• Daraj
  • Cultuur
  • Boze vrouwen

Boze vrouwen

Daraj | Alia Ibrahim | 17 april 2019

In Iran is de revolutie synoniem aan vrouwen. Ze zijn woedend en ontembaar, en staan zij aan zij in hun strijd tegen onderdrukking.

Verontschuldig je niet

De Libanese minister van Binnenlandse Zaken, 
Raya El-Hassan, heeft zich de woede van de religieuze autoriteiten op de hals gehaald door te pleiten voor een burgerlijk huwelijk in haar land, waar alleen een religieus huwelijk is toegestaan. Deze journaliste moedigt haar aan haar rug recht te houden.

Ik spreek u aan als minister van Binnenlandse Zaken. Maar liever praat ik tegen je van vrouw tot vrouw. Onlangs heeft een website 
verkondigd dat jij, de ‘IJzeren Minister’, een fout zou hebben begaan door het burgerlijk huwelijk aan de orde te stellen en dat je nu wel snel het onderspit zult delven. Met andere woorden: deze website van bedenkelijke ideologische richting verheugt zich er al bij voorbaat op dat de confessionele hardliners jouw moed zullen breken.

Het herinnerde me aan een fatwa uit 2013. Die was ‘uit naam van God’ uitgevaardigd door grootmoefti Mohammed Rashid Kabbani: ‘Elke overheidsfunctionaris die het onderwerp van het burgerlijk huwelijk aan de orde stelt, moet als een afvallige worden beschouwd. Die zal niet met moslims worden begraven.’ Daaraan dacht ik terug en ik voelde mijn woede weer opkomen. Ik verplaatste me in jou en stelde mezelf wel duizend vragen. Wel of niet buigen voor die absurde beschuldiging van een ‘fout’? Wijken voor chantage? Vergeving vragen aan God? Het voorbeeld volgen van het [islamitische] parlementslid Roula Tabch [die haar verontschuldigingen aanbood toen er ophef ontstond omdat ze bij een christelijke 
mis aanwezig was geweest]?

De afgelopen jaren zijn er onder twee voormalige (christelijke) ministers Ziyad Baroud en Marwan Charbel enkele kleine stappen vooruitgezet. Daarentegen heeft jouw voorganger 
als minister van Binnenlandse Zaken, Nohad Machnouk, geweigerd om 43 burgerlijke huwelijken te registreren terwijl ze wel degelijk legaal waren gesloten. En dat waarschijnlijk uit angst voor de reactie van de grootmoefti. Moeten we op de komst van een christelijke minister wachten voordat we weer kunnen hopen op vooruitgang? Laat jij je door de religieuze leiders onder curatele stellen? Zouden we er niet juist bij gebaat 
moeten zijn dat er nu een vrouw aan het hoofd van het ministerie van Binnenlandse Zaken staat, een moeder van twee dochters bovendien?

De vrouwen hebben minder last van religieuze weerstand dan van de sociale druk

De discussie gaat nu over het burgerlijk huwelijk, maar we weten allemaal dat de basis van het probleem het familierecht is. Dat is mijn eigen verhaal 
en tegelijkertijd dat van alle andere vrouwen van dit land. Bij mijn scheiding kreeg ik te maken met een van 
de grootste advocaten van Beiroet. 
Hij raadde me aan om van geen enkel materieel bezit af te zien.

Mijn eigen voornaamste zorg was de garantie op co-ouderschap. Zijn antwoord was duidelijk: ‘Niemand, ook ik niet, kan u helpen. De voogdij valt toe aan de vader, volgens de sharia en de wet. Zelfs al zou de vader daar op een gegeven moment van afzien, dan nog kan hij op ieder gewenst moment van gedachten veranderen en de kinderen terugnemen.’

