• UnHerd
  • Europa
  • De echte reden waarom Remain verloren heeft

De echte reden waarom Remain verloren heeft

© Unsplash
UnHerd | Londen | Fintan O’Toole | 13 juli 2021

Nu het Verenigd Koninkrijk de EU heeft verlaten, maakt gevierd columnist Fintan O’Toole de balans op. Hoe kon het dat een stel witte mannen van middelbare leeftijd meer stemmen trok dan een jong en divers team?

Aan de vooravond van de laatste campagnedag voor het brexitreferendum van juni 2016 bracht BBC het Grote Debat, live vanuit de Wembley Arena. De twee campagnes hadden elk drie sprekers afgevaardigd. De ene kant had een trio parlementsleden uit de gevestigde partijen: allemaal boven de vijftig, geen van drieën vertegenwoordigde een kiesdistrict buiten het zuiden en midden van Engeland. Hun tegenstanders schoven geen parlementsleden naar voren, maar kozen voor een jonger, diverser team dat veel meer overeenkomst vertoonde met het hedendaagse Groot-Brittannië.

Als je niet beter wist en je had begrepen dat er in het land ontevredenheid over de status quo heerste, had je uit dit rijtje sprekers makkelijk kunnen afleiden wie over twee dagen de meeste stemmen zou krijgen. Natuurlijk zouden de middelbare establishment-types verliezen.

Alleen: dat gebeurde niet. De drie witte, middelbare parlementsleden waren Gisela Stuart, Andrea Leadsom en Boris Johnson. Hun tegenstanders waren Ruth Davidson, Sadiq Khan en Frances O’Grady.

Je kunt je goed voorstellen hoe ingenomen de Remain-campagne moet zijn geweest met de samenstelling van haar trio: een Schotse die ook lesbienne, ex-militair en lid van de Conservatieve Partij is, een Londenaar uit de arbeidersklasse met Brits-Pakistaanse wortels en de eerste vrouw ooit in de top van de Britse vakbondsbeweging. Het plaatje dat zij samen lieten zien had nauwelijks inclusiever kunnen zijn of beter afgestemd op de complexe werkelijkheid van Groot-Brittannië in 2016.

Remainers werden bezield door veel verschillende dingen. Leavers werden gedefinieerd door één groot ding

Het was natuurlijk ook tamelijk zinloos. Complexiteit en variatie leidden Remain in 2016 niet naar de overwinning. Ook in de strijd om een zeer harde brexit te voorkomen bleken deze kwaliteiten niet alleen ineffectief, maar zelfs duidelijk contraproductief.

In normale tijden lijkt het duidelijk dat een brede alliantie in een democratie altijd beter is dan een smalle beweging. Het probleem voor Remain was dat het geen normale tijden waren. Wanneer nationale identiteit het overheersende onderwerp wordt, verstoort dat de vertrouwde melodie. Het wordt veel gemakkelijker om op één noot te blijven hameren dan om een orkest met te veel instrumenten te willen dirigeren.

Je kunt bijna niet anders dan met het oude (en ja, clichématige) Griekse beeld komen van de vos die veel dingen weet en de egel die één belangrijk ding weet. Remainers werden bezield door veel verschillende dingen. Leavers werden gedefinieerd door één groot ding.

Weggaan uit de Europese Unie was eruit zijn. Blijven was erin zijn. Maar wáárin precies? Er waren veel te veel antwoorden op die vraag en de meeste botsten met elkaar.

Wat voor staatsvorm, wat voor plek, wat voor imaginaire gemeenschap konden Nicola Sturgeon en Keir Starmer, Gerry Adams en Dominic Grieve, Caroline Lucas en David Cameron met zijn allen bedenken? Die was er niet, omdat die er niet kon zijn. De Remainers hadden over vrijwel alles behalve over de wenselijkheid om niet uit de EU te vertrekken, diepgaand verschillende opvattingen van wat het Verenigd Koninkrijk zou moeten zijn en ze verschilden zelfs hevig van mening over de vraag of dat Verenigd Koninkrijk überhaupt zou moeten bestaan.

Het is ook heel moeilijk om een overtuigend idee van het hedendaagse Groot-Brittannië te belichamen. Is Ruth Davidson het soort Tory met wie de meeste Engelse conservatieven zich kunnen identificeren? Roept de arbeidersklasse-achtergrond van Sadiq Khan een gevoel van solidariteit op onder kiezers uit de arbeidersklasse in de Midlands? Hoeveel politiek gewicht legt de vakbeweging van Frances O’Grady werkelijk nog in de schaal?

In elk land is het lastig om een collectieve identiteit te definiëren, maar het is nog veel moeilijker in een multinationaal koninkrijk met verschuivende en onzekere opvattingen over zijn eigen verleden, zijn plaats in de wereld, de relaties tussen de verschillende delen waaruit het bestaat, sociale politiek en houding tegenover migratie en globalisering.

