• IranWire
  • Politiek
  • Bedreigingen en wekenlange verhoren: zo gaat Iran met kritische journalisten om

Bedreigingen en wekenlange verhoren: zo gaat Iran met kritische journalisten om

IranWire | Pouyan Khoshhal | 02 september 2020

Yasaman Khalegian schreef kritische stukken over sociale kwesties in Iran. Op een dag werd ze opgepakt en twee maanden vastgehouden. IranWire tekende het verhaal op van de inmiddels gevluchte journalist.

Yasaman Khalegian raakte haar baan bij het ILNA-nieuwsagentschap kwijt toen ze weigerde verslag te doen van zogenaamde ‘liefdadigheidsacties’ die worden georganiseerd door de Iraanse Revolutionaire Garde (IRG).

‘Op 25 januari stonden ze voor de deur. Ze zeiden dat ze medewerkers van de bank waren. Mijn moeder deed open en ik zei tegen mijn broer: “Waarom zouden de mensen van de bank hierheen komen?” Hij liep vrijwel zonder nadenken naar de trap en ineens hoorde ik hem roepen: “Yasaman, weg hier!”

Alles ging heel snel. Een van de agenten zette een pistool tegen het hoofd van mijn broer en zei dat hij stil moest zijn. Ik schoot naar mijn kamer en deed de deur op slot, maar een andere agent trapte hem in en toen…’

Khaleghian, een freelancejournaliste die over sociale kwesties in Iran schrijft, heeft het land uiteindelijk voorgoed verlaten nadat ze enkele keren door de geheime dienst is ontboden en verhoord. Ze heeft in totaal zo’n negen jaar voor Iraanse media gewerkt.

© Yasaman Khalegian / Twitter
© Yasaman Khalegian / Twitter

In januari 2020 drongen soldaten van de Iraanse Revolutionaire Garde bij enkele Iraanse journalisten het huis binnen – zo ook bij Khaleghian. Ze haalden alles overhoop en namen persoonlijke spullen in beslag. Khaleghian moest enkele ondervragingen doorstaan voordat ze uiteindelijk werd beschuldigd van ‘het negatief beïnvloeden van de publieke opinie’, ‘het verspreiden van leugens’ en ‘het bevorderen van corruptie’ met haar artikelen, waarin ze onder meer de IRG er – terecht – van had beschuldigd vlucht 752 van Ukraine International Airlines te hebben neergehaald. Ook werd ze ervan beschuldigd een foto van zichzelf zonder hoofddoek online te hebben gezet.

Khaleghian begon haar journalistieke carrière op haar drieëntwintigste, bij de reformistische krant Shargh. Vervolgens stapte ze over naar Jahan-e Sanat, een krant die onlangs door de autoriteiten is verboden vanwege het in twijfel trekken van het officiële aantal coronagevallen in Iran. Daarna is ze journalistiek gaan studeren terwijl ze voor het Iraanse nieuwsagentschap ILNA werkte aan tweejarige fotografieprojecten, waarin de arme gebieden en grensstreken van Iran werden gedocumenteerd. Zodoende kwam ze uiteindelijk fulltime in dienst bij het ILNA.

Valse getuigenis

In een uitgebreid interview met de zustersite van IranWire, Journalism is Not a Crime, beschrijft Khaleghian de opeenstapeling van factoren die haar uiteindelijk hebben doen besluiten om, tegen haar wil, het land te verlaten: van beperkingen die haar zijn opgelegd binnen haar journalistieke werk en invallen door de geheime dienst tot urenlange, slopende verhoren en uiteindelijk de toenemende druk om een valse getuigenis af te leggen.

In de loop van haar werkzame leven in Iran heeft Khaleghian meerdere malen te maken gekregen met anonieme bedreigingen. Zo ook in de tijd dat ze voor het ILNA werkte aan artikelen over sociale kwesties.

‘De laatste keer werd ik gebeld door iemand die zei: “Als je zelf geen zuur in je gezicht wilt krijgen, laat dit dan rusten.” Toen ik dat meldde bij het nieuwsagentschap, werd er niets mee gedaan. En het artikel over die zuuraanvallen is ergens in een la verdwenen.’

Censuur

Khaleghian heeft van augustus 2014 tot oktober 2018 bij het ILNA gewerkt. Als deel van haar langlopende project om het leven in de armste delen van Iran vast te leggen, heeft ze zich verdiept in de kulbars – grenskoeriers – in de koudere streken van het land. ‘Ik stond op het punt om van Ardabil Airport naar Teheran te gaan,’ herinnert ze zich, ‘toen ik werd opgepakt door de luchthavenpolitie. Net als anders deed het management van het ILNA ook nu weer niets.

Nadat ik één nacht in de cel had gezeten hebben mijn collega’s van de afdeling economie, die banden hadden met de plaatselijke kamer van koophandel, met succes een petitie ingediend voor mijn vrijlating. Zelfs mijn ticket is betaald door de kamer van koophandel in Ardabil, als ik het me goed herinner. Toen mijn dossier uiteindelijk werd vrijgegeven, had het agentschap de belangrijkste passages over het zware leven van de kulbars eruit gehaald.’

