• The Washington Post
  • Reader
  • De open brief die een einde moest maken aan de afrekencultuur

De open brief die een einde moest maken aan de afrekencultuur

The Washington Post | Washington D.C. | Sarah Ellison en Elahe Izadi | 01 september 2020

De open brief in Harper’s Magazine die Thomas Chatterton Williams schreef om zich uit te spreken tegen de onverdraagzaamheid in de ‘vrije uitwisseling van informatie en ideeën’ veroorzaakte een lawine aan reacties. Critici zagen een sinistere poging de landelijke discussie over raciale rechtvaardigheid na Black Lives Matter te ondermijnen. Bewees Chatterton hiermee zijn eigen gelijk?

Wat ging er om in het hoofd van Thomas Chatterton Williams toen hij besloot om een korte open brief te schrijven over hoe het liberalisme en het vrije debat in gevaar waren, en om enkele gelijkgestemde intellectuelen te vragen die te ondertekenen?

Hij dacht aan de Poetry Foundation, van wie de leiders terugtraden nadat hun verklaring van vier zinnen ter ondersteuning van Black Lives Matter als te halfslachtig werd bestempeld door de meer dan achttienhonderd mensen die een petitie tekenden. En hij dacht aan de National Book Critics Circle, waarvan het bestuur struikelde over hun poging een dergelijke verklaring op te stellen.

Hij dacht aan David Shor, een politiek analist die werd ontslagen na een tweet over een onderzoek waarin werd geopperd dat de verkiezingen van 1968 dankzij gewelddadige straatprotesten waren uitgevallen in het voordeel van de Republikeinen; hij dacht aan Colin Kaepernick, een quarterback die uit de NFL [National Football League] werd gezet nadat zijn antiracismeprotest conservatieve fans in het verkeerde keelgat was geschoten.

Er kwam veel kritiek op de open brief van Thomas Chatterton Williams. Sommige mensen zagen er een sinistere poging in om de landelijke discussie over raciale rechtvaardigheid te ondermijnen. Transgenderactivisten zagen de brief als een verhulde aanval op hun gemeenschap. Links las hem als de aloude aanklacht tegen politieke correctheid. – © Stefan Wermuth / Reuters

‘In het bredere politieke spectrum hoorde je overal de roep om meer controle en minder ruimte om je te uiten,’ zegt Williams, een cultuurcriticus die uitvoerig over ras heeft geschreven.

Daarom stelde hij samen met vier anderen ‘A Letter on Justice and Open Debate’ [Een brief over rechtvaardigheid en open debat] op, waarin wordt gewaarschuwd dat ‘de vrije uitwisseling van informatie en ideeën’ wordt beknot door ‘een onverdraagzaamheid jegens tegengestelde meningen, een trend om mensen publiekelijk aan de schandpaal te nagelen’ en ‘een tendens om complexe politieke vraagstukken terug te brengen tot een rigide moreel standpunt’. De brief, die op 7 juli werd gepubliceerd door Harper’s, is ondertekend door 153 bekende mensen uit de wereld van de wetenschap, media en cultuur. Er staan namen onder als Noam Chomsky, Gloria Steinem, Margaret Atwood, Salman Rushdie en Wynton Marsalis.

Allerminst enthousiast

De reacties kwamen snel en waren venijnig – en voor veel van de ondertekenaars zeer onverwacht.

De brief werd allerminst enthousiast onthaald als een hoogstaand eerbetoon aan vrijheid van meningsuiting en de positieve effecten van het politieke debat, maar neergesabeld omdat hij een boodschap zou uitdragen waarvan de auteurs bezweren dat ze die nooit zo hebben bedoeld. Sommige mensen zagen er een sinistere poging in om de landelijke discussie over raciale rechtvaardigheid te ondermijnen. Transgenderactivisten zagen de brief als een verhulde aanval op hun gemeenschap. Links las hem als de aloude aanklacht tegen politieke correctheid. Een paar ondertekenaars wilden hun naam weer laten weghalen toen ze zich ineens in het kamp leken te bevinden van hun ideologische vijanden.

