• Corriera della Sera
  • Magazine 199 – September
  • Taliban zijn de grootste drugshandelaren ter wereld

Taliban zijn de grootste drugshandelaren ter wereld

© Afghaanse opiumboeren – ©  Paula Bronstein / Getty
Corriera della Sera | Milaan | Roberto Saviano | 02 september 2021

Niet de islam heeft de afgelopen dagen gewonnen, na meer dan twintig jaar oorlog, maar de heroïne, schrijft de Italiaanse journalist en auteur van Gomorra. ‘Het is verkeerd om de taliban “moslimmilitanten” te noemen: het zijn drugshandelaren.’

Als je de rapporten leest van het UNODC, het Bureau voor Drugs en Criminaliteit van de Verenigde Naties, zie je steeds dezelfde data: meer dan 90 procent van alle heroïne wereldwijd wordt geproduceerd in Afghanistan. Dat betekent dat de taliban samen met de Zuid-Amerikaanse narco’s de machtigste drugshandelaren ter wereld zijn. In de afgelopen tien jaar zijn ze ook een belangrijke rol gaan spelen in de handel van hasj – ze produceren niet alleen Afghaanse hasj maar ook charas [een cannabisconcentraat] – en marihuana. Het lijkt misschien verwarrend, maar als het over Afghanistan gaat, wordt de voornaamste dynamiek van het conflict altijd vermeden, de primaire bron van inkomsten voor de financiering van de oorlog wordt genegeerd. Daardoor ontbreekt bij het beeld dat je hebt van het eeuwige conflict in dat verre land het centrale element, namelijk opium. 

De oorlog in Afghanistan is een opiumoorlog. Vóór de koranscholen, de verplichte boerka, vóór de kindbruiden, vóór dat alles zijn de taliban drugshandelaren die een absoluut monopolie eisen op het gebied van drugsgebruik en -teelt, die in 2001 nog zogenaamd door hen werd verboden. Daarbij heeft de Amerikaanse regering een van haar grootste fouten gemaakt. In 2002 verklaarde generaal Franks, de eerste die de invasie in Afghanistan door Amerikaanse grondtroepen coördineerde: ‘Wij zijn geen antidrugstaskforce. Dat is niet onze missie.’ De boodschap was gericht aan de opiumbaronnen, om ze aan te sporen zich niet aan te sluiten bij de taliban, en betekende in feite dat de Verenigde Staten de teelt van opium zouden toestaan. James Risen onthulde in 2009 in een artikel in The New York Times dat wie de kant van de Amerikaanse troepen had gekozen, niet langer op de zwarte lijst van het Pentagon stond van heroïnehandelaren die moesten worden gearresteerd.

Akhundzada is de belangrijkste leider van de taliban en een van de grootste drugshandelaren ter wereld

Maar het loopt hoe dan ook niet goed af, want met de Amerikaanse militaire aanwezigheid worden de zaken van de opiumsmokkelaars, die zich juist snel moesten kunnen bewegen, voortdurend tegengehouden, geïnspecteerd en geautoriseerd. De taliban kunnen zich daarentegen wel snel bevoorraden en bewegen, maar dat niet alleen: ze gaan ook dubbel belasting heffen aan producenten die niet voor hen werken en hun eigen papavervelden bebouwen. In plaats van af te persen gaan ze dus zelf de drugshandel managen.

De moedjahedien waren daar al eerder mee begonnen, in de oorlog tegen de Sovjets, met steun van het Westen. De boeren hadden toen geen keus: zodra de troepen van het Rode Leger zich in 1989 hadden terugtrokken, begreep moellah Akhundzada dat het innen van de 10 procent protectiegeld van de heroïnehandelaren moest stoppen en dat zij, de guerrillastrijders van God, zelf de drugshandel moesten overnemen. Hij beval dat de hele Helmand-vallei in het zuiden van Afghanistan zou worden bebouwd met opium en dat wie zich verzette en toch met staatssteun granaatappelbomen bleef kweken of tarwe verbouwen, zou worden gecastreerd. Het resultaat was een productie van 250 ton heroïne.

Nu wordt Akhundzada de belangrijkste leider van de taliban genoemd en is hij een van de grootste drugshandelaren ter wereld. Vergeleken met vroeger klimmen steeds meer talibanleiders die actief zijn in de drugshandel op in de binnenlandse hiërarchie (ook de religieuze), zodat de capabelste militaire leiders en religieuze figuren toegang krijgen tot baantjes en infrastructuur. 

