• Le Monde
  • Reader
  • ‘Assad wil ons er allemaal uit gooien’

‘Assad wil ons er allemaal uit gooien’

Le Monde | Parijs | 31 maart 2020

Een correspondent van de Franse krant Le Monde verbleef tien uur lang in de verzetshaard Idlib, tussen ontheemden die op de vlucht zijn voor het Syrische regime. Een reportage vanuit het laatste bastion van verzet tegen Assad, aan de grens met Turkije. ‘Assad is een zwijn en een leugenaar, we vertrouwen hem voor geen cent.’

Vluchtelingenkampen aan de Syrisch-Turkse grens groeien, nu de gevechten in Idlib aanhouden. Meer dan 900.000 burgers zijn sinds 1 december ontheemd geraakt door de gevechten in en rondom Idlib.  © Burak Kara / Getty Images
Vluchtelingenkampen aan de Syrisch-Turkse grens groeien, nu de gevechten in Idlib aanhouden. Meer dan 900.000 burgers zijn sinds 1 december ontheemd geraakt door de gevechten in en rondom Idlib. © Burak Kara / Getty Images

Je moet je een menselijke vloedgolf voorstellen. Een gigantische golf van honderdduizenden mensen die een smal en overbevolkt gebied overspoelt. De golf zet de velden blank, bedekt de heuvels, overweldigt de steden. Dringt scholen en winkels binnen, onvoltooide gebouwen, maakt zich sluipenderwijs meester van de meest verborgen hoekjes, van de eerste verdieping van een moskee tot de ondergrondse ruimtes van een voetbalstadion.

Dat gebeurt er nu al drie maanden in de provincie Idlib, het laatste bastion van het verzet tegen Assad, in de noordwesthoek van Syrië, bij de grens met Turkije. Een toevloed van ontheemden, van hun grondgebied verjaagd door de bombardementen van het Syrische regime en zijn Russische bondgenoot, heeft het landschap verzwolgen. De Verenigde Naties schatten hun aantal op een miljoen. Ze zijn op kilometers afstand herkenbaar aan het blauwe plastic dekzeil dat dikwijls als dak dient, een stipje kleur in een universum van beton, steen en stof.

Ingeklemd

Op vrijdag 6 maart kon Le Monde met toestemming van de Turkse autoriteiten deze enclave bezoeken, waar drie miljoen mensen wonen, ingeklemd tussen de troepen van Assad, die de enclave hopen te heroveren, en de politie uit Ankara, die niemand de grens meer laat oversteken. Deze tien uur durende excursie naar een wereld die is afgesneden van de wereld werd ook toegestaan door de Syrische Heilsregering, het interim-bestuur in het rebellengebied dat banden heeft met de salafistische groepering Hayat Tahrir al-Sham (HTS), de feitelijke machthebber in Idlib. Het bezoek vond plaats op de eerste dag van het staakt-het-vuren dat de dag ervoor in Moskou was overeengekomen tussen de Turkse president Erdogan en zijn Russische collega Poetin.

In een vluchtelingenkamp in de omgeving van Sarmada, de eerste stad na de grenspost Bab al-Hawa, zit een oude vrouw met een gebronsd gezicht in kleermakerszit aardappels te schillen. Ze heet Hajja Fatma en woont in een tent van 15 vierkante meter, samen met zeven kleinkinderen. Kinderen met woest, ongekamd haar en vuile, haveloze kleren wier geschreeuw zich vermengt met het gemekker van een geit die de bewoner van de naburige tent op zijn vlucht heeft meegenomen. ‘’s Nachts, als de temperatuur daalt en we niets meer hebben om de kachel brandend te houden, rollen we de kleintjes in dekens en leggen ze dicht tegen elkaar aan, zodat ze warm blijven,’ vertelt Fatma, die weet dat diverse kinderen de afgelopen weken door de kou zijn omgekomen.