Na afloop van ons gesprek heb ik urenlang gehuild. Mijn eigen situatie is helemaal niet zo rampzalig. Maar ik moest me wel verplaatsen in al die onderdrukte vrouwen, in al die moeders die van hun kinderen worden beroofd. Ik dacht aan mijn eigen dochters, die ik het idee van gelijkheid heb ingeprent. Ik wil niet geloven dat zij 
op een dag moeten beseffen dat hun overtuigingen tegenover de wet niets waard zijn.

Tegenover die wet kan mijn opvoeding niets uitrichten, net zomin als mijn carrière, mijn familie of mijn relaties dat kunnen. Tot mijn dochters meerderjarig zijn, zal ik altijd afhankelijk blijven van de goede wil van mijn ex-man.

Natuurlijk, in mijn persoonlijke geval kwam mijn ex-echtgenoot zelf met het voorstel van co-ouderschap en ik weet best dat hij niet het type man is dat een moeder van haar kinderen scheidt. Maar op momenten van zwakte heb ik soms de behoefte gehad me beschermd te weten door de wet. En dan voelde ik me vernederd als ik zag dat er niets werd gedaan om ons, mij en mijn moederschap, te beschermen.

Mijn ex-man en ik kennen elkaar al sinds onze tienertijd. We zijn dol op elkaar, we zijn samen opgegroeid en hadden dezelfde dromen. Toen we trouwden had niemand het nog over het burgerlijk huwelijk en wij dachten op dat moment natuurlijk niet aan de mogelijkheid van een scheiding. Het gezin dat wij hebben gesticht blijft voor mij de mooiste band tussen ons.

Maar onze dromen en onze prioriteiten veranderden en het moment kwam waarop onze wegen zich moesten scheiden.

Wij zijn nu vrienden en als hij niet was wie hij was, had ik deze brief niet kunnen schrijven. Want ik heb er behoefte aan om te schrijven, om niet alleen de vrouwen te verdedigen, maar ook de mannen. De wet en de samenleving geven de mannen het recht om de vrouwen te onderdrukken en het is niet verwonderlijk dat de mannen geen reden zien om de buitensporige macht die zij genieten af 
te staan. Maar die grote macht in hun handen keert zich ook tegen henzelf. Zij zijn zelf zonen van moeders die onderdrukt werden en vaders van dochters die op hun beurt kans lopen onderdrukt te worden. Zo worden zij gedwongen medeplichtig aan die onderdrukking.

Toen grootmoefti Kabbani zijn fatwa uitvaardigde, was dat niet ter verdediging van mannen. Hij verdedigde een systeem waarvan mannen net zo goed slachtoffer zijn als vrouwen. Daar gaat het om. Als het burgerlijk huwelijk angst oproept, is dat niet alleen omdat de religieuze instellingen bang zijn een inkomstenbron van enkele miljoenen dollars te verliezen.

Die angst heeft in werkelijkheid een diepere grond, namelijk het patriarchale regime dat voortkomt uit de religieuze macht.

Beste Raya El-Hassan, ik weet wat het betekent om beschuldigd te worden van verraad en afvalligheid. Ik schrijf je omdat ik bang ben voor het onrecht dat mijn dochters wacht, net als de jouwe. Ja, de keuze voor een burgerlijk huwelijk mogelijk maken zou een eerste stap zijn om dingen te veranderen. Het zou een eerste stap zijn naar een nieuw familierecht dat niet meer wordt gedicteerd door de religie waartoe je behoort, maar door het principe van burgerschap voor gelijke burgers in een staat die ieders rechten bewaakt. Ik smeek je: verontschuldig je niet en hou vol!’

Auteur: Alia Ibrahim

Daraj | Libanon | daraj.com

Richt zich sinds 2017 op onderzoek, reportages en onderwerpen die bij andere media in de regio ondergeschoven kindjes zijn: burgerrechten, gender, homoseksualiteit.

Zwijgende revolutie

Egyptische vrouwen die geen hoofddoek meer dragen, worden geconfronteerd met de afkeuring van de samenleving en de religieuze leiders.