Het gebrek aan steun van het ILNA, in combinatie met het feit dat haar artikelen werden gecensureerd, maakte het lastig voor Khalegian om haar werk te doen. Een ander groot artikel van haar, over de beproevingen van een Afghaans kind, werd pas gepubliceerd nadat er hele stukken waren geschrapt. ‘Dat was gedaan door de toenmalige hoofdredacteur maatschappelijke kwesties van het ILNA,’ zegt ze, ‘en de spanningen tussen mij, de hoofdredacteur en de CEO liepen steeds verder op. Zo werd de bodem gelegd voor mijn ontslag.’

In mei 2018 kwamen elf mensen om bij een brand in Ahvaz, die vermoedelijk was aangestoken door een zestienjarige jongen uit Khoezestan. Er waren ook veel slachtoffers met derdegraads brandwonden. Khalegian pakte meteen haar rugzak en ging erheen.

‘Als je zelf geen zuur in je gezicht wilt krijgen, laat dit dan rusten’

‘Voordat ik naar Ahvaz ging,’ zegt Khalegian, ‘kreeg ik van het nieuwsagentschap een lijst namen van mensen bij de geheime dienst en de overheid die ik moest interviewen. Maar ik wilde naar Ahvaz om ter plekke verslag te doen, om de waarheid te achterhalen en te kijken naar de sociale achtergronden. Na publicatie van het onderzoek werd het agentschap onder zware druk gezet door de geheime dienst en werd een groot deel van mijn tekst alsnog verwijderd door het ILNA.’

Niet lang daarna citeerde Khalegian in een interview iemand van de VN-vluchtelingenorganisatie die de term ‘sekswerker’ zou hebben gebruikt. Hoewel het niet haar eigen woorden waren, werd Khalegian van meerdere kanten bedreigd vanwege deze vermeende misstap. Na dat incident mocht ze niet meer bij de Welfare Organization komen en belandde haar naam op een lange lijst van mensen die niet meer door de voorlichters te woord werden gestaan.

‘Op een dag,’ vertelt Khalegian, ‘moest ik bij de CEO komen en kreeg ik te horen dat ik verslag moest doen van de activiteiten van een liefdadigheidsactie in de buitenwijken. Ik ging naar de bewuste plek, maar trof daar alleen een groep mannen aan in IRG-uniform. Ik begreep niet wat ik daar te zoeken had, maar goed. Wat zij deden was op geen enkele manier humanitair. We kwamen in een wijk waar ze de mensen weigerden te helpen omdat het Afghanen waren.’

Ontslagen

Eenmaal terug bij het ILNA, liet Khalegian weten dat ze geen stuk zou schrijven over de liefdadigheidsactie. ‘Massoud Heydari, de CEO, kwam naar mijn bureau en stond erop dat ik het wel deed,’ zegt ze. ‘Hij zei onomwonden dat we een afspraak met hen hadden en dat ik erover moest schrijven. Maar ik hield vol dat ik het niet kon doen en ik zei dat hij maar iemand anders moest sturen als hij het per se wilde. Daarop werd ik op staande voet ontslagen. Ik pakte mijn spullen en vertrok.’

Een paar dagen later keerde Khalegian terug naar het ILNA, op verzoek van diezelfde hoofdredacteur, en kreeg een contract aangeboden voor de eerste zes maanden van het jaar (waarvan er al vijf waren verstreken). ‘Dat wil zeggen,’ zegt ze, ‘toen ik tekende, had ik nog een maand te gaan. Na dat voorval werd ik doodgezwegen door zowel de hoofdredacteur als de secretaresse en de directeur. Mijn stukken werden zo nu en dan gepubliceerd, al zouden de belangrijke artikelen die ik schreef over bijvoorbeeld genitale verminking bij vrouwen, nooit verschijnen. Een maand later, net na Tasoe’a en Asjoera, belangrijke feestdagen, kreeg ik te horen dat de directeur niet langer bereid was met me samen te werken.’

Kort na haar ontslag bij het ILNA zette Khalegian een project op, samen met het videoteam van de krant Iran – die drie maanden nadat alle medewerkers ontslag hadden genomen, officieel was opgedoekt. Ze was korte tijd aangesloten bij de nieuwszender Ravi en maakte een videoverslag van vrouwen die zichzelf in brand staken in het dorp Dishmuk in de provincie Boyer-Ahmad.

Toen ging op 25 januari de bel en nam Khalegians leven een surrealistische wending. Op die dag stormden acht mannen en een vrouw het huis binnen en keerden alles ondersteboven. Ze waren meer dan vier uur bezig. Toen kwam er een ander team, dat haar mobiel en haar laptop leegtrok.

