• Falter
  • Politiek
  • De propagandaoorlog

De propagandaoorlog

Falter | Nina Horaczek | 15 mei 2019

Journalist Nina Horaczek schetst tot in detail de strategieën die ultra- of extreemrechtse groeperingen erop nahouden om greep te krijgen op de openbare media en de publieke opinie te beïnvloeden. Ze volgen een zevenstappenplan.

Berlijn, Jakob Kaiser-Haus, kamer 6630. Achter deze deur, in een onopvallend gebouw in de parlementaire wijk van Berlijn, bevindt zich een opnamestudio van de ultrarechtse Duitse partij Alternative für Deutschland (AfD). Het is een kleine ruimte met een blauw tussenschot met AfD-logo, een green screen, een camera en studiolampen. Met behulp van de AfD-redactie op Unter den Linden wil de AfD hiervandaan uitzendingen verzorgen waarmee ze het Duitse publiek hoopt weg te lokken van Tagesschau, het veelbekeken tv-journaal van de publieke omroep, naar het partijvehikel AfD-News.

De munitie voor deze aanval op Tagesschau is afkomstig uit Wenen. Daar was Joachim Paul, AfD-parlementariër in Rheinland-Pfalz, een tijdlang manusje-van-alles van de ultrarechtse website unzensuriert.at, die is gevestigd in het pand van de pan-Germaanse broederschap in Wenen. Eenmaal terug in Duitsland lanceerde Paul het online kanaal AfD Rheinland-Pfalz. En nu richt AfD-News zich op heel Duitsland. Voorbeeld is FPÖ-TV, het internetstation dat de ultrarechtse FPÖ in 2012 in Oostenrijk begon. Met FPÖ-TV Direkt is de partij onlangs een nieuwsprogramma begonnen voor de mobiele telefoon.

Ultrarechtse media zijn overal in Europa steeds nadrukkelijker aanwezig. De politieke situatie verschilt weliswaar per land, maar de strategie om landelijke media te beconcurreren vertoont opvallende gelijkenissen: bouw vanuit de oppositie een als ‘alternatief nieuws’ vermomde mediapropagandamachinerie op, neem wanneer je eenmaal aan de macht bent de publieke omroep over en maak vervolgens jacht op onafhankelijke, kritische media. Deze strategie kent de volgende zeven stappen.

Stap 1: zet je eigen mediaimperium op

Toen de Hongaarse premier Viktor Orbán in 2002 de verkiezingen verloor, vond hij algauw een zondebok: de onafhankelijke media, die te kritisch zouden hebben bericht over zijn partij, de Hongaarse Burgerunie of Fidesz. Vanuit de oppositie begon Orbán vervolgens mediabedrijven op te zetten die hem trouw waren. Aan Fidesz gelieerde oligarchen speelden een belangrijke rol. Ze kochten onafhankelijke kranten en radio- en tv-zenders op. Tegenwoordig domineren Fidesz-getrouwe media het Hongaarse nieuwsaanbod.

De FPÖ probeert hetzelfde te doen in Oostenrijk en investeert in media die de partij al ruim tien jaar aanhangen. ‘We probeerden van een communicatieve nood een deugd te maken,’ zei de voormalig algemeen secretaris van de FPÖ, Herbert Kickl, in een interview.

Het ‘blauwe’ weekblad Zur Zeit (‘blauw’ staat voor extreemrechts) werd in 1997 opgericht door FPÖ-politicus Andreas Mölzer. Het blad liet zich racistisch uit over voetballer David Alaba, noemde oprichter Gery Keszler, oprichter van het Weense aids- en hiv-benefietgala Life Ball, een ‘beroepshomo’ en riep onlangs op ‘uitheemse groeperingen’ het stemrecht te ontnemen en weer ‘werkhuizen’ in te stellen. Twee weken na publicatie van het artikel verklaarde de redactie dat deze oproep ‘per ongeluk’ het blad ‘binnen was geglipt’.

