• The New York Times
  • Politiek
  • De premier die zijn volk graag dom hield

De premier die zijn volk graag dom hield

The New York Times | New York | Stephen Marche | 04 oktober 2015

Met zijn controledrang en weerzin tegen openheid joeg premier Stephen Harper zowel de journalistiek als de wetenschap tegen zich in het harnas. In een van de meest besproken opiniestukken van deze campagne haalt schrijver Stephen Marche keihard uit.

De Canadese premier, Stephen Harper, heeft verkiezingen uitgeroepen voor 19 oktober, maar hij wil niet dat erover wordt gesproken.

Hij heeft besloten niet deel te nemen aan de traditionele debatten op de landelijke televisie. Liever gaat hij de confrontatie met zijn opponenten aan in kleinere, meer besloten settings, zoals bijvoorbeeld bij de academische Munk Debates en bij CPAC, het Canadese equivalent van C-SPAN [Amerikaans kabel- en satelliettelevisienetwerk dat rechtstreeks verslag doet van politieke gebeurtenissen, zonder commentaar of toevoegingen]. Over zijn eigen campagnebijeenkomsten mocht niets naar buiten komen, totdat hij zich door de publieke verontwaardiging gedwongen zag de zwijgplicht van zijn aanhangers op te heffen.

Harpers campagne voor herverkiezing is tot nog toe volkomen in lijn met dé karaktereigenschap die model staat voor zijn ambtsperiode als premier: zijn opmerkelijke weerzin om informatie naar buiten te brengen.

Amerikanen hebben Canada altijd gezien als een progressief bolwerk, met een strenge wapenwetgeving, een goede gezondheidszorg en dito onderwijs.

In de Harperjaren is Canada langzaam een beetje de duisternis in geschoven

Sluier van geheimzinnigheid

Maar in de negenenhalf jaar dat Harper nu aan het roer staat, hebben we gezien dat die reputatie voor een open, verantwoordelijke manier van regeren langzaam is afgebrokkeld. Harper heeft zijn anti-intellectuele conservatisme, waarom hij altijd al bekendstond, zeer effectief en op brede schaal ingezet. Hij heeft consequent de mogelijkheden van het volk ingeperkt om inzicht te krijgen in wat de regering doet, waarmee hij zijn Conservatieve Partij in een sluier van geheimzinnigheid heeft gehuld en het land in onwetendheid heeft gedompeld.

Zijn houding tegenover de pers is ronduit vijandig te noemen. Bij zijn vermaard korte persconferenties lichten zijn medewerkers alle journalisten door en bepalen vervolgens geheel naar eigen inzicht wie al dan niet vragen mag stellen. In het spel van geven en nemen tussen journalisten en politici, onontbeerlijk in een gezonde democratie, heeft Harper het geven domweg geschrapt.

Doordat Harper de oorlog lijkt te hebben verklaard aan de wetenschap, hebben de Canadezen nóg minder zicht op wat de overheid doet. De premier geniet de meeste steun in Alberta, een westelijke provincie die voor een groot deel afhankelijk is van olie-inkomsten, en Harper wil voorkomen dat er onderzoek wordt gedaan waaraan de petrochemische industrie aanstoot zou kunnen nemen.

Harper heeft consequent de mogelijkheden van het volk ingeperkt om inzicht te krijgen in wat de regering doet

In 2012 heeft hij geprobeerd de subsidies stil te zetten van onderzoekscentra op de Arctische Eilanden, en Canadese milieuwetenschappers kregen een spreekverbod opgelegd. In dat jaar mochten de leden van het National Research Council niet met de pers praten over hun onderzoek naar sneeuwval. Wetenschappers van de overheidsdienst Environment Canada mochten niet zonder politieke toestemming over hun onderzoek praten, op straffe van ontslag. In de Canadese pers wordt inmiddels tachtig procent minder melding gemaakt van onderzoek naar klimaatverandering. De vakbond van wetenschappers in overheidsdienst en andere specialisten heeft, voor het eerst in zijn geschiedenis, de neutraliteit laten varen en voert nu campagne tegen Harper.

Het actief proberen te vergroten van onwetendheid heeft ook zijn weerslag op de regering zelf. Met als dieptepunt het afschaffen van de verplichte vijfjaarlijkse volkstelling. Tegen dit besluit zijn bijna vijfhonderd organisaties in het geweer gekomen, waaronder de Canadian Medical Association, de Canadese Kamer van Koophandel en het Canadese verbond van bisschoppen. In dit informatietijdperk heeft Harper Canada de middelen uit handen genomen om informatie over zichzelf te verzamelen. In de Harperjaren is Canada langzaam een beetje de duisternis in geschoven.

Door die duisternis wordt deze Canadese regering, haast als vanzelf, achtervolgd door meer schandaaltjes dan enige andere regering. Onder Harpers ambtstermijn kenden we het schandaal van Rob Ford, de burgemeester van Toronto die opbiechtte dat hij op het werk crack rookte en wiens geheime leven pas aan het licht kwam toen Gawker, een Amerikaanse website, het verhaal naar buiten bracht. In een inmiddels beroemde video-opname tijdens een barbecue bij Ford thuis, roemde Harper de familie Ford als een ‘conservatieve politieke dynastie’.

