• The Atlantic
  • Cultuur
  • De trollenkoning van de nazi’s

De trollenkoning van de nazi’s

The Atlantic | Boston | Luke O'Brien | 09 januari 2018

Andrew Anglin veranderde van antiracistische veganist in de belangrijkste trol van de alt-right-beweging. Luke O’Brien van The Atlantic volgde hem, dook in zijn verleden en stelde zich twee vragen: hoe is dit gebeurd, en wat kan ertegen worden gedaan?

Op 16 december 2016 ging de telefoon van Tanya Gersh. Ze nam op en hoorde pistoolschoten. Geschrokken hing ze op. Gersh, een makelaar in Montana, dacht aan een flauwe grap. Maar haar telefoon ging nog een keer. Weer pistoolschoten. Weer hing ze op. Weer ging de telefoon. Nu hoorde ze een man: ‘Zo houden we de Holocaust in stand,’ zei die. ‘We kunnen je begraven zonder je aan te raken.’

Met trillende handen hing ze weer op. Ze was een van de circa honderd Joden in het stadje Whitefish en omgeving. Ze wist wel dat zich daar ook rechts-extremisten en antioverheidsactivisten ophielden, maar voor Gersh, die er al woonde sinds haar afstuderen, meer dan twintig jaar geleden, was deze schilderachtige wintersportplaats nooit anders dan een idyllisch oord geweest. Ze had niet eens een huissleutel, omdat ze simpelweg nooit de behoefte had gevoeld haar voordeur op slot te doen. Dat gevoel van veiligheid werd nu bruut beëindigd. De telefoontjes waren het begin van een maandenlange treitercampagne, op touw gezet door Andrew Anglin, de man achter ’s werelds populairste neonazisite, The Daily Stormer. Volgens Anglin had Gersh haar stadsgenoot Sherry Spencer onder druk gezet om een pand te verkopen. Sherry’s zoon Richard Spencer is ook een beruchte rechts-extremist en het gezicht van de zogenaamde alt-right-beweging.

De Spencers hadden oude banden met Whitefish, Richard woonde er al jaren. Hij had zich inmiddels wereldwijd berucht gemaakt door na de verkiezingszege van Donald Trump op een bijeenkomst in Washington ‘Heil Trump!’ te roepen, wat zijn gehoor had beantwoord met de Hitlergroet. Sommige bewoners van Whitefish wilden daarom bij een bedrijfsgebouw van Sherry Spencer in de stad gaan demonstreren. Volgens Gersh klopte Sherry bij haar aan voor advies en ried zij haar aan om het pand te verkopen, geld te doneren aan een goed doel en publiekelijk afstand te nemen van de standpunten van haar zoon. Maar volgens Sherry uitte Gersh ‘verschrikkelijke dreigementen’ aan haar adres. In een bericht op de blogsite Medium schreef ze op 15 december dat Gersh haar in feite probeerde af te persen. (Sherry Spencer wilde ons hierover niet te woord staan.)

Richard Spencer en Andrew Anglin kenden elkaar destijds nauwelijks. Spencer beschouwt zichzelf als de denker van extreem-rechts en verpakt zijn racisme in intellectueel jargon. Anglin is meer van de grove schuttingtaal en scheldpartijen, zoals je die in de ergste onlinediscussieforums aantreft. Maar een dag voordat Sherry’s blogbericht op Medium verscheen, waren Spencer en Anglin samen verschenen in een podcast waarin ze elkaar bewierookten. Anglin sprak van een ‘historische’ stap richting grotere eenheid op rechts.

Trumps Amerika

Het was in de geest van die nieuwe samenwerking dat Anglin allerlei persoonsgegevens van Gersh en haar man Judah en andere Joodse inwoners van Whitefish op internet gooide. Hij voorzag hun foto’s van een Jodenster en fotoshopte hun twaalfjarige zoontje in een afbeelding van de toegangspoort van Auschwitz. De lezers, zijn ‘Stormer-trollenleger’, werden aangespoord om ze ‘te grazen te nemen’.

‘Jullie verdienen allemaal de kogel’, mailde een zo’n Stormer. ‘Stop die arrogante slet van een vrouw terug in haar kooi, vuile jid’, luidde een mail aan Judah. ‘Vuile Joodse hoer,’ zei Andrew Auernheimer, webmaster van The Daily Stormer, op de voicemail van Gersh. ‘We leven nu in Trumps Amerika.’ Bedrijven, mensenrechtenactivisten en raadsleden in Whitefish, iedereen die iets met de zaak te maken kon hebben werd de week daarop met zulke berichten bestookt. Volgens de politie werd Judahs kantoor in drie dagen vijfhonderd keer gebeld door één man. Op een avond kwam Gersh thuis en zat haar man in het donker op de bank, met de koffers gepakt, en vroeg haar of ze niet moesten vluchten. ‘Ik ben nog nooit van mijn leven zó bang geweest,’ vertelde ze mij.

Dat een gesjeesde student van 33 als Anglin zo veel schade kon aanrichten – Bill Dial, de korpschef van Whitefish, noemde het ‘binnenlands terrorisme’ – geeft wel aan hoe zelfverzekerd alt-right inmiddels is geworden. Anglin is een ideologisch erfgenaam van mannen als George Lincoln Rockwell, die eind jaren vijftig aan de wieg stond van de American Nazi Party, en William Luther Pierce, in de jaren zeventig oprichter van een andere belangrijke extreem-rechtse groepering, de National Alliance. Anglin bewondert deze voorgangers, die zichzelf beschouwden als leiders van een revolutionaire beweging die het land moest terugveroveren voor de blanken. Hij droomt van een gewelddadige opstand tegen de overheid. Maar waar Rockwell en Pierce het moesten hebben van stencils, nieuwsbrieven, radio-uitzendingen en groepsbijeenkomsten, heeft Anglin het internet tot zijn beschikking. Zijn bereik is enorm veel groter, zijn mogelijkheden om aansluiting bij geestverwanten te vinden zijn ongeëvenaard. En hij had het tij toevallig ook mee. Een populair concept in extreem-rechtse kringen is het zogenaamde Raam van Overton: dat staat voor het geheel aan ideeën, van uiterst links tot uiterst rechts, die door de samenleving nog als acceptabel gedachtegoed worden beschouwd. Al jarenlang proberen rechts-radicalen dat venster van bespreekbaarheid op te rekken. En tot hun verrassing en grote blijdschap zagen ze het hele raam tijdens Trumps verkiezingscampagne plotseling wijd open vliegen. Ineens mocht je het gewoon hebben over een inreisverbod voor moslims en mocht je Mexicanen afschilderen als misdadigers en profiteurs, en lagen Anglins eigen, nog extremere ideeën dus lang niet meer zo ver buiten de mainstream. Als de meest bedreven propagandist van alt-right appelleert Anglin met zijn teksten aan dezelfde woede en onvrede waaraan Trump zijn presidentschap heeft te danken – vooral een gevoel van miskenning onder blanke mannen.

Na zes dagen kondigde Anglin de tweede fase van zijn Whitefish-campagne aan: gewapend protest. ‘De wetgeving op het dragen van wapens is in Montana extreem tolerant’, schreef hij op The Daily Stormer. ‘Mijn advocaat zegt dat we makkelijk met zware geweren door de stad kunnen marcheren.’ Hij plande een protestmars voor 16 januari, Martin Luther King Jr. Day, en voorspelde een opkomst van zo’n tweehonderd man bij deze ‘James Earl Ray Day Extravaganza’, om de moordenaar van King eer te bewijzen. Hij beloofde bussen met skinheads uit San Francisco en omgeving te sturen.

Een van de weinige foto’s die van Anglin in de omloop zijn. – © Wikimedia
Een van de weinige foto’s die van Anglin in de omloop zijn. – © Wikimedia

Toen de nationale media daar lucht van kregen, belegden bezorgde inwoners van Whitefish een bijeenkomst. Korpschef Dial zag daar een negentigjarig Joods stel beven van angst. Sommige mensen lieten een inbraakalarm installeren. Eén angstige rabbijn had al visioenen van skinheads die met nachtkijkers en geweren met telescoopvizier door de bossen trokken. De politie ging intensiever surveilleren. De gouverneur van Montana bracht een bliksembezoek, evenals vertegenwoordigers van de Joodse antidiscriminatiebeweging Anti-Defamation League. De voorzitter van het World Jewish Congress eiste een verbod van de protestmars, volgens hem ‘een gevaarlijke en levensbedreigende demonstratie die heel Amerika in gevaar brengt’. Anglin stookte de hysterie flink op door te schrijven dat ook Europese nationalisten en vertegenwoordigers van Hamas en de Iraanse Revolutionaire Garde acte de présence zouden geven. ‘Niets kan ons tegenhouden,’ verklaarde hij.

Uiteindelijk kwam er helemaal niemand opdagen – geen Europese nationalisten, geen gewapende skinheads en geen vertegenwoordigers van Hamas. Er kwam helemaal geen protestmars. En Anglin liet niets meer van zich horen, nadat hij het kleine stadje bijna een maand de stuipen op het lijf had gejaagd. De aanval op Whitefish had zijn reputatie als ‘oppertrol’ van alt-right gevestigd, maar ook de vraag doen rijzen of het de beweging wel ernst was. Was het allemaal gewoon een zieke grap geweest? In de maanden daarna bleef Anglin echter nieuwe lezers winnen, die hij aanspoorde hun haat niet alleen op internet maar ook op straat te spuien. Toen extreem-rechts in augustus vorig jaar daadwerkelijk een grote demonstratie hield in Charlottesville, liepen daar veel lezers van Anglin rond die door hem verzonnen slogans scandeerden. Alt-right had definitief de stap van onlineforums naar de straat gemaakt.