Maar de meest vernietigende kritiek kwam van cynici die de brief afdeden als een afspiegeling van het gekwetste ego van de beroemde ondertekenaars – die zich door social media ineens gedwongen zagen te reageren op kritiek van de gewone man, en die het gevoel hadden dat daarmee hun eigen vrijheid van meningsuiting onder druk kwam te staan.

Hoe dan ook heeft de brief ruime aandacht gekregen, redeneert Williams. ‘Drie alinea’s zouden nooit wereldwijd zo veel weerklank vinden als de inhoud geen hout zou snijden,’ zegt hij.

Sommigen zagen de reacties al van verre aankomen. Bari Weiss hoogstwaarschijnlijk ook – al valt te betwijfelen of dat haar ervan zou hebben weerhouden te tekenen. De brief verscheen een week voordat deze opinieredacteur van The New York Times op dramatische wijze ontslag zou nemen, met een eigen ingezonden brief waarin ze scherp uithaalde naar de redactie, die volgens haar de oren zou laten hangen naar twitteraars die met alle geweld willen vasthouden aan een links-orthodoxe koers en naar collega’s van de Times die haar zouden hebben getreiterd omdat zij – in haar eigen woorden – voor het midden koos.

‘Drie alinea’s zouden nooit wereldwijd zo veel weerklank vinden als de inhoud geen hout zou snijden’

Maar goed, Weiss is ook weer iemand die graag de confrontatie opzoekt. Haar specialiteit bij de Times was deels het aankaarten van de ‘cancel culture’ [afrekencultuur]. Ze maakte zich sterk voor het werk van het ‘intellectuele darkweb’, dat volgens haar door de mainstream media werd gem_eden vanwege de heersende opvattingen. En toen onlinecritici haar wezen op bepaalde denkfouten in haar stukken, deed ze dat af als een aanval van een linkse ‘bende’.

De laatste tijd organiseerde ze met enige regelmaat etentjes in de Comedy Cellar in Manhattan, waar gelijkgestemde bekendheden hun ongenoegen konden delen. Een van die avonden werd voortgezet in het huis van schrijfster Katie Roiphe, in Brooklyn. Dit samenzijn werd schertsend de ‘Thought Crimes Party’ genoemd, verwijzend naar George Orwells 1984, en zowel de lijst van aanwezigen als de besproken onderwerpen waren off the record. Het feestje ging door tot twee uur ’s nachts, zegt Roiphe, en iedereen had het reuze naar zijn zin.

Enkele anderen, die zich wel kunnen vinden in Williams’ boodschap, neigen veel minder naar Weiss’ strijdlustige aanpak.

‘Dit is geen al te beste timing,’ aldus Robert Reich, econoom en voormalig minister van werkgelegenheid, die zich achter de geest van de brief schaarde, maar toch weigerde te tekenen.

De brief sluit aan bij enkele controverses rond de grenzen van wat acceptabel is binnen de politieke strijd. Zo was er op 7 juni het opstappen van James Bennet, de redacteur van de opiniepagina van The New York Times, na grote onenigheid binnen de redactie omdat Bennet een ingezonden stuk had geplaatst van Tom Cotton (de Republikeinse senator van Arkansas), die zich een voorstander verklaarde van het sturen van troepen naar steden waar de demonstraties op rellen waren uitgelopen. Later erkende Bennet dat hij het stuk niet had gelezen voordat het werd geplaatst en zei hij dat het niet voldeed aan de criteria van de krant.

Katalysator

En op dezelfde dag dat Weiss ontslag nam, zorgde de semi-conservatieve schrijver Andrew Sullivan voor bijna net zoveel ophef met de mededeling dat hij opstapte bij New York Magazine omdat ‘mijn collega’s niet langer met me willen samenwerken’. (De hoofdredacteur, David Haskell, formuleerde het iets neutraler: ‘Het publiceren van conservatief getinte stukken… is een delicate kwestie in 2020.’)

