• The Christian Science Monitor
  • Economie
  • De textielindustrie in Lesotho ligt aan het infuus

De textielindustrie in Lesotho ligt aan het infuus

Het kleine Lesotho exporteert jaarlijks voor 227 miljoen euro kleding naar de Verenigde Staten zonder invoerrechten te hoeven betalen. Maar zodra er een eind komt aan dit handelsakkoord, zal de sector instorten.

Meestal verdwijnt het loon van Mamoleboheng Mopooane als sneeuw voor de zon. Het gaat op aan schoolgeld voor haar kinderen, aan boodschappen, aan huur en aan het steunen van werkloze familieleden. Mamoleboheng Mopooane is naaister in een fabriek die spijkerbroeken maakt voor een groot Amerikaans merk. Ze verdient maar negentig euro per maand. ‘Deze fabrieken hebben geen toekomst,’ zegt ze. En toch weet ze dat diezelfde fabrieken haar leven hebben veranderd. Ze kan nu haar kinderen onderhouden zonder steun van een man. Haar twee kinderen zullen de eerste in de familie zijn die de middelbare school afmaken.

Voor Mamoleboheng Mopooane en zo’n 32.000 andere arbeiders in Lesotho – een bergachtig dwergstaatje in zuidelijk Afrika – keerde het fortuin toen er zestien jaar geleden een handelsovereenkomst werd getekend met een immense fabriek op dertienduizend kilometer van de plek waar ze haar dagen doorbrengt.

De African Growth and Opportunities Act (AGOA), een overeenkomst ter bevordering van de economische groei in Afrika, werd in mei 2001 getekend door de toenmalige Amerikaanse president Bill Clinton. Sindsdien kunnen tientallen landen in Sub-Saharaans Afrika een reusachtige variëteit aan producten – olie, auto’s, textiel – naar de Verenigde Staten exporteren zonder invoerrechten te betalen.

Een textielarbeidster aan het werk in een fabriek in Maseru, Lesotho. – © Pieter Bauermeister / Getty
Een textielarbeidster aan het werk in een fabriek in Maseru, Lesotho. – © Pieter Bauermeister / Getty

Lesotho is een van de landen die het meest profiteren van de AGOA. De Lesothaanse kledingsector – een van de belangrijkste van het continent – is de grootste private werkgever van het land geworden. De twintig fabrieken in de hoofdstad Maseru exporteren elk jaar voor 227 miljoen euro aan producten die zijn bestemd voor grote merken als Levi’s, Walmart en Old Navy. En in een land waar het van oudsher de mannen zijn die in het gezinsinkomen voorzien door in de Zuid-Afrikaanse mijnen te werken, bestaat 85 procent van de textielwerknemers nu uit vrouwen.

Maar de situatie in Lesotho laat tegelijkertijd zien hoe kwetsbaar en precair de industriële vooruitgang is die door de AGOA in gang is gezet. Vijftien jaar na de ondertekening van het verdrag zijn de aandelen van de Lesothaanse kledingindustrie nog altijd volledig in buitenlandse handen – voornamelijk van Taiwanese investeerders – en is de bedrijfstak nog altijd sterk afhankelijk van zijn voorkeurspositie op de Amerikaanse markt.

Overigens kan men niet oneindig op de AGOA blijven rekenen. De overeenkomst, die elk jaar wordt vernieuwd, zal in 2025 aflopen en vermoedelijk niet worden verlengd. Bovendien kunnen landen die niet aan de bestuursnormen en andere criteria (zoals mensen- en werknemersrechten) van de Verenigde Staten voldoen, van de overeenkomst worden uitgesloten. Dat is gebeurd met Swaziland en Madagaskar, die hun opkomende textielindustrie op deze manier te gronde hebben zien gaan. En door de mislukte staatsgreep in Lesotho in 2014 en de politieke repercussies die daaruit zijn voortgevloeid dreigt voor Lesotho volgend jaar hetzelfde lot.

‘Aan de ene kant hebben de Verenigde Staten veel moeite gedaan om de democratie in dit land te versterken, wat op hoge prijs wordt gesteld, maar aan de andere kant, als ze ons land uitsluiten van de AGOA, dreigen ze een relatie die van fundamenteel belang is tot nul te reduceren,’ zegt Joshua Setipa, minister van Handel van Lesotho, die net terug is uit Washington om daar te lobbyen bij Congresleden. Zijn redenering is simpel: in een land waar meer dan de helft van de bevolking onder de armoedegrens leeft en het officiële werkloosheidspercentage rond de 30 procent schommelt, is de politieke stabiliteit afhankelijk van de economische stabiliteit. En de economische stabiliteit berust op de AGOA.