Het internetplatform unzensuriert.at, dat is gelieerd aan de FPÖ en waarvan directeur Walter Asperl parlementslid is namens die partij, wakkert de haat jegens moslims, vluchtelingen en homoseksuelen aan. In het tijdschrift Info-Direkt, dat verschijnt in Opper-Oostenrijk, ontmoeten de FPÖ en de ultrarechtse Identitäre Bewegung Österreichs (IBÖ) elkaar. Het bevat artikelen met titels als ‘Schluss mit dem Gutmenschenterror´ (‘Het moet afgelopen zijn met de gutmenschenterreur’ en ‘Der Informationskrieg beginnt jetzt’ (‘De informatieoorlog begint nu’). 2016 is het jaar waarin de ‘systeemmedia een slag werd toegebracht,’ aldus Info-Direkt. ‘In de informatieoorlog is de tijd aangebroken om aan te vallen, om de opinie van de mainstreammedia een slag toe te brengen.’ Ultrarechtse kranten slagen daarin met hulp van de FPÖ, dat advertenties in Info-Direkt koopt met kreten als ‘Die Islamisierung gehört gestoppt’ (‘De islamisering moet een halt worden toegeroepen’).

Wanneer Falter, een centrum-linkse krant uit Wenen, Info-Direkt naar zijn meningen vraagt, reageert de krant niet per mail. In plaats daarvan komt het blad met een artikel waar een foto van de verslaggever van Falter bij staat afgedrukt. ‘Omdat we de mainstreammedia wantrouwen, hebben we besloten onze eigen kanalen te gebruiken om Falter te antwoorden’, schrijft Info-Direkt.

In Frankrijk zijn extreemrechtse media zo alomtegenwoordig, vooral online, dat er een speciale naam voor bestaat, “fachosphère”

Er bestaat een levendige uitwisseling van medewerkers tussen Oostenrijkse en Duitse mediakanalen. De hoofdredacteur van het Opper-Oostenrijkse internetmagazine Wochenblick, dat de FPÖ ook trouw is, werkte eerder voor Blaue Narzisse en Sezession, twee nieuwe, AfD-getrouwe mediakanalen. Chris Ares, een nationalistische rapper uit Duitsland (‘Du mein Deutschland, Lied für Chemnitz’), is een Duitse ‘identitariër’ die schrijft voor Info-Direkt.

Op het door identitariërs georganiseerde congres ‘Verteidiger Europas’ (‘Verdedigers van Europa’) uit 2016, in het Oostenrijkse Linz, was Jürgen Elsässer, hoofdredacteur van het Duitse tijdschrift Compact, een van de sprekers. Op het congres waren informatiestands te vinden van tijdschriften als Compact, unzensuriert.at, Alles Roger? en het ‘rechts intellectuele’ Sezession, waarvan oprichter Götz Kubitschek persoonlijk acte de présence gaf met tien dozen vol tijdschriftexemplaren in zijn kofferbak. Info-Direkt interviewde na afloop Paul Hampel, de huidige woordvoerder buitenlandse politiek van de AfD. Manuel Ochsenreiter, een luidruchtigedrukke ultrarechtse journalist uit Duitsland, gaf als ‘Midden-Oosten-expert’ zijn mening over de vraag of Syrië veilig genoeg is om mensen naar uit te zetten.

Hoofdredacteur van Wochenblick Christian Seibert ontkent in een gesprek met Falter de aantijging dat zijn tijdschrift extreemrechts is. Wanneer het over migratie gaat, ‘verdraait de gebruikelijke journalistiek de waarheid, en wij willen een tegengeluid laten horen’, zegt hij.

In Frankrijk volgt de Rassemblement National (RN) van Marine le Pen, zoals het Front National tegenwoordig heet, dezelfde koers. Vorig jaar richtte de perswoordvoerder van Le Pens nicht, Marion Maréchal, L’Incorrect op, een glossy tijdschrift voor een jong publiek. De redactionele koers is duidelijk: ‘Neem 1968 de wind uit de zeilen!’

L’Incorrect is niet het enige medium dat door Le Pens RN wordt beïnvloed. In Frankrijk zijn extreemrechtse media zo alomtegenwoordig, vooral online, dat er een speciale naam voor bestaat, ‘fachosphère’: het fascistische internetdomein. Zo hitst Fdesouche, een afkorting voor François Desouche, net als unzensuriert.at zijn lezers openlijk op tegen migranten en andere minderheden. Het is een van de populairste platforms van de fachosphère geworden. Volgens onderzoekssite Alexa waren in 2016 zeven van de tien meest gelezen politieke websites in Frankrijk extreemrechts. Hun invloed strekt zich inmiddels uit tot de traditionele conservatieve media. Het conservatieve dagblad Le Figaro heeft Éric Zemmour als columnist in dienst, een ware ster op rechts van wie Le Pen maar wat graag zou zien dat hij cultuurminister werd. Zemmour verklaart openlijk dat werkgevers het recht hebben Arabieren en zwarten te weigeren en zei tegen de Franse tv-presentatrice Hapsatou Sy, die een Senegalese moeder heeft, dat haar voornaam ‘een belediging aan het adres van Frankrijk’ is.

