• Polityka
  • Reader
  • De geruisloze ondergang van de Poolse kolenmijnen

De geruisloze ondergang van de Poolse kolenmijnen

Polityka | 31 maart 2020

Hoewel de Poolse regering zich tijdens de klimaatonderhandelingen een vurig pleitbezorger van steenkool toont, wordt de ene na de andere mijn in het land gesloten. De mijnwerkers reageren gelaten: ‘Als ze koude billen krijgen piepen ze in Warschau wel anders.’

Een mijn die dichtgaat is als een mens op zijn sterfbed. Ook al lijkt hij nog te functioneren, hij heeft nauwelijks nog kracht om in leven te blijven. Het eind staat al vast. In het geval van de kolenmijn van Piekary was dat op de laatste dag van januari, maar dat gold alleen voor de verantwoordelijke instanties. Voor de gezinnen van de mijnwerkers valt de belangrijkste datum in juli, wanneer de figuur van de heilige Barbara uit de mijn wordt gehaald. De traditie wil dat de patrones van de mijnwerkers als laatste boven komt. Daarna is er werkelijk niets meer dat de mijn beschermt.

Op 31 december 2022 zou deze zelfs volledig verdwenen moeten zijn, behalve in de herinnering van de mensen. Ook met de schade die hij veroorzaakt zal het nog niet gedaan zijn, want een mijn leeft langer dan een mens. Na honderd jaar kan hij zich nog manifesteren in de vorm van een splijtende rots of een bodemverzakking van enkele meters. Je kunt die bodem nu eenmaal niet ongestraft uithollen. Om vier uur ’s ochtends word je zelfs van koffie niet wakker, maar dat roerei zal toch naar je maag moeten zakken. Na het ontbijt hebben de mijnwerkers van Piekary nog een autorit van 20 à 30 kilometer voor de boeg, want er zijn er niet veel meer die uit de stad Piekary Slaskie zelf komen. De sluiting van de mijn wordt al tien jaar lang herhaaldelijk aangekondigd en de plaatselijke bewoners hebben ander werk gezocht. In elk geval is er plek genoeg om te parkeren.

Silezische mijnwerkers bergen hun uitrusting op na hun dienst. Sinds 2018 zijn er al zeven mijnen gesloten in Polen, vooral in de zuidelijke regio Silezië.  © Czarek Sokolowski / AP Photo
Silezische mijnwerkers bergen hun uitrusting op na hun dienst. Sinds 2018 zijn er al zeven mijnen gesloten in Polen, vooral in de zuidelijke regio Silezië. © Czarek Sokolowski / AP Photo

Uitgeput

In 1982, toen de steenkoolwinning in Polen op haar hoogtepunt was, bood de mijn van Piekary werk aan 5454 mensen, die via zestien buslijnen werden aangevoerd. De langste lijn was 102 kilometer en de passagiers grapten dat ze meer tijd onderweg waren dan aan het werk in de mijn. Alleen werd er in die tijd anders gerekend, of liever gezegd, er werd helemaal niet gerekend. Toen men begon te rekenen, na de val van het communisme aan het eind van de jaren tachtig, bleek dat de exploitatie lang niet altijd rendabel was, zodat het spookbeeld van sluiting regelmatig opdoemde.

Op 17 januari 2020 maakt de eerste ploeg van ongeveer zestig man zich gereed om af te dalen. De mijnwerkers arriveren een voor een in de kleedruimte, en soms met zijn tweeën of drieën. Als ze buren zijn carpoolen ze, niet om het milieu te sparen maar de portemonnee. Van hun salaris kunnen ze steeds minder kopen. De mijn van Piekary is al lange tijd uitgeput. Toen sluiting dreigde, herinnerde iemand zich dat er enkele kilometers verderop nog een oude mijn was die uit de Duitse tijd stamde [dit deel van Silezië was van het eind van de achttiende eeuw tot 1922 achtereenvolgens Pruisisch en Duits grondgebied]. Daar komt sinds tien jaar de productie van Piekary vandaan.

Wanneer de zware deuren van de liftkooi dichtgaan, dringt de geur van de mijn de neusvleugels binnen, warm, vochtig, verstikkend, enigszins misselijkmakend. De mijnwerkers worden er niet warm of koud van: de meeste werken hier al zo lang dat ze jaren onder de grond hebben door-gebracht. Tijdens de afdaling wordt er geen woord gezegd. Na aankomst op het diepste punt wordt er achteloos gegroet. Het is gewoon werk en het voordeel is dat het snel is afgelopen. Aan boord van de monorail die aan het plafond hangt voltooit menigeen een nacht die is bekort door te lang voor de tv zitten. Volgens een enquête door de directie bedraagt het aantal werknemers dat bekend is met de mijntradities en zich sterk met de mijn identificeert nog maar 4 procent.

