• Der Spiegel
  • Reader
  • De bizarste dierenverzameling op aarde

De bizarste dierenverzameling op aarde

Der Spiegel | Hamburg | Frank Thadeusz | 12 juli 2017

Het Duitse weekblad Der Spiegel sprak met Kees Moeliker, directeur van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam. Over hoe één dode eend zijn leven, en de filosofie van het museum voorgoed veranderde.

De namiddag kabbelde rustig voort naar het eind van de werkdag toen er ineens bij de glazen wand van het Natuurhistorisch Museum van Rotterdam een doffe bons te horen was. Een mannetjeseend was tegen de ruit gevlogen en dood neergestort.

Wat er daarop gebeurde werd gefascineerd geobserveerd door Kees Moeliker – bioloog, destijds conservator, tegenwoordig directeur van het museum: een mannelijke soortgenoot ging op het kadaver af en verkrachtte het een uur lang. Ironisch voorziet hij de bizarre seksuele daad van commentaar: 
‘In het dierenrijk komt de missionarishouding nu eenmaal niet zo vaak voor.’

De dode eend zou zijn leven voor altijd veranderen. Toen hij een wetenschappelijk artikel aan het voorval wijdde (‘Het eerste geval van necrofiele homoseksualiteit bij de eend Anas platyrhynchos), reageerden vakgenoten enthousiast. Omdat hij onderzoekersgeest aan humor paarde, kreeg de Nederlander zelfs de Ig-Nobelprijs 
(Ig staat voor ‘impropable research’), het satirische broertje van de wereldberoemde onderzoekersprijs.

Hoe de natuurlijke leefruimte van een soort verwoest wordt, maakt Moeliker het publiek in Rotterdam duidelijk aan de hand van een schaamluis

Sinds die tijd heeft Moeliker bij lezingen meestal een plastic zak bij zich, waaruit hij tot vreugde van zijn publiek de opgezette ongelukseend tevoorschijn haalt. Ook in het Rotterdamse museum is het dode dier publiekslieveling geworden. ‘We zagen met verbazing dat de mensen het informatiepaneel heel precies lazen,’ zegt Moeliker ‘en toen bedachten we dat we het publiek niet alleen maar preparaten moesten laten zien. We moesten onze bezoekers vertellen welk lot er achter een afzonderlijk dier schuilging.’

Zo ontstond de idee om de stoffige natuurlijke historie op een nieuwe, ongewone wijze te presenteren. Andere musea hebben alleen skeletten van sauriërs en opgezette poolvossen – Moeliker bezit de bizarste dierenverzameling op aarde.

In de vitrines van zijn museum liggen alleen schepsels die op een ongewone wijze aan hun eind zijn gekomen. 
Zoals de kanarie die werd onthoofd of de mummie van de rat waarvan de nek per ongeluk met een schroef werd doorboord toen het knaagdier onder een vloerplank lag te slapen.

Veel bekijks krijgt ook de beklagenswaardige steenmarter die in november vorig jaar op het terrein van CERN, het Geneefse onderzoekscentrum naar elementaire deeltjes, in aanraking kwam met een transformator van 18.000 volt. Die ontmoeting legde een deel van de stroomvoorziening plat – en betekende ook de voortijdige dood van het roofdier.

De dominomus. – © Natuurhistorisch Museum Rotterdam
De dominomus. – © Natuurhistorisch Museum Rotterdam

Steevast gaat het om kleine en grote drama’s die zich afspelen tussen mens en dier, waarbij onze medeschepsels doorgaans aan het kortste eind trekken. Een typisch voorbeeld: enkele jaren geleden bracht een wereldwijd opererende fastfoodketen een nieuw softijsje op de markt – met onverwachte gevolgen. Steeds weer gebeurde het dat egels zich door het gat in het plastic dekseltje van de achteloos weggegooide bekertjes persten om de ijsrestjes op te likken. Voor een paar van die dieren bleek dat dessert een galgenmaal: ze bleven met hun kop in het gat van de deksel steken en konden zich er niet meer uit losmaken. Blind rondtrippelend belandden de egels in een plas en verdronken – of ze verhongerden. Van de tragiek van hun overlevingsstrijd is de ‘McFlurry-egel’ een gruwelijke getuige. Overigens veranderde McDonald’s na protesten van Britse dierenbeschermers het ontwerp van het dekseltje.

