• International Crisis Group
  • Selectie van de week
  • De overheid bemoeit zich al niet meer met deze Colombiaanse barrio

De overheid bemoeit zich al niet meer met deze Colombiaanse barrio

© AFP PHOTO / GUILLERMO LEGARIA
International Crisis Group | Brussel | Elizabeth Dickinson | 23 april 2021

De enige wet die in Altos de Cazucá, Colombia, geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. De delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Sinds corona is hun speelruimte enkel vergroot. Luz Mary, en andere burgers met haar, bieden de enige vorm van verzet die mogelijk is.

Altos de Cazucá, Soacha – Halverwege maart, als Colombia in lockdown gaat om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, weet Luz Mary wat haar te doen staat. Het is niet de eerste keer dat ze thuis zit opgesloten. De snel pratende moeder van twee kinderen doet de deur op slot, vanaf dat moment speelt haar leven zich af in de kamers van haar huis.

Toen Luz Mary zich in het verleden in huis opsloot, was dat vanwege een andere doodsdreiging. De gewapende mannen die de dienst uitmaken in haar wijk hadden er geen doekjes om gewonden: als ze niet tijdelijk uit beeld zou verdwijnen, zou ze weleens voorgoed kunnen verdwijnen.

‘Er zijn dagen en weken geweest dat ik het huis niet uit kon,’ vertelt ze. ‘Je leert scherp observeren – aan de manier waarop mensen zich gedragen zie je of er iets broeit in de wijk.’

Delincuentes

Luz Mary is actief binnen de gemeenschap – sommige Colombianen zouden haar een ‘maatschappelijk leider’ noemen. Haar werk richt zich op de kinderen in de verpauperde wijk. Ze leidt een programma, Semillas y Raíces (Zaden en wortels) om kinderen kennis te laten maken met muziek en toneel en ze ondertussen enige basiskennis bij te brengen op het gebied van gedragsregels en hygiëne.

Semillas y Raíces doet meer dan de deelnemers instrueren. Het programma biedt ook een veilige haven. Het huis van Luz Mary kijkt uit over een steile helling zonder verharde wegen en uit de onverharde paadjes tussen de groepen huisjes steekt her en der een waterleiding. 

Delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Volgens de bewoners hebben deze bandieten banden met nationale drugskartels. Luz Mary zegt dat ze haar als een kwelgeest zien omdat zij de jongeren opvangt die zij proberen te ronselen – jongens en meisjes van soms nog geen negen jaar oud, die de delincuentes gebruiken om op de uitkijk te staan of om kleine klusjes te doen, in ruil voor eten of spullen die de ouders van de kinderen zich niet kunnen veroorloven.

Semillas y Raíces is ‘een manier om van de straat te blijven en weg te blijven van de drugs,’ zegt een tienermeisje in Luz Mary’s geïmproviseerde theater op het dak. ‘Als ik niet hier zou zijn, zou ik op straat rondhangen.’

Luz Mary’s werk is onbezoldigd – het programma levert haar niets op en ze bekostigt het zelf, met geld dat ze bijeensprokkelt met losse baantjes, het inleveren van afgedankte, herbruikbare materialen, en zo nu en dan een bescheiden gift. Het werk is ook gevaarlijk. Ze is talloze keren met de dood bedreigd. Toen ze dat meldde bij de autoriteiten, haalden die slechts hun schouders op, zegt ze. Dus probeert ze goed en zo kwaad als het gaat voor haar eigen bescherming te zorgen. Kinderen van het programma waarschuwen Luz Mary als ze ergens in de buurt dreigende woorden opvangen, en Luz Mary heeft van haar spaargeld camera’s laten plaatsen bij haar huis. ’s Avonds laat ligt ze vaak naar de wazige zwart-witbeelden te kijken en durft niet te gaan slapen. Ze moet er niet aan denken de kinderen in haar programma aan hun lot over te laten, maar ze speelt elke dag met de gedachte Altos de Cazucá te verlaten.

Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen

Het bijzondere verhaal van Luz Mary doet de ronde door heel Colombia. Overal in het land zien we maatschappelijk leiders, zowel in stadswijken als in dorpen – ze leveren vaak diensten en komen op voor rechten waar de overheid het laat afweten. Activisten en organisatoren nemen zo’n belangrijke positie in binnen de maatschappij dat ze een plek hebben gekregen in het historische vredesakkoord tussen de overheid en de guerrillabeweging FARC (de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia), waarin is vastgelegd dat ze overheidsbescherming zullen krijgen. Ook is in het akkoord vastgelegd dat er ingrijpende hervormingen zullen worden doorgevoerd om ongelijkheid tegen te gaan en te voorkomen dat gemeenschappen ten prooi vallen aan geweld.

Maar waar een zekere mate van bescherming is beloofd, zijn veel maatschappelijk leiders zoals Luz Mary sinds 2016 alleen maar geconfronteerd met nog meer dreiging. De afgelopen vier jaar heeft een golf van geweld meer dan 415 maatschappelijk leiders het leven gekost. De coronapandemie heeft die trend alleen nog maar versterkt. Door een landelijke lockdown van zes maanden zitten mensen als Luz Mary als weerloze slachtoffers thuis. Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen. De beleidsmakers, die toch al vaak de ogen sluiten voor de benarde situatie op plekken als Altos de Cazucá, worden nu goeddeels in beslag genomen door de crisis in de gezondheidszorg.

Luz Mary is bij toeval uitgegroeid tot maatschappelijk leider nadat ze was verhuisd naar een sloppenwijk op een heuvel in Soacha, een stad ten zuiden van Bogotá, zonder te weten in wat voor ellende ze daar zou belanden. Inwoners zeggen dat ze wel begrijpen dat Soacha zo’n sterke aantrekkingskracht uitoefent op drugshandelaren, milities en guerrilla’s – je hoeft alleen maar naar de kaart te kijken. De snelweg die de stad in tweeën snijdt is de voornaamste verbinding tussen de hoofdstad en het zuiden van Colombia, met de grote havenstad Buenaventura. Wat nog een extra aantrekkingskracht uitoefent op criminelen, zijn de poreuze, meanderende grenzen tussen de verschillende wijken van Soacha en Bogotá zelf. De politie houdt de hoofdweg in de gaten, maar niemand controleert de stroom mensen en goederen die overal de ongemarkeerde gemeentegrens overgaat die door glooiende heuvels vol geïmproviseerde huisjes loopt.

‘Er is hier sprake van een juridisch en administratief vacuüm,’ zegt een jonge leider die aan de grens woont. ‘Deze buurt is van niemand.’

Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht

In 1990 beschouwde het oostelijke front van de FARC de corridor Soacha-Bogotá als een essentieel onderdeel van de strategie om de hoofdstad te omsingelen. De FARC stationeerde strijders op plekken als Altos de Cazucá. Vervolgens mengden paramilitaire groepen van de andere kant zich in de strijd. Deze rechtse milities, een buitengerechtelijke strijdmacht die is gelieerd aan de staat, deden rond 1997 hun intrede in Soacha, omdat zowel zij als de regering de guerrilla’s uit Bogotá wilden verdrijven en wilden voorkomen dat de FARC haar doel zou bereiken.

Vanaf dat moment is Altos de Cazucá een broeinest van geweld. Tussen 2003 en 2006 zijn duizenden paramilitairen gedemobiliseerd, maar volgens de inwoners van veel buurten in Soacha zijn ze nooit echt vertrokken. De namen zijn veranderd maar de structuren zijn ongewijzigd, en dat geldt met name voor de hiërarchieën die zijn verbonden met de illegale economie. Vandaag de dag lopen er geen geüniformeerde mannen meer door de straat, zoals de paramilitairen ooit deden. Maar de delincuentes hoeven geen gevechtstenue te dragen om de bevolking angst in te boezemen. Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht.

Net als in de tijd van de guerrilla’s en paramilitairen, zijn de wijken van Soacha nog altijd belangrijke corridors, met name voor drugs maar ook voor wapens en andere smokkelwaar, en voor illegale immigranten. Cocaïne, crack en marihuana gaan naar Bogotá, de rijkste binnenlandse afzetmarkt. Grondstoffen en andere producten die nodig zijn voor de bereiding van cocaïne, gaan Bogotá uit. De autoriteiten hebben cocapasta in beslag genomen, maar ook bewerkte cocaïne, wat erop duidt dat er in Soacha vermoedelijk drugslaboratoria zijn gevestigd die waarde – en winsten – toevoegen aan de aangevoerde smokkelwaar.

