• The Intercept
  • Cultuur
  • De echte ‘cancel culture’: pro-Israëlische zwarte lijsten

De echte ‘cancel culture’: pro-Israëlische zwarte lijsten

The Intercept | New York | Murtaza Hussain | 28 oktober 2020

Zowel in de academische wereld als de politiek zijn ontslagen en censuur vanwege onwelkome meningen over het Israëlisch-Palestijnse conflict al een tijd gemeengoed, schrijft het klokkenluidersplatform The Intercept.

Deze zomer waarschuwden meer dan 150 kunstenaars en intellectuelen in een open brief in Harper’s Magazine voor wat zij zien als een groeiende sfeer van opgelegd ideologisch conformisme in de VS. Ze spraken hun afkeuring uit over een ‘gebrek aan verdraagzaamheid ten aanzien van andersoortige opvattingen’ en de ‘trend om mensen publiekelijk te schande te maken en uit te sluiten’. Ook stelden ze dat ‘inperking van het debat, hetzij door een repressieve overheid, hetzij door een intolerante samenleving, steevast degenen schaadt die geen machtsmiddelen hebben, en democratische participatie voor iedereen lastiger maakt’.

Onder degenen die deze nobele verzuchtingen onderschreven was Hammam Farah. De Palestijnse Canadees, geboren in de Gazastrook en opgegroeid in de Verenigde Arabische Emiraten en Canada, heeft jaren gestudeerd om als therapeut in Toronto aan de slag te kunnen. De brief spreekt hem aan omdat hij aan den lijve heeft ondervonden wat het is om monddood te worden gemaakt: aanvallen op het pro-Palestijns activisme dat hij als student aan de dag legde hebben hem jaren daarna nog parten gespeeld en voor steeds terugkerende problemen in zijn beroepsleven gezorgd.

‘Mensen zijn tegen die cancel culture, en dat is uitstekend,’ zegt Farah. ‘Maar de mensen die het schandaligst worden uitgesloten zijn de Palestijnen, mensen zoals ik, en degenen die solidair zijn met ons. Palestijnen die voor hun rechten en die van hun volksgenoten opkomen hebben het bijzonder moeilijk. Voortdurend worden we in onze vrijheid van meningsuiting bedreigd.’

Maar zelfs de fanatiekste intellectuele voorvechters van de vrijheid van meningsuiting hebben zich zelden bekommerd om de verregaande onderdrukking waarvan mensen die zich uitspreken voor Palestijnse rechten te lijden hebben. Met name gewone mensen die geen toegang hebben tot de platforms waarop de elite zich manifesteert, hebben het zwaar. Het is een blinde vlek die mensen als Farah niet ontgaat. Zij weten immers wat het is om op een zwarte lijst te worden gezet.

Ontslagen

Ontslagen en censuur vanwege onwelkome meningen over het Israëlisch-Palestijnse conflict zijn al een tijd gemeengoed in zowel de academische wereld als de politiek. Deze maand nog trok de rechtenfaculteit van de Universiteit van Toronto het aanbod van een functie voor een vooraanstaande professor, Valentina Azarova, in nadat een belangrijke donor privé zijn ‘bezorgdheid’ zou hebben geuit over het werk dat zij in het verleden heeft gedaan met betrekking tot schendingen van mensenrechten door Israël in Palestina.

In plaats van de legitimiteit van het pro-Palestijnse discours te verdedigen, houden journalisten en intellectuelen zich vooral bezig met wat zij zelf als beroepsgroep te verduren krijgen. Het kenmerkende aan deze blinde vlek is dat vooral de vrijheid van meningsuiting van gewone mensen onder druk komt te staan. Hun migrantenstatus, persoonlijke levens, carrières en mogelijkheden om naar het buitenland te reizen staan op de tocht. Bekende mensen kunnen rekenen op de steun van tijdschriften en kranten als ze vinden dat hun het zwijgen wordt opgelegd. Farah en andere gewone stervelingen ontbreekt het aan mogelijkheden om hun verhaal te vertellen. Bij gebrek aan invloedrijke platforms ondergaan zij hun ‘uitsluiting’ in stilte en anonimiteit.