Ik volgde Anglin toen al maanden. Ik probeerde niet alleen te begrijpen wie hij was en hoe hij zo’n schare volgelingen had weten op te bouwen, maar ook hoe ernstig de bedreiging was die hij en alt-right eigenlijk vormden. De weg die hem naar zijn extreem-rechtse gedachtegoed had gevoerd, was verontrustend en veel minder direct dan ik had verwacht. Maar zijn ontwikkeling strookte wel met een patroon dat deskundigen beschrijven, in de zin dat hij aanvankelijk meer gedreven leek te worden door het verlangen om status te verkrijgen en ergens bij te horen dan door diepe inhoudelijke overtuigingen. Anglin wilde iets voorstellen, en het internet bood hem daartoe de kans.

Zoals veel rechts-radicalen had Anglin niet alleen zijn geloof verloren in het idee van de Verenigde Staten als liberale democratie: hij wilde die ook volledig verwoesten

Columbus in Ohio is een ouderwets, ongepolijst stadje waar ik in januari op zoek ging naar informatie over Anglins verleden. Op een regenachtige zaterdag stonden er 45 demonstranten, van wie sommigen met zwarte bivakmutsen, te protesteren bij een groezelig gebouwtje in de voorstad Worthington: het bedrijfspand waar Anglins vader Greg een therapiepraktijk op christelijke grondslag heeft.

Zijn eigen woonadres houdt Anglin geheim. Hij heeft jarenlang in Europa rondgezworven en van een familielid hoorde ik dat hij rond 2015 in Rusland zat. Dat is zijn laatst bekende adres in het buitenland. Iemand anders toonde me Facebookberichten van een jeugdvriend van Anglin waaruit zou blijken dat hij daar nog steeds woont. Maar hij bleef met Columbus verbonden via zijn vader, die zegt dat hij ‘niet echt iets met Andy’s site te maken’ heeft. Maar dat heeft hij wel. Hij heeft The Daily Stormer als handelsmerk gedeponeerd en een bedrijf van zijn zoon geregistreerd dat Moonbase Holdings heet – waarschijnlijk een verwijzing naar de complottheorie dat Hitler aan het eind van de oorlog naar een geheime maanbasis is gevlucht. En hoewel geen enkele betaaldienst met The Daily Stormer in zee wil, kost het Anglin weinig moeite om fondsen te verzamelen. Volgens John Bambenek, een expert op het gebied van internetveiligheid die de bitcoinstromen van neonazi’s volgt, heeft hij sinds 2014 al voor een kwart miljoen dollar aan bitcoins binnengeharkt. Anglin vroeg zijn lezers ook om cheques. Die donaties kwamen binnen op Gregs adres, en dat was de reden voor die demonstranten, veelal lokale leden van het nationale Anti-Racist Action-netwerk, om daar te komen protesteren.

Anglin had mijn aandacht voor het eerst getrokken in de zomer van 2015, toen hij op The Daily Stormer zijn steun uitsprak voor Trump als presidentskandidaat. Toen ik hem vorig jaar per e-mail interviewde voor The Huffington Post, betrapte ik hem op diverse leugens – over de bezoekersaantallen van zijn site, de herkomst van zijn geld, zijn verblijfplaats. Nog voordat mijn artikel uitkwam, werd ik er op The Daily Stormer valselijk van beschuldigd FBI-informatie over zijn verblijfplaats te hebben verzonnen. Ik heb herhaaldelijk voorgesteld al mijn informatie met hem door te lopen, maar daar reageerde hij niet op. Ook mijn herhaalde verzoeken om een gesprek voor dit artikel heeft hij afgeslagen. Sinds ons laatste contact heb ik hem onvermoeibaar tirades zien spuien en zien pochen dat ‘alleen een kogel’ hem kan tegenhouden. Maar hij kwam nooit achter zijn toetsenbord vandaan. En hoewel hij er niet voor terugdeinst anderen te belasteren en tot mikpunt van haatcampagnes te maken, reageert hij steeds extreem defensief zodra iemand iets over hemzelf te weten probeert te komen.

Inmiddels was The Daily Stormer duidelijk uitgegroeid tot de voornaamste website voor neonazi’s en veel populairder dan Stormfront, waar de neonazi’s zich in de jaren negentig voor het eerst online manifesteerden. Anglin was een productieve schrijver met een vlotte pen, die met overdrijving en sarcasme een jonger publiek wist aan te spreken. ‘Niet-ironisch nazisme dat zich voordoet als ironisch nazisme’, zo heeft hij zijn benadering ooit omschreven. Hij kon zich altijd achter die ironie verschuilen, zeggen dat het allemaal toch maar een geintje was. Hij zei geïnspireerd te zijn door sites als Infowars, Vice en Buzzfeed, maar qua vorm en toon had zijn eigen site vooral veel weg van Gawker. Net als dat inmiddels opgedoekte blog bracht The Daily Stormer het dagelijkse nieuws met een duidelijke eigen inbreng. Maar heel anders dan Gawker drukte Anglin overal zijn eigen racistische stempel op. Hij zei te verlangen naar een rassenoorlog en spoorde zijn lezers aan zich op te maken voor de strijd tegen de vage krachten die ontketend zouden zijn door Joden, zwarten, moslims, latino’s, vrouwen, liberalen, journalisten – iedereen die het oprukken van alt-right in de weg kon staan. Zoals veel rechts-radicalen had Anglin niet alleen zijn geloof verloren in het idee van de Verenigde Staten als liberale democratie: hij wilde die ook volledig verwoesten. ‘We naderen snel een tijd waarin elke stad in het Blanke Westen bezaaid zal zijn met stapels lijken zo hoog als ze gestapeld kunnen worden’, schreef hij. ‘En dan ben je ofwel een van de stapelaars, ofwel een van de gestapelden.’

Doodgewoon kind

Anglin breidde zijn invloed tot buiten internet uit met zogenaamde ‘leesclubs’, bedoeld om zijn volgelingen aan te sporen ‘de daad bij het woord’ te voegen. Dat waren kleine clubjes van lezers in verschillende steden in Amerika, Canada en andere landen. Een zo’n groepje in Columbus hield bijeenkomsten op een schietclub. Andere ‘leesclubjes’ zijn uit kroegen verbannen vanwege antisemitische uitlatingen of het pronken met nazisymbolen. Anglin spoorde zijn lezers aan om vechtsporten te beoefenen, met vuurwapens te leren omgaan en met een luchtbuks te trainen op ‘oorlogssituaties’.

Een van de mensen die bij het kantoor van Greg in de regen stonden te demonstreren was Anglins oude kleuterjuf Gail Burkholder. Zij was geschokt toen ze erachter kwam dat een jongetje uit haar klas zo’n beruchte racist was geworden. ‘Het is toch onvoorstelbaar dat een van je leerlingen uitgroeit tot een nazi die jou wil vermoorden?’ zei Burkholder, die zelf Joods is. Ze hoorde Anglins naam voor het eerst in het nieuws na de moordaanslag op negen zwarte kerkgangers in Charleston door Dylann Roof. Roof zou ook reacties op The Daily Stormer hebben geschreven en groeide uit tot een cultheld voor Anglins lezers, die een meme hebben gecreëerd rond zijn bloempotkapsel. Roof is niet de enige moordenaar die The Daily Stormer las. Kijk maar naar de Brit Thomas Mair, die in 2016 het Lagerhuislid Jo Cox vermoordde. En James Harris Jackson, die dit jaar in New York een zwarte man vermoordde met een zwaard en die The Daily Stormer als een van zijn ideologische invloeden noemde. Of Devon Arthurs, een achttienjarige, tot de islam bekeerde voormalige neonazi die dit jaar in Tampa twee huisgenoten doodschoot. Die huisgenoten waren neonazi’s. Een derde, die aan het bloedbad ontkwam, werd later opgepakt vanwege de grote voorraad explosieven in hun huis.

Tot het bloedbad in de kerk in Charleston had Burkholder niet meer teruggedacht aan dat ‘schattige’ en ‘vrolijke’ ventje dat zo dol was op dinosaurussen. Als kind was Anglin een doodnormaal joch dat hooguit opviel door zijn extreem nasale stemgeluid. Dat was zo erg dat Burkholder zelfs dacht dat hij misschien een luchtwegaandoening had en zijn moeder Katie daarop aansprak. Dat is bijna dertig jaar geleden. En iedereen die Anglin als kind heeft gekend, lijkt zich hetzelfde af te vragen: hoe komt het toch dat hij een neonazi is geworden?

Zo op het oog had Anglin een fijne jeugd, in ieder geval tot zijn tienertijd. Hij groeide op in een groot huis in de gegoede wijk Worthington Hills, als doodgewoon kind dat X-Men-strips verzamelde, computergames speelde, hamburgers at in de allereerste Wendy’s-vestiging en over muziek kletste met zijn beste vriend, West Emerson. En lezen, dat deed hij ook graag. Hij was vooral diep onder de indruk van Weasel, een kinderboek over een jongen in het Wilde Westen die wraak wil nemen op een psychopaat die, als er geen indianen meer zijn om te vermoorden, zijn moordlust op blanke boeren gaat botvieren.