Stap 2: zaai angst met nepnieuws

Rechtse populisten helpen elkaar ook over de landsgrenzen heen. Op 20 maart 2018, kort voor de Hongaarse verkiezingen, berichtte Duna Médiaszolgáltató, de Hongaarse verslaggever voor de Hongaarse publieke omroep, over Duitsland. In haar verslag klaagde een man dat hij zijn huis moest opgeven omdat er migranten in zijn buurt waren komen wonen. Een vrouw zei dat het in Hamburg zo gevaarlijk was dat ze alleen bewapend met pepperspray de straat op ging. De geïnterviewden bleken echter politici van de AfD. Het bedrog kwam aan het licht dankzij Márta Orosz, een Hongaarse journaliste die in Duitsland werkt voor Correctiv, een bureaucentrum voor onderzoeksjournalistiek. Orosz wees op minstens zeven andere gevallen waarin AfD-politici op de nationale Hongaarse televisie aan het woord kwamen zonder dat melding werd gemaakt van hun partijlidmaatschap.

Orosz heeft als Duitsland-correspondent voor de Hongaarse publieke omroep gewerkt. Ze nam ontslag toen haar baas in Boedapest in haar berichtgeving over de Duitse verkiezingen van 2017 de zinsnede wegknipte dat ‘van de gelederen van de AfD ook rechtsextremisten deel uitmaken’.

Begin 2016 deed een ander nationaal Hongaars tv-kanaal, M1, alsof beelden van seksueel geweld op het Egyptische Tahrir-plein uit 2012 afkomstig waren van het incident op oudejaarsavond in Keulen. Met Pinksteren van dat jaar kregen de Hongaren via het journaal op de publieke omroep te horen dat de Duitse stad Essen (‘eten’) zichzelf had moeten omdopen tot Fasten (‘vasten’) vanwege de ramadan. Dat verhaal kwam inderdaad uit Duitsland, maar afkomstig van een satirische site.

De extreemrechtse media in Oostenrijk berichten op hun beurt dat Hongaren die in Duitsland of Zweden wonen die landen zijn ontvlucht ‘vanwege de massale immigratie’ , dat Angela Merkel ‘dol is op immigratie’ (Info-Direkt) en dat de Hongaarse premier Orbán ‘met Pasen een ham kookt’ .

Ook redacteuren van Franse extreemrechtse media kijken naar het buitenland. In oktober 2018 stond er een bericht in L’Incorrect over vreselijke toestanden in Wenen, dat zo ‘geglobaliseerd’ zou zijn dat in sommige wijken geen Duits meer werd gesproken. ‘Welkom in de grootste Turkse stad na Istanbul!’ luidde de kop in het blad over de Viktor Adler-markt in de wijk Favoriten. ‘Overal om ons heen duwen vrouwen in hidjaab kinderwagens voor zich uit.’ Maar in Hongarije ‘schijnt de zon zelfs in de herfst’. Want het land is ‘alles behalve een afschuwelijk dictatoriale staat, zoals westerse media beweren’.

De extreemrechtse media in Oostenrijk berichten op hun beurt dat Hongaren die in Duitsland of Zweden wonen die landen zijn ontvlucht ‘vanwege de massale immigratie’ , dat Angela Merkel ‘dol is op immigratie’ (Info-Direkt) en dat de Hongaarse premier Orbán ‘met Pasen een ham kookt’ .

Stap 3: breng je critici in diskrediet

Antoni Szpak wordt ervan beschuldigd het Poolse volk te hebben beledigd. Toen de Poolse president Andrej Duda de oprichter van het streng religieuze katholieke radiostation Radio Maria bedankte voor zijn steun aan regeringspartij PiS, zei satiricus Szpak dat ‘alleen in een dom, bekrompen land een dergelijke paranoia heerst’. Vanwege die belediging aan het adres van het Poolse volk wilde de openbaar aanklager hem voor de rechter hebben, schreef Süddeutsche Zeitung.

