• Capital
  • Reader
  • De overheid als verzekeringsbedrijf

De overheid als verzekeringsbedrijf

Capital | Hamburg | 06 januari 2021

Corona heeft de wereld niet alleen in een gezondheidscrisis en een recessie gestort, het luidt volgens Capital ook een nieuw economisch bestel in, nu belangrijke principes van het kapitalisme buiten werking zijn gesteld.

Toen Berlijn in het voorjaar wegkwijnde, toen de meeste kantoren, restaurants en hotels waren gesloten en er geen toerist te bekennen was, werd één gast on-gewoon vaak in de hoofdstad gesignaleerd: Carsten Spohr, de baas van Lufthansa. Vaak zat hij te lunchen bij Midtown Grill op de Potsdamer Platz, waar ze uitstekende hamburgers serveren, maar vanwaar je ook de belangrijkste adressen – zoals het ministerie van Financiën en het kantoor van de Bondskanselier – snel te voet kunt bereiken. Na een paar minuten van de zon en de frisse lucht te hebben genoten, begaf de baas van Europa’s een-na-grootste luchtvaartmaatschappij zich dan naar bijeenkomsten met advocaten, ambtenaren, staatssecretarissen en ministers.

Op dat moment mocht het merendeel van de bijna zevenhonderd Lufthansa-vliegtuigen niet meer vliegen en zag de luchtvaartmaatschappij elk uur 1 miljoen euro verdampen. Spohr wist dat er maar één partij was die hem nu nog kon helpen: de overheid.

Zoals bekend had hij succes, want in juni redde de federale regering Lufthansa met een staatsbelang en een lening voor een totaalbedrag van 9 miljard euro. Maar dat was nog maar het begin. Ook reisconcern Tui kreeg een kapitaalinjectie, en nog eens dertig bedrijven – waaronder werven, staalconcerns en toeleveranciers in de auto-industrie – hebben Berlijn inmiddels laten weten dringend geld nodig te hebben. De regering heeft voldoende kapitaal gereserveerd, in de eerste ronde alleen al 100 miljard euro voor staatsdeelnames.

Corona heeft de wereld niet alleen in een gezondheidscrisis en een recessie gestort, het luidt ook een nieuw economisch bestel in. Belangrijke principes van het kapitalisme zijn buiten werking gesteld en de overheid dringt diep door in bedrijven, branches en markten. Centrale banken, staatshuishoudingen en bedrijven zijn met elkaar ‘verstrengeld als een bord spaghetti’, zegt top-investeerder Mohamed El-Erian.

In een crisis als deze lijkt de overheid het enige instituut dat het vliegwiel van de economie weer kan aanzwengelen, en daarom komt ze overal tussenbeide. Sinds maart is dat ook noodzakelijk, om het verlies van miljoenen banen te voorkomen. Wat dit aangaat hebben regeringen en centrale banken geleerd van de economische crises in het verleden. En toch heerst er bij veel mensen een diep gevoel van onbehagen: waar leidt dit toe op de lange termijn?

Over twee, drie jaar, als het virus hopelijk geen schrik meer inboezemt, treden de oude problemen weer op de voorgrond en waarschijnlijk nog nadrukkelijker.  – © Unsplash
Over twee, drie jaar, als het virus hopelijk geen schrik meer inboezemt, treden de oude problemen weer op de voorgrond en waarschijnlijk nog nadrukkelijker. – © Unsplash

Nieuwe macht

Die vraag is des te meer gerechtvaardigd als je ervan uitgaat dat de nieuwe macht van de overheid niet met het virus zal verdwijnen. Als we zijn bekomen van de schrik over de pandemie, zullen de oude twijfels terugkeren over de zegen van een vrijemarkteconomie, over de grote belofte van het kapitalisme dat het groei en welvaart voor iedereen zal brengen. En misschien zullen die twijfels zelfs nog dringender zijn. Daarom heeft Joe Biden, de verkozen president van de Verenigde Staten, een plan gemaakt voor een nieuw pakket van 3 à 4 biljoen dollar. Duizenden miljarden dus voor de gezondheidszorg, de consumptie, de modernisering van de openbare infrastructuur, de ecologische energietransitie, zuinigere auto’s, nieuwe koelkasten.