Collectieve identiteit

De grote ironie van brexit is dat die voor Remainers wel degelijk een soort collectieve identiteit genereerde. Maar alleen als reactie op de nederlaag. Remain verloor omdat zijn enige echte verbindende factor een gevoel van verlies was. Het moest eerst verslagen worden voordat het een collectief zelf kon vinden. Dat was per definitie te laat.

Natuurlijk is het zo dat Leavers het niet met elkaar eens waren over wat de brexit echt betekende. Maar het cruciale verschil is dat zij dat ook niet hoefden te zijn. Want het enige belangrijke dat nationalistische bewegingen weten is niet wie ‘wij’ zijn. Het is wie we níet zijn. Leavers hadden een diepgeworteld besef van hun Ander: hun afkeer van en wantrouwen tegen de EU. Voor Remainers waren alleen de Leavers de Ander. Als, zoals W.B. Yeats beweerde, er ‘meer substantie zit in onze vijandschappen dan in onze liefde’, dan hadden de Leavers het grote voordeel dat de substantie van hun vijandschappen in eeuwen was gevormd en niet in enkele jaren.

Voor een Ier, zoals ik, was het heel grappig om te zien dat de brexiteers Engeland (en het was heel erg Engeland) neerzetten als een onderdrukte natie, een gekoloniseerd land dat nu de kans kreeg om zijn imperialistische overheersers omver te werpen. (De afbeelding op de deur van Nigel Farages kantoor in het Europees Parlement was geen portret van hemzelf, maar van de negentiende-eeuwse Ierse nationalist Charles Stewart Parnell.)

Ik weet nog dat ik hardop moest lachen toen Johnson bij zijn laatste woord in dat Grote Debat zei dat ‘donderdag de onafhankelijkheidsdag van ons land kan worden’, een bewering die Farage dan ook herhaalde toen de uitslag van het referendum binnenkwam. Dit beeld van Engeland als Kenia of Ierland of India aan het eind van het Britse koloniale rijk leek mij een te overdreven vertoon van slachtofferschap om de kiezers te kunnen aanspreken.

Ik had het mis. Blijkbaar was het idee van brexit als de opstand van een geknechte natie voor veel kiezers wel heel reëel. En is dat eenmaal het geval, dan zit je in een heel andere wedstrijd. Want als Ier weet je ook dat nationale opstanden een groot voordeel hebben. Ze presenteren het idee van vrijheid als doel op zich – ze hoeven niet te zeggen wat je dan vrij zult zijn om te doen.

Eerst worden we onafhankelijk. Daarna besluiten we wat we met onze vrijheid gaan doen

Is eenmaal het geloof gewekt dat we ons op een weg naar onafhankelijkheid bevinden, dan ontstaat er een volgorde in tijd. Eerst worden we onafhankelijk. Daarna besluiten we wat we met onze vrijheid gaan doen. Er kunnen verschillende beloften worden gedaan over de dingen die we willen doen als we ons van onze onderdrukker hebben bevrijd, maar die bestaan in een andere tijdzone, de tijd die pas duidelijk wordt nadat we onze ketenen hebben verbroken.

Remainers, verward door de absurditeit die besloten lag in het idee van een tot slaaf gemaakt Groot-Brittannië, hebben dit nooit helemaal begrepen. Zij hielden vast aan twee aannames die niet langer opgingen toen het de Leavers eenmaal gelukt was het idee van de brexit als nationalistische revolutie te scheppen. De ene was dat het toch zeker van het grootste belang moest zijn dat de brexiteers hun beloftes verbraken. De andere was dat het iets uitmaakte dat ook de brexiteers geen eensluitend idee hadden over de vorm die Groot-Brittannië moest krijgen.

Dus toen de brexiteers heel snel de beruchte belofte op de zijkant van de bus – 350 miljoen pond per week voor de National Health Service – lieten vallen, verwachtten de Remainers woede bij de kiezers die zo cynisch waren misleid. Die kwam niet, omdat de belofte over het leven erna ging, de tijd aan de andere kant van het grote bepalende moment van onafhankelijkheid. Die had zich toch altijd al in een andere categorie van de werkelijkheid bevonden.

Hetzelfde geldt trouwens voor alle dreigementen van de Remain-kant, zelfs als die goed onderbouwd waren, in tegenstelling tot het Project Fear-visioen van een onmiddellijk enkeltje naar de hel. Ook die bestonden voor de Leavers alleen in dat vage Land van Ooit van de toekomst, een ander land, een land waar ze de dingen anders doen.