De wetteloosheid die de hellingen van Soacha zo lucratief maakt voor de drugshandel maakt diezelfde hellingen betaalbaar voor de vele arbeiders die werken in Bogotá maar zich de hoge huren daar niet kunnen veroorloven. Plaatselijke overheden noemen Soacha ‘een vat vol slachtoffers’ omdat een groot deel van de bevolking naar Soacha is getrokken na van huis en haard te zijn verdreven in een binnenlandse strijd die al meer dan een halve eeuw woedt. De afgelopen jaren zijn er ook tienduizenden Venezolaanse immigranten naar het gebied getrokken. Officieel telt Soacha 645.000 inwoners, maar Crisis Group heeft van de inwoners zelf en van het stadsbestuur begrepen dat het bevolkingsaantal in werkelijkheid de miljoen is gepasseerd. De mensen leven – vaak dicht opeengepakt – in niet meer dan 200.000 onderkomens, waarvan vele worden bedreigd door aardverschuivingen of overstromingen.

De sloppenwijken van Soacha staan lokaal bekend als invasiones omdat vele zijn gebouwd op privéterrein, of op land dat met geweld is ingenomen. Daarbij wordt telkens hetzelfde patroon gevolgd: tierreros, machtige makelaars met banden met de georganiseerde misdaad – delincuentes ofwel corrupte politici – leggen beslag op stukken land om er ondermaatse huizen te bouwen. Vervolgens verkopen de tierreros die aan straatarme mensen, die zelfs een lening krijgen aangeboden om de aankoop te kunnen bekostigen. Om de zoveel jaar verkopen de makelaars hetzelfde stuk land weer door en zetten de bewoners uit, die geen juridische hulp kunnen inschakelen.

Lokaasmethode

Luz Mary is maar al te bekend met deze lokaasmethode. Zij en haar man konden zich geen huis permitteren in Bogotá, maar een terriero wist hen ervan te overtuigen dat ze in Altos de Cazucá wel een eigen huis konden kopen. Omdat de verkopers zeiden dat de grond binnen een aantal jaar zou worden gelegaliseerd, sloten ze een lening van enkele duizenden dollars af om het huis te kunnen betalen. Ze hebben hun schuld nog lang niet afbetaald, maar inmiddels is duidelijk dat het stukje grond nooit hun bezit zal worden.

Soacha kent een aantal overheidsvoorzieningen en de clandestiene handelaren proberen overal van te profiteren, van het openbaar vervoer tot aan de watervoorziening, waardoor de armlastige inwoners het alleen nog maar zwaarder krijgen. Veel winkeliers betalen een ‘vaccin’-belasting aan lokale groepen die beweren voor bescherming te zorgen. Die groepen maken zich schuldig aan afpersing en wie niet meewerkt, wordt daar meedogenloos voor gestraft. Door mensen te vermoorden die hun het hoofd bieden, geven ze een duidelijke boodschap af wie er de baas is.

Toen Luz Mary nog klein was, ging ze met haar moeder mee naar Bogotá, op de vlucht voor paramilitair geweld in een klein plaatsje niet ver van Manizales, in het westen van het land. Daarvoor woonden ze in Suba, een arbeiderswijk in het noordwesten van Bogotá. Luz Mary vertelt: ‘We gingen naar de stad in de hoop op een beter leven, maar we werden geconfronteerd met nog grotere problemen.’ Haar jeugd is getekend door armoede, onveiligheid en misbruik.

Tegen de tijd dat ze een jonge vrouw is, moet Luz Mary de grootste moeite doen om de eindjes aan elkaar te knopen in Suba. Als ze net zwanger is, verhuist ze met haar man naar Altos de Cazucá, in de hoop op een nieuw begin. Binnen enkele weken nadat ze hun intrek hebben genomen in het huisje van twee verdiepingen dat een tierrero hun heeft verkocht, wordt hun hoop getemperd. Ze komt tot de ontdekking dat er twee drugverkooppunten – ollas – in hun huizenblok zijn, eentje iets hoger op de heuvel en eentje vlak naast hun huis. De hogergelegen olla wordt gedreven door een paramilitaire groep; de lagergelegen olla wordt naar verluidt gerund door ‘guerrilla’s’. Haar buren zijn verslaafd aan crack. Luz Mary leert haar kinderen hun handen voor hun ogen te houden en hun oren dicht te stoppen, om ze af te schermen van de afschuwelijke beelden en geluiden in de buurt.