Natuurlijk zullen er nog altijd bedrijven en branches zijn waarvoor het business as usual is, die winst maken en gezond zijn – dat is zoals gewoonlijk een kwestie van vraag en aanbod. Ook zullen er op de financiële markten elke dag weer biljoenen de wereld over worden gejaagd. En toch breekt er een nieuw tijdperk aan voor het kapitalisme.

De dag dat de oude wereld teloorging, was 9 maart van dit jaar. De financiële markten waren al langer nerveus, maar die maandag stortten de beurzen en de grondstoffenmarkten in – de olieprijs daalde met ruim een kwart, de aandelenmarkten met 8 tot 10 procent. De besluiten die de belangrijkste centrale banken van de wereld in de dagen daarna namen, waren en zijn ongekend. De Amerikaanse Fed koopt sindsdien onbeperkt staats- en bedrijfsobligaties op. De Europese Centrale Bank (ECB) kwam eveneens met een extra programma om alle mogelijke waardepapieren op te kopen. Bijna veertig andere centrale banken over de hele wereld volgden die voorbeelden.

Dit soort interventies van centrale banken hebben iets onwerkelijks, door de onvoorstelbare bedragen en het hoge abstractieniveau. En ons dagelijks leven gaat gewoon door. We werken, doen boodschappen, proberen opdrachten binnen te slepen of wachten tot het leven weer is genormaliseerd. Maar ook wij merken de effecten van het vele geld; zo hebben de beurzen sinds de crash in maart 30 tot 40 procent aan waarde gewonnen en zijn ook de huizenprijzen in Duitsland onverstoorbaar verder gestegen. Wie voor de crisis vermogen had, zal tijdens de crisis waarschijnlijk nog rijker worden.

Geld speelt geen rol meer, is het devies van de postcoronawereld

Circa 2800 miljard euro aan staatsobligaties heeft de ECB inmiddels opgekocht, waarvan 700 miljard euro sinds eind maart. Van alle nieuw aangegane schulden door de eurolanden in 2020 heeft de centrale bank ruim 70 procent overgenomen. Nog eens 600 miljard euro heeft de ECB gestoken in bedrijfs- en consumentenleningen en pandbrieven. In totaal hebben de Fed, de ECB, de Bank of England en de Bank of Japan inmiddels schulden opgekocht ter waarde van omgerekend circa 18 biljoen dollar.

Het aanbod van de centrale banken in 2020 luidt dus: om de boel in coronatijd en daarna draaiende te houden verlenen we onbeperkt krediet. Geld speelt geen rol meer, is het nieuwe devies van de postcoronawereld. En als bedrijven aarzelen, delen regeringen gewoon uit aan het volk. ‘De schuldenlast van de overheid is irrelevant,’ zegt de invloedrijke Amerikaanse econoom Stephanie Kelton in een interview met Capital.

Paradigmaverschuiving

Historicus en econoom Adam Tooze heeft dit beleid als geen ander geanalyseerd. Hij zegt: ‘De kredietsystemen voor het bedrijfsleven zijn nauw verbonden met de staatshuishoudingen en de centrale banken.’ De scheiding tussen het fiscale en het monetaire beleid, vele decennia een dogma van het kapitalisme, is ten grave gedragen. Michael Heise, hoofdeconoom van vermogensbeheerder HQ Trust, spreekt van een ‘paradigmaverschuiving’ en waarschuwt: ‘Er wordt niet gesproken over de mogelijke gevolgen voor de lange termijn.’