De brief viel ook midden in de antiracismedemonstraties die in steeds meer Amerikaanse steden om zich heen grepen – protesten die zich aanvankelijk richtten op het politiegeweld, maar die de katalysator werden voor een bredere herijking binnen culturele instellingen en mediabedrijven, waarbij een al veel langer sluimerende ontevredenheid over ongevoeligheden en salarisongelijkheid naar buiten kwam.

Reich omschrijft dit als ‘een ontluikende beweging van mensen van kleur die de rest van Amerika iets duidelijk maakt over systemisch racisme, en van vrouwen die zich moedig teweerstellen tegen systemisch misbruik’. Hij vreesde dan ook dat de brief ‘het risico in zich droeg om, al was het nog zo indirect, die mensen af te schilderen als obstinaat of overgevoelig’.

En inderdaad hebben veel lezers die boodschap meegekregen in de derde zin van de brief. Daar staat dat ‘deze hoognodige herijking’ (en die is echt hoognodig, haastten de auteurs zich eraan toe te voegen) heeft geleid tot ‘een versterking van een nieuw stelsel van normen en waarden dat onze norm van een open debat waarin ruimte is voor verschillen dreigt te ondergraven, ten gunste van ideologische conformiteit’.

De reden dat Jill Abramson niet heeft getekend? ‘Ik dacht dat de brief deel uitmaakte van een anti-wokeness-campagne, een tegenbeweging vermomd als vrijheid van meningsuiting,’ zegt de voormalig hoofdredacteur van The New York Times onomwonden.

Packer zegt dat ze heel bewust hebben geprobeerd handtekeningen te verzamelen van een eclectische groep intellectuelen

‘IJdel, zelfgenoegzaam geneuzel,’ schreef Richard Kim, opinieredacteur van HuffPost, die ook weigerde te tekenen, ‘dat alleen de mensen die ze zeggen te willen bereiken, zou trollen.’ Een deel van het probleem schuilt in de vage formuleringen van de brief – mensen die volgens de ondertekenaars ten onrechte de mond werd gesnoerd of die aan de schandpaal waren genageld, werden niet bij naam genoemd: ‘Redacteuren worden ontslagen omdat ze omstreden stukken plaatsen; boeken worden van de markt geweerd omdat ze onwaarheden zouden bevatten; journalisten wordt belet over bepaalde onderwerpen te schrijven; er wordt een onderzoek ingesteld naar hoogleraren omdat ze tijdens colleges literaire werken hebben geciteerd; een onderzoeker is ontslagen omdat hij een peer reviewed wetenschappelijk onderzoek heeft laten rondgaan; mensen die aan het hoofd staan van een organisatie worden soms slechts vanwege een onhandigheid aan de kant gezet.’

Over welke gevallen gaat het hier precies? Degenen die het opschreven, wisten dat. Of in ieder geval meenden ze het te weten. Verder moet iedereen zelf maar proberen duiding te vinden in de namen van de 153 mensen die de brief hebben ondertekend – van wie sommigen zich al diep in de meer omstreden wateren van het huidige politieke discours hadden gewaagd en al doende mensen tegen zich in het harnas hadden gejaagd.

Denk aan: J.K. Rowling, vooral bekend als de auteur van de Harry Potter-boeken, maar ook iemand die onlangs haar ongerustheid heeft uitgesproken over het groeiende aantal kinderen dat genderbevestigende zorg verlangt, en die onlangs mopperde dat de zinsnede ‘mensen die menstrueren’ (als aanduiding van zowel vrouwen als transgendermannen) kwetsend was voor vrouwen – waarmee ze zich de woede op de hals haalde van enkele transactivisten, die er vervolgens, omdat Rowling ook had ondertekend, van uitgingen dat de hele brief een frontale aanval op hén was.