Langzaam krijgt Luz Mary een beeld van wat er om haar heen gebeurt. Lokale bendes drijven de drugverkooppunten en persen plaatselijke winkeliers af. Maar het zijn niet zomaar boefjes die hun kans schoon zien. Zoals de buren uitleggen maken deze groepen deel uit van groter en doelgerichter geheel. De staatsombudsman van Colombia, die tot taak heeft de mensenrechtensituatie in beeld te brengen, noemt deze opzet tercerización. Het is een soort piramide-achtige bedrijfsstructuur waarin gewapende, kartelachtige groepen de macht over een bepaalde buurt uitbesteden aan plaatselijke milities. De grotere groepen betalen de voetsoldaten meestal uit in drugs, die de laatsten weer doorverkopen om in hun levensonderhoud te voorzien. De overkoepelende organisatie wast de handen in onschuld aangezien het de delincuentes zijn die geweld gebruiken om hun macht te behouden.

Geleidelijk, maar gaandeweg steeds sneller, vallen Luz Mary en haar man ten prooi aan een depressie – ze zitten gevangen in een turbulente situatie door de schuld die ze zijn aangegaan nadat ze zonder het te weten een stuk gestolen land hebben gekocht.

Muziek

Op een wel heel troosteloze dag pakt de man van Luz Mary, gezeten op hun geel met bruine bank, zijn oude gitaar en begint te zingen. De muziek raakt hen, en op dat moment realiseren ze zich dat ze twee keuzes hebben. Ze kunnen blijven hangen in hun situatie of ze kunnen, om de woorden van Luz Mary te gebruiken ‘afrekenen met het idee dat ze slachtoffer zijn’ en iets dóén. Ze zijn allebei geschokt dat voor veel kinderen in de buurt geweld de gewoonste zaak van de wereld is. ‘Het is onvoorstelbaar waar kinderen allemaal aan wennen,’ zegt Luz Mary.  Dat is het moment waarop ze besluit op zoek te gaan naar een manier om die kinderen te helpen.

Luz Mary en haar man zien muziek als de beste manier om jonge mensen te bereiken. Maar eerst moeten ze de kinderen zo ver zien te krijgen dat ze zich aansluiten bij een gestructureerd programma. De delincuentes delen eten uit om de jongeren te paaien, dus besluiten zij hetzelfde te doen.

Luz Mary herinnert zich de eerste kinderen die haar huis binnen kwamen stommelen en nieuwsgierig om zich heen keken, op zoek naar een reden om te blijven. In het begin komen er maar een paar kinderen, later zijn dat er tientallen. Luz Mary begrijpt dat ze zullen moeten beginnen bij de basis. ‘De kinderen die kwamen, stonken verschrikkelijk,’ zegt ze. ‘Ze wasten zich niet en ze hadden een grote mond, want de mentaliteit die ze meekrijgen is dat ze toch niets voorstellen.’ Als ze één ding kon bereiken, dacht ze, dan was dat om die jongeren een ander zelfbeeld te geven.

Het programma dat ze samen met haar man opzet, Semillas y Raíces, bestaat uit muziekles, kleinschalige toneelvoorstellingen en kleine buurtprojecten, In de begintijd van Semillas y Raíces laat het staatswaterleidingbedrijf de inwoners weten dat ze gratis water krijgen als ze een eigen aquaduct bouwen. Luz Mary en de kinderen gaan aan de slag, storten beton en leggen een voor een de leidingen. 

Bij het uitbreken van de pandemie komt de overheidssteun traag op gang en verdwijnen allerlei baantjes. Semillas y Raíces schraapt alles bij elkaar om ouderen en hulpbehoevenden in de buurt eten te kunnen geven. In september en oktober zijn de kinderen en andere inwoners weken in de weer om een steile lokale weg te plaveien zodat de regen niet de huizen binnen stroomt.