De effecten van dit beleid zijn bijvoorbeeld te zien in de auto-industrie. Er zijn maar weinig branches waar de handel zo vaak via schulden verloopt. Deze nemen de vorm aan van leasecontracten of leningen, meestal van de huisbanken van de autofabrikant, die het geld daarvoor via obligaties verkrijgen. Zowel de leningen als de obligaties worden uiteindelijk opgekocht door de ECB, die al voor corona over circa 40 miljard euro aan obligaties en gesecuritiseerde leningen beschikte. Dat zou inmiddels wel eens aanzienlijk meer kunnen zijn. Het ontvangen geld van de ECB is beschikbaar voor nieuwe leningen, nieuwe auto’s of – via op de pof gefinancierde overheidssubsidies – voor elektrische auto’s.

In principe zijn er twee mogelijkheden voor de overheid om de conjunctuur te ondersteunen. Ten eerste door de consumptie te stimuleren, bijvoorbeeld via belastingverlagingen of cheques. Daarvan profiteert iedereen, maar dergelijke instrumenten zijn duur en het effect ervan is omstreden. Daarom nemen regeringen graag hun toevlucht tot gerichte hulp aan bedrijven en branches. Afgezien van de btw-verlaging is Duitsland met het conjunctuurpakket van 130 miljard euro vooral deze tweede weg ingeslagen. Directe hulp heeft verschillende voordelen, want het is beter te sturen en regeringen kunnen er doelen aan verbinden die ze belangrijk vinden.

Verzekeringsbedrijf

Zo trok de federale regering tot 9 miljard euro uit voor de opbouw van een waterstofeconomie, 5 miljard voor verbetering van het mobiele netwerk, 5 miljard voor kunstmatige intelligentie, 2,5 miljard voor de uitbreiding van de elektromobiliteit, nog eens 2 miljard voor de auto-industrie, 1,2 miljard voor nieuwe bussen en vrachtwagens, 1 miljard voor luchtvaartmaatschappijen die nieuwe vliegtuigen kopen (Lufthansa) en 2 miljard voor bouwbedrijven. ‘Alleen wie geen belangenbehartiger aan tafel had, stond met lege handen,’ zegt econoom Jan Schnellenbach hierover.

János Kornai, een voormalig hoogleraar economie aan de Harvard-universiteit, beschreef in 1986 wat er gebeurt wanneer bedrijven zich tot de overheid richten voor geld: ‘De bedrijfsleiding houdt zich dan niet bezig met de verkopen en de markt, maar met contacten met de bureaucratie.’ De overheid ‘functioneert dan als een allesomvattend verzekeringsbedrijf’, schreef Kornai. ‘Ze neemt alle verantwoordelijkheid voor riskante transacties op zich.’

Groei en welvaat

Lang voor corona zette econoom Mariana Mazzucato al vraagtekens bij het belangrijkste principe van liberale economen, namelijk dat groei en welvaart het best gedijen daar waar ondernemers ongehinderd zaken kunnen doen. Dat standpunt werd het felst verdedigd door de Oostenrijkse econoom Friedrich August von Hayek. Mazzucato bracht daartegen in dat alle varianten van hayekiaanse idealen – hoe mild ook – naïef zijn. Volgens haar onderschatte Hayek de rol van de overheid als ondernemer en manager schromelijk, omdat die tegenwoordig niet alleen de regels bepaalt, maar ook ideeënleverancier, grondlegger, financier en ontwikkelaar is. Van het begin van de spoorwegen tot de uitbreiding van atoomenergie en de ontwikkeling van internet, telkens hadden regeringen geld verstrekt, ideeën ingebracht, opdrachten gegeven en prioriteiten gesteld.

Zo beschouwd is de nieuwe rol van de overheid geen blinde escalatie, maar een consequente uitbreiding. Maar wie betaalt, wil meepraten, en die kans laten politici zich niet ontgaan. Integendeel: net als in de VS en Frankrijk, waar actief industriebeleid traditie is, willen ook de meeste Duitse politici in deze crisis niet meer het verwijt krijgen dat ze alleen maar geld aan het uitgeven zijn. Zo is er niet simpelweg een kooppremie voor auto’s, maar een voor de mobiliteitstransitie.