Vanaf 1999 ging Anglin naar het Linworth Alternative Program, een middelbare school met een progressieve signatuur. Medeleerlingen herinneren zich een stille, onzekere jongen die naar aandacht snakte en er graag bij wilde horen. Hij noemde zich atheïst, liet zijn rossige haar in dreadlocks groeien en droeg slobberbroeken. Ook droeg hij vaak een hoodie met de tekst ‘fuck racism’. Als een van de enige twee veganisten op de school kreeg hij al snel iets met de andere veganiste, Alison, een brunette die één klas hoger zat en die hij verleidde door veganistische koekjes voor haar te bakken. Zij was een populair meisje en via haar kwam hij in contact met een bonte verzameling van de hippere kinderen op school. Die vonden Anglin aardig en grappig, maar ook wat beïnvloedbaar. Zo was Alison erg begaan met dierenleed – en was hij dat ineens ook.

Volgens verschillende mensen gebruikte hij ook veel drugs: lsd op school of in het schilderachtige Highbanks Metro Park in het noorden van de stad. Ketamine, paddo’s, cocaïne in het weekend. Hij slikte zo veel van het hoestmiddel Robitussin dat hij er maagklachten van kreeg en op school in prullenbakken stond te kotsen. In het souterrain van zijn ouderlijk huis zat hij urenlang muziek te downloaden en naar filmpjes te kijken op internet. Volgens zijn toenmalige vriend Cameron Loomis zat hij vooral graag op rotten.com, een site vol afbeeldingen van misvormde mensen, verminkte lijken en seksuele perversie. Anglin zette een website op voor een niet-bestaand platenlabel, Andy Sucks! Records, waarmee hij bandjes verleidde om hem demo’s te sturen. Op die site was goed te zien hoe links hij op dat moment was: hij spoorde mensen aan anonieme doodsbedreigingen te sturen naar de homofobe Westboro Baptist Church en dreef de spot met de Ku Klux Klan en andere racistische organisaties. Hij verschilde destijds weinig van de antifascistische activisten die later bij het kantoor van zijn vader zouden demonstreren.

Tanya Gersh was het doelwit van een langdurige treitercampagne waartoe Andrew Anglin op The Daily Stormer had aangezet. – © Dan Chung / Southern Poverty Law Center
Tanya Gersh was het doelwit van een langdurige treitercampagne waartoe Andrew Anglin op The Daily Stormer had aangezet. – © Dan Chung / Southern Poverty Law Center

Maar mensen die Anglin op de middelbare school hebben gekend, zeggen dat hij rond het begin van zijn tweede jaar vreemd en verontrustend gedrag begon te vertonen. Vrienden die bij hem thuis kwamen, zagen gaten in de wanden van zijn slaapkamer en wisten dat hij met zijn hoofd tegen dingen beukte als hij overstuur was. Verschillende mensen herinnerden zich een voorval op een feestje: Anglin begon te huilen toen Alison in een dronken bui met een andere jongen zoende, stormde naar buiten en begon met zijn hoofd op het trottoir te bonken. En hij vertoonde wel meer vormen van zelfverminking. Hij probeerde de naam van zijn favoriete band Modest Mouse op zijn bovenarm te tatoeëren, maar gaf het na tweeënhalve letter op, zodat er alleen ‘MOI’ stond. Hij liet zijn oorlellen piercen en rekte ze op door er dikke viltstiftdoppen in te duwen tot het bloed eruit droop. Hij beweerde geen pijn te voelen en hield aanstekers tegen zijn onderarm tot de huid wegsmolt. Hij kon andere leerlingen net zo lang jennen tot ze hem begonnen te slaan, en dan vocht hij niet terug maar liet zich lachend in elkaar slaan. Zo werd hij door twee jongens eens tegen de grond geslagen. Hij bleef gewoon in de goot liggen tot ze, uit mededogen en verwarring, vanzelf stopten.

Volgens schoolgenoten hadden Anglins ouders geen oog voor zijn verontrustende gedrag. Hij kon lief zijn voor zijn jongere broer en zus, Chelsey en Mitch, en trouw aan zijn vrienden, maar hij had ook een sadistische kant. Alison (die haar achternaam hier liever niet vermeld ziet) vertelde me dat ze Anglin in zijn tweede jaar op Highworth overstuur opbelde om te vertellen dat ze door de oudere broer van een vriendin was verkracht, nadat ze op een feestje buiten westen was geraakt. In plaats van troost en medeleven te bieden, moest Anglin alleen maar lachen en maakte hij het uit. ‘Je bent een slet’, zijn de woorden die haar bijbleven. Diverse meisjes die Anglin kende van een andere school, begonnen haar tot diep in de nacht thuis te bellen, iets wat andere bronnen me hebben bevestigd. ‘Je verdient het,’ zeiden ze dan. ‘Slet.’ Alison zegt dat het wekenlang zo doorging en dat Anglin ook een filmpje aan zijn vrienden liet zien waarop zij seks met elkaar hadden.

Over de periode daarna vertelt Dan Newman, een andere schoolvriend, dat Anglin één keer zo furieus met zijn hoofd tegen de muur beukte dat zijn moeder de politie moest bellen. Volgens verschillende klasgenoten heeft Anglin de rest van zijn schooltijd geen vriendinnetje meer gehad en probeerde hij soms weleens jongens te kussen, waaronder één zwarte leerling die hij bijzonder leuk vond. Of dat nu een vorm van experimenteren was of dat hij alleen maar wilde provoceren, het staat in ieder geval in schril contrast met de radicale homohaat die Anglin later op The Daily Stormer en elders aan de dag legde. Daar pleitte hij er bijvoorbeeld voor om homo’s van gebouwen te gooien, net zoals IS doet.

In zijn derde schooljaar liep het huwelijk van zijn ouders op de klippen. Mensen die zijn moeder Katie toen kenden, zeggen dat ze onder de plak zat. Iemand die een van Gregs voormalige cliënten goed kent en twee predikanten die bekend zijn met Gregs werk als christelijk therapeut, beweren alle drie dat Greg nogal intieme banden ontwikkelde met zijn vrouwelijke cliënten – emotioneel en soms ook seksueel. Rechtbankverslagen over de scheiding bevestigen dat: een voormalige cliënt staat daarin vermeld als zijn vriendin. Ze zou later compagnon in zijn therapiepraktijk worden. (Anglins ouders hebben niet op vragen gereageerd.)

Rond de tijd dat de echtscheiding in gang werd gezet, kreeg Anglin een nieuwe hobby: luisteren naar een rechtse radiopresentator die beweerde dat de aanslagen van 11 september vanuit Amerika zelf waren beraamd. Dat was Alex Jones, die zou uitgroeien tot Amerika’s bekendste verspreider van complottheorieën. Zo maakte Anglin kennis met de ‘waarheidsbeweging’, een groep aanhangers van de vreemdste paranoïde waanideeën die op internet welig tieren. Al snel nam hij klasgenoten apart om ze te waarschuwen voor reptielmensen. Na het eindexamen hebben weinig van zijn schoolvrienden hem nog gezien.

In één chatgroep probeerden de gebruikers elkaar te overtreffen in het bedenken van (zogenaamd grappig bedoelde) racistische uitspraken. Na verloop van tijd verdween de humor naar de achtergrond en bleef alleen het racisme over

Wie een tijdje rondneust op de onlineforums van die complotdenkers (de zogenaamde truthers), voelt al snel hoe ze hun valstrikken spannen en hun klauwen in je zetten. Onwillekeurig zeurt een stemmetje in je achterhoofd: stel dat er toch wat in zit? Voor mensen met weinig kritische zin kan het al snel verslavend worden om op zulke sites rond te hangen. Daar denk je dan geestverwanten te vinden, gelijkgestemden die de verborgen werkelijkheid opdelven achter de geaccepteerde ‘feiten’: dat de condensatiestrepen van straalvliegtuigen eigenlijk chemische stoffen zijn die door de overheid in de dampkring worden gespoten. Of dat de maanlanding in scène is gezet.

Na zijn schooltijd stortte Anglin zich vol overgave in deze wereld. Hij toerde door het land, luisterde naar complotdenkers en woonde zowat in zijn Honda Civic. In 2004 bracht hij in Santa Barbara een nachtje in de cel door wegens rijden onder invloed. Toen hij na een maandenlange roadtrip terugkeerde in Columbus, schreef hij zich in voor een studie Engelse letteren op Ohio State University, waar hij al na één semester de brui aan gaf. Begin 2006 werd hij in de buurt van de campus opgepakt voor drugsbezit.

Anglin was inmiddels erg actief op 4chan, een website waarop gebruikers anoniem foto’s en commentaren kunnen posten. De site trekt hele horden sociaal gemankeerde jongeren die graag afgeven op politieke correctheid. 4chan was vaak een bron van memes en massale practical jokes, en uiteindelijk van treitercampagnes zoals Gamergate, waarbij vrouwen in de gamewereld het mikpunt werden van dreigementen en scheldpartijen. In één chatgroep probeerden de gebruikers elkaar te overtreffen in het bedenken van (zogenaamd grappig bedoelde) racistische uitspraken. Na verloop van tijd verdween de humor naar de achtergrond en bleef alleen het racisme over. ‘Niets heeft zoveel invloed op me gehad als 4chan’, mailde Anglin me vorig jaar nog, voordat hij alle contact met me verbrak.