De Poolse staat zit ook de bekende journalist Tomasz Piątek achter de broek, columnist van Gazeta Wyborcza. Hij schreef een goed ontvangen boek over de verdachte banden tussen de Poolse minister van Defensie Antoni Macierewicz, de Russische maffia en de Poolse inlichtingendiensten. De aanklager van de militaire rechtbank onderzoekt of Piątek geweld tegen de minister heeft gebruikt. Hoewel hij in eigen land dreigt te worden vervolgd, ontving Piątek de prestigieuze Leipzig-prijs ‘voor de vrijheid en de toekomst van de media’. ‘Ondanks de steeds moeilijker omstandigheden waaronder journalisten moeten opereren, laat Tomasz Piątek zich in zijn onderzoekswerk niet intimideren door bedreigingen’, aldus de jury.

In Hongarije worden politieke campagnes tot ver onder de gordel gevoerd. ‘Orbán wil mijn geest knakken,’ zei Gábor Vona, voormalig voorzitter van de extreemrechtse Hongaarse Jobbik-partij, die het tegen Orbán opnam om hem zijn absolute meerderheid te ontnemen. Aan Fidesz gerelateerde media verspreidden het gerucht dat Vona homoseksueel is, met als onderliggende boodschap dat het ondenkbaar zou zijn dat conservatieve kiezers, vooral die op het platteland, een homoseksuele kandidaat zouden steunen.

Journalisten met te veel kritiek op Orbán en de zijnen komen op een zwarte lijst te staan

Journalisten met te veel kritiek op Orbán en de zijnen komen op een zwarte lijst te staan. Afgelopen april drukte de Hongaarse pro-Fidesz-krant Magyar Időök de namen af van vermeende anti-regeringsgezinde journalisten, onder wie verschillende buitenlandcorrespondenten. Onder de titel ‘Handlangers van de speculant’ publiceerde het weekblad Figyelő op zijn beurt de namen van 200 ‘huurlingen’ van de in Hongarije geboren Amerikaanse miljardair George Soros. Op de lijst stonden ook redacteuren van de nieuwssite Direkt36.hu, die eerder met beschuldigingen van corruptie in Orbáns regering waren gekomen.

Ook in Oostenrijk werd een ‘Soros-netwerk’ geïdentificeerd, en wel door het in samenzweringstheorieën grossierende, aan de FPÖ gerelateerde tijdschrift Alles Roger? De zogenaamde hoofden van dit netwerk zijn de voormalige bondskanselier en leider van de Sozialdemokratische Partei Österreichs Christian Kern, president Alexander Van der Bellen, voormalig bondskanselier Wolfgang Schüssel (Österreichische Volkspartei, ÖVP), komiek en mensenrechtenactivist Willi Reserarits, directeur van de Erste Bank Andreas Treichl, ‘links-stedelijke krant’ Falter en niet-gouvernementele organisaties als sos Mitmensch. In dezelfde editie, met de kop ‘Soros’ geheime plan’, gaf minister van Binnenlandse Zaken Herbert Kickl (FPÖ) een interview. Zijn ministerie had een advertentie laten plaatsen waarin kandidaten voor de inlichtingendienst werden opgeroepen.

Stap 4: gebruik Facebook als roeptoeter

De nieuwe extreemrechtse media werken het beste in combinatie met Facebook. Wanneer FPÖ-baas Heinz-Christan Strache een bericht van unzensuriert.at, Wochenblick of een vergelijkbare Facebook-pagina deelt, bereikt hij met één klik zijn bijna 790.000 volgers.

Delen gaat heel goed samen met de ‘boulevardtijdschriften’: populaire dagbladen die op straat worden verkocht. In een interview met het maandblad Fleisch zei hoofdredacteur van krone.at Richard Schmitt: ‘We gaan de concurrentiestrijd aan met extreemrechtse media, met unzensuriert.at en andere sites.’ Maar hij erkent dat hij ook profiteert van het grote Facebook-bereik van de FPÖ-baas: ‘Wanneer Strache een bericht van ons op Facebook deelt, vergroot dat ons bereik met 150 procent. En andersom natuurlijk ook. Ook hij krijgt meer exposure wanneer we zijn berichten delen.’


