• Quartz
  • Politiek
  • Als Europeaan ben je een tweederangsburger

Als Europeaan ben je een tweederangsburger

Quartz | New York | Kabir Chibber | 06 januari 2017

Het Europese burgerschap stelt weinig voor, en die situatie gaat al terug tot het oude Rome, schrijft Quartz -journalist Kabir Chibber. ‘Keizer Hadrianus zou niet gek hebben opgekeken van de verhoudingen in onze wereld.’

Hoe verhoudt een stam zich tot de vreemdeling? Als je hem heel slecht behandelt, zal hij wegblijven. Als je hem heel goed behandelt, welke voorrechten geniet je dan nog als oorspronkelijke inwoner? Europa is veel verder gegaan dan zoeken naar een oplossing voor dit dilemma: momenteel vindt in Europa het grootste sociaalwetenschappelijke openluchtexperiment van de afgelopen twintig jaar plaats. In een culminatie van alle pogingen om na millennia van oorlogen een verenigd Europa te smeden, heeft de EU in 1993 niet alleen zichzelf in het leven geroepen, maar ook zonder al te veel ophef het geheel nieuwe concept van het Europees staatsburgerschap het licht doen zien – en zonder al te veel inhoudelijke discussie.

Het Verdrag van Maastricht stelt het Europees burgerschap ‘boven het burgerschap van de Lid-Staten. Burger van de Unie is eenieder die de nationaliteit van een Lid-Staat bezit.’ Niet iedereen in de EU realiseert zich dat, maar het is wel zo. Het burgerschap van de EU brengt een aantal rechten met zich mee, waaronder de tot dan toe ongekende mogelijkheid om voor onbeperkte tijd waar dan ook in de EU te werken en te wonen. Dat betekent een juridische gelijkstelling met de burgers van de betreffende Lid-Staat, op alle vlakken behalve het actieve kiesrecht bij landelijke verkiezingen.

Er zijn dus twee soorten vreemdelingen in de EU-Lid-Staten: de Europeaan en de niet-Europeaan. Sterker nog, de Europese immigrant beschouwt zichzelf helemaal niet als immigrant. Hij ziet zichzelf als een Europeaan – met dezelfde rechten als de lokale bevolking. Dat kan tot merkwaardige situaties leiden. In de nasleep van het referendum waarbij is besloten dat het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie zal treden, vertelde Labour-kamerlid Stella Creasy over de campagnetijd in haar Londense kiesdistrict: ‘Walthamstow is er altijd trots op geweest een smeltkroes te zijn, maar nu zag ik een Somalische vrouw tekeergaan tegen een Hongaarse vrouw. Ze schreeuwde dat haar dochter geen werk kon vinden, 
en dat de Hongaarse moest oprotten naar haar eigen land.’

In dit voorbeeld heeft iedereen een andere kijk op de zaak. Het van oorsprong Engelse Kamerlid zag twee buitenlanders tegen elkaar schelden. De Somalische vrouw zag hoe alle offers die ze de loop der jaren had gebracht om te zorgen dat haar dochter een echte Britse zou kunnen worden, teniet werden gedaan door een buitenlander. En de Hongaarse vrouw zag zichzelf vermoedelijk als een Europese in Europa, die werd uitgescholden door een buitenlandse. De meeste Europeanen in Engeland hadden waarschijnlijk het idee dat ze woonden in een land vol mensen die zichzelf ook als Europeaan beschouwden. Het feit dat een meerderheid vóór de Brexit heeft gekozen, toont aan dat dit allesbehalve het geval was. Dat heeft grote gevolgen, niet alleen voor het Europese project, maar voor iedereen die zich afvraagt wat burgerschap betekent in een wereld waarin allerlei stammen door elkaar heen leven.

Onbekend fenomeen

Immigranten die zichzelf niet als zodanig beschouwen, zijn eigenlijk een onbekend fenomeen in de geschiedenis, aangezien er vrijwel altijd toestemming nodig is geweest om je in het land van een ander te vestigen. Vóór 1708, het jaar waarin in Engeland de Foreign Protestants Naturalization Act werd aangenomen – teneinde onderdak te kunnen bieden aan de Franse Hugenoten die werden vervolgd door de katholieken – kon een buitenlander alleen staatsburger van het Verenigd Koninkrijk worden door directe tussenkomst van het parlement of door een verzoekschrift aan de koning. (Het hele idee van het ‘Verenigd Koninkrijk’ was betrekkelijk nieuw – de unie met Schotland was nog maar net twee jaar oud.) Door de nieuwe wetten (die in 1711 weer werden herroepen) werd het voor het eerst mogelijk om op legale wijze dezelfde rechten te verkrijgen als iemand die in het land was geboren. De reden die werd aangevoerd voor deze historische maatregel was dat ‘de aanwas van mensen een middel is om de rijkdom en de macht van een land te vergroten.’

