• Takie Dela
  • Politiek
  • De drie gouden regels van ‘Tatjana 911’

De drie gouden regels van ‘Tatjana 911’

Takie Dela | Viktoria Mikisja | 06 maart 2019

Tatjana Sedych maakt al veertien jaar in haar eentje de onafhankelijke krant van de gemeente Vanino, in het Verre Oosten van Siberië. Dat leverde haar de Sacharovprijs op – maar ook een afgebrand huis en een aanslag op haar leven.

Martijn Smiers, Rusland-correspondent van RTL4, tipte de redactie dit artikel: ‘Het verhaal van Tatjana viel mij op omdat dit Rusland in het klein is. Het land heeft uitstekende journalisten. Niet alleen in Moskou, maar ook in provinciesteden en dorpjes. Die journalisten verdienen weinig, worden vaak tegengewerkt door de plaatselijke autoriteiten en toch kiezen ze niet voor een comfortabel bestaan bij de staatsmedia. Zelfs niet als ze, zoals Tatjana, invalide zijn en een moordaanslag om hun oren krijgen.’

In de markt tegenover de haven bedekken zo’n vijftien vrouwen hun houten kisten met een doek en leggen de eerste oogst erop: de nog niet opgegeten wintervoorraad jam, de door hun mannen gevangen vis en kiemplantjes. Ze verkopen puree van duindoornbessen, pijnboompitten in een schaal, gedraaide limoentakjes en blaadjes van rode bosbessen. Hun vis is een geschenk uit de Tatarski-baai: vandaag liggen er op de toonbank gedroogde komkommervisjes (die vangen ze in de winter en in de badkamer hangen ze de visjes aan een spijker te drogen), gedroogde regenboogspiering, gerookte roze zalm en krabben (tien euro voor een kilo). Al dagen wachten ze hier op de adelaarsvarens. Als de oogst begint, zijn ze er voor 30 cent per bos en worden ze in elk huis gebakken met ui en knoflook. Een deel van de varens wordt ingezouten voor de winter. De rest wordt opgestuurd naar de kinderen in Europees Rusland, in een pakketje, samen met gedroogde komkommervisjes.

Langs de kraampjes, steunend op een wandelstok, loopt een vrouw. Ze begroet elke verkoper, vraagt of ze het niet koud hebben, hoe vandaag de handel gaat en ze deelt de krant uit. Dit is Tatjana Sedych, uitgever, redacteur en enig journalist van de plaatselijke krant Moje Poberezje (‘Mijn Kust’). Elke zaterdag heeft ze, hier op de markt, een ontmoeting met haar lezers.

Een bevriende verkoper heeft de rolstoel al voor haar uitgeklapt. Die staat in de winkel ernaast en wacht daar op Tatjana, van zaterdag tot zaterdag. Ze bevestigt een blad met opschrift ‘Abonnement 2018’ aan haar wandelstok. De lezers komen non-stop naar Tatjana toe. De een klaagt over het leven, de ander vraagt of ze kan kijken naar haar lekkende dak, en weer een ander laat haar een medisch dossier zien.

Moje Poberezje is een zwart-witte krant van aanvankelijk acht à tien pagina’s. Nu zijn het er vier: de drukkerij is duur. Het eerste nummer verscheen in januari 2004, en zowel toen als nu is dit de enige onafhankelijke krant in Vanino.

Edelstenen

Tatjana werd in 1958 geboren, op het eiland Sachalin, in een geologisch verkenningsdorp. Haar ouders waren opgeroepen om daar, in het Verre Oosten van Siberië, te werken. Ze woonden in het Noorden van Sachalin, in trailers, midden in de taiga. De bewoners noemden hun dorpje dan ook Razvedka (‘Verkenning’).

In Razvedka was een medische post, een crèche en een schooltje met één grote klas voor alle kinderen. Om bij het station te komen, moest je eerst een aantal kilometer lopen over een onverharde weg. Als je geluk had kon je met de paardenslee. De trein – die bestond uit een locomotief en één wagon – ging één keer per dag: 28 kilometer naar het dorp Ocha en daarna nog eens 12 kilometer naar de haven Moskalvo, de rand van het eiland. Bussen waren er niet.