Ader 513, die in oktober 2018 is geopend, is de laatste om te exploiteren. Het was al bekend dat het einde nabij was, maar hoe dichter de laatste dag naderde, hoe meer de geruchten toenamen. Het zou allemaal maar bedrog zijn, er zouden daarbeneden nog reserves zitten waarvan zelfs
de Duitsers geen weet hadden. Had president Andrzej Duda niet op de televisie gezegd dat Polen nog voor tweehonderd jaar steenkool had? Zou die dan hebben gelogen? Wanneer hij zulke dingen hoort, trekt de voorzitter van de mijnbouwmaatschappij een grimas. Hij is 28 jaar geleden begonnen als opzichter en kent de mijn als zijn broekzak. Hij is ook goed op de hoogte van de reserves, omdat hij enkele jaren geleden aan de beste geologen heeft verzocht naar steenkool te zoeken om het leven van de mijn te verlengen. Daarbij bleek dat alle aderen in de regio vrijwel tot op het bot zijn afgegraven. Wat niet verhindert dat sommige mijnwerkers overtuigd zijn van hun eigen gelijk, zodat de sfeer gespannen is en de mensen bij het minste of geringste slaags raken. Greta Thunberg kan hier maar beter wegblijven.

De laatste exploitatiefase van een ader is niet makkelijk, vooral niet omdat ader 513 al deels is leeggehaald. De mijnwerkers gaan de rotswand net zo lang te lijf tot de graafmachine het bijna begeeft. Dit mechanische monster van meer dan vijftig ton dat de wand uitholt met behulp van twee getande graafwielen is oud en wispelturig. Wanneer de machine niet verder komt, begint hij soms te schudden alsof hij elk moment kan ontploffen.

In dat geval moet men hem uitzetten, de tandbladen vervangen en checken of hij niet lekt. In de tussentijd krijgen de longen tenminste even soelaas.

‘Koude billen’

Als de machine de rots weer met zijn tandbladen begint te perforeren, dringt het stof door tot in de longen en ogen en tussen de tanden van de mijnwerkers, wat voor bril of masker ze ook dragen. Na twintig minuten werken met de graafmachine is de zichtbaarheid met een meter afgenomen. Zelfs het felle licht van de mijnwerkerslampen heeft moeite om door deze steennevel heen te dringen. Als hij na miljoenen jaren wordt gewekt en tot stof gereduceerd, komt de rots tot leven. Na verloop van tijd zie je geen hand voor ogen en moet de machine weer worden stilgezet.

Het stof begint neer de dalen en de steendeeltjes dansen nog een ogenblik in de lucht voordat ze weer neerslaan alsof ze er nooit zijn geweest. Als je tegen de mijnwerkers over het milieu begint, wordt het onveranderlijk ruzie. Natuurlijk, zij merken ook wel dat het half januari is en dat de kinderen nog geen sneeuwvlok hebben gezien. Maar aan de andere kant, wat weten kinderen als Greta nou van de wereld? ‘Die lui in Warschau zeuren mensen aan hun kop dat ze op een andere manier moeten gaan stoken. Misschien zou je hun elektriciteitscentrales een keer moeten sluiten. Als ze koude billen krijgen piepen ze daar wel anders.’ Gelukkig hervat de graafmachine zijn werk, dus je kunt wel verder praten maar je hoort toch niets meer. Het lijkt een scène uit een rampenfilm en je kunt zien dat de mensen niet aan deze plek gehecht zijn. De bodem ligt bezaaid met afval en de stukken schoorhout worden niet opgestapeld maar overal neergegooid.

Voorman Krzysztof Zuchmantowicz is in 1994 in de mijn komen werken. Hij weet nog dat hij er in juli 1996, toen hij achttien maanden in militaire dienst moest, van overtuigd was dat de mijn er bij zijn terugkomst niet meer zou zijn. Maar die functioneert nog steeds, al is hij in de tussentijd zes keer van naam veranderd in het kader van herstructureringsplannen. Pas deze maand krijgt Krzysztof Zuchmantowicz echt een andere werkplek, wanneer hij met zijn hele ploeg naar de mijn bij Bobrek verhuist. Dat is afgesproken om de ‘maatschappelijke vrede’ te bewaren. Een kostbare afspraak, want de mijnwerkers in Bobrek zijn ook bang. Ze hebben zelf nog maar voor maximaal drie of vier jaar reserves. Bij zo veel egoïsme zou je bijna vergeten dat de mijn van Piekary in het verleden zelf ook werknemers van vijf gesloten mijnen heeft opgevangen.

De mijn heeft nog tonnen onverkochte steenkool in voorraad

Nu zijn het de mijnwerkers van Piekary die om een plek moeten bedelen, zodat Krzysztof Zuchmantowicz zijn ploeg goed in toom houdt. Ze weten allemaal dat ze alleen in Bobrek worden geaccepteerd als ze hun eigen uitrusting meenemen, waaronder de graafmachine. In Bobrek wacht ader nummer 9 al op hen, maar niet voor eeuwig. In ader 513 van Piekary graven ze dus verwoed de laatste restjes uit om de bladzij zo snel mogelijk om te kunnen slaan.