Stephen Harper op Remembrance Day in 2014 in Ottawa. Meer dan 50,000 mensen gaan elk jaar precies om 11 uur de straat op voor de 11 november parade en herdenken de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog bij het Nationale Herdenkingsmonument in de hoofdstad
Stephen Harper op Remembrance Day in 2014 in Ottawa. Meer dan 50,000 mensen gaan elk jaar precies om 11 uur de straat op voor de 11 november parade en herdenken de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog bij het Nationale Herdenkingsmonument in de hoofdstad
Harper lijkt het idee te hebben dat hij op de wereld is om de democratie te dwarsbomen

Volledige controle

Uit Harpers benoemingen in de senaat – in Canada een goddank krachteloos lichaam dat enkel en alleen dient voor politiek gemarchandeer – spreekt nog meer inhaligheid dan gebruikelijk. Harpers stafchef zag zich gedwongen een senator af te kopen die met declaraties had gesjoemeld. De Mounties hebben een aanklacht ingediend.

Na de verkiezingen van 2011 werd een campagnemedewerker van de conservatieve partij, Michael Sona, veroordeeld omdat hij in Guelph, Ontario, de computer mensen had laten bellen en ze naar een verkeerd stembureau had gestuurd. Hij had zich schuldig gemaakt aan een ‘stuitende en kille minachting van het recht van mensen om te stemmen,’ om de woorden van de rechter te gebruiken. Voorafgaand aan de verkiezingen hadden de Conservatieven, in plaats van dit soort kinderachtige trucjes, de Fair Elections Act doorgedrukt. Deze wet, waarvan de naam door Orwell bedacht had kunnen zijn, stelt volkomen overbodige strenge eisen aan stemgerechtigden, en legt tevens het hoofd van Elections Canada aan banden, die juist tot taak heeft mensen naar de stembus te krijgen. Harper lijkt het idee te hebben dat hij op de wereld is om de democratie te dwarsbomen.

Maar het ergste van de Harper-jaren is misschien nog wel dat al deze geheimzinnigheid en controledwang geen deel uitmaakt van een groots plan voor Canada. De maatregelen die hij heeft genomen zijn in zekere zin marginaal – eerder irritante regeltjes dan wezenlijke veranderingen. Hij is voor een ‘harde aanpak’ van de criminaliteit, en dus heeft hij meer gevangenissen gebouwd – uitgerekend op het moment dat het zelfs in rechtse kringen in Amerika begint te dagen dat lange gevangenisstraffen alleen maar tot meer problemen leiden. En dan is er nog de nieuwe wet die het mogelijk maakt om mensen met een dubbele nationaliteit die zijn veroordeeld voor terrorisme of hoogverraad het Canadese staatsburgerschap te ontnemen – waarmee in de praktijk verschillende gradaties van Canadees-zijn ontstaan, wat leidt tot problemen die voorheen niet bestonden.

Voor iemand die zo is gebrand op volledige controle, heeft de premier maar bitter weinig onder controle. Het argument dat werd aangevoerd voor alle geheimzinnigheid was een technocratische sprong voorwaarts – Harper zag Canada voor zich als een soort Singapore, alleen dan beschaafder en gereglementeerder.

Recessie

Harpers voornaamste doel in de buitenlandpolitiek was de aanleg van de volledige Keystone Pipeline, wat hij uiteindelijk niet voor elkaar heeft weten te krijgen. De Canadese dollar is weer terug op de lage koers van weleer, die hem destijds de bijnaam van ‘de noordelijke peso’ opleverde. Hoewel hij na de mondiale recessie in een betrekkelijk sterke en daarmee luxe positie verkeerde, zette Harper in op wat hem het meest vertrouwd was: olie. In de aanloop naar de verkiezingen heeft de Bank of Canada laten weten dat Canada net twee kwartalen van krimp achter de rug heeft – de technische definitie van een recessie. Hij heeft zich in alle opzichten een slechte manager getoond.

In de recente peilingen trekt Harper aan het kortste eind, maar hij heeft eerder de peilingen het nakijken gegeven. Er is een reden dat hij al bijna tien jaar premier is: Hij heeft de kiezers een rustig en stabiel leven beloofd, zonder pijnlijke problemen. En dat is precies wat de Harper-jaren kenmerkt: kleurloos en doelloos. Harper staat symbool voor een oogkleppenpolitiek. Dat heeft een zekere bekoring.

Of hij nou wint of niet, hij laat Canada naïever achter dan hij het heeft aangetroffen. De ware vraag voor de komende verkiezingen is dan ook eenvoudig, maar fundamenteel: Willen de Canadezen in zo’n land leven?

Stephen Marche

Stephen Marche is een Canadese schrijver. Hij schrijft een maandelijkse column voor Esquire, en publiceert ook geregeld in The New York Times en The Atlantic.

Dit artikel van Stephen Marche verscheen eerder in The New York Times.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.