Maar wie dit interventiebeleid volgt, raakt al snel verstrikt in een spiraal van interventies. Aan de basis van elektromobiliteit lag de wens om de CO₂-uitstoot op straat terug te dringen. Daarom werden er voor fabrikanten reductiedoelstellingen geformuleerd; en omdat elektrische auto’s geen uitlaatgassen uitstoten, werden die met nul uitstoot in de berekeningen opgenomen. De autofabrikanten begonnen dus met het ontwikkelen van elektrische auto’s, zij het aarzelend, want de klanten bleven sceptisch. Dus greep de federale regering opnieuw in, dit keer met miljarden voor koopprikkels en de uitbreiding van het aantal laadpalen. Maar omdat ook dat niet voldoende was, kregen autofabrikanten subsidie voor de ontwikkeling van voertuigen, het onderzoek naar nieuwe accu’s en het opzetten van accufabrieken in Duitsland. En dit jaar zijn er ook nog eens hogere subsidies voor de aankoop.

De ECB zou de schulden voor eeuwig moeten laten staan

Nu worden er inderdaad meer elektrische auto’s verkocht. Maar doordat de verkoop van benzine- en dieselauto’s slecht loopt, groeit de hoop – ook onder bedrijven die te lijden hebben onder de transformatie van de branche – op een volgende interventie van de overheid, in elk geval een verlenging van de werktijdverkorting tot eind 2021. Dan zijn de bedrijven tenminste de last van de loonbetalingen kwijt. De last om in de verkeerde tijd de verkeerde producten te fabriceren weegt dan nog maar half zo zwaar.

Groei noch winst

Martina Merz is niet te benijden. De algemeen directeur van staalconcern ThyssenKrupp strijdt op tal van fronten en na de verkoop van het enige bedrijfsonderdeel waarvan nog groei en winst mocht worden verwacht, de liftentak, is er niet veel meer over waarvan ze nog iets van een toekomstplan kan smeden. Sinds de zomer maakt ze er dan ook geen geheim van: ‘Staatsdeelname is een optie.’ En de politiek zegt geen nee, maar zegt momenteel alleen dat er een onderzoek naar loopt.

Een directe deelname van Duitsland zou prima in het plaatje passen: van Lufthansa, van Tui, en zelfs van de farmaceutische start-up CureVac in Tübingen, die als toonaangevende ontwikkelaar van een coronavaccin bepaald niet krap bij kas zit, heeft de federale regering bijna een kwart van de aandelen. Waarom dus niet ook van een staalconcern? Zo ontstaan perspectieven, zeggen politici. Of ‘zombie-bedrijven’ die zonder overheidshulp helemaal niet meer kunnen bestaan, waarschuwen economen.

Een deelname in ThyssenKrupp roept twee vragen op, die veel verder strekken dan het bedrijf en de crisis. De eerste luidt: hoeveel verandering en hoeveel vernieuwing staan we nog toe in onze economie? De thuisbasis van de staalgigant, het Ruhrgebied, is eigenlijk aansporing genoeg om een structuurverandering niet doelloos decennialang uit te stellen [het Ruhrgebied had in de tweede helft van de twintigste eeuw al te maken met een kolen- en staalcrisis]. Uit een onderzoek in opdracht van Allianz bleek onlangs dat er in Europa inmiddels zo’n dertienduizend bedrijven zijn, met in totaal negen miljoen werknemers, die eigenlijk te veel schulden hebben en alleen nog dankzij de lage rente overleven. Analoog aan de zombiebedrijven spreken de auteurs van ‘zombiebanen’.

De tweede vraag betreft de capaciteiten van de overheid, die controle zal willen uitoefenen op de deelname in beurs-genoteerde concerns. Maar er zijn nu al minstens dertig bedrijven die een staatsdeelname verlangen – en die lang niet allemaal zo professioneel zullen worden geleid als een DAX-concern. Waar zijn de ambtenaren, de juristen, de accountants en de bedrijfseconomen in overheidsdienst die dit deelnamemanagement op zich moeten nemen? Het gevaar dat de overheid met een groot aantal deelnames het overzicht kwijtraakt, ligt nadrukkelijk op de loer. Ze kan zich niet genoeg vakkennis eigen maken.