‘We roeien met de riemen die we hebben en we werken ons uit de naad,’ zegt Luz Mary. ‘We krijgen geen enkele hulp. We recyclen en we verkopen van alles en nog wat om aan geld te komen. We krijgen eten dat anders weggegooid zou worden.’

Momenteel zijn er meer dan honderd kinderen die geregeld bij Luz Mary over de vloer komen en die zijn uitgegroeid tot een soort broertjes en zussen van haar eigen kinderen. De kinderen hoeven niets te betalen, al dragen sommige ouders bij wat ze maar kunnen missen. Sommige kinderen komen zonder dat hun ouders het weten, soms omdat hun vader of moeder lid is van de gewapende groepering. Om die kinderen te beschermen, maakt Luz Mary een afspraak met hen. Als ze elkaar op straat tegenkomen, doen ze of ze elkaar niet kennen.

© Joaquin SARMIENTO / AFP

De bedreigingen beginnen zodra duidelijk wordt dat Semillas y Raíces effect sorteert. Het aquaductproject van Luz Mary valt slecht bij sommige bewoners die zelf de watertoevoer in de hand hadden willen houden om zo weer andere bewoners te kunnen afpersen. Later komt Luz Mary erachter dat een van de mannen die zich benadeeld voelt een huurmoordenaar in de arm heeft genomen – een man van eenentwintig die al tientallen moorden op zijn naam zou hebben staan. Ze is bang dat er nog altijd een prijs op haar hoofd staat.

Dan volgen de berichtjes op haar telefoon. De eerste keer leest Luz Mary het berichtje niet eens – meestal is het reclame, of onzin. Als ze er toevallig wel een keer een blik op werpt, raakt ze in paniek door de mengeling van gedetailleerde dreigementen en beledigingen. Er wordt een ultimatum gesteld: ze krijgt twintig dagen om uit Soacha te vertrekken en anders komen ze haar vermoorden, staat er. Ze is van mening dat haar ‘vergrijp’ tweevoudig is. Om te beginnen heeft haar programma de vijver drooggelegd van jonge rekruten voor de bendes. Ten tweede heeft het programma met behulp van kleine giften genoeg geld bij elkaar weten te sprokkelen om T-shirts te laten drukken – wat leidt tot geruchten dat Semillas y Raíces geen armoedig clubje is, maar een rijke organisatie die geld probeert te verdienen.

Doodsbang daalt Luz Mary de helling af in de hoop op hulp van de autoriteiten in het centrum van Soacha. Rondom het plein, daterend uit de koloniale tijd, staan overheidsgebouwen, waar merendeels overwerkte ambtenaren de rijen mensen te woord staan die zich dag in dag uit melden met hun problemen. Luz Mary vertelt dat ze naar de officier van justitie is gegaan om een aanklacht in te dienen. Ze zegt dat ze ook naar het politiebureau en de ombudsman is gegaan om melding te maken van de doodsbedreigingen. De dagen verstrijken en ze hoort niets. ‘Ik stond weer met beide benen op de grond,’ zegt ze. ‘Ik begreep dat niemand me te hulp zou komen.’

De buren raden haar aan zich een tijdje gedeisd te houden. Als ze ophoudt met haar werk, zeggen ze, zullen de bedreigingen ook wel ophouden. Ze weet nog dat ze op het gemeentehuis hetzelfde advies kreeg, toen ze daar maanden later aan de bel trok. ‘Ik vertelde mijn verhaal, maar ze zeiden dat ik zelf verantwoordelijk was voor de situatie, gezien de plek waar we wonen.’

Wanneer maatschappelijk leiders op een dergelijke manier worden bedreigd, moeten volgens de Colombiaanse wet de plaatselijke overheden als eerste reageren. Maar hoewel Soacha elk jaar tijdelijk andere huisvesting regelt voor een beperkt aantal mensen dat met vergelijkbare bedreigingen te maken krijgt, schiet de reactie van de overheid vaak te kort en dan kunnen de maatschappelijk leiders eigenlijk nergens meer terecht. Luz Mary hoopt in aanmerking te komen voor het beschermingsprogramma van het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat grofweg zo’n vijfduizend maatschappelijk leiders in heel Colombia helpt met kogelvrije vesten of zelfs bodyguards.  Ze is maanden bezig om de vereiste papieren bij elkaar te krijgen en het ingewikkelde aanvraagformulier te doorgronden, dat ze uiteindelijk ingevuld en wel afgeeft op een politiebureau. Dit jaar alleen al hebben bijna zevenduizend leiders hulp gevraagd bij deze instantie – slechts zestien procent van de aanvragen is gehonoreerd.