Of neem Steven Pinker, een psycholoog aan Harvard die ook heeft ondertekend, en wiens provocerende uitspraken over de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen, en de gevolgen daarvan voor de intelligentie, heftige reacties hebben opgeroepen. Een van die reacties bestond uit een petitie, getekend door 550 academici, om Pinker zijn leerstoel bij de Linguistic Society of America af te nemen, vanwege zijn tweets waarin hij beweert dat ras geen belangrijke rol speelt bij buitensporig politiegeweld, en nog een handvol andere tweets die naar hun mening ‘een poging zijn de stem te smoren van mensen die hebben te lijden onder racistisch en seksueel geweld’.

Links ‘kastestelsel’

En dan is er natuurlijk nog Weiss zelf, die velen aan de linkerkant van het politieke spectrum tegen de haren in heeft gestreken met haar columns waarin ze zich uitspreekt vóór culturele toe-eigening en waarin ze de spot drijft met wat zij ziet als een links ‘kastestelsel’ – gebaseerd op de mate waarin bepaalde identiteitsgroepen zich erop kunnen beroepen onderdrukt te zijn.

Naar later bleek hadden zelfs de auteurs van de brief verschillende drijfveren. Williams zal vermoedelijk de Poetry Foundation in gedachten hebben gehad, en George Packer zal Bennet in gedachten hebben gehad. ‘Dat hij onder druk was opgestapt en dat er vervolgens een huivering door de burelen van The New York Times trok, baarde ons zorgen,’ zei Packer.

Hij refereerde ook aan het geval van Alexis Johnson, een van de weinige zwarte verslaggevers van de Pittsburgh Post-Gazette, die van de redactie geen verslag meer mocht doen van de demonstraties tegen raciale ongelijkheid omdat ze een ironische tweet had geplaatst waaruit naar de mening van de hoofdredactie een vooroordeel sprak (ze had een foto geplaatst van een terrein dat vol troep was achtergelaten na een countrymuziekconcert, met een grappende verwijzing naar de recente hype over plunderingen). Packer, die voor The Atlantic schrijft, wil duidelijk maken dat het er hem om gaat op te komen voor ánderen die met onverdraagzaamheid worden geconfronteerd. ‘Er is niets persoonlijks aan deze brief of aan de ervaring van de vijf opstellers.’

Eclectische groep

Packer zegt dat ze heel bewust hebben geprobeerd handtekeningen te verzamelen van een eclectische groep intellectuelen – ‘een lijst die zo divers zou zijn, als je kijkt naar identiteit en politieke overtuiging, dat er niet één stempel op zou zijn te plakken, zodat niemand ons zou kunnen afdoen als een kliekje, of zou kunnen zeggen dat het altijd weer dezelfde mensen zijn,’ zegt hij. ‘Ik wilde een lijst waarvan mensen zich zouden afvragen: “Wat bindt al deze mensen? Welke overtuiging hebben ze gemeen?”’

Williams vroeg ook de conservatieve econoom Glenn Loury, hoogleraar aan Brown University, die zich gevlijd voelde maar bedankte voor de eer. Als conservatief had hij het gevoel dat het debat ‘heel erg beperkt was tot een bepaald clubje’ – te weten een clubje liberalen – ‘en ik maak niet echt deel uit van die club’.

De opstellers, zegt Packer, wilden niet de indruk wekken zich kritisch op te stellen ten aanzien van de demonstraties tegen politiegeweld. Maar: ‘Je kunt erop wachten dat iemand je bedoelingen verkeerd interpreteert, want er zal altijd iemand zijn die je bedoelingen verkeerd opvat.’

