• New Statesman
  • Politiek
  • Altijd in opspraak

Altijd in opspraak

New Statesman | Patrick Maguire | 20 september 2018

Labourleider Jeremy Corbyn ligt permanent onder vuur, in Westminster en in de media. Maar zijn aanhangers blijven hem trouw. Is een brug tussen die twee werelden denkbaar?

‘Hij is er! Hij is er!’ Een meisje van niet ouder dan zes staat met wapperende handjes te stuiteren van opwinding. Ze heeft bijna een half uur moeten wachten en kan haar ogen niet geloven. Haar moeder, die achter haar een oogje op haar houdt, kijkt met een flauwe glimlach op het gezicht toe. Het meisje pogoot in de richting van de looproute van haar idool. Hij gaat op zijn hurken zitten, maakt een paar grapjes en stopt het madeliefje dat ze hem geeft in zijn borstzak. Dan loopt hij met grote passen naar het podium, klopt hier en daar iemand joviaal op de schouders, schudt handen. Het is een en al gejuich en gefluit; alleen honden kunnen het gillende meisje nog horen, dat zowat stuiptrekt van blijdschap.

Het is het soort reactie waar een boyband in een lokale platenzaak op zou mogen rekenen of, meer van deze tijd, een jonge YouTuber. Maar de opwinding en adoratie vallen een heel andere pin-up toe: Jeremy Corbyn. Het is diploma-uitreikingsdag en samen 
met vierhonderd anderen zit ik verwachtingsvol op hem te wachten in een aula aan de rand van Mansfield, 
de mijnbouwstad in Nottinghamshire waar de Conservatieve Partij eind juni voor het eerst in de geschiedenis won. De Labourleider is ernaar afgereisd om de stad terug te veroveren. Niemand in de zaal twijfelt eraan of hij daartoe in staat is.

Maar buiten de aula is het een heel ander verhaal. Het tumult over het antisemitisme in de Labourpartij duurt voort. Als parlementair journalist valt het me op dat Corbyn in twee universums leeft. In de wereld van Westminster, waar journalisten lastige vragen stellen en waar benauwende politieke mores heersen, wordt hij door beschuldigingen achtervolgd en door partijgenoten geminacht en gewantrouwd. Zelfs zijn assistenten erkennen dat hij zich maar zelden op zijn gemak lijkt te voelen, voor de camera lichtgeraakt en prikkelbaar overkomt en gespannen is wanneer hij in het Huis van Afgevaardigden het woord voert. Voor de meesten die de Labourleider uit hoofde van hun beroep volgen, is Westminster een tweede huiskamer. De verachting voor Corbyn is er nog steeds bijna unaniem, ook al ontwijkt hij elke valkuil.

Waar is Jeremy Corbyn?

Slechts weinig parlementair journalisten hebben zo veel tijd in Corbyns andere universum doorgebracht als ik de afgelopen maand: een volle week. Broodschrijvers en Corbyn-sceptici in Westminster stellen vaak de vraag: ‘Waar is Jeremy Corbyn?’ Het is een beetje een grap met een baard geworden, maar ze hebben gelijk als ze zeggen dat hij niet ‘in de arena staat’, of beter: hún arena. En laat dat nou 
precies zijn wat Labour wil. Volgens 
de partij is het niet de Corbyn-van-Westminster die zetels zoals die van Mansfield terugwint, maar de Corbyn-die-altijd-onderweg-is.

Sinds zijn onwaarschijnlijke verkiezing tot Labourleider gaat Corbyn elk jaar in juli en augustus op tournee om trouwe leden én potentiële bekeerlingen op bijeenkomsten in de provincie toe te spreken. In 2015 en 2016 zocht hij draagvlak voor zijn leiderschapscampagnes. In 2017, nadat hij Theresa May bij de verkiezingen in juni had vernederd, was het een soort overwinningstournee. Dit jaar ging hij naar ‘zwevende’ kiesdistricten in de Engelse Midlands en in Schotland die op 
dit moment in handen zijn van de Conservatieven. Zijn partij heeft in beide regio’s een overwinning nodig om hem in Downing Street te krijgen.

