• Die Zeit
  • Cultuur
  • Als afstand het leidmotief is...

Als afstand het leidmotief is...

Die Zeit | Hamburg | Wolfram Goertz | 25 juni 2020

Nu klassieke concerten onder strenge voorwaarden weer mogen plaatsvinden, maakt muziekjournalist Wolfram Goertz van het Duitse weekblad Die Zeit de balans op. Zijn bitterende oordeel: ‘rammelende pizzicato’s en tutti die gatenkaas worden’.

Het beroep van musicus is buitengewoon gevaarlijk. Een cellist heeft kans op artrose in zijn duimzadelgewricht. De fagottist loopt het gevaar dat ze tinnitus krijgt omdat ze vlak voor de trombones zit. Altviolisten krijgen chronische schouderblessures, omdat ze in de veel te krappe orkestbak nooit hun hele stok kunnen gebruiken. En allemaal lijden ze onder het lawaai, het slechte licht en hun collega’s.

Tocht, nog zo’n vijand van de sensitieve kunstenaar, is tegenwoordig wel zeer welkom. Want als het tocht, kunnen de coronamaatregelen worden versoepeld en kan er in de concertzalen weer worden gespeeld. Tocht verdrijft het virus, dat mogelijkerwijs in hele wolken van druppels en aerosolen boven het orkest zweeft. De vermoedelijk hoofdverantwoordelijken voor het besmettingsgevaar waren snel gevonden: de blazers en de zangers. Want die blazen en zingen nu eenmaal.

Twee vragen

In aanwijzingen van de autoriteiten, casestudies en discussies tussen bedrijfsleiding en medewerkers draaide alles om twee vragen: hoeveel zwevende deeltjes die het virus bevatten komen er eigenlijk uit een hoorn of trompet? En wat komt er op het podium terecht als daar bijvoorbeeld de Alpensymphonie van Richard Strauss met zijn enorme bezetting of de Missa solemnis van Beethoven (met koor) wordt uitgevoerd? Met de afstandsvoorschriften die nu voor Sars-CoV-2 in acht genomen moeten worden, zijn dergelijke uitvoeringen sowieso vrijwel ondenkbaar.

Muziekdokters, laserfysici, airconditioningsingenieurs, aerodynamici en ballistiekdeskundigen ontwikkelden iedere dag intelligentere testmethoden, tot er een breed gedragen consensus ontstond: het stelt allemaal niet zoveel voor. De Bundeswehr-universiteit in München ontdekte dat de lucht bij de koperblazers niet verder dan 50 centimeter uit de kelk komt. Zelfs een dwarsfluit, die geen afsluitend mondstuk heeft, is ongevaarlijk. Daar komt de lucht maximaal 75 centimeter ver, zoals de Wiener Philharmoniker aantoonde. Een fluitist van het orkest kreeg via een neussonde een speciale nevel binnen, die de uitstromende lucht zichtbaar maakte. Soortgelijk onderzoek werd uitgevoerd bij de Bamberger Symphoniker: bij geen enkel instrument kwam de luchtstroom verder dan een meter. En waar geen lucht is, is geen virus.

Slijm en condens

Natuurwetenschappelijk gezien was dat te verwachten. Musici blazen immers niet met volle kracht in hun instrument, maar produceren, door geconcentreerd op een nauw mondstuk te blazen, een subtiele luchtkolom. Bij professionals ontsnapt er ook bijna geen lucht, tenzij ze van tevoren hun instrument warm moeten blazen. Natuurlijk moet er tegenwoordig in concertzalen en repetitieruimtes de hele tijd gedweild en schoongemaakt worden, want blazers produceren slijm en vooral condenswater, dat ze uit hun instrument moeten laten lopen.

Het Charité-ziekenhuis in Berlijn adviseert om hen achter plexiglas te zetten. Voor de fluiten is dicht geweven vitrage heel geschikt. Maar om de anderhalve meter afstand kunnen ze moeilijk heen. En daardoor wordt de kunst beperkt. Dus geen symfonieën van Mahler, Bruckner of Sjostakovitsj meer tot er een vaccin is?