‘Gemarginaliseerde groepen kunnen nu publiekelijk kritiek leveren op de elite en die ter verantwoording roepen. Dat lijkt de grootste zorg van de briefschrijvers,’ aldus een kritische reactie. – © Paco Freire / Getty
‘Gemarginaliseerde groepen kunnen nu publiekelijk kritiek leveren op de elite en die ter verantwoording roepen. Dat lijkt de grootste zorg van de briefschrijvers,’ aldus een kritische reactie. – © Paco Freire / Getty

Drie dagen na de Harper’s -brief ondertekende een groep van meer dan 150 journalisten, wetenschappers en schrijvers een reactie, waarin werd gesteld dat het Harper’s -manifest voorbijging aan de heersende machtsstructuren en aan het feit dat ‘gemarginaliseerde stemmen binnen de journalistiek, de academische wereld en de uitgeefwereld, al generaties lang de mond wordt gesnoerd’.

‘Zwarte mensen, bruine mensen en lgbtqi+’ers – met name zwarte mensen en transmensen – kunnen nu publiekelijk kritiek leveren op de elite en die ter verantwoording roepen,’ valt te lezen in de reactie. ‘Dat lijkt de grootste zorg van de briefschrijvers.’

‘Ik weet niet zo goed wat ik met die kritiek moet,’ zegt Williams, die biraciaal is. Hij heeft de lijst van ondertekenaars ‘ongekend divers’ genoemd, met namen als Reginald Betts, een Afro-Amerikaanse dichter en memoiresschrijver die acht jaar in de gevangenis heeft gezeten omdat hij op zijn zestiende een auto heeft gestolen; Orlando Patterson, een van oorsprong Jamaicaanse socioloog aan Harvard die erom bekendstaat dat hij zich veel bezighoudt met rassenkwesties; en Kian Tajbakhsh, een Iraans-Amerikaanse hoogleraar urban studies aan Columbia, die jaren in Iran in de gevangenis heeft gezeten voordat hij terugkeerde naar de Verenigde Staten. ‘Het idee dat het zou gaan om een stelletje elitaire witten is uitgegroeid tot een retorische stellingname die geen recht doet aan wat we hebben neergezet,’ aldus Williams.

‘Cancel culture’

Hoewel de Harper’s -brief de schuld niet expliciet bij de ‘cancel culture’ legt, is dat voor veel lezers wel de subtekst – een belangrijk aspect van het debat dat zorgt voor zo veel ophef binnen elitaire culturele instellingen.

Voor sommigen staat de afrekencultuur voor een schrikbeeld van onlinebendes die erop aansturen dat mensen worden ontslagen om redenen die kunnen variëren van een oude tweet tot een onbenullige opmerking die niet strookt met een bepaalde progressieve opvatting die op dat moment in zwang is. Volgens anderen is dat helemaal niet aan de orde – zij zeggen dat die manier van formuleren alleen al een poging is om jongeren of minderheden of lgtbq-groepen die gebruik maken van social media om de machtigen ter verantwoording te roepen, buiten spel te zetten.

In bepaalde liberale kringen gaan alle haren overeind staan zodra het woord ‘cancel culture’ valt, al helemaal nu conservatieven de bal meteen terugspelen. Toen tachtig medewerkers van de Pittsburgh Post-Gazette te horen kregen dat ze geen verslag mochten doen van de protesten omdat ze per tweet hun steun hadden betuigd aan Johnson, kreeg het verhaal landelijke bekendheid en schoof de hoofdredacteur bij Fox News de schuld in de schoenen van de ‘Twittermob’ – een klassiek eufemisme binnen de ‘cancel culture’ – die hem zou hebben afgeschilderd als racist.