Op de wereldwijde Dag van de Hijab [1 februari] publiceerde de Egyptische schrijfster Dina Anwar haar nieuwe boek, waarvan de titel in het Nederlands betekent: ‘De vrouwen die de hoofddoek en de nikab hebben afgelegd: de zwijgende revolutie’. Anwar portretteert 130 vrouwen die niet langer een hoofddoek dragen en daarom allerlei intimidaties en geweld ondergaan. Op de coverfoto gooien zeven vrouwen hun hoofddoek de lucht in.

Een van de vele reacties was wel heel opvallend, namelijk die van tv-presentatrice Doaa Farouk in haar programma Stel uw vragen aan Doaa op de Egyptische commerciële zender An-Nahar. Doaa, die zelf een hoofddoek draagt, gaf voorbeelden van meisjes die volgens haar ‘iets hadden gepresteerd om trots op te zijn’, met hoofddoek en al.

Vervolgens dreef ze zwaar de spot met het boek en met die vrouwen ‘die alleen maar hun eigen falen willen verhullen door de hoofddoek daarvan de schuld te geven’.

Deze polemiek heeft de sociale netwerken in vuur en vlam gezet. Veel niet-gesluierde vrouwen verweten Doaa Farouk dat ze geen idee heeft van het leed waarmee Egyptische vrouwen worden geconfronteerd wanneer ze besluiten om niet langer een hoofddoek te 
dragen. En al helemaal niet van het geweld binnen het gezin, van opsluiting of het gedwongen afscheren van de haren tot seksueel misbruik. Vreemd genoeg had dezelfde presentatrice zich in een andere uitzending fel tegen een geestelijke gekeerd die verklaarde dat make-up haram [zondig] was. Ze was in snikken uitgebarsten en had met hand en tand haar recht om zich op te maken verdedigd.

Nog een stellingname die enigszins verraste door zijn heftigheid kwam van tv-imam Khaled Al-Guindi op tv-zender DMC: ‘De daad van die vrouwen is verontrustend. Die betekent dat zij beschuldigd kunnen worden van een onverhulde aanval op de religie en van openlijke minachting voor de samenleving,’ verklaarde hij. Maar deze imam ging enigszins de mist in toen hij ook nog verklaarde dat de sluier ‘meer is dan alleen een stukje stof, maar ook te vergelijken is met de nationale vlag’.

Grootmoefti Ali Gomaa deed ook een duit in het zakje. Toen een vrouw hem vroeg of haar vader het recht had haar te dwingen een hoofddoek te dragen, waarbij ze uitlegde dat ze die als kind wel had gedragen, maar daar nu niet meer de noodzaak van inzag, antwoordde hij: ‘De hoofddoek onderscheidt de moslima van de niet-moslima.’ Maar stel dat ze dat niet wil? Ali Gomaa citeerde vervolgens verzen uit de Koran-soera ‘De Grot’ waarin aan zondaars ‘vlammen uit de hel’ worden beloofd, enkel om zijn interviewster schrik aan te jagen.

Toch hebben de vrouwen minder last van de religieuze bedenkingen dan van de reacties uit hun sociale omgeving.

Egyptische kranten hebben al tientallen keren bericht over leraren of bedrijfsleiders die meisjes voor de ogen van hun vrienden of collega’s de haren afknipten omdat zij die niet meer bedekten. Er is nog niemand voor dergelijke maatregelen bestraft of terechtgewezen.

Auteur: Iman Adel

Daraj | Libanon | daraj.com

Richt zich sinds 2017 op onderzoek, reportages en onderwerpen die bij andere media in de regio ondergeschoven kindjes zijn: burgerrechten, gender, homoseksualiteit.

Blijf van mijn billen af

De seksuele agressie van een politieman tegen een demonstrante heeft de woede gewekt van de Turkse schrijver Oya Baydar.