Toen bij Tamara, de moeder van Tatjana, ’s nachts de weeën begonnen, werd ze in Razvedka op een paardenslee gezet en uit Razvedka naar het ziekenhuis in Moskalvo gebracht. Daar werd Tatjana geboren.

Als er een ingezonden brief was waarin stond dat de autoriteiten niets deden, zeiden ze Tatjana dat de krant daarover niet ging schrijven. In die gevallen stuurde Tatjana zelf een antwoord. Iemand moest het doen

Tatjana werd journalist na haar dertigste, toen ze al twee kinderen had. Ze verhuisde in 1991 naar Vanino met haar man, een militair die daarheen werd uitgezonden. Midden jaren negentig begon ze stukjes in te sturen bij de plaatselijke krant Voschod (‘Zonsopgang’). Later kwam de hoofdredacteur bij haar thuis langs en bood haar een baan aan.

Ze werd aan het werk gezet bij de brievenrubriek. Daar moest ze ingezonden brieven lezen en interne memo’s schrijven met wat de lezers bezighoudt. Soms kwamen er artikelen naar aanleiding van een ingezonden brief. Soms werd een lezersbrief naar de plaatselijke autoriteiten gestuurd als alleen die het probleem konden oplossen.

Maar als er een ingezonden brief was waarin stond dat de autoriteiten niets deden, zeiden ze Tatjana weleens dat de krant daarover niet ging schrijven. In die gevallen stuurde Tatjana dan maar zelf een antwoord. Iemand moest het doen.

Toen Tatjana op een dag zag dat een collega haar artikel ter controle naar de autoriteiten stuurde, waarna het stuk niet gepubliceerd werd, besloot ze de krant te verlaten.

Ze ging aan de slag bij een particuliere krant. Daar had ze weliswaar niet te maken met afhankelijkheid van de autoriteiten, maar wel met een baas en met zakelijke belangen. Om als journalist openlijk te kunnen schrijven over wat er aan problemen leefde onder de mensen, zag ze in, moest ze zelf een krant oprichten.

Mama, brand!

Het eerste nummer haalde ze zelf op bij de drukker. Ze slaagde erin om 900 exemplaren bij plaatselijke kraampjes te bezorgen. Om tien uur ’s avonds was ze thuis, bracht ze haar dochter naar bed, en schreef ze tot drie uur ’s nachts het tweede nummer. Om vier uur werd ze wakker van haar dochter, die schreeuwde. ‘Mama, brand!’

De garage was in brand gestoken, het vuur verspreidde zich naar naar het huis. Toen ze wakker werden, stond de voordeur al in vuur en vlam. Voor alle ramen zaten tralies, behalve één: daardoor kropen ze naar buiten. Op de veranda lag het eerste nummer van de krant, een oplage van 10.000, die – net als de woning – in vlammen op ging. Van de auto bleef alleen een geraamte over.

Na de brand ging Tatjana vaak naar de politie. Ze eiste een strafzaak, maar de daders zijn nooit gevonden.

‘Ik dacht: Daar sta je dan op straat en overal om je heen gaat het leven gewoon door. Maar er zijn toch daders? We hebben politie, de brandweer, justitie. Maar ze deden alsof er niets gebeurd was, alsof niemand het wat interesseerde, alsof iedereen het was vergeten.’

Tatjana en haar dochter gingen noodgedwongen op de redactie wonen. Overdag werd er in het kantoor gewerkt; ’s avonds dweilden ze de vloer, legden ze een matras neer en gingen ze slapen.

Aangezien de eerste oplage in de vlammen was opgegaan, was er geen omzet binnengekomen. Maar de drukkerij moest wel worden betaald. Tatjana had dus meteen een schuld.

In die periode werd Tatjana gebeld door ‘De Jonge Verre Oosterling’, een loyale krant uit de stad Chabarovsk, die loyaal is aan de autoriteiten. Ze boden haar een baan aan, maar Tatjana weigerde resoluut: ‘Ik heb niet mijn eigen krant opgericht om mijn huis te laten afbranden en de boel te sluiten.’ Het tweede nummer kwam er, gewoon op tijd.

Foto’s: © Viktoria Mikisja
Foto’s: © Viktoria Mikisja

Manifest

De krant van Tatjana heeft een ongeschreven handvest, bestaande uit drie regels die Tatjana zelf heeft bepaald en nooit overtreedt.