In november 2006 lanceerde Anglin zijn eigen aan complottheorieën gewijde website, waarvan hij in de periode dat ik aan dit artikel werkte praktisch alle sporen van internet heeft gewist. De site heette Outlaw Journalism, naar Hunter S. Thompson, een idool van Anglin – al doet zijn eigen stijl meer denken aan het geraaskal van Alex Jones: wilde tirades vol vrouwenhaat en afkeer van buitenlanders. ‘Welkom in de toekomst’, schreef hij. ‘We leven in een sciencefictionnachtmerrie.’ In maart 2007 plaatste Anglin daar voor het eerst een bericht waarin Donald Trump voorkomt: een fragment uit een zogenaamde roast van Rudy Giuliani in 2000, waarin de toenmalige burgemeester vriendschappelijk te kakken wordt gezet. In het fragment draagt Giuliani vrouwenkleren en spuit hij parfum op zijn nepborsten, waarop Trump er zijn gezicht in begraaft. In zijn bericht maakte Anglin ze allebei uit voor ‘flikkers’ en schreef dat Giuliani waarschijnlijk ‘een perverse travestietenaffaire met Donald Trump heeft’. Verder speculeerde Anglin op zijn site over satanische rituelen en ondergrondse tunnels van pedofielen en mensen die foetussen eten. Hij omschreef de Amerikaanse regering als een ‘wetenschappelijke dictatuur’ die de hersenen van zijn burgers van een microchip wil voorzien om een ‘wereldwijd slavennetwerk te creëren’.

Uiteindelijk werden die waanideeën ook Anglin zelf te veel. ‘Ik draaide helemaal door van dat samenzweringsgelul’, erkende hij jaren later in een podcast. Hij trok zich terug op het landgoed van een familielid, waarschijnlijk zijn oma van moederskant, die ten zuiden van Columbus een boerderij heeft met 33 hectare grond, compleet met weiden, bos en een beek. ‘Ik zat niet lekker in mijn vel en ben naar het platteland verkast’, schreef hij in mei 2007 op Outlaw Journalism, en hij merkte op dat hij nu ‘zo’n 200 procent helderder denkt’. Hij keek er ’s nachts naar de sterrenhemel en genoot van ‘de enorme weldaad van een lange wandeling over onverharde wegen’.

Outlaw Forum

Maar het complotdenken liet Anglin niet los. Hij zette Outlaw Forum op, een discussieforum in de trant van 4chan waar gebruikers over samenzweringen konden smoezen. Al snel begonnen ze een collectieve cyberaanval op andere complotdenkers met wie Anglin het aan de stok had gekregen. Het was zijn eerste onlinepestcampagne.

De complotdenkers hadden met internet wel een nieuw medium, maar hun manier van denken was verre van nieuw. De historicus Richard Hofstadter schreef in 1964 een beroemd geworden essay, ‘The Paranoid Style in American Politics’, over de voorliefde voor complottheorieën onder aanhangers van presidentskandidaat Barry Goldwater, en zijn beschrijving klinkt nog steeds opvallend relevant: ‘Modern rechts voelt zich bestolen: Amerika is hun afgepakt, maar ze zijn vastbesloten het te heroveren, voordat ze naar het verwoestende laatste middel van een opstand moeten grijpen.’ Bij de complotdenkers op internet zie je een vergelijkbare angst voor verlies van macht en status. Geen wonder dus dat velen vanuit dat kamp de overstap maken naar alt-right. In hun obsessie voor machtsstructuren hameren de complotdenkers graag op de Joodse invloeden in de maatschappij. Sommigen ontkennen zelfs dat de Holocaust heeft plaatsgevonden, volgens hen is het niet meer dan een slimme smoes waardoor Joden ten koste van anderen de slachtofferrol kunnen spelen. Die ‘holohoax’, zoals zij het noemen, is hun excuus om een Joodse samenzwering de schuld te geven van alles wat ze kwaad maakt: feminisme, immigratie, globalisering, liberalisme, egalitarisme, de media, de wetenschap, feiten, gameverslaving, een mislukt liefdesleven, de dominantie van zwarte spelers in het Amerikaanse basketbal. In de holohoax-theorie valt dat allemaal onder één groot complot om het traditionele blanke patriarchaat te ondermijnen en een parasiterend Jodendom de baas te laten spelen over de wereld.

Het is geen wereldbeeld dat Anglin van meet af aan onderschreef, maar ook in zijn vroegste schrijfsels vind je al sporen van antisemitisme. Hij ging tekeer tegen de ‘zionistische bezetting’, en na de veroordeling wegens haatzaaien van een beruchte Holocaustontkenner in Duitsland spoorde hij zijn lezers aan om daartegen te protesteren bij de Duitse ambassade. En naarmate Anglins eigen maatschappelijke vooruitzichten verslechterden, werd zijn wereldbeeld naargeestiger. Uit rechtbankverslagen blijkt dat hij in februari 2008 tien dagen in de cel zat wegens rijden onder invloed. In januari 2009 schreef hij dat hij vijftig uur per week in een winkel werkte en nog steeds niet genoeg verdiende om op zichzelf te wonen. In juni van dat jaar plaatste hij wat jarenlang zijn laatste bericht op Outlaw Journalism zou zijn: een waarschuwing over het bankwezen, de wereldregering, orgaandiefstal en het samenvoegen van dierlijk en plantaardig DNA. ‘Lichtgevende groene apen kunnen lichtgevende groene apenjongen krijgen’, schreef hij. ‘De enige logische uitweg voor de mensheid is om de beschaving radicaal de rug toe te keren en weer over te gaan op de levensstijl van de jager-verzamelaars’, was zijn conclusie. Hij wilde in een blokhut wonen en vissen en jagen en zijn eigen groente verbouwen, hij verlangde naar een leven van ‘lol hebben, verhalen vertellen, musiceren, kunst maken, dansen, vrijen met het vrouwtje, dollen met de ouwelui en gewoon genieten van het leven’.

Dus nam hij het vliegtuig naar de jungle van Zuidoost-Azië. Daar zou hij, na een afdaling in de diepste krochten van zijn waanideeën, de definitieve overstap naar het neonazisme maken.

Richard Spencer, berucht rechts- extremist en het gezicht van de alt-rightbeweging, Washington, 19 november 2017. – © Linda Davidson / The Washington Post via Getty Images
Richard Spencer, berucht rechts- extremist en het gezicht van de alt-rightbeweging, Washington, 19 november 2017. – © Linda Davidson / The Washington Post via Getty Images

Het water gutste van het dak van de bamboehut en droop van de bladeren van de tropische bomen. Anglin zat in de jungle, maar was daar niet zonder omwegen beland. Half Azië had hij al afgereisd en nu was hij in de Filipijnen beland. Hij had Joseph Campbells beroemde werk over mythologie gelezen en wilde zijn eigen heldenverhaal smeden. Anglin was op zoek naar een stam – een echte. Hij had overal gezocht. Hij was de bergen in getrokken met jongens die water dronken uit plastic kunstmestcontainers en was in krottenwijken bij Manilla geweest waar mensen ‘rioolwater dronken’. Hij doorkruiste het eiland Mindanao op een scooter en maakte selfies met een ironische glimlach en een Marlboro tussen zijn lippen of achter zijn oor. Op een filmpje staat hij op het strand in zijn blote bast de gruwelen van de ontbossing te beschrijven.

Zijn uitvalsbasis werd de Sampaguita Tourist Inn, een spotgoedkoop hotel in Davao City, waar hij maandenlang teerde op het geld dat zijn vader hem stuurde. Hij zat er graag met zijn laptop en een mok oploskoffie in de lobby om zijn volgende uitstapje te beramen. Davao werd destijds met ijzeren vuist bestuurd door de autoritaire burgemeester Rodrigo Duterte, de latere president. (Anglin heeft hem ooit de hand geschud, en lof voor deze geweldsbeluste politicus is een terugkerend thema op The Daily Stormer.) Het was de op twee na grootste stad van het land, maar geen trekpleister voor Amerikaanse twintigers. Vandaar dat Anglin al snel aan de praat raakte met Edward, een 33-jarige New Yorker en de enige andere jongere Amerikaan in het hotel. Edward (die zijn achternaam hier liever niet vermeld ziet) bracht destijds ieder jaar enkele maanden in de Filipijnen door. Hij raakte bevriend met Anglin en een tijd lang gingen ze bijna iedere dag samen ergens eten.

Edward vond Anglin geestig en intelligent, en zijn muzieksmaak beviel hem. Hij had zelf een tijdje in de muziekbusiness gezeten, en toch kende Anglin bands die nieuw voor hem waren, zoals de Felice Brothers. Er hing wel iets vreemds rond Anglin, die bijvoorbeeld zei dat hij niet terug zou keren naar de VS. ‘Hij was duidelijk op de vlucht,’ vertelde Edward me. Maar waarvoor? Volgens Edward beweerde Anglin dat hij cocaïne had gesmokkeld. ‘Ik dacht echt dat hij daarom het land was ontvlucht,’ zei hij.