‘Drie alinea’s zouden nooit wereldwijd zo veel weerklank vinden als de inhoud geen hout zou snijden,’ aldus Williams. – © Philip Wolmuth
‘Drie alinea’s zouden nooit wereldwijd zo veel weerklank vinden als de inhoud geen hout zou snijden,’ aldus Williams. – © Philip Wolmuth

Michelle Goldberg, een linkse columniste van The New York Times, wilde de brief pas ondertekenen toen een verwijzing naar de ‘cancel culture’ eruit was gehaald. Het specifieke probleem, zo schreef ze, zijn de gevallen waarin activisten niet alleen iemand op een verkeerde argumentatie wijzen, maar erop aansturen dat diegene wordt ontslagen. ‘Wat mij de meeste zorgen baart is de betrokkenheid van het humanresourcemanagement dat in een wurggreep wordt gehouden door snel veranderende normen over hoe mensen zich moeten uiten en hoe het debat moet worden gevoerd.’

Jonathan Chait, een columnist bij New York Magazine, heeft niet getekend, maar dat is alleen omdat hij principieel weigert mee te doen aan open brieven. Hij is ook van mening dat links ‘in het debat over identiteitsvraagstukken tegenwoordig regels hanteert die het onmogelijk maken om welke beschuldiging van racisme of seksisme dan ook te weerleggen’. Wie ergens van wordt beticht, zegt hij, ‘rest geen andere mogelijkheid dan zich binnen de discussie de verontschuldigende rol aan te meten’.

Masha Gessen, die verschillende boeken over autocratie en totalitarisme op haar naam heeft staan, is niet gevraagd te tekenen – misschien omdat Gessen zich al in het openbaar had uitgesproken over de suggestie van de opstellers dat het fenomeen van social media die het debat de kop indrukken even kwalijk is als onderdrukking door de staat. ‘De totalitaire ideologie wordt gesteund door de macht van de staat,’ schreef Gessen in juni in The New Yorker. ‘De demonstranten in de straten van de Amerikaanse steden, en de journalisten die achter hen staan, worden niet gesteund door de staat of door een institutionele macht. Integendeel: ze staan op elk vlak tegenover elkaar.’

Muilkorf

Yascha Mounk, die wel heeft getekend, onderschrijft het onderscheid dat Gessen maakt, maar hij waarschuwt dat links zich wel degelijk zorgen zou moeten maken over het onderdrukken van de vrijheid van meningsuiting, omdat hij heeft gezien hoe het van kwaad tot erger kan gaan. Mounk is expert op het gebied van populisme en illiberalisme aan de Johns Hopkins School for Advanced International Studies, en zijn grootouders hebben in Polen gevochten voor een communistisch regime dat zich uiteindelijk tegen hen keerde en hen tijdens antisemitische pogroms heeft gedeporteerd. Mounk weet als geen ander dat bewegingen die een nobel doel lijken na te streven, kunnen ontsporen. Hij ziet hoe de autoritaire tendensen onder Trump het debat aan de andere kant van het politieke spectrum vergiftigen.

Enkele dagen voor het verschijnen van de Harper’s -brief lanceerde Mounk een onlinepublicatie, Persuasion, gewijd aan het open debat. Meer dan 25.000 mensen hebben zich aangemeld voor de mailinglijst – veel meer dan hij had verwacht. Hij wil dat het een veilige haven wordt voor mensen die zich gemuilkorfd voelen door wat hij ziet als het inperken van de vrijheid van meningsuiting in mainstream publicaties.

Schrijvers als… Bari Weiss of Andrew Sullivan misschien?

Die twee lijken inmiddels hun eigen veilige haven te hebben gevonden. Sullivan heeft laten weten dat hij terugkeert naar een onafhankelijk blogplatform. Weiss heeft, in een mail, laten weten dat ze goede hoop heeft een manier te vinden om te helpen ‘de ongekende honger te stillen naar eerlijke journalistiek en integere debatten’. Nog geen specifieke bestemming, maar volgens vrienden zijn er investeerders die maar wat graag haar volgende project willen steunen.  

Auteurs: Sarah Ellison en Elahe Izadi

The Washington Post 
Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000

Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.

Dit artikel van Sarah Ellison en Elahe Izadi verscheen eerder in The Washington Post.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.