Hoe de natuurlijke leefruimte van een soort verwoest wordt, maakt Moeliker het publiek in Rotterdam duidelijk aan de hand van een schaamluis. Via een bevriende arts kwam hij in het bezit van een exemplaar van deze parasiet. Omdat steeds meer mensen hun schaamhaar afscheren, sterft dit ook wel als platje bekend staande insect langzaam uit, zegt Moeliker met een spijtig gezicht: ‘Hier wordt een complete habitat vernietigd.’

De McFlurry-egel. – © Natuurhistorisch Museum Rotterdam
De McFlurry-egel. – © Natuurhistorisch Museum Rotterdam

Maar omgekeerd kan de ontmoeting met dieren ook voor de mens noodlottig uitpakken, zoals een ander museumstuk in Rotterdam laat zien. De collectie werd recentelijk verrijkt met een pantsermeerval – een schenking van een man die als gevolg van deze vis bijna het leven had verloren. Flink 
aangeschoten was de gever op een avond met vrienden op de simpele gedachte gekomen om goudvissen uit een aquarium te vissen en levend op 
te eten. Toen de voorraad glanzende siervissen op was, pakte de man de meerval – en dat had hij beter niet kunnen doen. ‘Die vent had gewoon geen benul van biologie,’ zegt Moeliker. ‘Een goudvis heeft een nogal passief karakter, maar een meerval zet, wanneer hij zich bedreigd voelt, zijn borstvinnen uit. Zo bleef de vis in zijn keel steken en vereiste het een twee uur durende spoedoperatie op de afdeling traumachirurgie om de meerval uit de slokdarm van de man te verwijderen.

Voor de museumdirecteur onderstreept dit verhaal een trend die ook 
in zijn collectie naar voren komt: ‘Als mens en dier met elkaar in botsing komen, loopt het meestal voor geen van beiden goed af,’ zegt Moeliker.

Als kind was hij al dol op het natuurhistorische museum in zijn geboortestad. Als beginnend leraar biologie organiseerde hij er rondleidingen om er in 1995 conservator en later directeur te worden. Het drama van de verkrachte eend werd het geboorteuur van een podiumfiguur. Moeliker presenteert zichzelf als de wat maffe bioloog die verhalen vertelt over seksuele afwijkingen bij dieren. ‘Geloof me,’ is een van zijn favoriete zinnen, ‘als er ergens op deze planeet een dier bestaat dat zich niet weet te gedragen, dan weet ik daar alles van.’

De rat waarvan de nek met een schroef werd doorboord. – © Natuurhistorisch Museum Rotterdam
De rat waarvan de nek met een schroef werd doorboord. – © Natuurhistorisch Museum Rotterdam

Bij zijn lezingen begeeft hij zich graag onder de gordel, wat ook in de titels van zijn boeken tot uitdrukking komt. Een van zijn laatste boeken heet De kloten van de mus. Aanvankelijk vroeg hij zich nog af of er voor zijn collectie ‘Dode dieren met een verhaal’ wel genoeg dieren te vinden zouden zijn. Maar die zorg bleek ongegrond. In elk geval in eigen land is de macabere museumdirecteur inmiddels zo bekend dat hij voortdurend nieuwe stukken toegestuurd krijgt. Een keer trof hij bij de post zelfs een pakje van het ministerie van Justitie. Het bleek een margarinekuipje met daarin een dode mus. 
De vogel was in alle openbaarheid doodgeschoten.

Het musje was binnengedrongen op 
de plek van waaruit RTL het televisieprogramma Domino Day wilde uitzenden. Medewerkers waren drukdoende met het opzetten van vier miljoen dominostenen ten behoeve van een nieuw wereldrecord. Maar de mus saboteerde de voorbereidingen door steeds weer dominostenen om te kieperen. Nadat hij al duizenden stenen had omgegooid werd de vogel met een luchtbuks neergelegd.

