• Aeon
  • Cultuur
  • Digitale afleiding voorkomen is monnikenwerk

Digitale afleiding voorkomen is monnikenwerk

Aeon | Londen | Jamie Kreiner | 08 juni 2019

Om (digitale) afleiding te reduceren, komt het advies van middeleeuwse monniken goed van pas. Zij werden radeloos van hun neiging aan ‘eten of seks te denken’, en hadden kunnen voorspellen welke cognitieve crisis de smartphone zou veroorzaken.

Middeleeuwse monniken hadden grote moeite om zich te concentreren. Terwijl heel hun leven en werk daarom draaide. Hun technologie was natuurlijk heel anders dan de onze. Maar het gevecht tegen afleiding niet. Ze klaagden dat ze met informatie werden overvoerd, dat verveling op de loer lag en hun gedachten zo gemakkelijk afdwaalden als ze eindelijk aan het lezen waren. Ze werden radeloos van hun neiging om uit het raam te staren, voortdurend op de klok te kijken (of in hun geval: aan de zon af te lezen hoe laat het was) of aan eten of seks te denken terwijl ze eigenlijk met hun gedachten bij God moesten zijn. Ze waren zelfs bang voor afleiding in hun dromen.

Soms zeiden ze dat het demonen waren die hun gedachten lieten afdwalen. Soms schoven ze de schuld op de lage driften van het menselijk lichaam. Maar de kern van het probleem was de menselijke geest: die is nu eenmaal wispelturig van aard.

Illustraties komen uit het boek The Mystic Ark (Cambridge University Press 2014) van professor Conrad Rudolph © The Mystic Ark
Illustraties komen uit het boek The Mystic Ark (Cambridge University Press 2014) van professor Conrad Rudolph © The Mystic Ark

Dolen als een dronkenlap

Johannes Cassianus, wiens denken over denken het kloosterleven eeuwenlang heeft beïnvloed, kende dat probleem maar al te goed. Hij klaagde dat de geest ‘door willekeurige invallen wordt gedreven’ en ‘ronddoolt als een dronkenlap’. Dat gedachten tijdens het bidden en zingen soms afdwalen naar andere zaken. Dat je onder het lezen ineens zit te broeden op de toekomst of te treuren om het verleden. Dat je je soms niet eens volledig kunt concentreren op amusement – laat staan op moeilijke ideeën die serieuze concentratie vergen.

En dat was al zo rond het jaar 420 n.Chr. Als je Johannes Cassianus een smartphone had laten zien, zou hij voorspeld hebben welke cognitieve crisis wij ons daarmee op de hals halen.

Maar Cassianus had andere zaken aan zijn hoofd. Hij schreef in een tijd dat de eerste christelijke kloostergemeenschappen in Europa en rond de Middellandse Zee tot bloei begonnen te komen. Tot een eeuw daarvoor leefden gelovige asceten meestal in afzondering. Door de groeiende populariteit van deze samenwerkingsverbanden werd er ook steeds meer nagedacht over hoe je ze moest inrichten. In die vernieuwende sociale ruimtes meende men dat monniken het best functioneerden als ze duidelijke richtlijnen voor hun taken hadden.

Die taken waren vooral gericht op contact met God: lezen, bidden, zingen en werken om nader tot God te komen, tot heil van hun eigen ziel en de zielen van de mensen die in hun onderhoud voorzagen. De mediterende geest was voor deze monniken geen geest in ruste, maar een actieve geest. De daarvoor benodigde concentratie beschreven ze bij voorkeur met woorden die afstammen van het Latijnse tenere, ‘stevig vasthouden’. Het ideaal was een mens intentus, een geest die voortdurend ingespannen naar zijn doel streeft. Om dat te bereiken moest je de zwakheid van lichaam en geest erkennen en er hard aan werken om beide in het gareel te houden.

Concentratie voelt ineens niet langer als corvee, maar als een game

Geen seks en matig eten

Daarvoor werden zware middelen ingezet. Onthechting bijvoorbeeld. Nonnen en monniken moesten afstand doen van zaken die de meeste mensen niet willen missen: familiebanden, aardse bezittingen, maatschappelijke betrekkingen, het drama van alledag. Niet alleen om hun persoonlijk eigenbelang uit te drijven, maar ook opdat ze in hun op God gerichte leven niet meer door zulke beslommeringen werden afgeleid. De christelijke denkers zagen dat gedachten meestal afdwalen naar recente kwesties. Hoe minder banden je met de wereld onderhoudt, hoe minder je aan je hoofd hebt.

Zelfbeheersing had ook een fysieke component. In de middeleeuwen en de late oudheid hadden ze volop theorieën over de band tussen lichaam en geest. De meeste christenen beschouwden het lichaam als een dreinend schepsel dat met zijn onuitputtelijke verlangen naar voedsel, seks en gemak de geest afhield van wat waarlijk belangrijk was. Dat wil niet zeggen dat het lichaam volledig moest worden afgezworen, het moest alleen aan tucht worden onderworpen. Voor alle monniken en nonnen vanaf de vorming van de eerste kloosterordes in de vierde eeuw n.Chr. betekende dat: geen seks en matig eten. Veel kloosters voegden daar fysieke arbeid aan toe. Monniken merkten dat lichamelijke activiteit de concentratie bevordert, of het nu brood bakken, graan verbouwen of weven was.