Edward zei dat Anglin zichzelf slimmer vond dan anderen, en doordat jonge blanke mannen ‘in dat land als een god worden behandeld’ werd zijn eigendunk alleen maar groter. Tot zijn eigen ergernis is Anglin klein van stuk: naar eigen zeggen 1 meter 70, al houden verschillende mensen die ik sprak het eerder op 1 meter 60. Maar in Davao probeerde hij elke knappe Filipijnse die hij tegenkwam te versieren, vaak met succes, soms profiterend van hun verlangen om aan de armoede te ontkomen door een rijke Amerikaan aan de haak te slaan. Meestal waren het meiden van achttien of negentien, maar volgens Edward waren ze soms ook jonger. Hij vertelt dat Anglin één keer een meisje van veertien in een café oppikte en met haar de nacht doorbracht.

Anderzijds klaagde Anglin over de manier waarop de Filipijnse cultuur onder invloed van het Westen was verloederd. Hij gaf af op christelijke missionarissen en vond het afschuwelijk dat Filipijnen liever naar Lady Gaga luisterden dan naar hun eigen traditionele muziek. ‘Als je ziet hoe blanken – want het zijn toch de blanken – de hele wereld zijn rondgetrokken en iedereen hebben verneukt’, zei hij in een daar gemaakte podcast. ‘Ik denk dat het blanke ras doodgefokt moet worden.’ In andere podcasts spuide hij vergelijkbare ideeën.

Fascistische Disneyfilm

En toen vond Anglin op een van zijn uitstapjes in de binnenlanden zijn stam. In 2011 bracht hij enkele weken door bij de T’boli in het zuiden van Mindanao, in een streek met bergmeren vol lotusbloemen. De T’boli staan bekend om hun traditionele muziek en dans, hun kralen en vlechtwerk. ‘Hun manier van leven was waanzinnig mooi’, zegt Anglin in een van zijn podcasts. Daar kon hij terugkeren naar de natuur. Je zat daar op een hele dag reizen van het dichtstbijzijnde stopcontact, zei hij. Alles in het bos had een spirituele betekenis voor de T’boli. Elke keer als Anglin bijvoorbeeld een beek overstak, wreef hij zijn gezicht en handen en voeten in met een natte steen om leiding te vragen van de watergeest, die overal in het bos de weg kent. ‘Ik hou van deze mensen’, zei Anglin nadat hij een tijdje van dat leven had geproefd. Hij vatte het plan op om ergens in het bos zijn eigen hut te bouwen en er ‘helemaal buiten het systeem’ te gaan leven. Hij wilde eerst terugkeren naar de T’boli, maar hoopte later verder de bergen in te trekken, op zoek naar moslimstammen en ‘mensen die nog steeds met speren vechten en mijnwerkers en houthakkers doden’. Tegelijkertijd wilde hij, paradoxaal genoeg, een nieuwe website lanceren, Reality Situation, om verslag te doen van zijn nieuwe leven buiten de maatschappij. Hij zette al zijn spullen te koop om geld bij elkaar te krijgen voor een paard, kippen en eenden. Er sprak een messiaanse begeestering uit zijn plannen. ‘Ik ga het echt doen,’ zei hij tegen iemand uit de ‘waarheidsbeweging’. ‘Ik ga leven zonder geld. En ik ga een gemeenschap opzetten die dat ook doet. En ik ga het allemaal filmen.’

In januari 2012 lanceerde Anglin Reality Situation en trok hij de jungle weer in. Hij las over ufo’s en downloadde podcasts over paranormale verschijnselen. Hij was nog steeds geobsedeerd door chips in onze hersenen, beïnvloeding via tv-uitzendingen, geënsceneerde maanlandingen en satanische seksrituelen. Zijn ideeën over een utopisch leven in het regenwoud waren al even maf. Volgens Edward was Anglin in die tijd ‘een combinatie van kolonel Kurtz en Travis Bickle’ [hoofdpersonen in respectievelijk Apocalypse Now en Taxi Driver]. ‘Hij wilde daar als de grote blanke held iedereen in de jungle gaan leren hoe ze gewassen moesten verbouwen.’ En hij had volgens Edward nog een ander motief: ‘Hij wilde trouwen met twee zestienjarige moslimmeisjes. Hij had ze al ontmoet en kocht vee om als bruidsschat te geven.’

Vervolgens verdween Anglin een maand of zes bijna totaal van internet. Alleen in mei 2012 plaatste hij nog een berichtje op Reality Situation, over de aanplant van bomen, duurzame landbouw en voorlichting aan kinderen over de gevaren van het christendom en het kapitalisme.

Daarna verdween hij weer. Wat hij in de jungle precies heeft meegemaakt, blijft in nevelen gehuld. Hij heeft later gezegd dat hij er te veel ‘sterke palmwijn’ dronk en zich ‘enorm depressief en eenzaam’ begon te voelen. Hij besefte dat zijn notie van een heldenontvangst en een leven waarin je ‘het fruit van de bomen plukt en op wilde zwijnen jaagt’ niet meer dan ‘een romantische dagdroom’ was geweest. En dat was natuurlijk weer de schuld van anderen, ditmaal van de Filipijnen: ‘Ze waren in hun denken al net zo primitief als in hun manier van leven’, schreef hij. Alleen bij ‘het Europese ras’ kon hij zich thuis voelen: ‘Alleen zij delen mijn bloed en doorgronden mijn ziel.’

Edward heeft hem daarna nog één keer gezien, in Davao. Anglin leek een ander mens geworden. Hij had zijn haar gemillimeterd en zag er nu uit als een bendelid: wit haltertje en baggy jeans. Hij klonk kwaad, vooral als het over de omgang tussen de rassen ging. En hij had een pistool. De stam had hem afgewezen, vertelde hij Edward. ‘Idioten zijn het,’ zei hij. ‘Stelletje apen.’ Hij doekte zijn website Reality Situation op, vertrok uit de Filipijnen en keerde na een kort verblijf in China terug naar Ohio. In december 2012 lanceerde hij daar weer een nieuwe site, Total Fascism, een serieuze voorloper van The Daily Stormer. ‘Uit het brandend wrak van de zogenaamde waarheidsbeweging is een groep mensen verrezen’, schreef hij. ‘We hebben de waarheid gevonden. We hebben het licht gevonden. We hebben Adolf Hitler gevonden.’

Anglin zonderde zich weer af op de boerderij van zijn familie. Hij pleitte inmiddels voor ‘meedogenloos extremisme’. Hij schreef dat hij ‘nu nog niet’ opriep tot geweld, maar voegde eraan toe: ‘Als ik dacht dat we ons met geweld van het juk van de Jood konden bevrijden, zou ik er absoluut en onvoorwaardelijk voor pleiten.’ Hij ontwikkelde een welhaast religieuze aanbidding van Poetin, of ‘tsaar Poetin I, verdediger van de menselijke beschaving’, zoals hij hem noemde. In hem zag hij de grote blanke held, een ‘man van enorme kracht’. Die fixatie op fysieke kracht zie je wel meer bij leden van alt-right, maar bij Anglin neemt ze extreme vormen aan. ‘Zijn wereldbeeld is dat van een fascistische Disneyfilm,’ zei een prominente rechts-extremistische activist die met hem heeft samengewerkt. Volgens hem denkt Anglin dat als hij maar hard genoeg roept, de volgelingen vanzelf zullen toestromen en hem helpen een nieuwe Hitler te doen verrijzen. ‘Hij denkt echt dat hij over magische krachten beschikt.’ Bij zijn hart heeft hij een tatoeage van een zogenaamd Sonnenrad of ‘zwarte zon’, een symbool uit een occulte stroming van neonazi’s die onder meer denken dat Hitler een incarnatie van Visjnoe was.

In maart 2013 werd The Daily Stormer geregistreerd door Anglin of misschien door zijn vader, in ieder geval via diens mailadres. Daarna vertrok Anglin weer uit Amerika. Eerst ging hij naar Athene, waar hij drie maanden in een hostel zat. Hij verdiende de kost met het geven van rondleidingen op toeristische locaties als het Parthenon en woonde bijeenkomsten bij van de extreem-rechtse Gouden Dageraad. Op 4 juli 2013 werd de bètaversie van The Daily Stormer gelanceerd, de opvolger van Total Fascism. De naam verwijst naar Der Stürmer, een fel antisemitisch weekblad uit de jaren dertig dat Hitler trouw las. (Het officiële beleid van de site, zoals Anglin het later formuleerde: ‘Joden moeten worden uitgeroeid.’) The Daily Stormer was iets nieuws in de wereld van de neonazi’s: een helder ontwerp en berichten die bol stonden van Anglins wrange humor. Het extreem-rechtse equivalent van Gawker. En dat sloeg aan.

Van Hitler heeft Anglin geleerd om zijn verhaal simpel te houden: helden tegen schurken. Van Alinsky leerde hij de tactieken van de protestcultuur

Inhoudelijk leunt Anglins aanpak, zoals hij in verschillende podcasts heeft uitgelegd, op ideeën uit Mein Kampf en Saul Alinsky’s activistenhandboek Rules for Radicals. Van Hitler heeft Anglin geleerd om zijn verhaal simpel te houden: helden tegen schurken. En om steeds te blijven hameren op een handvol simpele thema’s. Van Alinsky leerde hij de tactieken van de protestcultuur: je aanval niet richten op instituten maar op mensen. Het doelwit isoleren. Bedreigen. Vooral één richtlijn bleef Anglin bij: ‘Spot is het machtigste wapen.’ Spot is lastig te bestrijden. Dus maakte Anglin alles belachelijk. Hij kreeg zijn lezers aan het lachen. ‘Je moet zo schandalig mogelijk uit de hoek komen’, schreef hij op zijn site. ‘Je moet er een mediaspektakel van maken, een enorm circus, zodat de mensen zulke ideeën steeds minder als schokkend gaan ervaren.’ Met grappen over Mengele die honden traint om Joodse vrouwen te verkrachten heb je als komiek volgens hem ‘goud in handen’.