De brexiteers beloofde herwonnen soevereiniteit, gouden tijden, zonnige verten

Het brexitproject werd ook niet werkelijk verzwakt door de dingen waardoor het in een ander politiek discours tot mislukken gedoemd zou zijn geweest. De diepe interne verdeeldheid over de vraag of het VK binnen, of tenminste nauw verbonden met de Europese interne markt moest blijven, wekte de schijn dat het Leave-kamp onder de druk van zijn eigen tegenstellingen zou imploderen. Het leek niet zo gek om dit te geloven terwijl de onhandigheid van Theresa May verlamming werd, die overging in anarchie.

Maar in feite vormde zelfs deze wanorde een soort kracht voor de Leave-kant. Dankzij de totale onzekerheid over wat vertrekken in werkelijkheid zou betekenen, kon de brexit blijven wat hij was: een gebaar, een idee, een eenmalige bevrijdingsactie. Daardoor kon hij op het niveau blijven waar hij het meest onkwetsbaar was, niet gehinderd door nuchtere details: herwonnen soevereiniteit, gouden tijden, zonnige verten.

Vaagheid

Denk daarentegen eens aan de vraag waarom de SNP in 2014 het referendum over de Schotse onafhankelijkheid verloor. De partij leverde de details: 900 pagina’s waarin beschreven stond hoe een onafhankelijk Schotland eruit zou zien. Dit was een makkelijke schietschijf en unionisten konden alle zwakke plekken zien waarop ze hun pijlen konden richten. Juist de vaagheid van de brexit redde hem van zijn ondergang. Remainers wisten tot aan het eindspel toe nooit wat de deal zou worden. Ze joegen op een schaduw.

Wat hadden de Remainers anders kunnen doen? Nou, zoals we in Ierland zeggen: je zou niet hier beginnen. Als er een echt groot debat kwam over de vraag hoe de volkeren van het VK zichzelf zien, dan zou je niet beginnen met David Camerons gladde belofte van een referendum over Europa om zijn interne strubbelingen te sussen. Je zou niet beginnen met een arrogante aanname dat identiteitskwesties wel de kop ingedrukt konden worden met dreigende waarschuwingen over handel.

Je zou begonnen zijn met de erkenning dat na het Akkoord van Belfast in 1998 en de instelling van de decentrale regeringen in Wales in Schotland het jaar daarop, het gevoel ergens bij te horen binnen het VK zwaar verstoord was. Je zou je vooral ook hebben beziggehouden met de groeiende tekenen sinds de eeuwwisseling van een opkomend maar ongevormd Engels nationalisme en erover nagedacht hebben hoe dat vorm kon krijgen, niet alleen maar als ‘niet zij’, maar als een positief ‘wij’.

Leave bood een soort antwoord – al was het een heel slecht antwoord. Remain snapte de vraag nauwelijks

De Leavers hadden het over identiteit, ook al was dat voornamelijk op een reactionaire en vaak absurde manier. Remainers wezen dat soort gepraat meestal minachtend af als verwerpelijk. Maar een identiteitscrisis verdwijnt niet als je haar negeert. Leave bood een soort antwoord – al was het een heel slecht antwoord. Remain snapte de vraag nauwelijks.

Kijkend vanaf de andere kant van de vijver heb ik de indruk dat de werkelijke reden waarom Remain verloor was dat de Remainers nooit hun best hebben gedaan om een tegenargument te bieden tegen de echte motivatie voor Leave: de soevereine macht weghalen bij de onverkozen bureaucraten in Brussel en teruggeven aan het verkozen parlement in Westminster. Er kwam geen erkenning dat er soevereiniteit verloren was gegaan in ruil voor de voordelen van het EU-lidmaatschap, zo geformuleerd dat dat werd gepresenteerd als voordelige ruil voor de gemiddelde burger van het VK. In plaats daarvan was het tegenargument (en nogmaals, dit is hoe het er vanuit de verte uitzag) dat de enige mogelijke motivaties om Leave te steunen vooroordelen tegen Oost-Europeanen en een romantische nostalgie naar het Empire zouden zijn en beide verdacht te maken. Niet echt een argument waar je mee wint.

Openingsbeeld: Drie pro-brexitdemonstranten voor het Britse parlement op 29 maart 2019, de dag dat het VK de EU in eerste instantie zou verlaten. De deadline werd uiteindelijk uitgesteld naar 31 januari 2020 om 11 uur ’s avonds.

Over de auteur

Fintan O’Toole (Dublin, 1958) is auteur en politiek commentator voor onder andere The Irish Times, waarvoor hij sinds 1988 scherpe columns schrijft. Voor zijn bijdragen over brexit ontving hij de European Press Prize. O’Toole is ook toneelcriticus en schrijft regelmatig voor The New York Review of Books.

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.