Regel 1: de mens, in voor- en tegenspoed, staat altijd voorop.

Wanneer je in Vanino alles al hebt geprobeerd om je recht te halen en alle wegen zijn uitgeput, dan ga je naar Tatjana.

Als je over het werk van Tatjana een actiefilm zou maken, dan zou zij de heldin zijn die strijdt tegen twee grote krachten: de autoriteiten van de gemeente Vanino en hun loyale pers. De autoriteiten hebben enorm veel macht. Gedurende de hele film proberen ze de heldin, die opkomt voor de plaatselijke bewoners die door de autoriteiten zijn vernederd, te gronde te richten. De machthebbers vinden dat een individu niets waard is, dat je er geen aandacht aan moet besteden. De heldin vecht voor de waarheid en voor de eer van de gewone man. Ze gelooft dat iedereen respect, aandacht en een stukje in de krant verdient. En ze wint keer op keer.

Dat deed bijvoorbeeld een groep scholieren, die willen dat hun klas blijft bestaan, terwijl de autoriteiten hem willen sluiten aangezien het onrendabel is om zo weinig kinderen les te geven. Tatjana Sedych schrijft het ene artikel na het andere, plus nog een stuk of tien brieven naar alle instanties. Met vereende krachten lukt het de journalist, de ouders en activisten de klas te behouden. De kinderen kunnen nog steeds naar hun eigen dorpsschool.

Er kwamen ook een keer vissers op de redactie die op de oever een kleine, gewonde zeehond hadden gevonden. Het beestje kruipt, schreeuwt van de pijn. Tatjana is al op zoek naar een auto en brengt hem naar een dierenarts.

Wie beschermd wil worden tegen de politie, gaat ook naar Tatjana Sedych. Zelfs als dat de politie zelf is, zoals de agente die bij haar werk gewond raakte en daardoor vaak niet kan werken. Eerst kreeg ze een medische verklaring, daarna hebben ze haar ontslagen.

Regel 2: schrijf de waarheid, wees nooit niet bang.

De plaatselijke kranten zijn niet alleen afhankelijk van de autoriteiten omdat ze daar subsidie van krijgen, de journalisten wonen bovendien in dezelfde straat als de ambtenaren. Je relatie met hen verpesten, is zeer onverstandig. Als je vandaag iets verkeerds schrijft, geven ze morgen geen commentaar meer, word je niet meer uitgenodigd voor evenementen en heb je niets meer om over te schrijven. Bovendien ontmoet je de ambtenaren ’s avonds in de winkel of op de school van je kind.

Maar Tatjana schrijft alles in haar kleine plaatselijke krant. Ze legt uit dat haar krant een informatieplatform is voor burgers die een beroep doen op de autoriteiten. Hier heerst geen enkele zelfcensuur, alles wordt afgedrukt opgeschreven zoals het is. Enkele voorbeelden van recente artikelen: ‘Wanneer gaan ze eindelijk een mensenleven op waarde schatten?’ – over het opheffen van een dorpsziekenhuis; ‘Ze zijn nog niet af of ze moeten al gerepareerd’ – over de nieuw aangelegde wegen; ‘Passagiers zijn slechts aanvullende lading’ – over de problemen met de veerboot tussen het vasteland en het eiland Sachalin.

Regel 3: Kom in actie.

Eigenlijk is dit een vreemde regel voor een journalist. In een land of regio waar de autoriteiten hun werk doen, hoeven journalisten geen actie te ondernemen. Maar Tatjana moet in Vanino een keuze maken: ofwel mengt ze zich in het leven van haar sprekers en biedt ze hulp, ofwel schrijft ze gewoon haar stukje. Tatjana heeft ervoor gekozen om in actie te komen.

Nadat Tatjana stukken van de betreffende persoon heeft ontvangen gaat ze instanties schrijven en bellen. Hun antwoorden publiceert ze in haar krant. Ze gaat door tot het verhaal is afgerond.

In december werd ze gebeld door een vrouw die huilend vroeg: ‘Weet je nog dat er in januari op zee een zeilboot is gezonken? Daarbij is mijn zoon omgekomen.’ Het lichaam van haar zoon was aangespoeld in Japan. Sinds de ramp was er bijna een jaar verstreken, maar de ouders hadden het lichaam nog steeds niet terug.