RN-baas Marine Le Pen heeft 1,5 miljoen volgers op Facebook, de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken van de partij Lega Nord, Matteo Salvini, 3 miljoen. Salvini spitste de onlinestrategie van Lega toe op Facebook. Het voormalige dagblad van de partij, La Padania, werd in 2014 opgeheven, Lega-radiozender Radio Padania verzorgt alleen onlineuitzendingen. Alles loopt via het Facebook-profiel van Salvini. Op Facebook houdt Salvini politieke toespraken terwijl zijn vierjarige dochtertje door het beeld loopt, hij springt in het zwembad van het huis van een maffiabaas dat door de politie wordt geconfisqueerd en spreekt in een videoboodschap zijn miljoenen volgers toe: ‘U betaalt mij. Ik ben u verantwoording schuldig.’ Over journalisten zegt hij minder aardige dingen. In 2013 citeerde de Corriere della Sera hem. Hij zei dat zijn partij ‘die kruiperige armoedzaaiers van een journalisten eens goed te grazen zou nemen’.

Salvini’s partijvriend Strache, de vicebondskanselier van Oostenrijk, gaat nog een stap verder. Hij prijst publiekelijk het parallelle universum van de rechtse media aan. Als eregast op de politieke bijeenkomst van de AfD op Aswoensdag in Beieren in 2017 zei hij: ‘Welke krant ik ook koop, welke tv-zender ik ook aanzet, de berichtgeving is altijd hetzelfde.’ Hij zei dat hij wel begreep waarom steeds meer mensen de voorkeur gaven aan ‘alternatieve media’.

Stap 5: zet de persvrijheid onder druk

In Duitsland sluit de AfD herhaaldelijk journalisten uit van partijbijeenkomsten omdat ze te kritisch tegenover de partijstandpunten staan. Verslaggevers van de Frankfurter Allgemeine Zeitung, Der Spiegel en de publieke zenders ARD en ZDF worden uitgesloten. De leiders van de AfD zijn evenmin gediend van kritiek vanuit extreemrechtse hoek zelf. Vanwege openlijke kritiek op de AfD werd het rechtse tijdschrift Compact op een bijeenkomst van Europese extreemrechtse partijen in Duitsland in januari 2017 ‘vriendelijk verzocht’ voortaan ‘weg te blijven’.

In Oostenrijk werd Falter aan de vooravond van de verkiezingen van 2015 in Wenen de toegang tot de campagnetent van FPÖ ontzegd. Secretaris-generaal Kickl legde uit dat persvrijheid betekent dat de FPÖ bepaalt welke journalisten de verkiezingsbijeenkomst mogen verslaan. Inmiddels is Kickl minister van Binnenlandse Zaken van Oostenrijk en heeft hij voormalig directeur van unzensuriert.at Alexander Höferl tot hoofd Communicatie van het ministerie benoemd. Hun interpretatie van de persvrijheid werd duidelijk in een e-mailbericht, waarin de zegsman van het ministerie de staatspolitie vroeg ‘kritische’ media – Standard, Kurier en Falter – alleen het wettelijke minimum aan informatie te verstrekken.

Stap 6: begin zelf een ‘publieke radiozender’

In Hongarije en Polen dwongen rechtse populisten de publieke media de partijlijn te volgen toen ze aan de macht kwamen. Kritische journalisten stonden plotseling op straat en op hun stoel kwamen loyale partijleden te zitten. Op die manier maakte iemand als Daniel Papp carrière. De voormalige perswoordvoerder van de ultrarechtse partij Jobbik werd onlangs directeur van de Hongaarse staatsradio. In 2011 haalde hij de krantenkoppen met een nepnieuwsbericht over de groene politicus en Orbán-criticus Daniel Cohn-Bendit. In het bericht stond dat Cohn-Bendit tijdens een persconferentie de vraag had gekregen of hij vond dat kindermisbruik een fundamenteel Europees recht was, waarop hij zonder een woord te zeggen de persruimte zou hebben verlaten. Maar in werkelijkheid had Cohn-Bendit tot in detail een ontkennend antwoord op de vraag gegeven.