Een Syrisch gezien in vluchtelingenkamp Maâarrat Misrin in de Syrische provincie Idlib, nabij de Turkse grens. Aanvallen van het regime van Assad, gesteund door Rusland, houden aan in de regio.  © Muhammed Said / Anadolu Agency / Getty Images
Een Syrisch gezien in vluchtelingenkamp Maâarrat Misrin in de Syrische provincie Idlib, nabij de Turkse grens. Aanvallen van het regime van Assad, gesteund door Rusland, houden aan in de regio. © Muhammed Said / Anadolu Agency / Getty Images

Modderpoel

Het kamp, gelegen aan de rand van een weg, bestaat uit een vijftigtal tenten en ziet eruit alsof er migranten wonen die afkomstig zijn van de andere kant van de wereld. Kleren hangen te drogen aan een waslijn tussen twee houten stokken. Tussen een stuk of vijf waterreservoirs die wachten om gevuld te worden rennen hanen rond.

Geen enkel pad is geasfalteerd. Een prefabtoilettenblok is het enige wat van hard materiaal is gemaakt. Tijdens de heftige regenbuien die het gebied afgelopen februari hebben geteisterd, was het kamp één grote modderpoel. ‘Het was alsof je in een riool woonde,’ zegt Fatma, terwijl ze haar dikke, eeltige handen wringt.

Voor hun levensonderhoud zijn de bewoners volledig aangewezen op hulpgoederen van de Verenigde Naties: rijst, meel, olie, linzen en suiker. Als deze levensmiddelen op zijn moeten ze de broekriem aanhalen. Het komt ook voor dat de ontheemden hun rantsoen levensmiddelen verkopen om bijvoorbeeld hun tent te kunnen betalen, waarvoor de huur vaak hoog is. ‘Ik heb al drie maanden geen vlees gegeten,’ zegt Fatma. ‘En laten we het over fruit al helemaal maar niet hebben,’ voegt ze er schaterlachend aan toe. ‘Dat jullie hier zijn, geeft me moed. Ik hoop dat dankzij jullie onze stem zal worden gehoord.’

Haar zoon, Mohamed Aboud, een veertiger in een leren jack en een groene djellaba, licht de situatie toe. Het akkoord tussen Poetin en Erdogan zorgt ervoor dat de loyalistische troepen in het zuiden van de provincie Idlib zich niet zullen terugtrekken, evenmin als op het platteland ten westen van Aleppo, waar de familie vandaan komt. Een terugkeer is onmogelijk. ‘Bashar [al-Assad] is een zwijn en een leugenaar, we vertrouwen hem voor geen cent,’ briest hij. ‘Mensen die naar huis zijn teruggekeerd nadat ze voor de gevechten waren gevlucht, zijn een paar maanden later gearresteerd. Onze toekomst ligt in Turkije,’ voegt hij eraan toe, zinspelend op een clandestiene oversteek van de grens met behulp van een mensensmokkelaar. ‘Dat is onze enige hoop, naast Allah.’

Het regime moet niets van ons hebben. Terugkeren is onmogelijk

Khaled Mourad, een dertiger met lichte ogen en een zachte stem, afkomstig uit Jebel Zawiya, een gebied dat onlangs door de troepen van Assad werd veroverd, nodigt ons uit in zijn tent vol tapijten en matrassen. Deze voormalige opstandeling, die in 2015 de wapens neerlegde uit woede over het feit dat hij vaker tegen rivaliserende facties moest vechten dan tegen de troepen uit Damascus, verwacht een hervatting van de bombardementen. ‘Het staakt-het-vuren zal niet standhouden,’ voorspelt hij, ‘want het regime beschouwt ons allemaal als terroristen. Als er geen wonder gebeurt, zullen we onze geboortegrond nooit meer terugzien.’

Op deze vrijdag, de wekelijkse vrije dag, kunnen we goed doorrijden opde weg van Sarmada naar de provinciehoofdstad Idlib. Nog maar enkele weken geleden zat die weg volledig verstopt met voertuigen: aan de ene kant de pick-uptrucks van de opstandelingen en de pantservoertuigen van het Turkse leger die naar het front trokken, en aan de andere kant de met families volgepakte auto’s en de tot aan de rand met dekens en matrassen gevulde vrachtwagens, die vluchtten voor de gevechten. Vandaag trekt het landschap op volle snelheid voorbij, met her en der blauwe vlekken die op de aanwezigheid van een vluchtelingenkamp duiden.

