakpapillen, misschien niet de aangewezen persoon ben om hierover te oordelen.

Auteur: Simon Allison

Mail & Guardian
Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

Opgericht in 1985 als Weekly Mail 
en in 1990 vlot getrokken door _
The Guardian_ in Londen. De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.

Dit artikel van Simon Allison verscheen eerder in Mail & Guardian.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.