Onverkochte voorraden

Als je weer boven komt, word je vooral getroffen door de zon. Letterlijk. Zelfs van de zon van Silezië, die eerder grijs is dan helder, word je weer warm en blij. De mens is er beslist niet op gebouwd om onder de grond te leven, al is het luchtvervuilingsniveau in Piekary die dag twee keer zo hoog als de toegestane norm. Boven is de volgende ploeg al gearriveerd; de mijnwerkers lopen regelrecht naar de kleedruimte, nauwelijks bereid om even te blijven staan voor een herinneringsfoto. Specialisten op het gebied van de Silezische cultuur betreuren al jaren dat met de sluiting van de mijnen vooral de tradities en de banden tussen de mijnwerkers zullen verdwijnen. Op een plek die met de ondergang wordt bedreigd is solidariteit tussen werknemers nog zeldzamer. Aan iedereen is werk beloofd, maar ze weten heel goed dat degenen die daarmee akkoord gaan hun pensioen in zullen worden geduwd, en daar kun je maar moeilijk van leven.

Vooral de vrouwen zullen moeite hebben om ander werk te vinden nadat ze jarenlang lampen hebben gedistribueerd of mijnwerkerskleren hebben versteld. Op een vertrekpremie hoeft ook niemand te rekenen. De mijn heeft nog tonnen onverkochte steenkool in voorraad, die ondanks de gedaalde prijs geen afnemer vinden. De steenkool van Piekary, met name de mindere soort, heeft een hoog zwavelgehalte waar de filters van de elektriciteitscentrales van zouden verstoppen. De vloek van de steenkoolbergen treft de hele Poolse mijnindustrie. Aan het begin van dit jaar lag er
5 miljoen ton steenkool te wachten, waaronder 2,7 miljoen ton die was besteld door de elektriciteitscentrales maar niet werd afgenomen vanwege de zachte winter. De voorraad is inmiddels zo groot dat de mijnen een langdurige productiepauze zouden moeten inlassen, maar dat is onmogelijk; een mijn kan alleen maar gesloten worden.

Hoe meer het klimaat opwarmt, hoe slechter de sfeer in de steenkoolbranche. De kandidaten staan niet meer te dringen om onder de grond te werken en de Academie voor Mijnbouw en Metallurgie in Krakau rekent tegenwoordig op vier keer zoveel informaticastudenten als studenten mijnbouwkunde. Toen Krzysztof Zuchmantowicz begon, was het nog goed betaald werk, met een veertiende maand, bonussen en werkzekerheid. De geruchten over het eind van de activiteiten waren zo veelvuldig dat niemand er meer in geloofde, vooral niet nadat de PiS [de partij die sinds 2015 aan de macht is] had beloofd de mijnen niet te sluiten.

Privileges

Piekary is een van de mijnen die de komende twee jaar gesloten zullen worden. Sinds 2018 zijn er al zeven verdwenen of bezig gesloten te worden. ‘Tegelijkertijd neemt de import van Russische steenkool hand over hand toe. We vragen de regering: “Wat is er aan de hand? Wie profiteert daarvan?”’ zegt vakbondsman Mark Mnich geërgerd. Toch is de PiS er de afgelopen drie jaar in geslaagd geruisloos mijnen te sluiten omdat de vakbonden niet hebben ingegrepen. Ze begrepen pas tegen welke prijs toen er in maart 2017 een wet werd aangenomen die de privileges van vakbondspersoneel gelijkschakelde met die van mijnwerkers. In totaal zou de sluiting van de mijnen de belastingbetaler 1,6 miljard euro moeten kosten, waarvan een deel zal worden gebruikt om de ontslagen mijnwerkers vijf jaar door te betalen ongeacht de vraag of ze nieuw werk vinden.

Geen enkel beroep in Polen kent zulke privileges, maar de mijnwerkers willen nog meer. Die van het staatsbedrijf PGG, de grootste steenkoolproducent van de EU, hadden al een nieuwe bonus gekregen en eisten ook nog eens een loonsverhoging van 12 procent; onder dreiging van een staking is de regering op 20 februari jongstleden akkoord gegaan met 6 procent. Ook is er steun gevraagd voor werknemers die hun verwarmingsketel door een minder vervuilend model willen vervangen. Dat is een mooi gebaar van de vakbonden jegens de werknemers en jegens het milieu.

Julius Cwieluch

Polityka
Polen | weekblad | oplage 230.000

Polityka, letterlijk ‘De Politiek’, het vroegere orgaan van de hervormers van de Verenigde Poolse Arbeiderspartij (PZPR), dateert van 1957 en is tegenwoordig eigendom van de journalisten. Favoriet bij de Poolse intelligentsia. Links, maar zonder te overdrijven.

Dit artikel van verscheen eerder in Polityka.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.