In 2014, toen Anglin in Europa verbleef, vond hij een nieuwe kompaan in Andrew Auernheimer, bijgenaamd ‘weev’, een neonazistische hacker en trol. Auernheimer komt uit de Ozarks en kreeg in 2013 een federale gevangenisstraf wegens identiteitsdiefstal en hacken. Toen hij een jaar later in hoger beroep werd vrijgesproken, verliet hij het land. Hij woont nu in Transnistrië, een door Rusland gesteunde maar niet internationaal erkende afsplitsing van Moldavië. Auernheimer nam de technische leiding van The Daily Stormer op zich. Hij demonstreerde zijn vernuft door printers van Amerikaanse universiteiten te hacken, zodat ze flyers met swastika’s begonnen uit te draaien. ‘Ik zou niet weten wat ik zonder hem moest,’ zei Anglin vorig jaar in een interview met een geestverwant. ‘In feite is hij degene die de hele boel bij elkaar houdt.’

Ondertussen werd Anglin berucht om zijn treitercampagnes. In 2015 stookte hij het vuur op toen studenten van de Universiteit van Missouri protesteerden tegen racisme op de campus. Hij voedde de verontwaardiging met nepnieuws op Twitter, zoals het bericht dat Ku Klux Klan-leden kruizen kwamen verbranden en samenwerkten met de universiteitspolitie. Hij beweerde dat een KKK-lid op demonstranten had geschoten en plaatste er een foto bij van een zwarte man in een ziekenhuisbed. Mede door zijn valse geruchten liepen de gemoederen hoog op. Maar alleen ruzie stoken was voor Anglin niet genoeg. Hij schreef ook handleidingen voor het opzetten van anonieme mailaccounts en VPN-verbindingen, het afschermen van je IP-adres en het vervalsen van Twitter- en appberichten. Hij zette propagandaplaatjes en slogans online die zijn ‘Stormers’ konden gebruiken. Daarbij maande hij ze wel om niet te dreigen met geweld – dat zei hij erbij om te voorkomen dat hij justitie achter zich aan kreeg.

Want met zijn campagnes zaaide hij wel terreur. Hij hitste zijn lezers op tegen de eerste zwarte vrouw die voorzitter werd van een Amerikaanse studentenvakbond. Tegen Erin Schrode, een Joodse kandidaat voor het Californische Huis van Afgevaardigden, en tegen Jonah Goldberg en David French, schrijvers van National Review. Terwijl ik aan dit artikel werkte, zette Anglin zijn trollen ook tegen mij op. Mijn contacten met sommigen van hen bevestigden mijn vermoeden dat het veelal jonge knullen betreft die zoekende zijn, die zich door de maatschappij uitgekotst voelen en die op internet een manier vinden om daar eens lekker hard tegen uit te halen. Als ik ze aan de praat kreeg over hun eigen leven, gaven ze soms toe dat ze moeizame relaties met vrouwen hadden. Eentje vertelde dat hij worstelde met zijn homoseksuele geaardheid. De meesten vonden dat ze zich alleen maar verweerden tegen een doorgeschoten politieke correctheid die blanke mannen tot zondebok maakt. Hoe meer ze door het linkse establishment werden verketterd, hoe meer ze zich verlustigden in hun zelfgekozen schurkenrol.

‘Duister viertal’

De laatste jaren hebben psychologen een sterk verband geconstateerd tussen pesten op internet en wat wel het ‘duistere viertal’ persoonlijkheidskenmerken wordt genoemd: psychopathie, sadisme, narcisme en machiavellisme. De eerste twee eigenschappen blijken internetpestgedrag significant vaak te voorspellen, en bij alle vier is er een sterk verband met het genot dat iemand aan zulk gedrag beleeft. Uit een in juni 2017 gepubliceerd onderzoek van de Australische psychologen Natalie Sest en Evita March blijkt dat internettrollen vaak hoog scoren op cognitieve empathie, wat inhoudt dat ze wél beseffen dat ze anderen emotionele schade berokkenen, maar laag in affectieve empathie, wat erop neerkomt dat het ze niks kan schelen. Ze zijn, kortom, uiterst bedreven in de meedogenloze manipulatie van hun medemens.

In de zomer van 2015 verscheen er een nieuwe grote blanke held op het toneel, eentje die zelf een stokebrand is; te midden van een hoop betaalde figuranten stapte hij in Manhattan van zijn gouden roltrap. En luttele dagen nadat Donald Trump zijn kandidaatschap daar had aangekondigd – met een tirade tegen Mexicaanse ‘verkrachters’ – werd hij door Anglin op het schild geheven als ‘de enige die echt voor onze belangen opkomt’. Anglin begon zich onmiddellijk in te zetten voor zijn verkiezing. Hij schreef aan de lopende band juichende berichten over hem en hitste zijn trollen op tegen Trumps tegenstanders. Hij ontketende enkele van zijn vuilste campagnes tegen Joodse journalisten die kritiek hadden op Trump of zijn kompanen. Jarenlang had Anglin niet gestemd, maar op Trump wilde hij koste wat kost zijn stem uitbrengen. Zijn schriftelijke stem arriveerde in Ohio vanuit Krasnodar, een stad in Zuidwest-Rusland, niet ver van de Zwarte Zee.

Het lijkt onwaarschijnlijk dat de Russische overheid niet op de hoogte was van deze Amerikaan die vanuit Rusland een belangrijke neonazistische website onderhield. Anglin aanbad Poetin en leek een ideale online-onruststoker om de Amerikaanse verkiezingen te verstoren. Afgelopen maart schreef Auernheimer in een van zijn commentaren op The Daily Stormer dat hij het forum verhuisde naar ‘een veel krachtiger server in de Russische Federatie’. Anglin zou de lezers op zijn site later bezweren – ‘op straffe van vervolging voor meineed’ – dat hij nooit geld of instructies van de Russische overheid had gekregen. Maar of hij het wist of niet, het succes van zijn site lijkt wel degelijk vanuit Rusland te zijn gesteund. Uit een door onderzoekscollectief Susan Bourbaki Anthony uitgevoerde analyse van het Twitterbereik van The Daily Stormer tussen 2 februari en 2 maart 2017 bleek dat Anglins berichten op Twitter werden verspreid via een mysterieus netwerk van vage accounts. Dit nog steeds actieve netwerk is al minstens vanaf begin dit jaar bezig het politieke debat in Amerika te polariseren. Het omvat bots [geautomatiseerde accounts] en ‘sock puppets’ (accounts onder een valse naam) en het ligt stil van vijf uur ’s middags tot elf uur ’s avonds New Yorkse tijd – ofwel van middernacht tot half zeven ’s ochtends Russische tijd.

Mede door de verkiezingen groeide The Daily Stormer van een van de vele neonazisites uit tot hét platform voor alt-right – al was de site ook weer lang niet zo populair als Anglin het graag deed voorkomen. De miljoenen unieke bezoekers per maand waar hij en Auernheimer prat op gingen, waren er volgens onderzoeksbureau comScore in het echt hooguit zo’n zeventigduizend. Maar Anglin wist hoe hij ketelmuziek moest maken, en wat de precieze cijfers ook zijn, door de opkomst van Trump zat zijn site absoluut in de lift. In mei 2016 vroeg Wolf Blitzer van CNN aan Trump wat hij vond van de scheldkanonnades en bedreigingen die verslaggeefster Julia Ioffe ontving van Anglins volgelingen nadat ze een artikel over Melania Trump had geschreven voor GQ. (Ioffe werkt inmiddels voor The Atlantic.) ‘Ik heb geen boodschap voor de fans’, was Trumps antwoord. De fans. Zijn mensen. Toen een journalist Anglin vroeg hoe hij aankeek tegen Trumps pertinente weigering om neonazi’s te veroordelen, zei hij: ‘Wij zien dat als een steunbetuiging.’

Eric ‘The Butcher’ Fairburn op een herdenkingsconcert voor de oprichter van de American Nazi Party, George Lincoln Rockwell, 27 augustus 2005 in Pennsylvania. – © Getty Images
Eric ‘The Butcher’ Fairburn op een herdenkingsconcert voor de oprichter van de American Nazi Party, George Lincoln Rockwell, 27 augustus 2005 in Pennsylvania. – © Getty Images

In februari ben ik weer naar Columbus gegaan. Ik had gehoord dat Anglin daar een hoorzitting bij de rechtbank had: om de een of andere reden had hij kwijtschelding aangevraagd van zijn strafblad voor drugsbezit in 2006. Ik wilde proberen om hem bij de rechtbank aan te schieten. Op de dag van mijn komst stond er toevallig net een lang artikel over Anglin in de wekelijkse stadskrant Columbus Alive. De avond daarop liep Anglin een supermarkt binnen waar een demonstrant werkte die in dat artikel werd geciteerd. Zij vertelde me later dat hij ondanks de kou slechts gekleed ging in een wit T-shirt en zwarte trainingsbroek. Met een energiedrankje in zijn hand kwam hij naar haar toe, staarde haar aan en zei: ‘Hoe gaat ie?’ Daarna verdween hij in de nacht.