‘Het eerste wat je leest als je mijn naam googelt, is de bewering dat ik terrorisme aanhang en een extremist ben,’ zegt A.H., een voormalige activiste die zich bezighoudt met Palestijnse kwesties. Ze blijft liever anoniem uit angst voor nog meer problemen vanwege haar uitspraken.

Een pro-Palestinademonstratie op Times Square in New York. © Erik McGregor / Getty
Een pro-Palestinademonstratie op Times Square in New York. © Erik McGregor / Getty

A.H. klinkt zenuwachtig als ze telefonisch vertelt over haar bescheiden pro-Palestijnse activisme. Ze deed haar zegje op internet en nam deel aan protesten. Dat was al genoeg voor een vermelding op Canary Mission, een site van anonieme pro-Israëlische activisten die Palestijnse activisten, wetenschappers en studenten opsporen. Canary Mission is moeilijk anders dan als een zwarte lijst op te vatten. Niet alleen A.H.’s carrière, ook haar persoonlijke leven en geestelijke gezondheid hebben hier ernstig onder te lijden gehad.

Conservatieve kringen in de VS waarschuwen voor de toename van ‘zacht totalitarisme’, ofwel politiek correcte linkse intolerantie. Maar als het gaat om de kwestie Israël-Palestina, is onversneden autoritaire dwang, zoals de zwarte lijst van Canary Mission, al behoorlijk gemeengoed geworden.

Zelfs nu ze al haar pro-Palestijnse activisme heeft gestaakt en niet eens meer iets op sociale media post over het conflict in het Midden-Oosten, blijft A.H. last houden van haar vermelding op de lijst. ‘Ik ben bang om op een nieuwe baan te solliciteren,’ zegt ze. ‘Soms ontmoet ik mensen die vervolgens verdwijnen. En dan vraag ik me steeds af of dat komt door wat ze op het internet hebben gevonden nadat ze mij hebben gegoogeld.’

Overheidsinmenging

‘In het begin maakten we nog grapjes over Canary Mission, noemden we die lijst een handig hulpmiddel om te daten met mensen die er prima politieke ideeën op nahouden,’ zegt Sumaya Awad, een voormalige studentenactiviste aan de Columbia-universiteit. Awad staat ook op de site van Canary Mission. Ze heeft ook met anderen geprobeerd de site aan de kaak te stellen. Zo was ze betrokken bij de oprichting van de website Against Canary Mission, die als doel heeft meer ruchtbaarheid te geven aan de schade die de zwarte lijst aanricht.

Hoewel de exploitanten van Canary Mission zich in anonimiteit hullen, blijkt uit eerder onderzoek dat er rijke geldschieters achter zitten, onder wie de Israëlisch-Amerikaanse vastgoedmagnaat Adam Milstein. Veel meer dan de door Amerikaanse intellectuelen aangeklaagde cancel culture bergt de door Canary Mission gestimuleerde vorm van verkettering het gevaar in zich van overheidsinmenging.

Aangenomen wordt namelijk dat de Israëlische overheid de site gebruikt om inlichtingen te verzamelen. Verontrustend voor wat betreft de Amerikaanse vrijheid van meningsuiting zijn de berichten dat ook de FBI de lijst zou gebruiken om mensen te ondervragen over hun activisme. (Canary Mission heeft niet gereageerd op een verzoek om commentaar.)

Het doorsijpelen van Canary Mission-content tot de overheidsbureaucratie baart degenen die op de site worden vermeld grote zorgen. Awad, een Palestijnse uit Jordanië die in de VS woont, is bang dat zij als immigrant extra gevaar loopt vanwege haar vermelding op de zwarte lijst. Het Israëlische leger, dat de toegang tot de Palestijnse gebieden controleert, kan veel Palestijnen die op de site worden vermeld die toegang weigeren – zelfs als hun reisdoel zoiets onschuldigs is als familiebezoek. In 2018 meldde het Israëlische dagblad Ha’aretz dat de Israëlische autoriteiten intern Canary Mission-profielen hadden genoemd bij het nemen van beslissingen om mensen de toegang tot Israël en de Palestijnse gebieden te weigeren.