Het was een oude vissersboot. Alle opvarenden waren jongens uit de buurt. Op 7 januari vorig jaar, toen het schip begon te zinken, zond de kapitein een SOS-signaal uit. In de meldkamer hoorden ze de kapitein: ‘Aan iedereen, iedereen die mij hoort! We zijn in nood…’ De kapitein bleef nog een tijd aan de lijn – toen werd het stil. In de lokale media kwamen er berichten dat er een zeilschip was gezonken. Wat later werd gemeld dat de zoektocht naar de schippers was gestaakt.

Igor Jasjin was negentien jaar, kwam net uit militaire dienst en besloot wat bij te verdienen als matroos op een zeilschip. Zijn lichaam spoelde aan op het noordelijkste puntje van Japan. In zijn duikpak werd zijn telefoon gevonden. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken werd geïnformeerd en al snel werd duidelijk uit welk dorp de jongen kwam. Zijn ouders deden een DNA-test en er was een match.

Dat was begin februari, maar er was al bijna een jaar voorbij en het lichaam van de zoon was nog altijd niet overgebracht naar Rusland. Wat zijn ouders ook deden, niets hielp, ook niet de talloze telefoontjes naar het ministerie van Buitenlandse Zaken. En toen belde Igors moeder Tatjana.

Tatjana maakte een reportage en een paar dagen later kwam de gouverneur naar Vanino. ‘Toen ik hem dit verhaal vertelde, was hij verbijsterd: “Dit kan bij ons toch niet gebeuren?” Dat kan dus wel. Ik vroeg de gouverneur om deze zaak onder zijn hoede te nemen. Uiteindelijk konden de ouders een week later hun zoon begraven. Maar ik denk soms wel: Wat zijn we toch een geduldig volk, want die ouders hebben bijna een jaar gewacht. In die tijd heeft zijn vader een hartaanval gehad.’

Spoorloos verdwenen

In 2007 zat de redactie van Moje Poberezje in een kantoor naast het plaatselijke veteranenhuis. Tatjana zag dat daar vaak een oude vrouw kwam die altijd werd weggejaagd. Een van de leiders van dat Veteranenhuis schreeuwde dan tegen die kleine vrouw: ‘Ga weg, u heeft hier niets te zoeken!’ Ze ging weg, kwam weer terug, en werd opnieuw de deur gewezen. Op een dag zag Tatjana hoe ze op de stoep zat te huilen. Tatjana bracht haar naar de redactie, gaf haar een glaasje water en liet haar vertellen.

De vrouw heette Kifaja Salachova. Haar man, Sachabtdin Salachov, was een gedecoreerd oorlogsveteraan die hoog in aanzien stond. Na de oorlog belandde hij in Vanino. Hij werkte in de haven als bewaker, hij zat in een klein hokje. In 1972 was hij in zijn hokje vergeten de kookplaat uit te zetten. Hij verbrandde op zijn werk, levend.

Vanaf dat moment verdween zijn naam uit meerdere lijsten met veteranen, alsof hij nooit heeft had bestaan. Maar Kifaja mocht bij de veteranenraad niet naar binnen, ze werd niet uitgenodigd voor feestdagen en ze kreeg het nabestaandenpensioen voor veteranen niet. De herinnering aan haar man was verdwenen uit de archieven en zijzelf werd uit de gemeenschap gezet, weggejaagd, onzichtbaar gemaakt. Ze vertelde dit aan Tatjana en huilde.

Tatjana werd boos en begon de informatie te checken. Ze vond het portret van Sachabtdin Salachov in het schoolmuseum onder een stapel van soortgelijke veteranenfoto’s. Op de achterkant van het portret was andermans naam geschreven.

In de administratie van de lokale overheid waren er geen documenten die bevestigden dat veteraan Salachov in het district had gewoond. Toen vroeg Tatjana informatie op in het Centrale Archief van het ministerie van Defensie: heeft deze veteraan bestaan? Drie maanden later kwam het antwoord: ja, hij heeft bestaan en hij heeft die-en-die onderscheidingen gekregen. Tatjana stelde dezelfde vraag in Tatarstan, van waaruit Sachabtdin Salachov was vertrokken voor militaire dienst: ook hier daar was het antwoord bevestigend. Na een paar maanden stapelde het bewijs zich op. Sachabtdin Salachov was officier, had twaalf dankbetuigingen gekregen van de opperbevelhebber, was onderscheiden met een medaille voor militaire verdiensten en de Orde van de Rode Ster.