Sinds Orbán de staatsmedia heeft hervormd, komen alle nieuwsitems voor de publieke omroep van nieuwsagentschap mti. Daarmee wordt pluriformiteit al bij voorbaat de kop ingedrukt. mti stelt de berichten bovendien gratis ter beschikking aan commerciële zenders. Voor die zenders én voor de overheid is dat een win-winsituatie. De commerciëlen sparen kosten voor een eigen persbureau uit en de overheid kan haar propaganda verspreiden.

Toen in de lente van 2017 meer dan 50.000 mensen in Warschau vreedzaam protesteerden tegen de hervorming van de rechterlijke macht door de regerende PiS-partij, die de onafhankelijke rechtspraak wilde torpederen, maakte de staatstelevisie de demonstranten verdacht. Ze sprak van ‘agressie en wreedheden’ in de straten van Warschau, noemde de demonstranten ‘verdedigers van pedofielen’, waarschuwde voor een ‘couppoging door de oppositie’, voor ‘vriendjes van Soros die de Poolse regering omver willen werpen’ en voor ‘straatoproer waarmee wordt geprobeerd moslimextremisten Polen binnen te halen’.

Wat in Hongarije en Polen al een feit is – de publieke omroep is veranderd in een propagandakanaal van de overheid – is nog maar net aan de gang in Oostenrijk en Italië

Wat in Hongarije en Polen al een feit is – de publieke omroep is veranderd in een propagandakanaal van de overheid – is nog maar net aan de gang in Oostenrijk en Italië. Sinds oktober heeft de Italiaanse publieke zender RAI een nieuwe baas, Marcello Foa. De Italiaanse mediavakbond FNSI noemde de benoeming de ‘nekslag voor de onafhankelijkheid en het zelfbestuur van de publieke omroep’. Foa is bevriend met Lega Nord-baas Salvini en onderhoudt goede betrekkingen met de populisten van de Vijfsterrenbeweging, die het land samen met Lega besturen. Foa vestigde in het verleden de aandacht op zich toen hij op zijn blog Il Giornale homoseksuelen abnormaal noemde, het vaccineren van kinderen als gevaarlijk bestempelde en de mainstreammedia voor leugenaars uitmaakte. De liberaal-conservatieve krant La Stampa omschreef de nieuwe RAI-baas als een ‘allesbehalve gematigde aanhanger van Poetin en Salvini’. Foa heeft al aangekondigd dat hij het bestuur van de rai gaat vervangen.

De populisten van de Vijfsterrenbeweging juichten de beslissing toe. ‘Het is het begin van een heuse culturele revolutie bij de rai waarmee we ons van de parasieten gaan ontdoen,’ aldus de Italiaanse vicepremier Luigi Di Maio.

Ook in Oostenrijk gaat de publieke omroep op de schop. De FPÖ wil de Österreichischer Rundfunk, de ORF, graag rechtstreeks uit het overheidsbudget financieren. In dat geval moet de directeur van de ORF elk jaar bij de regering aankloppen voor geld. Dat getuigt niet bepaald van onafhankelijkheid.

Stap 7: maak je critici financieel kapot

Tot de lente van 2016 werd de Gazeta Wyborcza goed gelezen door juristen. Het kwaliteitsdagblad is een van de grootste van het land. Maar zodra de rechts-populistische PiS aan de macht kwam, gaf het ministerie van Justitie opdracht de abonnementen van de rechtbanken op de krant op te zeggen. Kort daarna volgden andere ministeries. Tegelijkertijd kreeg de krant geen advertenties meer van aan de overheid gelieerde bedrijven. Daarna durfden privébedrijven niet langer meer in Wyborcza te adverteren. Het is een publiek geheim dat bedrijven die zich met kritische media inlaten geen overheidscontracten meer krijgen. Als gevolg van de financiële verliezen moest Wyborcza journalisten ontslaan.

In Hongarije werd het grootste onafhankelijke dagblad, Népszabadság, overgenomen door een bedrijf dat eigendom was van een Orbán-aanhanger, waarna het doodleuk werd opgeheven. Door de overname van de uitgever van Népszabadság konden Orbán-getrouwen een kritische krant uit de markt nemen. De uitgeverij was ook eigenaar van een stuk of tien regionale kranten, die populair zijn in plattelandsgebieden. De redactie van die kranten werd al snel vervangen door regeringsgezinde journalisten. De gevolgen werden duidelijk dankzij een onafhankelijke website. Die publiceerde de voorpagina’s van al die regionale kranten op een en dezelfde dag. Op allemaal stond dezelfde foto van Orbán bij hetzelfde artikel.