Toen de politie op 16 februari 
een demonstratie uiteensloeg, heeft een politieman een jonge vrouw die hem aansprak seksueel aangevallen. Zoals we op de videobeelden hebben gezien, legde hij zijn hand op de billen van deze jonge vrouw. En laat niemand zich nu geroepen voelen om te zeggen: nee, dat hebben we verkeerd begrepen, hij wist op dat moment niet wat hij deed, hij probeerde alleen maar deze demonstrante tegen te houden.

Turkse vrouwen, die al van jongs af 
aan te maken hebben met dit soort perverse gebruiken, zijn om zo te zeggen afgestudeerd in die onbeschaamde vinger [het ging niet zomaar om een ‘gewone’ hand op de billen] en wij weten heel goed hoe we die moeten interpreteren.

Nu kun je het natuurlijk houden bij ‘dat is heel normaal voor de mannen hier’. Je kunt zeggen dat er overal perverselingen zijn, in alle instituties, en dat ook politiemensen ziek kunnen zijn. Maar het onaangenaamste komt nog. Je zou misschien verwachten dat het politieapparaat, al was het maar om het eigen gezicht te redden, de agressor zou schorsen, een onderzoek naar dit soort praktijken zou instellen, en dat degenen die verantwoordelijk zijn in dit land hun excuses zouden aanbieden aan het slachtoffer en aan de samenleving, nietwaar?

Dit incident is tekenend voor de mentaliteit van de mannelijke macht binnen de regering

Maar dan zou je weleens teleurgesteld kunnen worden. De verantwoordelijken in de overheid en in de eerste plaats degene die de titel ‘minister van Binnenlandse Zaken’ draagt, hebben 
de schuld voor dit incident op de jonge vrouw zelf en haar familie geschoven. Haar vader is van zijn post als leraar ontheven omdat hij banden zou hebben met Fetö [de beweging van imam Fethullah Gülen, de vroegere bondgenoot en nu de aartsvijand van de regering]. Het jonge vrouwelijke slachtoffer zelf zou zijn gemanipuleerd en trouwens, zo is verklaard: een vrouw die aan een demonstratie meedoet, moet maar voorbereid zijn op dit soort gedrag.

En dan is er nog een vrouw: Özlem Zingin, parlementslid voor Erdogans AKP-partij. Deze oprichtster en aanvoerster van verschillende vrouwenverenigingen en voormalig adviseur van president Tayyip Erdogan, heeft verklaard: ‘Het is niet goed, maar we hebben niets gezien, er moet onderzoek naar gedaan worden.’ Onderzoek naar wat? Die obscene vinger, die heeft de hele wereld gezien, meisje, behalve jij.

De staatsgereguleerde tv-zenders zeggen niets over het incident, die van de zogenaamde oppositie tonen het tafereel geblurd. Kamerlid Sezgin Tanrikulu van de CHP [seculiere sociaaldemocratische oppositie] en de parlementsleden van de HDP [samenwerking van een linkse partij met pro-Koerdische parlementariërs] wilden 
de zaak in het parlement aan de orde stellen, maar niemand toont interesse.

Het wordt elke dag moeilijker om in dit land te leven zonder bevangen te worden door een groeiende misselijkheid over de daden van de grote en kleine machthebbers en over wat de immorele meute in hun kielzog zegt, doet 
en verdedigt.

Zeg niet tegen mij dat ‘er wel ergere dingen zijn’. Deze agressie heeft wel degelijk verder strekkende gevolgen, want dit incident is tekenend voor de mentaliteit van de mannelijke macht binnen de coalitie van AKP en MHP [extreemrechtse nationalisten]. Onlangs heeft een lokale AKP-functionaris in het openbaar gezegd: ‘Als een dief onze dief is, zullen we hem beschermen.’ Oftewel: als de agressor onze agressor is, de aanrander onze aanrander, dan moeten wij hem dekken. Diefstal, agressie, perversiteit, onfatsoen, als ze van ons komen, zijn het geen misdaden en zullen we de daders steunen. En die politici noemen zichzelf vroom. Ze verschuilen zich achter de religie! Daarom zou ik aan 
de religieuze autoriteiten willen vragen welke vrouw agressief bejegend, aangeraakt, verkracht mag worden. Volgens de verklaringen (of soms het stilzwijgen) van de machthebbers mag een vrouw wier vader is ontheven van zijn functies, een vrouw wier broer lid is van deze of gene organisatie, een vrouw die deelneemt aan demonstraties in het algemeen worden aangevallen, betast, aangerand.