Toch klinken zelfs de duidelijkste liberale stemmen inmiddels gereserveerd. Zo zegt Karen Horn, oud-voorzitter van de Hayek-Gesellschaft, dat de situatie lastig is: eerst het Chinese staatskapitalisme als tegenmodel van het democratische kapitalisme in het Westen en nu ook nog corona – waarschijnlijk is dat te gecompliceerd voor de oude leer van de pure markteconomie. Zelfs ThyssenKrupp had zich zonder corona mogelijk weten te herpakken, en Tui en Lufthansa hadden waarschijnlijk zelfs uitstekende zaken gedaan. ‘Om dat ten onder te laten gaan vond ook ik verkeerd,’ zegt Horn. ‘Als zich ooit een keynesiaanse situatie heeft voorgedaan, dan is het nu wel.’

De belangrijkste functie van de markt – de beste verdeling van schaarse
middelen – is niet meer van toepassing, althans niet overal en onbeperkt. De plaats van de markt wordt steeds meer ingenomen door redders, regelgevers, politici en ambtenaren. Ze bepalen niet alleen de regels, maar ook de koers, producten en productienormen. Of bedrijven daarmee tegemoetkomen aan de wensen van hun klanten, en of ze daarmee winst zullen maken, is van secundair belang. De overheid staat borg.

De aansprakelijkheid van ondernemers en managers wordt vervangen door een staatsverzekering, waarbij het eigen risico in geval van schade omgekeerd evenredig is met de grootte van het bedrijf. Heette het na de financiële crisis van 2008-2009 dat banken nooit meer zo groot mochten zijn dat hun faillissement niet kon worden geriskeerd met het oog op de gezondheid van de reële economie, vandaag de dag geldt dit voor grote delen van juist die reële economie, voor zowel bedrijven als hun personeel: we zijn allemaal too big to fail.

Des te meer als de crisis van het kapitalisme langer gaat duren dan de
pandemie. Over twee, drie jaar, als het virus hopelijk geen schrik meer inboezemt, treden de oude problemen weer op de voorgrond en waarschijnlijk nog nadrukkelijker: de groei zal nog altijd mager zijn, de kloof tussen arm en rijk zal groter zijn geworden. Langlopende onderzoeken tonen aan dat het stimulerende effect van schulden op de groei gestaag afneemt, maar dat de verhouding schulden-vermogen stabiel blijft. Het zullen dus vooral de rijken zijn die door de met schulden gefinancierde coronaprogramma’s nog rijker worden. Dat zal helemaal tot de conclusie leiden dat de markt alleen het niet klaarspeelt en dat we een sterke overheid nodig hebben die financiert, opricht en op gang helpt. Waarbij de centrale banken nog altijd voor het geld zorgen.

Vermogensbeheerder Jens Ehrhardt, een marktliberaal van de oude school, beschouwt de huidige weg desondanks als de enige mogelijke. Over een paar decennia kun je het erover hebben wat je met al die schulden doet, zegt hij.

‘De ECB zou de schulden gewoon voor eeuwig moeten laten staan,’ stelt hij in een interview met Capital, ‘of ze meteen helemaal moeten afschrijven’. Zo’n schuldsanering, de bevrijding van oude verplichtingen, zou voor Ehrhardt zelfs een manier zijn om afscheid te nemen van de staatseconomie – en terug te keren naar de markteconomie.

Nils Kreimeier, Timo Pache

Capital
Duitsland | maandblad | oplage 136.000

Maandblad over zaken en economie, voor professionals, maar ook voor het grote publiek dat zich bezighoudt met zijn portemonnee. Een succesvolle gok waarvan de formule vaak is gekopieerd.

Dit artikel van verscheen eerder in Capital.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.