Ik logeerde niet ver van de oude Exile Bar, ooit de voornaamste homobar in Columbus en destijds een goede bron van inkomsten voor Anglins familie: zijn oom Todd was de eigenaar geweest van deze en nog een andere homobar. Nadat Todd aan aids was overleden, kwamen de cafés in handen van Greg. Volgens twee zegslieden gingen de wilde dansfeesten en fetisjavonden toen gewoon door, terwijl Greg in zijn praktijk ook homobekeringstherapie aanbood. Greg bezat aardig wat onroerend goed in het stadje; een aantal van die panden, die er niet altijd even florissant uitzagen, ben ik afgegaan op zoek naar zijn neonazistische zoon.

Ik dacht ook dat Anglin misschien logeerde bij zijn jeugdvriend West Emerson, die een ‘lievelingscitaat’ van Hitler en verschillende verwijzingen naar alt-right op zijn Facebookpagina heeft staan. Emerson schepte graag op over zijn vriendschap met Anglin. Verschillende mensen die ik sprak hebben hem horen zeggen dat hij dagelijks contact met hem had. In appjes aan een van hen beweerde hij op een gegeven moment dat hij ‘terwijl ik dit schrijf’ met Anglin zat te praten. Maar mij wilde hij niet te woord staan. (Emerson heeft The Atlantic laten weten dat hij Anglins standpunten niet deelt, hem in geen vijftien jaar heeft gezien en zijn telefoonnummer niet eens heeft.)

Een week na de publicatie van het verhaal in Columbus Alive leverde Anglin de verslaggevers uit aan de woede van zijn lezers. Hij zette hun contactgegevens online, plus foto’s van hun huizen, auto’s, echtgenoten en kinderen, waaronder een baby van zes maanden. ‘Tijd voor actie’, jutte hij zijn lezers op, die de journalisten vervolgens per telefoon, post en e-mail met bedreigingen bestookten. Ze voelden zich niet meer veilig in hun eigen huis. De politie moest vaker gaan surveilleren in hun wijk.

Op een avond reed ik naar een adres waar Anglins moeder misschien woonde. Het schemerde, alleen in de woonkamer brandde licht. Van een afstandje had ik een dunne vrouw voor het raam zien staan, maar toen ik mijn auto parkeerde was het licht al uit. Ik belde aan, klopte en wachtte een paar minuten. Er werd niet opengedaan. Ik krabbelde snel een briefje – ‘Ik moet nodig iemand spreken die van Andy houdt en het voor hem wil opnemen’ – en schoof dat tussen de deur. Een paar dagen later heb ik de voicemail op haar werk nog ingesproken. Ze heeft nooit van zich laten horen. Ik was er wel aan het juiste adres. Anglin zette later een foto van mijn briefje online en beschuldigde mij van een ‘vuile verschroeide aarde-campagne’ om zijn familie en vrienden te bedreigen. Hij noemde me een terrorist die hem het zwijgen wil opleggen. Ik kreeg telefoontjes en mails van boze Stormers. Eentje gaf me valse informatie over Anglins verblijfplaats. Ik kreeg een handjevol e-mails met een virus.

Het is hem juridisch toegestaan om te beweren dat “moslims uitgeroeid moeten worden”. Hij mag alleen geen specifieke moslim met uitroeiing bedreigen

Anglin zelf bleef ongrijpbaar. Zijn hoorzitting stond gepland voor maandagochtend tien uur, maar die nacht liepen vijf verdiepingen van de rechtbank waterschade op door een breuk in de waterleiding. Alle zittingen op die verdiepingen werden uitgesteld, waaronder die van Anglin. Ik ging er de ochtend daarna om negen uur wel kijken, in de hoop dat Anglin zich toch zou vertonen. Het duurde even voor ik de juiste verdieping had gevonden. Anglin en zijn advocaat bleken nog vroeger te zijn gekomen en de veroordeling was geschrapt. Ik was hem net misgelopen.

In april is Anglin door Tanya Gersh en het Southern Poverty Law Center (SPLC) voor de federale rechter gedaagd wegens privacyschending, het opzettelijk toebrengen van emotioneel leed en overtreding van een staatswet tegen intimidatie. Hij moest zich verantwoorden voor wat in de aanklacht een ‘terreurcampagne’ werd genoemd, die Gersh paniekaanvallen had bezorgd waarvoor ze nu in therapie moest. Dat ze haar heil beter kon zoeken in een civiele procedure dan in aangifte van een strafbaar feit, was veelzeggend. De autoriteiten konden weinig uithalen tegen de haatdragende teksten op The Daily Stormer; die worden beschermd door het recht op vrije meningsuiting en Anglin weet dat. Hij verwijst vaak naar ‘Brandenburg versus Ohio’, een uitspraak van het Hooggerechtshof over een toespraak die KKK-lid Clarence Brandenburg in 1964 hield op een boerderij bij Cincinnati. Brandenburg trok daarin fel van leer tegen Joden en zwarten, en zei dat er weleens ‘wraak genomen kon worden’ als de overheid doorging met het onderdrukken van blanken. Het Hooggerechtshof oordeelde dat zijn geraaskal onder de vrijheid van meningsuiting viel, aangezien zijn woorden te abstract waren geweest om aan te zetten tot ‘directe wederrechtelijke daden’ en ook niet voldeden aan het criterium dat ze een ‘duidelijk en onmiddellijk gevaar’ vormden. De ‘Brandenburg-test’ geeft nu zo’n beetje aan hoe ver haatzaaiers kunnen gaan, en Anglin zorgt er altijd voor dat zijn oproepen tot geweld voldoende vaag blijven. Zo is het hem juridisch toegestaan om te beweren dat ‘moslims uitgeroeid moeten worden’. Hij mag alleen geen specifieke moslim met uitroeiing bedreigen.

Wel heeft hij mogelijk een juridische grens overschreden met de pestcampagnes die hij instigeert. Cyberstalking (ofwel het gebruik van internet op een wijze die ‘anderen aanzienlijke emotionele schade berokkent of beoogt te berokkenen of redelijkerwijs verwacht kan worden te berokkenen’) is een federaal misdrijf waarop maximaal vijf jaar cel en een boete van 250.000 dollar staat. Daarnaast hebben ook veel afzonderlijke staten het als misdrijf in hun wet opgenomen. Het is moeilijk om daarvoor iemand te veroordelen, omdat de belagers hun identiteit goed weten te verbergen. Eén trol kan één keer op je voicemail inspreken dat je als een heks op de brandstapel moet, maar dat voldoet nog niet aan de criteria voor cyberstalking. Toch wordt het doodeng als honderden trollen dat ineens tegelijk doen. ‘Het is net een bijenzwerm,’ zegt Danielle Citron, hoogleraar Rechten aan de Universiteit van Maryland en een deskundige op het gebied van cybercriminaliteit. ‘Je wordt duizend keer gestoken. En elke steek doet pijn. Maar wat je ziet is één grote, gruwelijke, gonzende massa.’

En al doet Anglin zelf niet mee aan de pesterijen, hij zet er wel toe aan en faciliteert het, zegt Citron. Dat zijn weer misdrijven op zich – alleen geen misdrijven waar politie en justitie werk van willen maken. Weinig politiekorpsen hebben de middelen om achter internetpesters aan te gaan. Volgens Citron hebben federale rechercheurs hun handen al meer dan vol aan de jacht op kinderporno, fraude en terrorisme, en krijgt cyberstalking dus geen prioriteit. Daarom zat er voor Gersh niets anders op dan Anglin voor de rechter te slepen. Een week later startte Auernheimer een campagne op WeSearchr, een crowdfundsite van Chuck Johnson, een extreem-rechtse activist en trol die banden met de regering-Trump zegt te hebben. Binnen een maand doneerden de Stormers meer dan 150.000 dollar voor Anglins advocatenkosten. Anglin nam Marc Randazza in de arm, een specialist op het gebied van de vrijheid van meningsuiting, die ook de verdediging heeft gevoerd voor Mike Cernovich, een andere voorman van extreem-rechts.

De regiezitting vond afgelopen december plaats [de rechtszaak zelf zal pas 22 januari 2019 van start gaan]. Dit was de eerste keer dat een beruchte internettrol voor de rechter kwam vanwege het instigeren van een intimidatiecampagne. Dat zal de rechter misschien dwingen om zich eens uit te spreken over de vraag of een trolaanval – Anglins aansporing om ‘ze te grazen te nemen’ – onder de vrijheid van meningsuiting valt. Het risico is natuurlijk dat als Anglin straks vrijuit gaat, sadistische trollen carte blanche krijgen om op internet helemaal los te gaan. Aan de andere kant zegt Randazza dat het een gevaarlijk precedent zou scheppen als Anglins getreiter aan banden wordt gelegd. Anglin ‘heeft het volste recht om mensen te vragen hun mening te delen, hoe verwerpelijk die meningen soms ook zijn’, hield hij me voor. ‘Dat is de rottige prijs die we voor onze vrijheid moeten betalen.’