Ze pasten ook trucs toe die op ons vreemd kunnen overkomen: het gebruik van mentale beelden. In hun opleiding leerden monniken dat je met karikaturale beelden je geheugen en je concentratie kunt verbeteren. Onze hersenen zijn dol op intense prikkels, zoals kleuren, bloed, seks, geweld, lawaai en woeste gebaren. Je moest proberen die voorkeuren van de menselijke geest in je voordeel aan te wenden. Schrijvers en kunstenaars konden daarbij helpen door de ideeën die zij wilden overbrengen in sensationele verhalen of groteske beelden te gieten. Maar een non die bepaalde lessen echt uit het hoofd wilde leren, zorgde ervoor dat ze de stof in haar gedachten zelf met een reeks bizarre beelden verbond. En die geheugensteuntjes konden niet maf genoeg zijn. Rare beelden diep je gemakkelijker uit je geheugen op en zijn boeiender om later weer een voor een door te nemen.

Stel bijvoorbeeld dat je de volgorde van de dierenriem uit je hoofd wilde leren. Thomas Bradwardine (een veertiende-eeuwse theoloog en raadsman van de Engelse koning Edward III) zegt dat je dan moet denken aan een glanzende witte ram met gouden hoorns die een felrode stier in de ballen trapt. Als die zwaar begint te bloeden, beeld je je in dat voor die stier een vrouw ligt te bevallen van een tweeling. Een bloederige bevalling die haar lichaam tot aan haar borst in tweeën splijt. Als de tweeling ter wereld komt, begint die met een gruwelijke rode krab te spelen. Die zet zijn scharen in hun lijf, zodat ze het op een krijsen zetten. Enzovoort.

Complexe lesstof

Een verfijndere methode om de concentratie te bevorderen bestond uit het in gedachten opzetten van complexe bouwwerken. Nonnen, monniken en priesters en de mensen die zij onderwezen, werden altijd aangespoord om de aangeboden lesstof te visualiseren. Een boom met ontelbare vertakkingen of engelenvleugels met eindeloos veel veren bijvoorbeeld. Of in het geval van Hugo van Sint-Victor, die in de twaalfde eeuw een levendige korte handleiding voor zijn methode schreef, een gelaagde ark in het hart van de kosmos. Dat was dan een raamwerk om complexe lesstof in onder te brengen.

De afzonderlijke onderdelen konden heel dicht bij de inhoud van een idee staan. Zo stelde Hugo van Sint-Victor zich in het midden van zijn ark een grote zuil voor, symbool voor de boom des levens in het paradijs, die de aarde op de ark zowel met de voorbije generaties als met het hemelgewelf verbond. Maar soms hadden de beelden ook alleen een ordenende functie: als een boom symbool stond voor een onderwerp dat bestond uit 64 verschillende ideeën, gegroepeerd in acht klassen, had hij acht takken met aan elke tak acht vruchten.

Het was niet de bedoeling dat je die beelden uittekende op perkament. Ze waren alleen bedoeld om de geest te scherpen, om de gedachten in een logische samenhang te ordenen op een wijze die voldeed aan de menselijke hang naar esthetisch bevredigende vormen. Ik geef college over middeleeuwse leermethoden aan eerstejaarsstudenten, en deze laatste techniek is bij hen verreweg favoriet. Zulke uitgebreide gedachtebouwsels helpen hen bij het ordenen – en meteen ook analyseren – van lesstof voor andere colleges. Het zet hun hersens aan het werk met een concrete en boeiende klus. Concentratie en kritisch nadenken voelen dan ineens niet langer als een vervelend corvee, maar meer als een game.

Maar pas op: concentratieproblemen zijn onuitroeibaar. Elke strategie om afleiding uit te bannen schept weer behoefte aan een nieuwe strategie om te voorkomen dat je van die eerste strategie wordt afgeleid. Een van de eenvoudigste voorschriften van Cassianus was om de vrije loop van je gedachten te beteugelen door in je hoofd steeds één enkele psalm te herhalen. Hij wist al wat de monniken zouden tegenwerpen: ‘Hoe kunnen we onze aandacht steeds bij díe tekst houden?’ Afleiding is een oud probleem, evenals het waanbeeld dat we er ooit volledig van verlost zullen zijn. 1600 jaar geleden hadden de mensen al net zoveel spannende dingen om zich door te laten afleiden als nu. Te veel om aan te denken.

Auteur: Jamie Kreiner

Aeon
Verenigd Koninkrijk | aeon.co  

Deze site, met als motto ‘lees dieper’, werd opgericht in september 2012 en publiceert dagelijks een essay, waarbij de relativering van het snelle dagelijks leven vooropstaat.

Dit artikel van Jamie Kreiner verscheen eerder in Aeon.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.