In 2004 was bijna de helft van de Lesothanen op de officiële arbeidsmarkt werkzaam in de kledingindustrie

Ook elders op het Afrikaanse continent heeft de overeenkomst een gunstig effect. Sinds de ondertekening ervan is de export van Sub-Saharaanse niet-olielanden naar de Verenigde Staten tussen 2001 en 2014 gestegen van 1,3 naar 3,7 miljard euro. Een groot deel van deze groei kan worden toegeschreven aan Zuid-Afrika, dat met behulp van de AGOA een bloeiende auto-industrie heeft kunnen opbouwen die goed is voor 62.000 nieuwe banen. Vorig jaar heeft Zuid-Afrika op basis van de voorwaarden van het akkoord voor zo’n 1,5 miljard dollar aan goederen geëxporteerd. Hoewel Zuid-Afrika het land is waar de AGOA het meeste geld heeft opgeleverd, zijn het over het algemeen de minder ontwikkelde economieën die het meest van het akkoord hebben geprofiteerd.

Vóór de ondertekening van het handelsakkoord stelde de export van Lesotho weinig voor, op goedkope arbeidskrachten na. Volgens de cijfers van de Wereldbank bedroeg het geld dat naar het buitenland werd gestuurd in 2013 nog altijd bijna een vijfde van het Lesothaanse bbp. Bovendien wordt ongeveer 90 procent van de consumptiegoederen uit Zuid-Afrika geïmporteerd. 


Toch heeft de geografische ligging van Lesotho het land een ruime voorsprong gegeven bij de ontwikkeling van zijn textielindustrie. In de jaren tachtig van de vorige eeuw begonnen Taiwanese bedrijven met een vertegenwoordiging in Zuid-Afrika zich in Lesotho te vestigen om de sancties te ontlopen die werden opgelegd aan het apartheidsregime.

Sinds 2000 kunnen alle textielproducten die in Lesotho worden geproduceerd zonder invoerrechten de Verenigde Staten binnenkomen, waardoor ze zo’n 15 procent goedkoper zijn dan de kleding uit Oost-Azië. Nieuwe Taiwanese ondernemingen waren er als de kippen bij en de industrie is tot grote bloei gekomen. In 2004 was bijna de helft van de Lesothanen op de officiële arbeidsmarkt werkzaam in de kledingindustrie.

Maar volgens zakenman en diplomaat Nkopane Monyane is het fundament altijd wankel gebleven. ‘Lesotho heeft nooit industrie gehad, alleen maar industriëlen.’ Volgens hem zijn de Aziatische textielondernemingen nooit echt lokaal geworteld geraakt. Voor het leiden van de naaiateliers laten ze liever mensen uit Taiwan en China overkomen.

Geen springplank

Maar het grootste probleem is waarschijnlijk dat de meeste landen die van de AGOA hebben geprofiteerd – Lesotho niet uitgezonderd – van de overeenkomst geen springplank hebben weten te maken. Meer dan een decennium later bevinden Mamoleboheng Mopooane en haar collega’s zich nog altijd in dezelfde positie, helemaal onder aan de mondiale kledingproductieketen. En Lesotho hoeft de voordelen van de AGOA maar te verliezen of hun banen zullen naar een concurrerender land verdwijnen.

Ondertussen wacht Joshua Setipa, de minister van Handel, nog altijd op het moment dat de Verenigde Staten hun beslissing bekendmaken. Volgens hem heeft het land de negen jaren die nog resten voor het aflopen van de AGOA hard nodig om zich voor te bereiden op het fatale verlies van zijn status van bevoorrechte handelspartner.

Elke dag vraagt Mamoleboheng Mopooane zich af of de politieke leiders van haar land haar enige en unieke kans hebben verpest om haar familie voor armoede te behoeden. ‘Die politieke problemen hebben niets met ons te maken,’ zegt ze spijtig. ‘Eén ding is zeker: als we worden uitgesloten van de AGOA, ziet het er slecht voor ons uit.’

Auteur: Ryan Lenora Brown
Vertaler: Peter Bergsma

The Christian Science Monitor
Verenigde Staten | csmonitor.com

Na meer dan een eeuw is deze krant uit Boston in 2009 gestopt met de printversie en verdergegaan op internet. Heeft nog wel een wekelijkse printeditie. Niet religieus, dankt zijn naam aan de financier: de Christian Science Church.

Dit artikel van Ryan Lenora Brown verscheen eerder in The Christian Science Monitor.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.