Witte supremacisten, neonazi’s en alt-rightaanhangers bij een standbeeld van Thomas Jefferson na een mars door de universiteit in Charlottesville, 11 augustus 2017. – © Samuel Corum / Anadolu Agency / Getty Images
Witte supremacisten, neonazi’s en alt-rightaanhangers bij een standbeeld van Thomas Jefferson na een mars door de universiteit in Charlottesville, 11 augustus 2017. – © Samuel Corum / Anadolu Agency / Getty Images

In augustus kwamen kopstukken van de alt-right-beweging naar Charlottesville voor de grootste bijeenkomst van extreem-rechts in meer dan tien jaar. Richard Spencer, Mike Enoch, Matthew Heimbach, Eli Mosley en zelfs David Duke, het oude KKK-lid dat zich nu achter alt-right schaart om aansluiting te vinden bij racistische jongeren. Iedereen behalve Anglin. ‘We zijn boos’, had Anglin een paar dagen eerder geschreven. ‘We verlangen weer naar een tijdperk van geweld. We willen oorlog.’ Veel van zijn volgelingen trokken ook naar Charlottesville. Goed voorbereid op knokpartijen. Sommigen hadden zelfgemaakte, met doodskoppen gesierde schilden bij zich. Maar Anglin is nooit het type geweest om zich fysiek in de strijd te werpen.

Alles wees erop dat hij na de rechtbankzitting in Columbus in Amerika was gebleven en in de loop van de zomer nog dieper was ondergedoken. Het SPLC schakelde deurwaarders in om Anglin van de rechtszaak in kennis te stellen, maar ze konden hem nergens vinden, hoewel ze het op zeven verschillende adressen herhaaldelijk hebben geprobeerd. In één appartement in Columbus werd de deur geopend door Anglins jongere broer Mitch, maar ook die werkte niet mee. Dat ‘kon hij niet maken’ tegenover zijn broer, zei hij. Op een ander adres kreeg de deurwaarder de indruk dat Anglin wel binnen zat maar niet opendeed. Randazza moest lachen om die onvindbaarheid van zijn cliënt. (Al snel kreeg Anglin nog twee federale rechtszaken aan zijn broek: van Dean Obeidallah, moslim, komiek en radiopresentator, die hem van smaad beticht, en van inwoners van Charlottesville die de kopstukken van alt-right verantwoordelijk houden voor het geweld met dodelijke afloop tijdens de protesten in hun stad.) Toen Anglin tegen CNN zei dat hij naar Nigeria was verhuisd, maakten de Stormers zich vrolijk dat de zender die leugen uitzond. Een van hen probeerde mij wijs te maken dat Anglin in Tsjechië zat. Maar ik had een betrouwbare tip dat hij ergens in het Midwesten uithing.

De Stormers hadden een besloten chatserver bij de chat-app Discord waarop ik onder een schuilnaam kon inloggen. Dan zag ik ze over genocide kletsen in bewoordingen die weinig aan de verbeelding overlieten. ‘Het enige wat ik voor mijn dood nog wil, is zien hoe die [Joden] krijsend in een poel van ellende ten onder gaan op de grond van mijn vaderland’, schreef Auernheimer. ‘Ik hoef geen rijkdom. Ik hoef geen macht. Ik wil alleen dat hun dochters voor hun ogen worden doodgemarteld en ik wil ze lachend in hun gezicht spugen terwijl ze het uitschreeuwen van ellende.’

In juli plaatste Auernheimer een nieuwe huisregel op hun Discord-forum: ‘Praat niet met de politie. Als we erachter komen dat je om welke reden dan ook met de politie hebt gesproken, word je van het forum gegooid.’ Eindelijk leek justitie dan toch interesse te tonen in Anglins activiteiten. En van de weeromstuit leek hij nog gekker te worden. In een bij alt-right zeer populaire podcast begon hij tegen de verbijsterde presentatoren te orakelen over het ‘elektrisch universum’ en ‘de deconstructie van de werkelijkheid’, en hij verzekerde ze dat ‘zodra die Joden eindelijk zijn uitgeroeid, de strijd tegen de aliens zal beginnen’.

Op zijn site begon hij een meme te creëren rond ‘witte sharia’, vergezeld van pleidooien dat vrouwen door mannen mochten worden mishandeld en verkracht, beroofd moesten worden van hun stemrecht en als bezit van hun man moesten worden gezien. Vrouwen ‘zijn nog lager dan honden’, schreef hij. ‘Het zijn allemaal vuile, immorele, domme hoeren die geen enkel respect verdienen.’ Dat was verwarrend voor veel van zijn lezers en tegen het zere been van de paar vrouwen die de site bezochten. Ook begrepen veel Stormers niet waarom Anglin een concept uit de islam wilde propageren. Maar Anglin bleef er onvermoeibaar op hameren, en na tientallen berichten begon zijn meme toch navolging te krijgen. ‘Witte sharia’ was een van de slogans die radicaal-rechtse betogers in augustus in Charlottesville scandeerden. Het was wat James Alex Fields Jr. riep voordat hij met zijn auto op antiracistische demonstranten inreed en werd aangeklaagd voor de moord op Heather Heyer.

Victorie

Anglin kraaide victorie: de protestmars die hem in Whitefish voor ogen had gestaan, werd hier verwezenlijkt. Als iemand voor deze betoging had geijverd, was hij het wel. Zijn site was cruciaal geweest voor de organisatie. ‘Alt-right is opgestaan. Dit valt niet terug te draaien’, schreef hij. ‘Dit was onze Bierkellerputsch.’ En toen Trump de extreem-rechtse betogers weer weigerde te veroordelen, was hij helemaal in zijn nopjes. ‘Geen afstand nemen’, schreef hij. ‘Heel, heel goed. Bovenste beste kerel.’ De dag na de betoging schreef Anglin dat Heyer een ‘dikke slons’ was geweest en dat ‘de meeste mensen blij zijn dat ze dood is’. Dat bericht werd binnen een dag vaker op Facebook gedeeld dan enig ander bericht van The Daily Stormer tot dan toe. Op hun besloten chatserver opperde Auernheimer het idee om neonazi’s naar haar begrafenis te sturen.

Maar al pochten ze nog zo hard dat ze het Raam van Overton oprekten, Anglin had niet voorzien dat naarmate zijn uitingen bloeddorstiger werden, zijn invloed ook steeds meer zou worden beknot. The Daily Stormer verloor zijn domeinregistratie bij GoDaddy en kon al snel geen gebruik meer maken van de maildiensten van Zoho en SendGrid. Ook Cloudflare, dat bescherming bood tegen cyberaanvallen, stelde geen prijs meer op hun klandizie. De site ging op zwart, evenals andere sites van alt-right. Discord gooide de server dicht waarop ze hun plannen bekokstoofden en sloot ook diverse andere chatrooms van racistische groeperingen. Richard Spencer had al gewaarschuwd voor ‘Het Grote Afknijpen’, en dat was nu begonnen. Anglin en Auernheimer deden verwoede pogingen om The Daily Stormer weer online te zetten, maar kregen bij een handvol domeinregistratiebedrijven steeds nul op het rekest – zelfs bij het Russische Rozcom. Op het moment van schrijven hebben ze weer een versie in de lucht bij een provider in de Filipijnen, waar ze hun site nu omschrijven als ‘Amerika’s grootste pro-Duterte-nieuwssite’. Maar Anglin heeft veel lezers verloren. Het aantal bijdragen op de reactiepagina’s, de voornaamste aanjager van zijn gemeenschap, is gedecimeerd.

Zijn paniek was bijna voelbaar toen hij zijn extremistische imago dit najaar probeerde te temperen. ‘Ik ben niet echt een “Neo-Nazi White Supremacist”, ik weet niet eens wat dat precies betekent’, schreef hij half september. Hij beweerde dat zijn gewelddadige teksten nooit serieus bedoeld waren, dat hij alleen de spot wilde drijven met mensen die je meteen voor nazi uitmaken als je ‘opkomt voor de rechten van blanke mensen’ of ‘weigert te geloven in de achterlijke leugens over Hitler’ of in de ‘zogenaamde’ Holocaust. Hij legde uit wat volgens hem van meet af aan zijn ware insteek was geweest: ‘Ironisch nazisme vermomd als echt nazisme vermomd als ironisch nazisme.’ Vijf dagen later schreef hij dat ‘de wereld geregeerd wordt door reptielen uit een andere dimensie of een ander alienras van reptielen of insecten’. Moeilijk te bepalen wat nog ironie was en wat niet. Ik heb Anglin nog één keer gemaild met een verzoek om een interview. Geen antwoord. De volgende dag schreef hij een bericht waarin hij opriep tot de massa-executie van journalisten. ‘Ik wil journalistenhersenen van de muur zien druipen’, schreef hij.

In de maanden dat ik Anglin heb gevolgd, kwam hij soms over als een dolgedraaide methodacteur die zo diep in zijn rol is weggezonken dat hij zich er niet meer van kan losmaken. Ik moest denken aan een zinnetje van Kurt Vonnegut: ‘We zijn wat we pretenderen te zijn, dus we moeten oppassen met wat we pretenderen te zijn.’ Anglin had er, zoals zoveel jonge mannen die met hun gevoelens in de knoop zitten, voor gekozen om op internet iemand of iets te zijn wat groter was dan hijzelf – iets vervaarlijks, ter verhulling van zijn innerlijke breekbaarheid, die hij niet kon uitstaan. Nu was de werkelijkheid ingehaald door zijn fantasie en kon hij er niet meer aan ontkomen. Wie was hij nog, als hij niet de trollenkoning van de nazi’s was?

Auteur: Luke O’Brien
Vertaler: Frank Lekens

The Atlantic
VS | maandblad | oplage 430.000

Voorheen The Atlantic Monthly. Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.

Dit artikel van Luke O'Brien verscheen eerder in The Atlantic.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.