Zwarte lijst

Awads zorgen betreffen niet alleen de door Israël gecontroleerde grenzen. Ze is bang dat haar naam op een zwarte lijst haar lopende immigratieprocedure in de Verenigde Staten negatief zal beïnvloeden. Voor veel mensen die tot een etnische minderheid behoren en die daardoor al streng worden gescreend, of die geen Amerikaans staatsburger zijn, kan vermelding op de zwarte lijst een angstaanjagende bedreiging vormen voor hun verblijfsmogelijkheden in de Verenigde Staten.

‘Toen ik mij bij de immigratiedienst aanmeldde,’ zegt Awad, ‘kwam ik erachter dat die pagina over mij op Canary Mission – met vreselijke termen die niets met mij te maken hebben, zoals ‘terroristensympathisant’, ‘Hamas’ en ‘antisemitisme’ – het eerste is wat je te zien krijgt als je me googelt. Vanaf dat moment ben ik me echt zorgen gaan maken over de zwarte lijst en ben ik bang dat ze mijn migrantenstatus zullen afwijzen zonder me te vertellen dat dat de reden is.’ In het profiel van Awad staan beschuldigingen van steun aan de door Palestijnen geleide BDS beweging. Deze wil dat Israël wordt geboycot, en pleit ervoor het land te confronteren met desinvesteringen en sancties.

Volgens Canary Mission gaat het om een antisemitische organisatie die Israël wil ‘demoniseren’. Maar uit niets blijkt dat Awad ooit deel heeft genomen aan illegale activiteiten of zelfs maar standpunten heeft ingenomen die als gewelddadig, extremistisch of antisemitisch vallen aan te merken. (Hetzelfde geldt voor veel andere mensen met Canary Mission-profielen die The Intercept sprak voor dit verhaal.)

Om van de lijst af te komen moeten mensen een verklaring opstellen waarin ze hun excuses aanbieden en afstand nemen van hun voormalige activisme. Een lijst van anonieme zogeheten ex-Canaries is op de site te vinden. The Intercept bekeek de e-mailcorrespondentie tussen zo’n spijtoptant en de sitebeheerders van Canary Mission. Ze dwongen hem jaren terug te gaan om ‘anti-Israël’-socialmediaposts te deleten, en vervolgens door het stof te gaan met een expliciete verwerping van voormalige standpunten en de belofte zich nooit meer te bezondigen aan pro Palestijns activisme. Awad heeft dit beklemmende aanbod niet aangenomen, ook al maakt ze zich zorgen over haar plek op de lijst. En dus blijft haar Canary Mission profiel online.

Angst en paranoia

De angst voor die lijst heeft niet alleen invloed op haar, ook mensen in haar omgeving zijn erdoor stilgevallen. ‘Canary Mission heeft mensen tot zwijgen weten te brengen en hun het gevoel gegeven dat de vrijheid van meningsuiting voor hen niet opgaat,’ zegt ze. ‘De lijst roept een sterk gevoel van angst en paranoia op: je blijft je afvragen of dit de reden is dat een potentiële nieuwe werkgever niet terugbelt, een huisbaas je weigert, of dat je problemen hebt met de beveiligingsdienst van de luchthaven.’

Het profiel van Hammam Farah op de website van Canary Mission heeft hem jarenlang moeilijkheden bezorgd. En dat alles vanwege de morele verplichting die hij voelde om zich als activist te roeren. Tijdens familiebezoeken in zijn jeugd aan de bezette Palestijnse gebieden raakte Farah emotioneel betrokken bij het Palestijns nationalisme. ‘Mijn grootouders stierven in Gaza, en ik had ze daarvóór niet kunnen bezoeken vanwege de Israëlische blokkade,’ vertelt hij. ‘Dat maakte grote indruk op mij als jonge man. Net als de schrijnende levensomstandigheden van mensen in Palestina, die mij tijdens familiebezoeken duidelijk werden.’