We ontwaren ze op heuveltoppen, in boomgaarden en gemaaide velden, op landbouwterrassen en aan de rand van dorpen. In de verte zie je ook de met kogels doorzeefde gevels van Al-Fu’ah en Kefraya, twee sjiitische dorpen die lange tijd bezet waren door de rebellen. Tussen 2015 en 2018 is de bevolking van deze dorpen in diverse golven geëvacueerd, na de opheffing van de omsingeling van Zabadani en Maday, twee anti-Assad-bolwerken ten westen van Damascus.

Veel militaire wegversperringen zijn verdwenen, waarschijnlijk uit angst om op de korrel te worden genomen door de Russische en Syrische vliegtuigen. Bij de weinige controleposten die er nog zijn, manen gewapende mannen het verkeer met werktuiglijke gebaren om door te rijden. Idlib, het domein van Hayat Tahrir al-Sham, kun je zonder enige controle binnenrijden. Op het centrale plein staat een groot bord dat tegen een achtergrond van strijders oproept tot algehele mobilisatie. ‘Een confrontatie is onontkoombaar,’ verkondigt het affiche, met daaronder het telefoonnummer waarop je je kunt aanmelden voor het gewapende verzet.

Maar in de stad is van de organisatie nauwelijks een spoor te bekennen. De enige man in gevechtskleding op het plein is de bewaker van het museum van oudheden. Het museum is beroemd om zijn verzameling spijkerschrifttabletten; het heeft evenzeer geleden onder de
bombardementen van het Syrische leger als onder de plunderingen van rebellengroepen. Vandaag is het gesloten. Onder druk van het regime maar ook van het Turkse leger en de pro-Turkse Syrische milities, die de afgelopen maanden in groten getale zijn toegestroomd, houden de salafisten zich gedeisd.

De stad is getekend door negen jaar oorlog. Het is er grijs, treurig, met her en der opengereten gebouwen en puinhopen, getuigen van de bommen die op gezette tijden vallen. Maar in tegenstelling tot andere steden in de regio is Idlib nog springlevend. In het park wemelt het van de gezinnen die van de eerste uren van het staakt-het-vuren komen genieten. Het is een van de eerste dagen sinds december 2019 dat er geen sirenes klinken om de bevolking te waarschuwen voor de komst van een vliegtuig.

‘Disneyland’ profiteert er ook van. In dit restaurant met speeltuin dat zes maanden geleden is geopend, tijdens een eerdere pauze in de vijandelijkheden, zitten een stuk of twintig mensen. In een geur van frituur en gegrild vlees oefenen pubers zich in het werpen van een basketbal. Kleine jongetjes klimmen om de beurt op een elektronisch aangedreven hobbelpaard. ‘Het geluk van de kinderen is ons geluk,’ roept de bedrijfsleider van de gelegenheid, terwijl een kolossale figuur met een baard in een militair uniform aan een tafeltje gaat zitten met een baby in zijn armen. Voordat hij het restaurant binnenging, heeft de man zijn kalasjnikov bij de bewaker ingeleverd, zoals je je jas afgeeft bij de garderobe van een theater.

Een Syrische man laadt de bezittingen van zijn familie uit een laadbak in een nieuw ingericht vluchtelingenkamp in de buurt van Atmeh, in de provincie Idlib.  © Burak Kara / Getty Images
Een Syrische man laadt de bezittingen van zijn familie uit een laadbak in een nieuw ingericht vluchtelingenkamp in de buurt van Atmeh, in de provincie Idlib. © Burak Kara / Getty Images

Ontheemdendrama

Maar je hoeft in de stad maar een deur open te doen of een trap op te lopen, of je wordt geconfronteerd met het ontheemdendrama. Op eerste etage van de grote moskee, de zaal die traditioneel is gereserveerd voor vrouwen, klinkt kindergeschreeuw. Zo’n honderd jonge vluchtelingen uit Saraqib, een iets oostelijker gelegen stad die onlangs is veroverd door troepen van Assad, wonen daar met hun moeder en zijn aan het eind van hun Latijn. Wissal Al-Jamal, een meisje van tien, laat haar rechterhand zien, waarvan nog maar een stompje over is. ‘We waren de verjaardag van mijn broertje aan het vieren bij de buren,’ vertelt ze op vlakke toon, met de ernst van een kind dat te snel groot is geworden. ‘Ik ben een dutje gaan doen. Dat heeft me gered. De bom is op mijn moeder en mijn broertje gevallen, die zijn allebei dood. Zelf ben ik alleen maar gewond geraakt. Nu ben ik aan het leren om met links te schrijven.’