De economische drijfveren om naturalisatie toe te staan zijn in de afgelopen driehonderd jaar niet echt veranderd. Nadat in 1993 de EU in het leven is geroepen, is het aantal mensen dat naar het Verenigd Koninkrijk is geëmigreerd verdrievoudigd – van 75.400 in 1995 tot 223.000 in 2004, aldus Will Somerville in Immigration under New Labour. Die ontwikkeling is voor een groot deel te danken aan Tony Blairs New Labour-regering (1997-2007), die de deur openzette voor geschoolde immigranten.

Maar het gold niet alleen voor de Maastricht-burgers van Europa; ook het aantal werkvergunningen voor immigranten van buiten de EU verdrievoudigde. De grootste verandering vond plaats in 2004, toen het Verenigd Koninkrijk zich als slechts een van de drie Lid-Staten verzette tegen beperkingen voor de acht Oost-Europese landen die zich dat jaar bij de EU aansloten. De overheid voorspelde dat er hooguit 13.000 Europeanen per jaar naar het Verenigd Koninkrijk zouden komen. In minder dan twee jaar kwamen er bijna 580.000 – waarvan ongeveer twee derde afkomstig uit Polen, volgens Sommerville. ‘Na 2004 volgde de grootste toestroom van immigranten in de Engelse geschiedenis, met als gevolg de snelste bevolkingsaanwas ooit’, schrijft historicus Robert Tombs.

Nadiya Hussain (r.), winnaar van The Great British Bake O , beschouwt Engeland als thuis. Maar wat betekent het precies om Brits of Europeaan te zijn? – © Ray Tang / HH
Nadiya Hussain (r.), winnaar van The Great British Bake O , beschouwt Engeland als thuis. Maar wat betekent het precies om Brits of Europeaan te zijn? – © Ray Tang / HH

Zelfs nu nog kiest het Verenigd Koninkrijk ervoor om meer mensen van buiten Europa toe te laten dan mensen van binnen Europa. In tegenstelling tot de Europese immigranten komen de niet-Europese immigranten meestal het land binnen met een werkvergunning, die hun alleen het recht geeft in het Verenigd Koninkrijk te wonen zolang ze werk hebben. Ze hebben geen recht op een uitkering en als ze hun baan verliezen, raken ze hun verblijfsvergunning kwijt. Om meer rechten te verkrijgen, moeten ze een naturalisatieprocedure volgen. Een vereiste is dat ze een aantal jaar in het Verenigd Koninkrijk hebben gewoond, en sinds 2005 moeten ze ook een inburgeringstoets doen en een taaltoets (in Engeland is op een van de negen scholen Engels niet langer de moedertaal van het merendeel van de kinderen) en ze moeten een ceremonie bijwonen.

Dit alles geldt niet voor inwoners van de EU. Die mogen zo lang ze willen in Engeland blijven en net zo veel of zo weinig nemen als ze maar willen: ze mogen werken zonder dat ze Engels te hoeven leren. Ze mogen ook hun gezin laten overkomen – met of zonder werk. Na drie maanden kunnen ze aanspraak maken op een uitkering. Ze mogen vrij in- en uitreizen; ze hoeven zich niet te conformeren aan vernederende visumaanvragen en grenscontroles.

Er zijn momenteel 2,3 miljoen EU-arbeiders in Engeland – waarvan meer dan een miljoen afkomstig uit Oost-Europa. De Polen hebben de Indiërs ingehaald als grootste immigrantengroep. Maar hun omstandigheden zijn volkomen anders. Tussen 1998 en 2015 kwamen elk jaar opnieuw de meeste naturalisatieaanvragen voor rekening van Indiërs en Pakistani, afgaande op de cijfers van het Engelse ministerie van Binnenlandse Zaken. In het eerste decennium van deze eeuw werden er jaarlijks nog geen 20.000 aanvragen voor het Engelse staatsburgerschap gedaan door inwoners van alle Europese landen bij elkaar.