Bij wie mag een man zijn handen op de billen leggen en bij wie niet? Geef ons een fatwa zodat we weten hoe we het goede moeten doen. Want zelfs al word ik binnenkort tachtig jaar, onder uw gezag heb ik niet het gevoel dat ikzelf, ons leven, onze vrijheid en onze billen veilig zijn.

Mijn laatste woord is gericht aan meneer Erdogan: er worden ook handen gelegd op de billen van uw gesluierde zusters, meneer de president, weet u dat wel? [De Turkse president heeft het in zijn toespraken vaak over zijn ‘gesluierde zusters’.] En dat gebeurt steeds vaker, onder dekking van leugens, het voorwendsel van een complot en de schuld van het slachtoffer. En het wordt niet gedaan door buitenaardse wezens, maar door uw eigen politie. Als dat nieuw voor u is, betekent dat alleen maar dat er in uw entourage mensen zijn die voor u proberen te 
verbergen wat er in dit land gebeurt.

En als u het wel weet, wat dacht u dan te doen met die politieman en die minister van Binnenlandse Zaken die hem en anderen zoals hij beschermt en aanmoedigt?

Auteur: Oya Baydar

T24 | Turkije | website | t24.com.tr

Opgericht door Aydin Engin, journalist en links activist, en de eveneens links geëngageerde schrijfster Oya Baydar.

Slachtoffers van onze ‘eigenheid’

Arabische wetgevers verwerpen de internationale verworvenheden van vrouwen onder het mom van de sharia. Die moet bescherming bieden tegen moreel verval, maar leidt in werkelijkheid tot de ergste vorm van geweld tegen vrouwen.

Terwijl in dit internettijdperk niemand meer iets voor iemand geheim kan houden, zijn er nog steeds mensen die vasthouden aan het heilige principe dat je de vuile was niet buiten hangt. Zo gaat het ook in de Arabische landen, die zich maar al te graag verschuilen achter wat zij hun culturele en religieuze ‘eigenheid’ noemen.

In naam van diezelfde ‘eigenheid’ weigeren ze koppig om bepaalde clausules van het VN-Vrouwenverdrag toe te passen [een conventie die de discriminatie van vrouwen moet uitbannen]. En tegelijkertijd houden ze vol dat hun wetten gebaseerd zijn op de sharia, die afkomstig is van Allah en dus onveranderlijk is en vrouwen ‘hun juiste rol’ toebedeelt.

De weerstand van de Arabische wetgevers tegen het VN-Vrouwenverdrag is allereerst gericht tegen artikel 2, dat de afschaffing eist van alle nationale wetten die discriminerend zijn voor vrouwen. Want in feite laten de Arabische overheden zien dat zij het discrimineren van vrouwen wel degelijk goedvinden. Als een man zijn echtgenote doodt wegens ontrouw, kan hij allerlei verzachtende en misschien zelfs ontlastende omstandigheden in zijn voordeel aanvoeren. Maar is het de vrouw die haar man vermoordt wanneer ze hem met een ander in bed aantreft, dan zal zij streng gestraft worden. Voor onze wetgevers kan die vrouw een tweede echtgenote zijn geweest, aangezien de man het recht heeft op polygamie. Onlangs kon een vrouw die haar man had gedood toen hij hun dochter wilde verkrachten op geen enkele clementie rekenen: ze werd veroordeeld tot de doodstraf.