Met alle documenten en brieven ging Tatjana naar de districtsraad van veteranen en naar het gemeentebestuur. Weduwe Salachova werd weer opgenomen in de plaatselijke Veteranenraad en ze kreeg het nabestaandenpensioen. Vanaf dat moment zat ze bij feestdagen op de eerste rij.

De mensen begrepen niet waarom ik dat gedaan had. Deze man had zijn hele leven in de cel gezeten en wilde nu opeens menselijk worden behandeld

Tatjana ontving zelfs brieven uit de gevangenis. In de gemeente zijn er twee: ‘nummer een’ in Vanino en ‘nummer vijf’ in het naburige stadje Sovjetskaja Gavan. De gevangenen vroegen in hun brieven om hulp, klaagden, zochten een penvriend en vertelden verhalen uit hun leven. In de krant verscheen katern ‘de Rode Sneeuwbal’, met fragmenten uit die brieven.

Op een dag kwam er een man naar de redactie die iets wilde vertellen: in zijn flat, op de begane grond, woonde een oude man zonder benen. Hij kon zijn huis niet uit. Dat deze invalide man zijn halve leven in de gevangenis had doorgebracht in de gevangenis, ontdekte Tatjana pas later, toen ze er langsging. In de kamer zaten mannen rond een tafel in het midden van de kamer kaart te spelen. Er hing een dikke laag sigarettenrook. Tatjana groette iedereen en stelde zich voor. Toen ze met de eigenaar van de kamer begon te praten, Pjotr, ging de rest van het gezelschap ervandoor. Met hem wilden ze niks te maken hebben. Hij woonde eigenlijk in een oude opslagruimte, maar aangezien er in de flat geen kamer vrij was, hadden de autoriteiten de invalide man nadat hij vrij was gelaten daar maar geplaatst.

Maar de flat was zacht gezegd niet op rolstoelen ingesteld. Pjotr kon er de badkamer niet mee in en ook niet naar buiten. Hij ging nooit via de conciërgedeur naar buiten, maar klom in plaats daarvan uit het raam. Pal onder dat het raam had hij zijn oude auto geparkeerd. Hij klom op de vensterbank en daalde af, langs de muur, leunend op een trapladder, rechtstreeks zijn auto in. Hij liep al tegen de zestig. Tatjana hoorde zijn verhaal aan en beloofde na te denken over hulp.

Toen Pjotr een keer in het ziekenhuis lag, huurde Tatjana twee klussers in. Ze kozen behang uit, kochten verf, kwasten en, plamuurmessen. De klussers verfden de meubels, poetsten de kroonluchter, plakten het behang, witten het plafond, vervingen het beddengoed en het servies. Het werd schoon en licht. En op de gang plaatsten de autoriteiten zelfs iets wat leek op een opritje voor rolstoelen.

‘Pjotr belde me later op. Hij was heel dankbaar en zei dat hij niet had verwacht dat iemand met zijn levensverhaal nog eens zou worden geholpen. Ze hadden me alles over hem verteld hoor, dat hij verschrikkelijke dingen heeft gedaan. Ik kreeg veel reacties op mijn onderneming in de trant van “Nou, ze heeft iemand gevonden om te helpen hoor…” De mensen begrepen niet waarom ik dat gedaan had. Deze man had zijn hele leven in de cel gezeten en wilde nu opeens menselijk worden behandeld. Dus schreef ik in mijn krant: “Waarom zou je iemand zelfs op die leeftijd niet kunnen laten begrijpen dat het leven ook anders kan zijn, dat je anders kan leven. En dat je op een menselijke manier kan worden behandeld.”’