Corbyns tegenstanders binnen de partij doen de bijeenkomsten onder elkaar af als het symptoom van een persoonlijkheidscultus. Ze zeggen dat hun leider preekt voor eigen parochie. Maar zijn team ziet dat anders. Labour maakt zich niet langer, zoals een van hen het formuleert, ‘druk over wat de adjunct-hoofdredacteur van de politieke redactie van de Telegraph vindt’. De partij richt zich daarentegen op leden overal in het land.

De tournee van afgelopen zomer was veel gerichter en soberder dan die in voorgaande jaren, althans wat betreft de manier waarop deze door de spindoctors van de Labourpartij aan de media werd gepresenteerd. Ze voerde langs districten waar Labour zetels moet zien te winnen als Corbyn 
premier wil worden: Broxtowe, Corby, Walsall North, Telford, Stoke-on-Trent South, Mansfield.

Corbyn bezocht ‘zwevende’ kiesdistricten in de Engelse Midlands en in Schotland, die op dit moment in handen zijn van de Conservatieven. – © Jeff Mitchell / Getty Images
Corbyn bezocht ‘zwevende’ kiesdistricten in de Engelse Midlands en in Schotland, die op dit moment in handen zijn van de Conservatieven. – © Jeff Mitchell / Getty Images

Het is al te gemakkelijk om juist van Mansfield een karikatuur te maken. Sinds de 28-jarige Conservatieve kandidaat Ben Bradley er in 2017 won, is het een synoniem geworden voor alles wat Westminster denkt dat de provincie denkt dat er mis is met Jeremy Corbyn. Het was een veelzeggend verlies: dit is de mijnstreek. Als er één tegenpool is van de onverwachte overwinningen die Labour boekte in Kensington en Canterbury, dan is het Mansfield wel.

Mansfield is echter niet het deprimerende, postindustriële maandlandschap waar sommigen in Westminster het voor houden. Op een donderdagmiddag is het er druk in het centrum en op de markt, en Corbyn houdt zijn verhaal in een lommerrijke buitenwijk. Onder het gehoor van ruim vierhonderd aanwezigen, het grootste van de hele tournee, bevinden zich representanten van oud en nieuw zeer: kompels met een lang stakingsverleden, burgerlijke protestantse vrouwen, activisten die zich verzetten tegen schaliegaswinning. Maar het merendeel bestaat uit gewone leden en aanhangers, zoals het opgewonden meisje met haar madeliefje.

Als de Tories al bang zijn, dan weten ze het goed te verbergen

Corbyn komt iets te laat aan, onder donderend applaus. Het is een thuiswedstrijd voor hem en de Labourleider is op zijn gemak. Hij spreekt als laatste, na een bewoner van een plaatselijk landgoed, de organisator van de bijeenkomst en de plaatselijke Labourkandidaat. Na een korte groepsdiscussie is 
de zaal aan de beurt. De eerste die het woord krijgt, zwaait Corbyn alle lof toe, maar is helaas nog veel te jong om te stemmen. De volgende is zo’n protestantse vrouw, die vecht voor haar pensioen en vindt dat een regering onder leiding van Corbyn mensen zoals zij ‘tegemoet moet komen’. ‘Laten we hem een kans geven.’ Een derde zegt dat ze ‘een einde wil maken aan de verschrikking die schaliegaswinning heet’ 
(er zijn plannen voor winning in de buurt). Corbyn knikt instemmend.