Belangrijke as

De heroïne van de taliban gaat naar de camorra, de ‘ndrangheta en de cosa nostra, voorziet de Russische drugskartels en de Amerikaanse cosa nostra en alle distributieorganisaties in de Verenigde Staten, met uitzondering van de Mexicanen die onafhankelijk proberen te worden van de Afghaanse opium (wat moeilijk is, want Sinaloa-heroïne is duurder dan Afghaanse). Via de route Afghanistan-Pakistan-Mombassa (Kenia) leveren de taliban ook aan de gigantische markt van de kartels van Johannesburg in Zuid-Afrika.

Ze leveren heroïne aan Hamas, ook een organisatie die zichzelf financiert met hasj en heroïne, en die zelfs heeft verklaard: ‘Wij feliciteren het islamitische volk van Afghanistan met de nederlaag van de Amerikaanse bezetting op het gehele Afghaanse territorium, en de taliban en hun goede leiderschap met deze overwinning, die het hoogtepunt vormt van hun lange strijd van de afgelopen twintig jaar.’ Dit lijken politiek-ideologische bondgenootschappen, maar het zijn in feite criminele pacten.

De heroïne van de taliban heeft een belangrijke as gecreëerd met de maffia van Mumbai, de D-Company van Dawood Ibrahim, de koning van de Indiase drugshandel, die wordt beschermd door Dubai en Pakistan en de feitelijke distributeur is van het Afghaanse goud. De Chinese markt is nog niet veroverd, maar de ambities van de taliban zijn gericht op het Oosten; daar willen ze ook Japan overnemen (de Japanse criminele organisatie Yakuza krijgt de drugs aangeleverd uit Laos, Vietnam en Myanmar) en vooral de Filipijnen, een land met een bloeiende markt die altijd op gespannen voet staat met de Myanmarese heroïnemarkt. De Myanmarese heroïne is, net als de Chinese, rechtstreeks in handen van de militairen en kan daardoor rekenen op een snelle en efficiënte productie, die voor de kartels, gebonden als ze zijn aan smeergeld en provisies, vaak niet haalbaar is.

Het is belangrijk dat men inziet dat drugsoorlogen niet kunnen worden gewonnen met bezettingen

2017 was het jaar van de grootste opiumproductie in de geschiedenis: 9900 ton met een waarde van ongeveer 1,4 miljard dollar. Maar als je kijkt naar alle drugs samen – hasj, marihuana en heroïne – bedraagt de omvang van de totale illegale economie van Afghanistan in dat jaar 6,6 miljard dollar, aldus de UNODC. Gretchen Peters, de journalist die de band tussen heroïne en taliban van dichtbij heeft gevolgd, merkt in haar boek Seeds of Terror op: ‘De grootste mislukking in de strijd tegen terrorisme is niet dat Al-Qaida zich aan het reorganiseren is in tribale gebieden in Pakistan en waarschijnlijk nieuwe aanvallen tegen het Westen aan het beramen is. Nee, de grootste mislukking is het spectaculaire onvermogen van de westerse wetshandhavingsinstanties om de geldstroom die hun netwerken in stand houdt, te stoppen.’

De guerrillabeweging FARC kon het Colombiaanse leger het hoofd bieden door 26 procent van het land te bezetten, en hun economische kracht was gebaseerd op cocaïne. Ook al kun je deze twee guerrillabewegingen niet met elkaar vergelijken, toch is het belangrijk dat men inziet dat drugsoorlogen niet kunnen worden gewonnen met bezettingen en evenmin met de klassieke oorlog tegen drugs: plantages afbranden, telers straffen, handelaren arresteren. 

Fatale fout

De taliban hebben het internationale strijdperk veranderd. Cosa nostra en de Marseillaanse maffia importeerden van de jaren zestig tot 2000 hun heroïne uit Zuidoost-Azië; het opiummonopolie bevond zich toen in de Gouden Driehoek, het grensgebied van Myanmar, Laos en Thailand. Nu is die plaats ingenomen door de taliban en is er in Zuidoost-Azië nog slechts een restmarkt met een marktaandeel van 1 tot 4 procent. Toen de Verenigde Staten beseften dat ze werden verraden door de opiumbaronnen en dat de taliban de nieuwe bazen in de drugshandel waren, gaven ze 8 miljard dollar uit om de papavervelden te vernietigen: een fatale fout, want de Afghaanse boeren konden niet anders dan de kant kiezen van de ‘koranstudenten’ – de betekenis van het woord ‘taliban’. Paradoxaal genoeg investeerden de Verenigde Staten dus miljarden dollars in de strijd tegen een guerrillabeweging die zichzelf financierde met de verkoop van heroïne aan haar eigen burgers. De eerste en tweede heroïnemarkt in Europa zijn het Verenigd Koninkrijk en Italië. De westerse regeringen negeren al jarenlang het debat over drugs.