De eerste orkesten zijn weer begonnen, met liveconcerten op internet of met maximaal honderd mensen in de zaal. Waar dat toe leidt, liet de Berliner Philharmoniker begin mei zien in een qua klank uitgemergeld en steriel Europa-concert met Mahlers Vierde symfonie, onder leiding van Kirill Petrenko. De Düsseldorfer Symphoniker heeft de concertzaal weer tot leven gewekt door kleine groepjes musici in te zetten. Overal waren schoonmaakploegen in de weer, de afstand tot de buurman werd met een duimstok nagemeten en de zangsolisten werden helemaal vooraan neergezet, zo ver mogelijk weg van iedereen, ook van de dirigent.

Maar musiceren betekent contact maken, niet afstand houden. We zullen ons moeten opmaken voor zware tijden. Strauss’ Elektra in de opera of de Krönungsmesse van Mozart in de kerk kunnen we voorlopig vergeten. Koren zijn tegenwoordig toch al tot ledigheid veroordeeld, tenzij ze in de open lucht in kleine groepjes de ragfijne madrigalen uit de Renaissance willen oefenen.

De Russische pianist Denis Matsoejev treedt op 20 maart zonder publiek (maar voor een livestream) op  in de Tsjaikovski-concertzaal in Moskou. © Pavel Golovkin / AP / Getty
De Russische pianist Denis Matsoejev treedt op 20 maart zonder publiek (maar voor een livestream) op  in de Tsjaikovski-concertzaal in Moskou. © Pavel Golovkin / AP / Getty

De coronacrisis zal de muziekgeschiedenis ingaan als de tijd van de miniaturen. Mahlers Vierde in de kamermuziekversie van Erwin Stein: mooi, alsof Anton Webern hem door een zeef heeft gehaald. Je kunt het uitleggen als de herovering van de muzikale autonomie. Het gaat om de details! En dirigenten, ooit heersers over de massa’s, zijn opeens niet zo belangrijk meer. Ook intendanten mogen dankbaar zijn dat bij de strijkers de maximale bezetting (zestien eerste violen, acht contrabassen) niet meer nodig is. Als dat de bezuinigingsfunctionarissen van de gemeenten maar niet in de kaart speelt…

Als afstand houden het leid- en lijdmotief wordt, heeft dat enorme gevolgen voor de muziekcultuur. Niet alleen omdat de soloblazers de koppen niet meer bij elkaar kunnen steken om hun inzet perfect te synchroniseren. Het gevolg is rammelende pizzicato’s en tutti die gatenkaas worden. De
homogeniteit en consistentie worden minder, sommige muziek heeft nu eenmaal de calorieëntoevoer van een grote groep nodig, anders raakt ze ondervoed. Een korte periode kunnen we dat heus wel hebben. Maar misschien is het nu tijd voor nieuwe rituelen, en voor een ander repertoire.

Zulke processen duren wel even. Niet alleen omdat het publiek, bij wie muziek haar weerklank moet vinden, maar mondjesmaat wordt toegelaten. Zalen zullen wat vaker minder goede orkesten boeken, waarbij de toehoorders zonder problemen of loting over de zaal verdeeld kunnen worden. De musici van hun kant krijgen niet meer dan een mager applausje, en als ze de zaal in kijken weten ze niet of ze het publiek gelukkig hebben gemaakt: misschien zien ze alleen mondkapjes.

De enige tevreden mens is de organist. Hij zit ver van het gedrang hoog en droog op zijn veilige plekje op het oksaal in de kerk. Beneden in het schip zijn de banken om en om afgesloten, en de koster heeft alle deuren opengezet, zodat het lekker doortocht.

Auteur: Wolfram Goertz

Die Zeit  
Duitsland | weekblad | oplage 505.000

De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal, en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet.

Dit artikel van Wolfram Goertz verscheen eerder in Die Zeit.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.