• The Christian Science Monitor
  • Reader
  • De Jurassic Park-generatie

De Jurassic Park-generatie

Ooit werden dinosaurussen als slome, domme monsters gezien, en de mensen die ze onderzochten als wereldvreemde figuren. Tot in 1993 de eerste Jurassic Park-film uitkwam. Het leverde een golf aan nieuwe wetenschappers en ontdekkingen op.

Net als de meeste kinderen had Jordan Mallon een heleboel ideeën over wat hij wilde worden als hij groot was. Eerst was het ijshockeyprof, toen kunstenaar. Maar hij was ook al van jongs af aan gefascineerd door dinosaurussen.

In de zomer van 1993 nam zijn vader hem mee naar de film Jurassic Park. Toen de aftiteling voorbij was en de lichten in de zaal aangingen, wist de elfjarige Jordan opeens zeker hoe zijn toekomst eruit zou zien. Diezelfde avond zei hij tegen zijn moeder: ‘Mama, ik word paleontoloog.’

‘Dat was een omslagpunt, die film raakte echt een snaar bij me,’ herinnert Mallon zich. Inmiddels werkt hij als paleontoloog voor het Canadian Museum of Nature in Ottawa. ‘Vanaf dat moment wist ik wat ik wilde, en daar ben ik nooit meer van afgeweken.’

Behalve Mallon zagen nog tientallen miljoenen anderen de film over deze bizarre wezens die ooit onze planeet bevolkten. Dinosaurussen stonden opeens in het middelpunt van de belangstelling, en dat straalde af op de paleontologie. De plotselinge aandacht voor het vak zette van alles in gang, wat uiteindelijk een hele lichting nieuwe wetenschappers opleverde, gevolgd door een golf aan nieuwe ontdekkingen. De paleontologie was voorgoed veranderd.

‘Het vakgebied paleontologie heeft veel aan Jurassic Park te danken. Ik denk dat het veld er heel anders had uitgezien als die film er niet was geweest,’ vertelt paleontoloog Steve Brusatte van de Universiteit van Edinburgh. De Society of Vertebrate Paleontology [Vereniging voor Gewerveldenpaleontologie] reikte regisseur Steven Spielberg in 2013 een onderscheiding uit als dank voor zijn verdiensten voor het vak. En 25 jaar na het eerste deel trekt de Jurassic Park-reeks nog steeds drommen publiek. 
De vijfde aflevering, Jurassic Park: Fallen Kingdom, ging in juni in première.

Renaissance

Het is nu moeilijk voor te stellen, maar ooit werden dinosaurussen als slome, domme monsters gezien, koudbloedige verliezers van de evolutie die de moeite van het bestuderen niet waard waren, aangezien ze toch geen levende nakomelingen hadden. Zo saai vond men de beesten, dat toen paleontoloog Jack Horner als student een docent 
vertelde dat hij graag onderzoek naar dino’s wilde doen, hij smakelijk werd uitgelachen.

Maar al in de jaren zestig en zeventig waren er de eerste tekenen van een dinosaurusrenaissance: dinosauriërs werden steeds meer als intelligente dieren gezien, die bovendien ook verwant bleken aan de vogels. Dat nieuwe beeld van de dinosaurus mondde in 1990 uit in Michael Crichtons roman Jurassic Park. De verfilming van het boek populariseerde dit beeld van dinosaurussen als actieve dieren, niet in de laatste plaats dankzij de voor die tijd spectaculaire computeranimatie. ‘Ze leken net echt, het waren net levende dieren,’ zegt Thomas Cullen, postdoctoraal onderzoeker bij het Field Museum in Chicago. ‘Het waren noch monsters noch tekenfilmfiguren,’ aldus Victoria Arbour, postdoctoraal medewerker van het Royal Ontario Museum in Canada. ‘De film benadrukte dat dinosauriërs levende wezens waren, die echt op aarde hebben rondgelopen.’

De charismatische prehistorische filmsterren genereerden bij het grote publiek een enorme hang naar kennis over echte dinosaurussen. Musea met dinoskeletten zagen een flinke opleving in hun bezoekersaantallen. ‘Misschien wel het grootste effect van de film was dat hij nieuwsgierigheid naar ze wekte,’ meent paleontoloog Mary Schweitzer van de North Carolina State University. Mensen van alle leeftijden werden gegrepen door de film, vertelt Matthew Carrano, die bij het Smithsonian National Museum curator was van de expositie Dinosauria. ‘Er komen net zo goed volwassenen op af als kinderen. Dat is wel eens anders geweest.’