Drugsgebruik is niet simpelweg een zonde of een immorele neiging: de kwaliteit van leven verslechtert, concurrentie maakt de gemoedsrust kapot. Zowel de geprivilegieerde westerling als de wanhopige boer in het Midden-Oosten heeft toegang tot drugs: zonder die drugs zouden ze worden verpletterd door de ondraaglijkheid van het leven. Terwijl vorig jaar de coronapandemie woedde, nam de papaverteelt toe met 37 procent. Hoe onmenselijker het leven in deze wereld wordt, des te groter de behoefte aan drugs zal worden en des te meer winst de handelaren zullen opstrijken. 

Een feit waarover in geen enkel debat wordt gesproken. Maar de taliban verkopen niet alleen aan kartels: zonder opium kunnen er geen pijnstillers worden gemaakt. Zonder opium is er geen morfine, en geen codeïne. Farmaceutische bedrijven kopen opium van erkende producenten, maar die kopen op hun beurt steeds vaker van Indiase bedrijven die rechtstreeks afnemen van de Afghanen. De taliban beslissen dus ook over onze narcose en onze psychofarmaca. In 2005 zei de toenmalige Afghaanse president Karzai: ‘Óf Afghanistan vernietigt de opium, óf de opium zal Afghanistan vernietigen.’ Het is precies gegaan zoals zijn tweede hypothese voorspelde. Maar zijn uitspraken waren grotendeels een façade. Karzai was een van de belangrijkste eigenaren van Afghaanse opiumraffinaderijen. In feite zei hij: ‘We zullen de opium van de taliban vernietigen en de onze behouden.’ Kortom: het monopolie van deze drug is niet te vermijden, moge de beste handelaar winnen. 

Afghanistan is veranderd in een narcostaat

De nieuwe generaties taliban zijn identiek aan de oude, met één wezenlijk verschil: de oude taliban zagen de anti-Sovjet-moedjahedien als helden, de nieuwe taliban hebben de grote drugshandelaren als voorbeeld, degenen die het verloop van de oorlog (en van hun eigen leven) hebben veranderd met opium. De taliban gebruiken de islamwet om een autoritair regime op te bouwen dat noodzakelijk is voor hun handel. Ze verbieden muziek en oogschaduw, terwijl ze de drugs tot twintig jaar geleden uitsluitend buiten de landsgrenzen verkochten. Er is een koersverandering opgetreden; nu verkopen ze ook in eigen land. Drugsverslaving is in Afghanistan een epidemie geworden die door niemand serieus wordt genomen maar die elk jaar toeneemt. Daar profiteren de taliban van: de jonge rekruten worden volgestopt met hasj. En dat is nog het minst erge, want ze krijgen ook toegang tot heroïne: sluit je aan bij onze groep en je kunt heroïne gebruiken, luidt de onuitgesproken (twintig jaar geleden nog ondenkbare) oproep van de talibanleiders. En wanneer die rekruten uiteindelijk tot wrakken zijn verworden, worden ze als uitgeteerde zombies afgedankt. 

Afghanistan is veranderd in een narcostaat. Als je het Amerikaanse leger ziet, met zijn pantservoertuigen en zijn helikopters, lijkt het misschien een schatrijke legermacht, tegenover de herders met lange baarden en roestige messen. Maar de Verenigde Staten hebben in twintig jaar oorlog 80 miljard dollar uitgegeven om een Afghaans leger te trainen en officiers, troepen, politieagenten en lokale rechters aan te stellen, terwijl de taliban in twintig jaar tijd meer dan 120 miljard dollar hebben verdiend aan opium. Welk leger was het rijkst? Welke kant kon je het beste kiezen?

De overwinnende taliban zullen niet rusten. Hun volgende vijanden zijn de Iraniërs. Iran heeft net zo hard heroïne nodig als benzine, en alle heroïne die in Teheran wordt gebruikt komt uit Afghanistan. De Iraanse drugshandelaren willen de Afghaanse heroïne kunnen beheren, ze willen dat niet langer de Turken en de Libanezen (en de Koerden) de tussenhandelaren met Europa zijn, maar zijzelf. Ze willen niet alleen de controle over Hezbollah als instrument van de hasj- en heroïnehandel, ze willen ook de Afghaanse opium beheren, en de taliban zullen spoedig hun vijanden zijn die moeten worden overwonnen en vervangen door hun eigen mannen. Iran wordt verteerd door een heroïne-epidemie, maar dat is een ander verhaal. Nu gaat het om de afspraak om de taliban voortaan bij hun naam te noemen: drugshandelaren.

Lees ook:

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.