Kort voor de bijeenkomst had Labour nog een formele klacht ingediend bij de Ipso, de Britse journalistieke tuchtraad. De partij was het niet eens met 
de manier waarop zes dagbladen (Sun, Times, Telegraph, Mail, Express en Metro) hadden bericht over Corbyns vermeende deelname aan een ceremonie in Tunis in 2014, waar een krans werd gelegd voor de terroristen achter het bloedbad op de Olympische Spelen van München in 1972. Vlak voordat Corbyn in Mansfield het podium betrad, had vakbondsman Len McCluskey, een trouwe bondgenoot, leiders van de Joodse gemeenschap beschuldigd van ‘agressieve vijandigheid’. Corbyns oproep aan Labour om de definitie van antisemitisme van de International Holocaust Remembrance Alliance 
over te nemen werd er volledig door overschaduwd. Hier in de aula is het enige waaruit blijkt dat het in de buitenwereld allemaal niet zo lekker loopt, dat Corbyn de hele tijd op zijn telefoon zit. Terwijl buiten opnieuw een mediastorm woedt, verschaft dit soort bijeenkomsten hem een veilige haven. 
Hij is een en al ontspannen jovialiteit.

In zijn toespraak begeeft hij zich op bekend terrein. Zijn verhaal is een bespiegeling over het Goede (de National Health Service, muziekinstrumenten voor basisscholen, het Labourmanifest) tegenover het Kwade (Theresa May, de rechtse pers). De verkiezingen van vorig jaar vallen in de eerste categorie, ondanks het verlies van Mansfield. Corbyn verwijst alleen impliciet naar de nederlaag, want we zijn hier allemaal aanwezig omdat die heeft plaatsgevonden.

Maar heeft de nieuwe aanpak van onderaf wel kans van slagen in districten die deels verloren zijn gegaan vanwege de antipathie jegens de Labourleider? Wegen plaatselijke inspanningen op tegen het grillige 
verloop van een nationale verkiezingscampagne? Waarschijnlijk is het nog 
te vroeg om daar iets over te zeggen. Maar áls de Tories al bang zijn, dan weten ze het goed te verbergen. De mening van het Conservatieve parlementslid Ben Bradley over Corbyns bezoek was van een kenmerkende 
botheid. ‘Dank dat hij helemaal hiernaartoe is gekomen om de mensen in Mansfield eraan te herinneren waarom ze in 2017 ook alweer van Labour naar ons zijn overgestapt,’ zei hij. ‘Hij mag zo vaak komen als hij wil.’

Volle zalen

Het is dus de missie van de partij om met de macht van haar 570.000 leden een overwinning van Corbyn in beide universums te bewerkstelligen en zo het roer in handen te krijgen. De Labourleider vat die aanpak als volgt samen. ‘We zullen de verkiezingen winnen, niet door ruimte voor duizenden posters te huren, maar door miljoenen gesprekken te voeren. Ik ga dat in het hele land doen, te beginnen deze week en dan elke week tot aan de verkiezingen.’ Alleen: de leider die deze woorden sprak, is niet Jeremy Corbyn maar Ed Miliband. Hij deed dat vlak voor de verkiezingen van 2015. En we weten hoe die zijn afgelopen.

Ditmaal beschikt Labour echter over een leider die toewijding en persoonlijke loyaliteit van de leden weet af te dwingen. Er zijn maar weinig politici die dit soort zalen vol krijgen. Corbyn voelt zich duidelijk als een vis in het water op dit soort bijeenkomsten, heel anders dan Miliband, van wie pijnlijk afstraalde dat hij een product van Westminster was. Na acht jaar van bezuinigingen, en na de Brexit, is het politieke landschap er ontegenzeggelijk een stuk gunstiger voor hem 
op geworden.

Zoals de Corbyn-van-Westminster fungeert als bliksemafleider voor de ongerichte woede en minachting van zijn tegenstanders, zo dient de Corbyn-op-tournee hetzelfde doel voor de vage ambities, pijn en wrok van zijn kiezers. Het valt nog te bezien wat hij voor de achtergestelde Britse plattelandsgemeenschappen kan betekenen. Maar als hij via het tweede universum aan de macht kan komen terwijl hij in het eerste nog wordt beschimpt, zal er iets fundamenteel zijn veranderd in de Britse politiek.

Auteur: Patrick Maguire

New Statesman
Verenigd Koninkrijk | weekblad | 
oplage 23.900

Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek.

Dit artikel van Patrick Maguire verscheen eerder in New Statesman.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.