Hij voelde de plicht om voor hen op te komen en raakte als student in Toronto betrokken bij campusactivisme rond de kwestie Israël-Palestina. Daardoor belandde hij op de lijst van Canary Mission. De site probeert hem in verband te brengen met terroristische groeperingen, antisemitisme en geweld. Canary Mission heeft hem, kortom, ‘gecanceld’ en moedigt anderen aan hetzelfde te doen.

Door deze vermelding en andere aanvallen op zijn reputatie kwam hij als student in ernstige problemen. Maar ook nadat hij was afgestudeerd en als therapeut ging werken, bleef de smet aan hem kleven. Om de haverklap kreeg Farah te maken met vertragingen als hij bepaalde werkvergunningen moest aanvragen en uitten potentiële patiënten bezwaren tegen hem vanwege de aantijgingen in zijn Canary Mission-profiel.

“Canary Mission heeft mensen tot zwijgen weten te brengen”

Deze zomer, in dezelfde week waarin de inmiddels beroemde brief van Harper’s werd gepubliceerd, kreeg Farah het bericht dat zijn aanvraag voor een vergunning van het College of Registered Psychotherapy van Ontario was opgeschort nadat een zoekopdracht op Google aan het licht had gebracht dat hij op de zwarte lijst van Canary Mission stond. Hij ging te rade bij een organisatie genaamd USA Palestine Mental Health Network, en die stuurde een brief namens Farah met als boodschap dat hij slachtoffer was geweest van kwaadwillige aanvallen door een politieke organisatie die personen zwartmaakt vanwege standpunten waarmee ze het niet eens is.

De licentieaanvraag van Farah werd daarop gehonoreerd. Maar niet iedereen kan putten uit een netwerk van medestanders. De angst dat er nog problemen op de loer liggen in verband met die zwarte lijst blijft. ‘Elke keer als er een procedurele vertraging is, elke keer als er een aantekening wordt gemaakt in verband met mijn naam, denk ik meteen aan die lijst,’ zegt hij.

Als iemand die zelf heeft ervaren hoe angstaanjagend het is om op de korrel te worden genomen vanwege bepaalde politieke uitspraken voelt Farah ook oprechte sympathie voor mensen met verschillende achtergronden, zoals de ondertekenaars van de brief van Harper’s. Hij tekent er wel bij aan dat hij en anderen jarenlang op zeer kwaadaardige wijze zijn ‘gecanceld’, en dat deze misstand tot op de dag van vandaag voortduurt, zonder dat een protest van het liberale maatschappelijk middenveld hun baat.

Farah voegt eraan toe dat het soort taal waar veel van de ondertekenaars van de brief van Harper’s bezwaar tegen maken – zoals de eis van ‘safe spaces’ [veilige ruimtes] ten koste van vrij en open debat – ook is gebruikt tegen mensen die het opnemen voor Palestina. ‘Het is voorgekomen dat argumenten om rechtse stemmen op de campus het zwijgen op te leggen ook door pleitbezorgers van Israël werden ingezet tegen Palestijnse stemmen,’ vertelt Farah. Hij zegt ook dat pro-Israëlische campusorganisaties vaak bij universiteitsbestuurders hebben geklaagd dat ze zich ‘onveilig’ voelden door het optreden van Palestijnse activistische organisaties op de campus.

‘Ik was het eens met de brief,’ zegt Farah over het epistel van Harper’s. ‘Ik ben die mening al toegedaan sinds ik de censuur en represailles tegen het Palestijns activisme heb gezien.’ Hij zou willen dat de intellectuelen achter dit initiatief voor vrijheid van meningsuiting ook eens kijken naar de ernstige bedreigingen van de vrijheid van meningsuiting die gewone mensen als hij al jaren het hoofd moeten bieden.

Auteur: Murtaza Hussain

The Intercept
Verenigde Staten | website | theintercept.com

The Intercept (opgericht door Glenn Greenwald) is een webzine dat zijn bronnen – doorgaans klokkenluiders – een beveiligd, anoniem kanaal biedt om bestanden ter beschikking te stellen.

Dit artikel van Murtaza Hussain verscheen eerder in The Intercept.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.