Voor het paleontologisch onderzoeksveld was de film een buitenkansje. Onderzoekers konden de populariteit van de dieren gebruiken om het grote publiek voor wetenschap te interesseren. Er volgde een vloed aan documentaires, televisieprogramma’s, boeken en andere populair-wetenschappelijke publicaties over het onderwerp, die nog steeds aanhoudt. Vóór de film was het ‘niet eenvoudig om je interesse in dinosauriërs levend te houden’, vertelt Carrano. Er bestond maar een handjevol boeken en speeltjes, en exposities in musea bleven een halve eeuw lang vrijwel ongewijzigd. ‘Ik haalde uit armoe steeds weer dezelfde boeken uit de bieb,’ herinnert Carrano zich. Toen de film eindelijk uitkwam, studeerde hij al. Maar dankzij de invloed van de film is de situatie nu blijvend veranderd. Er komen, voorzichtig geschat, zo’n vijftig boeken per jaar over dinosaurussen uit.


Al dat nieuwe materiaal voedde de populariteit van de dino’s, en dat had vervolgens weer invloed op de wetenschap. Er kwam meer aandacht in de pers voor nieuwe onderzoeksresultaten, paleontologen publiceerden meer artikelen, universiteiten boden programma’s aan die helemaal over deze dieren gingen, en voor het eerst namen musea dinosaurusspecialisten in dienst.

Kortom, door Jurassic Park werden niet alleen dinosaurussen cool, maar ook de wetenschappers die ze hun leven lang bestuderen. De film gaf hun een positief imago, iets waar kinderen zich aan konden spiegelen. ‘In veel films zijn wetenschappers slechteriken, of anders in ieder geval koude, emotieloze types,’ zegt anatomieonderzoeker Sarah Werning van de Des Moines-universiteit. Maar in Jurassic Park kon 
je je als kijker met ze identificeren. Je begreep hun ontzag voor die gigantische dieren.’

Er zitten een paar sterke vrouwelijke personages in de film, zoals wetenschapper Ellie Sattler en computergenie Lex, de kleindochter van de eigenaar van het pretpark (gespeeld door respectievelijk Laura Dern en Ariana Richards). ‘Het was heel belangrijk dat er zowel een mannelijke als een vrouwelijke wetenschapper in de film voorkwam,’ vertelt Victoria Arbour. En niet alleen was dr. Sattler een vrouw, voegt ze daaraan toe, ‘ze werd ook nog eens neergezet als een heel vanzelfsprekend iemand. Het was helemaal niet gek dat ze zowel vrouw was als wetenschapper. Daar lag de nadruk verder ook niet op. Ze was er gewoon, en omdat ze zo slim was respecteerde iedereen haar.’

Dankzij de golf aan jong wetenschappelijk talent die onder invloed van Jurassic Park het vakgebied binnenstroomde, volgde er, een paar jaar later, een minstens zo grote vloedgolf aan publicaties. Werden er tussen 1984 
en 1994 jaarlijks nog rond de vijftien nieuwe dinosaurussoorten ontdekt, 
nu staat dat aantal op vijftig en het lijkt nog niet dalende te zijn. Sommigen noemen de huidige tijd al het gouden tijdperk van het dinosaurusonderzoek. ‘Jurassic Park haakte in op een wetenschappelijke revolutie in het dinosauriëronderzoek en veroorzaakte op zijn beurt weer een nieuwe,’ aldus Carrano.

‘Altijd als we het publiek over ons vak willen vertellen, noemen we de film 
als eerste’

De afgelopen eeuw is er een massa nieuwe exemplaren bijgekomen. 
Dinosauriërs vormen een ongelooflijk diverse groep, die telkens weer voor verrassingen zorgt. Sommige zijn reusachtige carnivoren, andere herbivoren. Je hebt ze in alle mogelijke vormen en afmetingen. Sommige hebben schilden van schubben en knotsachtige staarten, andere hoorns, een kraag of veren. Ook is de relatie tussen dinosauriërs |en vogels veel duidelijker geworden. Wetenschappers zijn het er nu over eens dat vogels een groep binnen de zogenaamde Theropoda-dinosauriërs vormen (dus niet alle dino’s zijn aan het eind van het Krijttijdperk uitgestorven). Zowel pers als publiek smulden van deze ontdekkingen.