Grote verontwaardiging. De autoriteiten gingen zich ermee bemoeien. Een ambtenaar van het ministerie van Justitie nam het kadaver van de spelbreker in beslag. De vogel werd aanleiding voor een principieel debat: wat is het leven van een dier waard wanneer 
het mensen hindert? Moeliker moest intussen stevig met het ministerie onderhandelen over vrijgave van de domino-mus. Pas na een jaar stonden de ambtenaren het dode diertje af.

© Lenny Oosterwijk
© Lenny Oosterwijk

Die aarzeling was ongewoon, want inmiddels geldt het in Nederland als een grote eer om met de gift van een kadaver een vitrineplaats te bemachtigen in het Natuurhistorisch Museum van Rotterdam, ook al staat daar weinig meer dan het spreekwoordelijke bedankje tegenover. ‘Als mensen het hier zelf komen brengen, bieden we 
ze natuurlijk wel een kopje koffie aan,’ zegt Moeliker.

Toch komt het voor dat kostbaarheden aan zijn neus voorbijgaan. Als een galeriehouder op zoek naar schilderijen, spit Moeliker in de dagbladen de 
rubriek Vermist door op geschikte sterfgevallen. Afgelopen winter deed hij zo een spectaculaire vondst. In het Baden-Württembergse stadje Fridingen had een vos de dichtgevroren Donau proberen over te steken, maar was daarbij door het ijs gezakt en verdronken. 
Jagers hadden hem als ijsblok uit de 
rivier gezaagd. Moeliker bedacht al plannen voor een technische installatie waardoor de vos blijvend in ijs bewaard zou kunnen blijven. Maar hij was te laat. De jagers hadden het bevroren kadaver al laten ontdooien. 
‘Een schandaal,’ windt hij zich op.

Zo blijft een verbleekte dwergvleermuis vooralsnog het enige uit Duitsland afkomstige museumstuk. Het einde van het beest is voor de Rotterdamse expositie-inrichters een bewijs van hoe kleine foutieve beslissingen in het dierenrijk grote gevolgen kunnen hebben. De vleermuis was in een pak ontbijtvlokken gekropen en had de weg terug niet meer kunnen vinden. Omdat het diertje met deze koolhydraatrijke kost niets had weten te beginnen, was het in het pak van honger omgekomen.

Duiven zonder kop

Kees Moeliker mag nu dan wel in de directeurskamer van het museum zitten, zijn uitzicht is nog altijd hetzelfde als bij de crash van de eend waar alles mee begon. Ook nu nog vliegen er altijd wel weer vogels tegen de glaswand, vaak duiven. Op een dag ontdekte Moeliker op het grasveld voor het museum een aantal duiven zonder kop – een vreemde vondst.

Door intensief te observeren wist hij uiteindelijk ook die misdaad op te 
lossen. In de bomen tegenover het museum hadden zich kraaien geposteerd in afwachting van een botsing van een argeloze duif tegen het glas. Zodra dat gebeurde schoot een aasvreter erop af om de kop van het slachtoffer weg te pikken – een handelwijze die gruwelijk lijkt, maar in werkelijkheid blijk geeft van inzicht. ‘De kop is een snelle hap en de hersenen bevatten veel vet en proteïne,’ zegt Moeliker.

Vanzelfsprekend heeft een van de onthoofde duiven nu een vitrine in het museum gekregen. Maar Moeliker zou het niet eerlijk hebben gevonden als 
hij niet ook een plek zou hebben ingeruimd voor de slimme raafachtigen. 
En dus staat er nu voor het gebouw 
een meer dan manshoge figuur van een kraai.

Auteur: Frank Thadeusz

Der Spiegel
Duitsland | weekblad | oplage 976.000

Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.

Dit artikel van Frank Thadeusz verscheen eerder in Der Spiegel.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.