Het plaatselijke voetbalstadion is ook opgeëist. Op de tribunes en in de ondergrondse ruimtes krioelt het van de schipbreukelingen van de oorlog. Alleen het gras wordt gespaard. ‘We waren bang dat als we daar een grote tent zouden neerzetten, die een perfect doelwit zou zijn voor de vliegtuigen van Assad,’ zegt Abdel Razek Awad, de plaatselijke vertegenwoordiger van Violet, een Syrische ngo die zeer actief is in het stadion. In een grote ruimte naast de douches heeft de organisatie een slaapzaal ingericht voor zo’n veertig families. Dekzeilen bij wijze van tapijt, rijen matrassen tegen de muren en kolenkachels als verwarming. ‘Dit stadion was een feestelijke plek, maar nu is het er een en al treurnis,’ zegt Awad.

De blik van Samira Dahoul, een oude dame die warm is ingepakt in een blauw wollen vest, wordt dof wanneer haar zoons ter sprake komen die ze na haar vlucht uit het oog is verloren. ‘Ik denk dat ze naar Libanon zijn gegaan. Drie anderen zijn omgekomen in de strijd, ik ben nu helemaal alleen,’ stamelt ze. Naast haar treurt de veertigjarige Hasna Mustafa, wier gezicht is bedekt met een elegante groene sluier, om haar huis in Jebel Zawiya. ‘Ik wilde in de buurt van het graf van mijn zoon blijven, die is omgekomen in de strijd,’ zegt ze. ‘Ik kan er niet tegen dat ze zeggen dat hij voelt dat ik ben weggegaan. Maar ik weet dat ik niet met degenen zou kunnen leven die hem hebben gedood. En het regime moet niets van ons hebben. Terugkeren is onmogelijk, dat weet iedereen.’

Uitroeiingsoorlog

Ziedaar de boodschap van de verdoemden van Idlib. Hun exodus is niet het ongelukkige gevolg van een oorlogssituatie, maar het doel van de oorlog zelf. ‘Het regime van Assad wil ons er allemaal uit gooien,’ zegt Awad. ‘Hij weet dat hij deze regio nooit onder controle kan krijgen zolang deze bevolking, die hem uiterst vijandig gezind is, hier nog zit. Als niemand hem tegenhoudt, is hij in staat om zelfs alle vluchtelingententen met de grond gelijk te maken.’

Omdat ze beseffen dat ze met een uitroeiingsoorlog te maken hebben, en ze er allemaal of bijna allemaal van overtuigd zijn dat de wapenstilstand niet blijvend zal zijn, zetten sommige Syriërs in Idlib alles op alles om de Turkse grens over te steken. Een kostbare en gevaarlijke onderneming, voorbehouden aan de grootste fanatiekelingen. De meesten die het proberen worden teruggestuurd, met in het gunstigste geval een paar blauwe
plekken door klappen van de Turkse bewakers en in het slechtste geval een kogel in hun lijf. De anderen blijven wanhopig waar ze zijn. ‘Ik eet nog liever stenen in mijn eigen land dan dat ik naar Duitsland vertrek,’ tiert Mustafa.

De weg naar Idlib kruist op een gegeven moment de spoorlijn van Aleppo naar Latakia. Vanaf de brug is te zien dat er enkele honderden meters rails ontbreken. De daders hebben hun buit vermoedelijk aan een schroothandelaar verkocht. Maar op de taluds waar de trein reed hebben ze tenten neergezet, waarin ze hun naasten hebben ondergebracht. Je kunt je een mooiere plek voorstellen, maar omdat het kamp op deze manier iets hoger ligt, is het in elk geval beschermd tegen overstromingen. Idlib stelt alles in het werk om te overleven.

Benjamin Barthe

Le Monde
Frankrijk | dagblad | oplage 302.500

Links-liberaal dagblad. In 1944 opgericht nadat Duitse troepen Parijs hadden verlaten. Journalisten die voor de krant werken, zijn ook aandeelhouder.

Dit artikel van verscheen eerder in Le Monde.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.