Waarom zou hij zijn best moeten doen een Engelsman te worden en naar “Engelse tv” te kijken, terwijl hij zijn eigen taal en cultuur heeft? Dat is nergens voor nodig. De EU heeft Europeanen het recht van burgerschap verleend zonder enige verplichting

Laatst kwam er een monteur bij mij thuis, in Londen, omdat er iets met mijn internetverbinding was. Hij vroeg of ik ook het televisiepakket van het bedrijf had. Dat had ik niet, en hij ook niet. ‘Thuis kijk ik via de schotel – naar de Poolse tv,’ zegt hij. ‘Ik kijk niet naar Engelse programma’s, omdat ik geen Engelsman ben.’ Daar valt niet tegenop te redeneren. Hij is een inwoner van Polen – en van Europa. Hij kan zich in elk van de (voorlopig nog) achtentwintig landen van Europa vestigen. Waarom zou hij zijn best moeten doen een Engelsman te worden en naar ‘Engelse tv’ te kijken, terwijl hij zijn eigen taal en cultuur heeft? Dat is nergens voor nodig. De EU heeft Europeanen het recht van burgerschap verleend zonder enige verplichting.

Wat is dan de waarde van de manier waarop het al honderden jaren gaat – migratie door middel van naturalisatie? En daarbij gaat het niet alleen om juridische assimilatie, wat belangrijk is, maar ook om iets ongrijpbaarders als sociale en culturele integratie – een ouderwets streven om deel uit te gaan maken van een bepaalde stam. Engeland kent een lange traditie, die teruggaat tot de Hugenoten, waarin immigranten worden geaccepteerd en opgenomen in het Britse bestaan.

Wanneer dat lukt, levert dat veel op – al kost het meestal enkele generaties om een Benjamin Disraeli [Britse premier van Joodse komaf] of een Zadie Smith [Engelse schrijfster met een Jamaicaanse moeder en een Engelse vader] voort te brengen. Nadiya Hussain is de dochter van immigranten uit Bangladesh, die in de jaren zestig van de vorige eeuw naar Engeland zijn gekomen en een afhaalrestaurant zijn begonnen. Ze draagt een hoofddoek en ze is uitgehuwelijkt. Los daarvan is ze de op een na bekendste moslim van het land [de bekendste is Zayn Malik, voormalig lid van boyband One Direction] nadat ze een bakwedstrijd op televisie heeft gewonnen – een programma dat wekelijks meer dan tien miljoen kijkers trekt. Veel Britser kan haast niet.

Over de racistische opmerkingen die ze weleens naar haar hoofd geslingerd krijgt, zei Hussain onlangs: ‘Ik vind het fantastisch om Engels te zijn en ik vind het fantastisch om hier te wonen en dit is mijn thuis en dat zal het altijd blijven. Ongeacht al het andere wat mijn identiteit bepaalt, is dit mijn thuis. En ik wil dat mijn kinderen daar trots op zijn, en ik wil niet dat ze deze ballast meekrijgen.’

Acteurs kruipen in de rol van Romeinse soldaten tijdens een herdenking van de Muur van Hadrianus in 2016. De 117 kilometer lange muur werd tussen 122 en 128 na Chr. gebouwd om de Romeinse noordgrens te beschermen. – © Ian Forsyth / Getty
Acteurs kruipen in de rol van Romeinse soldaten tijdens een herdenking van de Muur van Hadrianus in 2016. De 117 kilometer lange muur werd tussen 122 en 128 na Chr. gebouwd om de Romeinse noordgrens te beschermen. – © Ian Forsyth / Getty

Wat het precies betekent om ‘Brits’ te zijn, is nog altijd niet helemaal uitgekristalliseerd, ondanks alle stappen die sinds 1708 zijn gezet. Hoe kunnen we dan verwachten dat we allemaal ineens ‘Europeaan’ zijn geworden?

Het probleem van het Europees burgerschap is dat er wel een Europees burgerschap bestaat, maar geen Europese identiteit. De EU heeft al haar energie gestoken in de economische kansen die de interne migratie bood, zonder te proberen een gevoel van verbondenheid te creëren. En dat leidt tot dingen als de Brexit.