Ondervraging

Khalegians eerste ondervraging vond plaats precies een week na de inval in Teheran. Tijdens deze zeven uur durende beproeving werd Khalegian er aanvankelijk van beschuldigd te hebben ‘samengewerkt met de Iraanse Volksmoedjahedien’, wat gewoonlijk het eerste is wat gevangenen voor de voeten wordt geworpen.

De ondervraging hield acht weken aan. ‘Ik werd twee maanden lang één keer per week een uur of zeven, acht verhoord,’ zegt Khalegian. ‘Tijdens elke fase van het verhoor zei een van de ondervragers: “‘Gezien wat je hebt gedaan, verdwijn je zeker tien jaar achter de tralies.”’

Khalegians ondervragers dreigden ook haar moeder en haar broer op te pakken voor een verhoor omdat Khalegian weigerde te bekennen. De ondervrager zei een keer: ‘We halen je moeder op, om haar te troosten!’ Een zin die ik nooit meer zal vergeten. Na de derde sessie werd een familielid, ik zeg niet wie, opgeroepen voor verhoor en meer dan zeven uur onder druk gezet om verklaringen tegen mij op papier te zetten.’

Op 20 januari zijn soldaten van de Iraanse Revolutionaire Garde woningen van meerdere Iraanse journalisten, waaronder Khalegian binnengevallen, meldt Journalism is Not a Crime. Hierbij namen ze papieren, perskaarten, mobiele telefoons en computers in beslag. © Vahid Salemi / AP Photo

Een van de beschuldigingen waar Khalegians ondervragers op blijven hameren is dat ze ‘een duister beeld’ van de Iraanse samenleving heeft geschetst in haar stukken over de kulbars, over kindhuwelijken en andere sociale misstanden, die allemaal zijn verschenen in door de staat gesanctioneerde media.

In maart 2020, op het hoogtepunt van de officiële en publieke paniek over de verspreiding van het coronavirus in Iran, meldt Khalegian zich voor wat het laatste verhoor zal blijken.

‘Een van de ondervragers was ziek en hoestte,’ zegt ze. ‘Hij lachte tijdens het verhoor en zei dat ik niet bang hoefde te zijn: “Ik heb geen corona.” Met dezelfde hand waarmee hij zijn zakdoek vasthield, schoof hij het verhoorformulier mijn kant op, terwijl hij heel goed wist dat ik ook ademhalingsmoeilijkheden had.

Verhoor

Tijdens dit verhoor werd benadrukt dat ik tot aan de dag van mijn proces niet meer voor de media mocht werken of zelfs maar iets op Instagram mocht zetten. In april belden ze dan eindelijk op om een afspraak te maken met mijn moeder, bij de ingang van het metrostation in het zuiden van Teheran.

Mijn moeder stapte uit haar auto en in die van hen. Twee mannen, die voorin zaten, gaven haar mijn laptop terug en schreven een bonnetje voor haar uit. Toen mijn moeder vroeg waarom ze mijn paspoort en mijn telefoon niet teruggaven, schreeuwde een van de agenten: “We zijn nog niet klaar met haar. Als je die laptop niet wilt, laat hem dan maar hier en ga weg!”

Later, toen ik mijn laptop controleerde, zag ik dat belangrijke delen van mijn archief, waar ik twee jaar aan foto’s, tekst en audio-opnamen in had verzameld, allemaal met betrekking tot de armste delen van het land, waren verwijderd.’

Afscheid

Eind mei ontboden Khalegians voormalige ondervragers haar op het bureau en gaven haar het mobieltje, de memorysticks en haar paspoort terug. Tijdens dat gesprek vernam Khalegian dat haar zaak was doorgespeeld naar het Hof voor cultuur en media.

‘Ik was journaliste, en kinderrechtenactiviste,’ zegt Khalegian, die inmiddels het land heeft verlaten. ‘Ik vond het heerlijk in Iran, ondanks alle druk die op me werd uitgeoefend, omdat ik van mijn werk hou: ik hou van nieuws, van schrijven en onder de mensen zijn. Maar de afgelopen paar jaar, sinds ik ben ontslagen, willen de meeste media geen journalist meer in de arm nemen die heeft geweigerd er het zwijgen toe te doen toen haar collega’s onder druk werden gezet.

Afgelopen jaar had ik geen baan, geen huis en kreeg ik nergens opdrachten. Ik kon een carrière binnen de Iraanse journalistiek wel op mijn buik schrijven. Omdat ik wist dat er ook een rechtszaak tegen me werd voorbereid, kon ik maar beter het land verlaten. Ik heb al die jaren van hard werken achter me gelaten en afscheid genomen van Iran.’

Auteur: Pouyan Khoshhal

IranWire
Iran | website | iranwire.com

IranWire werd in 2014 gelanceerd door de verbannen Iraans-Canadese journalist Maziar Bahari en maakte al snel naam als een divers platform voor nieuws en rapportage, soms geproduceerd door burgerjournalisten in Iran.

Dit artikel van Pouyan Khoshhal verscheen eerder in IranWire.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.