Hakken

Tatjana’s onverzettelijkheid blijkt ook uit haar beslissing nooit in rolstoel over straat te gaan, ook al heeft ze sinds haar twaalfde geen linkerbeen meer. Ze loopt op krukken met een prothese. ‘Fysiek gezonde mensen en gehandicapten worden door anderen vaak als gelijken beschouwd. Maar we zijn niet gelijk, voor ons is alles zwaarder, elke beweging, elke verplaatsing. Veel mensen die iemand in een rolstoel zien, denken dat hij het zwaar heeft, maar wanneer ze iemand op krukken zien, denken ze er niet over na hoe zwaar hij het heeft. Diegene loopt immers. Maar iemand die loopt terwijl hij eigenlijk voor zijn gezondheid in een rolstoel zou moeten rijden, overwint zichzelf. Het is in Rusland onmogelijk om je in een rolstoel te verplaatsen.’

Tatjana bestelt haar houten prothese in Chabarovsk, bij de enige prothesemaker in het Verre Oosten van Siberië, waar ze nog protheses maakten in de naoorlogse jaren. Haar prothese overleeft dienstreizen naar dorpjes en de taiga die ze op zoek naar verhalen bezoekt.

Vroeger, wanneer de prothese het niet hield, vroeg Tatjana de havenarbeiders om hulp. Zij boorden een nieuw gaatje of schroefden de prothese weer vast. Later stopte ze in haar portemonnee een oude munt van drie kopeken – een grote sleutel meezeulen in haar handtas is onhandig – voor het geval de prothese losraakt of de voet eraf valt. Dan gaat ze een trappenhuis in, draait ze het met de munt weer vast en gaat weer verder.

De prothese is als een pook: je kunt hem niet hoger of lager zetten. Toen Tatjana op hoge hakken wilde lopen, bedacht ze een oplossing – en ze vroeg een havenarbeider die te maken. Aan de onderkant van het scheenbeen zaagde hij twee stukjes eraf. Als Tatjana nu op hakken wil lopen, zet ze aan de achterkant van de prothese een kleine inham erop, waardoor er een hak ontstaat.

Als je Tatjana naar haar gezondheid vraagt, fronst ze haar wenkbrauwen en verandert snel het gespreksonderwerp.

Haar zoon, Timur, noemt zijn moeder ‘Tatjana 911’, omdat ze altijd te hulp schiet. Samen met zijn zus, Zjanna, dringt hij erop aan dat ze dichterbij gaat wonen, in Europees Rusland. Timur woont aan de andere kant van het land, waar hij films maakt en een gezin heeft. Dochter Zjanna is stewardess in Moskou en heeft eveneens een kind. Beiden moedigen ze haar aan de krant te sluiten. ‘Je hebt genoeg mensen gered, je hebt lang genoeg over het mijnenveld gelopen, kom naar ons.’ Tatjana stelt de beslissing al lange tijd uit.

‘Ga je verhuizen?’ vraag ik haar.

‘Ik snap ook wel dat ik een dagje ouder word en dat mijn gezondheid niet meer is zoals vroeger, maar durf niet te stoppen. Ik hou van mijn papieren krant. Ook al is hij zwart-wit en primitief. De grootste groep lezers zit in kleine dorpjes, langs de spoorlijn, zij lezen de papieren krant, ze zitten niet op internet, ze hebben zelfs geen computer.’

‘Maar je kan toch verhuizen en op afstand werken?’

‘Waarom? In Europees Rusland barst het van de journalisten en media. Hier ben ik nodig.’

‘Je komt oorspronkelijk niet uit Vanino. Hoe komt het dat je van deze omgeving bent gaan houden?’

‘Misschien komt het door de liefde voor het vak. Daardoor leer je de omgeving kennen. Je wordt er verliefd op. Bijvoorbeeld op het uitzicht vanuit mijn raam. Daar wil ik eigenlijk nooit afscheid van nemen.’

Vanuit haar raam heeft ze het mooiste uitzicht op de baai van Vanino.

Auteur: Viktoria Mikisha
Vertaler: Martijn Smiers

Takie Dela
Rusland | website | ruim 2 miljoen bezoekers per maand

Takie Dela (‘Van die dingen’) is een Russische nieuwssite die in 2015 werd opgericht door een liefdadigheidsorganisatie. De website brengt dagelijks reportages over sociale problemen in Rusland, vaak longreads met foto’s, meestal aan de hand van persoonlijke verhalen. Bij sommige artikelen kunnen lezers direct doneren aan een goed doel dat met het verhaal te maken heeft.

Dit artikel van Viktoria Mikisja verscheen eerder in Takie Dela.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.