Artikel 9 van het VN-Vrouwenverdrag eist gelijkheid van het recht om de nationaliteit van beide ouders over te dragen op de kinderen. In veel Arabische landen kunnen kinderen alleen de nationaliteit van de vader krijgen, niet die van de moeder.

Demonstraties tegen de sluier in 1979 in Teheran. De Turkse schrijver Oya Baydar, die seksuele agressie van een agent aan de kaak stelde. En een jonge vrouw die werd gearresteerd omdat ze haar hoofddoek aan een stok bond.

Artikel 15 eist gelijke rechten op het gebied van verplaatsing en woonplaats. Daar steekt het principe van het mannelijk voogdijschap de kop op: het 
toppunt van mannelijke overheersing. Dankzij dat principe heeft een man 
het recht om de vrouwen die onder zijn voogdijschap vallen toegang tot onderwijs te verbieden, om zijn dochter te verhinderen te trouwen, maar ook om haar te slaan als hij haar van gedrag wil doen veranderen. Die vaderlijke zorg is gestoeld op de Hadith [uitspraken die aan de profeet Mohammed worden toegeschreven] die zegt dat ‘men een vader niet kan verwijten wat hij met zijn eigen kinderen doet’. Dat betekent dat een vader alle rechten heeft over zijn kinderen, zelfs het recht om hen te doden. Volgens de vier [soennitische] juridische scholen mag de mannelijke voogd doden om de eer van zijn familie te beschermen, wat uiteindelijk leidt tot de ergste vorm van geweld tegen vrouwen.

Artikel 16 eist gelijke rechten voor mannen en vrouwen bij huwelijk en scheiding, en die gelijkheid moet ook gelden bij het verdelen van de bezittingen die in de loop van het huwelijk zijn verworven. Maar in de Arabische wereld houdt men vol dat de bruidsgave die de echtgenoot heeft ingebracht voldoende is om na een scheiding in de materiële behoeften van de vrouw te voorzien. In werkelijkheid wordt de waarde van die bruidsgave niet gecorrigeerd voor inflatie, met als gevolg dat de gescheiden vrouw een financiële last voor haar eigen familie wordt.

Hetzelfde geldt voor het recht op de voogdij over de kinderen, met name 
de mogelijkheid voor de vrouw om dat recht te behouden wanneer ze hertrouwt; en voor het recht op een vrije partnerkeuze voor de man en voor de vrouw. In de huidige situatie kan een islamitische man wel met een vrouw van een andere monotheïstische godsdienst trouwen, terwijl een islamitische vrouw alleen met een moslim mag trouwen.

Ik was ooit op een conferentie over de rechten van vrouwen in de islam. Toen ik aan de spreker vroeg of de waarde van de bruidsgave niet gekoppeld zou moeten worden aan de hoogte van de inflatie, antwoordde hij: ‘Waarom die vraag alleen bekijken vanuit materieel oogpunt?’ Kennelijk wilde hij doen alsof vrouwen van alleen mooie woorden kunnen leven.

Westerse regeringen hebben zich met een niet-discriminerende wetgeving ingezet voor de materiële en symbolische rechten van vrouwen. De handhaving van die rechten blijft niet beperkt tot mooie woorden. Maar de Arabische regeringen verbergen zich achter zogenaamde culturele en religieuze ‘eigenheden’; zij houden vol dat wij in de Arabische landen niet op het Westen lijken, ze dreigen met de verschrikking van het moreel verval, maar daarmee vergroten ze alleen maar de achterlijkheid van de Arabische samenlevingen en houden ze de discriminatie van vrouwen in stand.

Auteur: Ahlam Akram

Elaph  | Verenigd Koninkrijk | website | elaph.com

Arabische en Engelstalige artikelen over politiek, cultuur en economie in de Arabische wereld.

Dit artikel van Alia Ibrahim verscheen eerder in Daraj.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.