Vervolgens verdween in het voorjaar van 2018 ook het onafhankelijke dagblad Magyar Nemzet van de markt. De krant, opgericht in 1938, had de bezetting door de nazi’s doorstaan door ondergronds te gaan en overleefde ook de censuur ten tijde van het communistische regime. Toen de Hongaarse ondernemer en eigenaar van Magyar Nemzet, Lajos Simicska, het in 2015 met Orbán aan de stok kreeg, werd zijn krant een belangrijke antiregeringsgezinde spreekbuis. Nadat Orbán in het voorjaar van 2018 voor de derde keer de verkiezingen had gewonnen, financierde Simicska de krant niet langer.

De Hongaarse internetnieuwsdienst Origo werd overgenomen in plaats van op zwart gezet. In juni 2014 kreeg de hoofdredacteur van het zeer succesvolle nieuwsplatform te horen dat hij was ontslagen. ‘Een reorganisatie,’ gaf de eigenaar, een dochtermaatschappij van het Duitse Telekom, als reden op. Origo was eerder met bewijs gekomen dat vooraanstaande politici van Fidesz in luxehotels sliepen op kosten van de belastingbetaler.

Tegenwoordig is de inhoud van Origo totaal anders. Zo stond er een filmpje op de site waarin een bejaarde vrouw in een kerk constant ‘Allahu akbar’ wordt toegeroepen. ‘Europa 2017: is dit wat we willen?’ luidde de kop. Het onafhankelijke tijdschrift Heti Világgazdaság onthulde dat het filmpje geen islamitische aanval in Europa is, maar een overval op een Amerikaanse kerk twee jaar eerder.


Advertentiecontracten

In Polen zijn de media nog steeds enigszins gevarieerd, omdat verschillende kranten in handen zijn van buitenlandse mediaconcerns. Maar ook daar is de regering van plan grootscheepse veranderingen door te voeren. In juli 2018 kondigde parlementslid Krystyna Pawłowicz van PiS in het Poolse parlement ten overstaan van onafhankelijke media in het Poolse parlement aan dat ‘we ons na de zomervakantie met jullie zullen gaan bezighouden’, zo berichtte Gazeta Wyborcza. Er is nog geen wetsvoorstel openbaar gemaakt, maar van onafhankelijke kranten zou binnenkort kunnen worden geëist dat ze het aandelenpakket van buitenlandse investeerders moeten verkleinen.

In Oostenrijk zijn zulke ontwikkelingen nog ver weg. Maar ook daar past de FPÖ het mediabeleid van de regering aan. Niet de kritische, onafhankelijke media, maar ultrarechtse publicaties als Wochenblick en Alles Roger? sluiten advertentiecontracten met de overheid af. En in november nodigde de FPÖ W3, uitgever van de extreemrechtse krant Zur Zeit, in het parlement uit om de mediaprijs van het liberale Dinghofer-Institute in ontvangst te komen nemen. Een regeringspartij die een krant eert die Adolf Hitler een ‘sociaal revolutionair’ en voetballer van het nationale elftal David Alaba door het slijk heeft gehaald: zelfs de Polen en Hongaren kunnen nog iets van Oostenrijk leren.

Auteur: Nina Horaczek
Vertaler: Nico Groen

Het onderzoek van Nina Horaczek maakt deel uit van ‘Europe’s Far Right’, een in de lente van 2018 in Berlijn gestart onderzoeksproject waar momenteel vijf landen aan meedoen. Falter is de Oostenrijkse partner. De andere deelnemers zijn HVG Independent, een Hongaars weekblad, Libération Linksliberale, een dagblad dat is gevestigd in Parijs, het dagblad taz Deutschlands linke uit Berlijn, en Gazeta Wyborcza Independent, een Pools dagblad.

Nina Horaczek is journalist en publicist in Oostenrijk. Ze is hoofdreporter van de Weense stadskrant Falter en publiceerde eerder o.a. voor Die Zeit.

Falter
Oostenrijk | weekblad | oplage 101.000

Heeft zijn reputatie gevestigd met onderzoeksjournalistiek. Links-liberaal tijdschrift met veel aandacht voor cultuur, media, politiek en uitgaansleven in Wenen.

Dit artikel van Nina Horaczek verscheen eerder in Falter.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.