Inmiddels vertrouwt Luz Mary voor haar veiligheid niet langer op de overheid, maar op het netwerk dat ze met Semillas y Raíces heeft opgebouwd. Meer dan eens is ze door kinderen uit gezinnen die banden hebben met de gewapende bandieten gewaarschuwd dat hun ouders het over haar hadden. Dat is voor haar het teken om zich binnenshuis op te sluiten, met als enige gezelschap haar beveiligingscamera’s. Ze registreert alles wat zich op straat afspeelt, tot diep in de nacht, en als er echt iets gebeurt hoopt ze dat haar camera’s het allemaal hebben vastgelegd. 

Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen

Door de pandemie is alles anders. Zoals Luz Mary zegt: ‘Alle problemen die in onze gemeenschap spelen komen nu naar de oppervlakte – en ineens zijn het er drie keer zoveel.’

Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona – en de lockdown om de verspreiding van het virus een halt toe te roepen – als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen. Omdat er maar weinig lokale autoriteiten zijn om de lockdown af te dwingen, hebben de delincuentes hun eigen beperkingen aan de bewegingsvrijheid ingesteld. In augustus meldt de ombudsman dat er bepaalde groepen in Soacha zijn die bepalen welke winkels wel of niet open mogen om bevoorraad te worden, waarmee ze duidelijk laten zien wie de macht in handen heeft in Altos de Cazucá. De enige wet die hier geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. Wie een bedreiging meldt of in het geweer komt tegen de intimidatie wordt bestempeld tot sapo, informant. Wie de gewapende groeperingen ook maar een strobreed in de weg legt, loopt gevaar. Alleen al het melden van een misdaad kan beteken dat je tot vijand wordt bestempeld. Luz Mary zegt dat er tijdens de lockdown twee mensen zijn vermoord, maar dat ‘niemand zijn mond open heeft gedaan’.

De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger

De scholen in Colombia zijn sinds maart gesloten vanwege de pandemie, wat de gewapende groeperingen nieuwe kansen biedt om de kinderen los te weken van hun gezin. De meeste kinderen in Soacha volgen geen virtuele lessen; in plaats daarvan krijgen ze opdrachten mee die een zekere mate van ouderlijke supervisie vereisen – en dat is voor veel gezinnen domweg te hoog gegrepen. In juni heeft de inspecteur-generaal melding gemaakt van een toenemend aantal kinderen dat wordt gerekruteerd in stedelijke gebieden zoals Soacha, waar jongeren zich aansluiten bij de plaatselijke bendes of zelfs bij gewapende groeperingen verspreid over het hele land. Maatschappelijk leiders die het ergste proberen te voorkomen moeten nog meer moeite doen dan voorheen om die kinderen een veilige omgeving te bieden.

Onlangs heeft Luz Mary haar buurtgenoten bij elkaar geroepen voor een toneelles – in de nieuwe realiteit van corona. ‘De enige manier om op dit soort plekken les te geven is door een interactieve school op te zetten,’ zegt ze. Een man gekleed in een vuilniszak en met een geschminkt gezicht loopt met gespreide armen van de ene kant van de straat naar de andere. Hij doet alsof hij een vliegtuig is dat het virus van het ene land naar het andere brengt. Hij ‘infecteert’ iedereen die hij aanraakt.

De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger. ‘Er gebeuren hier de meest vreselijke dingen,’ zegt ze. ‘Er komt geen einde aan de dreigementen. Soms heb ik het gevoel dat ik het niet langer aankan. Maar dan vraag ik me af: als ik het niet meer doe, wie moet het dan doen? (…) Er gebeuren veel afschuwelijke dingen in het leven. Mijn bijdrage aan deze wereld is dat ik deze kinderen iets leer.’ 

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.