Toen Jurassic Park uitkwam, was Michelle Stocker nog een meisje; pas toen ze als paleontoloog ging werken, merkte ze hoeveel invloed de filmreeks had. ‘Het publiek heeft er een beeld door gekregen van de paleontologie en van dinosauriërs,’ vertelt ze. ‘En wetenschappers maken daar handig gebruik van. Museumconservatoren anticiperen op vragen van het publiek en proberen die bij het maken van hun tentoonstellingen te beantwoorden. Of paleontologen organiseren speciale publieksbijeenkomsten als er weer een nieuwe Jurassic Park-film uitkomt.’

‘Altijd als we het publiek over ons vak willen vertellen, noemen we de film 
als eerste,’ vertelt Stocker, inmiddels werkzaam als paleontoloog aan Virginia Tech. Toch zijn niet alle paleontologen onverdeeld blij met de dinosaurusgekte die de film heeft losgemaakt, vertelt Ali Nabavizadeh, universitair docent anatomie aan de Rowan-universiteit. Het stoort hen dat de giganten niet altijd even accuraat worden weergegeven. ‘Mensen zijn gek van dinosauriërs, maar ze hebben een beeld van hoe een dinosaurus kijkt of loopt dat misschien wel helemaal niet klopt.’

In de eerste film in de reeks waren de dinosaurussen gemodelleerd op basis van de wetenschappelijke inzichten uit die tijd. Maar de makers van de film namen de nodige artistieke vrijheden. De Velociraptor uit de film was een uitvergrote versie van de Deinonychus. De echte Velociraptor was niet veel groter dan een kalkoen.

Bovendien zijn veel van de dinosaurussen uit de eerste Jurassic Park, door alle ontdekking die sindsdien zijn gedaan, alweer verouderd. Toen de film werd gemaakt, bestond het beeld van dinosaurussen als bijzonder behendig en energiek. Het leek dus niet vergezocht om een Tyrannosaurus rex een jeep met drie sappige mensen erin te laten achtervolgen en inhalen. Nieuw onderzoek liet echter zien dat het met de beweeglijkheid van de T. rex wel meeviel en dat een hardloper hem er gemakkelijk uit had gerend.

Recentelijk was er opnieuw kritiek uit wetenschappelijke hoek. Opgemerkt werd dat we inmiddels weten dat dinosaurussen veren hadden; in de laatste afleveringen uit de filmreeks was dat nieuwe inzicht niet verwerkt.

Zulke onvolkomenheden kunnen ook juist door paleontologen worden uitgebuit, wanneer zij het geïnteresseerde publiek uitleggen hoe zij dankzij fossielen te weten zijn gekomen hoe 
dinosaurussen eruitzagen, of waarom bepaalde details juist nog missen. 
Volgens Schweitzer geeft hun dat 
een ingang om iets algemeners over wetenschap te vertellen en de mensen op die manier nieuwsgierig te maken naar wetenschap.

Iets dergelijks overkwam Nabavizadeh als kind al. Nadat hij als zesjarige een Jurassic Park-film had gezien, begon hij, toen de opwinding over de realistische monsters was weggeëbd, zich af te vragen of ze er in het echt ook zo uitzagen. ‘Hoe weet je eigenlijk hoe hun anatomie was, als je alleen botten hebt om van uit te gaan? Misschien waren er wel speciale kenmerken waar we niets van weten?’

‘Mensen geloven me vaak niet als ik het vertel, maar ik ben door Jurassic Park paleontoloog geworden,’ vertelt Thomas Adams, conservator paleontologie en archeologie van het White Museum in San Antonio. Adams vond school als kind nogal vervelend, maar Jurassic Park maakte een wetenschappelijke interesse in hem wakker die hij nooit eerder had ervaren. ‘Ik merkte dat als je ergens een passie voor hebt, ook al het andere wat daarvoor relevant is leuk wordt om te leren,’ vertelt hij. ‘Ik ontdekte dat leren leuk kan zijn.’ 

Auteur: Eva Botkin-Kowacki
Vertaler: Valentijn van Dijk

The Christian Science Monitor
Verenigde Staten | csmonitor.com

Na meer dan een eeuw is deze krant uit Boston in 2009 gestopt met de printversie en verder gegaan op internet. Heeft nog wel een wekelijkse printeditie. De krant dankt zijn naam aan de financier: de Christian Science Church.

Dit artikel van Eva Botkin-Kowacki verscheen eerder in The Christian Science Monitor.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.