De ironie wil dat er na het referendum meer gelijkheid zal zijn tussen de Europeanen en de niet-Europeanen in Engeland. In de toekomst moeten ze allemaal een werkvergunning hebben om te mogen blijven. En met de toenemende angst over de hele wereld dat de Brexit misschien slechts de eerste stap is in een lange, aanhoudende reeks terugslagen van de globalisering, vragen veel mensen in Europa een paspoort voor zichzelf en hun kinderen aan in het land waar ze wonen. Ze komen tot de ontdekking dat naturalisatie misschien weleens de oplossing zou kunnen zijn voor hun post-Brexitzorgen.

Maar wat betekent het dan eigenlijk om Europeaan te zijn? Minder dan ooit in brede kring werd gedacht. Veel boze Europeanen die in Londen wonen realiseerden zich tijdens de Brexit-campagne ineens hoe loos hun burgerschap was, toen bleek dat ze niet mochten deelnemen aan het referendum in het land waar ze al vele tientallen jaren woonden. Immer een buitenlander, zelfs thuis.

Oude Rome

Het burgerschap van Europeanen komt in werkelijkheid veel dichter in de buurt van het soort tweederangs burgerschap dat zijn oorsprong vindt in het oude Rome. Nadat Rome in 338 voor Christus een opstand had onderdrukt, kregen de inwoners van de naburige plaatsen in Latium en Campania iets toegekend wat ons vertrouwd in de oren klinkt: burgerschap zonder stemrecht (civitas sine suffragio), ook wel ‘Latijnse rechten’ genoemd.

Mary Beard noemt het in SPQR, haar geschiedenis van Rome, ‘een verzameling rechten die waarschijnlijk al sinds mensenheugenis werden gedeeld door de Latijnse steden en die later een formele uitwerking kregen voor gemengde huwelijken met Romeinen, wederzijdse rechten om contracten te sluiten, de vrijheid om te reizen, enzovoort. Het was een soort middenweg tussen volledig burgerschap en de status van een buitenlander, of een hostis.’

Deze Latijnse rechten verwaterden geleidelijk toen Rome alleenheerser werd. Men kreeg het burgerschap toegekend wanneer men Rome op wat voor wijze dan ook diende: in het leger, of als ambtenaar. Daarnaast kon slaven het burgerschap worden verleend nadat ze hun vrijheid hadden verkregen. Maar dat alles was een voortvloeisel uit het feit dat Rome een keizerrijk werd – en een dictatuur.

Misschien valt er een les te leren voor de EU – die door Brexiteers geregeld wordt verweten een nieuw Rome te zijn –, namelijk dat het gezag in sterke mate gecentraliseerd zal moeten worden om tot een echt Europees burgerschap te komen. Anderzijds kwam het Romeinse Keizerrijk als eerste met het concept van vrij reizen door Europa. Het Romeinse rijk was een plek waar mensen, als nooit tevoren op zo’n enorme schaal, een huis konden bouwen, een vermogen konden vergaren en zelfs hun laatste rustplek konden vinden op duizenden kilometers van de plek waar ze waren geboren’, schrijft Beard.

Voor wie denkt dat globalisering iets van de laatste tijd is: in een van die graven ligt een arbeider, Barates, die zich aan het einde van zijn leven in Engeland bevond, op zesenhalfduizend kilometer van zijn huis in Palmyra, in Syrië. Zijn vrouw, Regina, was geboren in Noord-Londen. Hun graven bevinden zich in het noorden van Engeland, niet ver van de resten van de Muur van Hadrianus, die in 120 na Christus is gebouwd als scheiding tussen het Romeinse Engeland en Schotland.

Daaruit blijkt in ieder geval dat Engeland al heel erg lang buitenlanders verwelkomt, maar tevens muren bouwt om hen te weren.

Auteur: Kabir Chibber
Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

Quartz
Verenigde Staten | qz.com

Deze ‘web-app’ werd in 2012 opgericht door onlinefanaten die met dit nieuwsportal in willen spelen op de nieuwe wereld, ontstaan na de wereldwijde financiële crisis. De redactie hecht aan eigentijdse criteria als transparantie en vernieuwing en wil de ‘voordelen van een vrij toegankelijk web combineren met de elegantie van een applicatie’. Gericht op economie en technologie.

Dit artikel van Kabir Chibber verscheen eerder in Quartz.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.