• Aeon
  • Cultuur
  • Een bruiloft zonder bruidegom

Een bruiloft zonder bruidegom

Aeon | Londen | Polina Aronson | 02 november 2017

‘Sologamie’ is de nieuwste trend op het gebied van relaties. Er is een hele solohuwelijksindustrie in opkomst, die ons het geluk belooft door het vieren van de band met de enige persoon ter wereld die echt de investering van een relatie waard is: ons eigen kostbare zelf.

Afgelopen zomer ben ik voor de tweede keer getrouwd. Was mijn eerste bruiloft elf jaar geleden een formele aangelegenheid 
in een gemeentehuis, deze was geheel informeel. De ceremonie speelde zich af op het karaokepodium in het Berlijnse Mauerpark, het bouwvallige amfitheater midden in het vroegere niemandsland tussen Oost- en West-Berlijn. Er waren zo’n vijfhonderd gasten, van wie ik de meesten nooit had ontmoet en nooit meer zou zien. Ik droeg een zwarte jurk en hield mijn zonnebril op. Er waren green bruidsmeisjes, geen ambtenaar van de burgerlijke stand, laat staan een priester 
of rabbi, en aan het eind werd er geen akte getekend. Sterker nog, er was geen bruidegom: ik trouwde namelijk met mezelf – terwijl mijn man en twee kinderen op de eerste rij toekeken.

Ik bekrachtigde de plechtigheid met karaoke, een muzikaal optreden bij wijze van trouwbelofte voor het oog van de verzamelde getuigen (die daar geen idee van hadden). Met deze 
ongebruikelijke ceremonie, die alles 
bij elkaar vierenhalve minuut duurde, zette ik de kroon op een tienweekse onlinecursus ‘met jezelf trouwen’ 
die ik in het voorjaar had gevolgd. Waarom? Voor driekwart omwille van de ‘sociologische verbeeldingskracht’, zoals C. Wright Mills het in 1959 noemde – het vermogen om de band 
te zien tussen onze alledaagse ervaringen en de bredere samenleving – en voor één kwart vanuit een grenzeloze nieuwsgierigheid naar het ingewikkelde mechanisme dat de moderne liefde is.

Soul gazing

‘Sologamie’ is de nieuwste trend op 
het gebied van relaties, niet alleen in Europa en de Verenigde Staten, maar ook in Japan. Er is een hele solohuwelijksindustrie in opkomst, die ons het geluk belooft door het vieren van de band met de enige persoon ter wereld die echt de investering van een relatie waard is: ons eigen kostbare zelf. 
Coaches over de hele wereld bieden cursussen ‘met jezelf trouwen’ aan, inclusief begeleiding bij de voorbereidende stappen (zoals liefdesgedichten schrijven en trouwbeloften opstellen) en bij het scenario voor de ceremonie zelf.

Een huwelijk met jezelf heeft geen juridische status (je kunt het niet op het gemeentehuis doen, althans: nóg niet), maar het staat open voor iedereen, ongeacht leeftijd of geslacht. Ik was – en ben – niet ongetrouwd, 
maar dat wil niet zeggen dat ik geen huwelijk met mezelf kon aangaan; mijn coach meldde opgewekt dat het iedereen, van welke achtergrond ook, vrijstond om te leren hoe je jezelf kunt ‘liefhebben en koesteren’.

In de kern is een solohuwelijk een klassiek overgangsritueel dat uit drie fases bestaat: afscheiding, liminaliteit en reïntegratie. De eerste fase – symbolisch sterven – dient om alle banden 
te verbreken die geen nut meer voor je hebben. In de tweede fase gaat het om het ‘ontdekken’ van je nieuwe liefde voor jezelf, via technieken als aan jezelf gerichte liefdesbrieven en gedichten. En dan is er de derde fase, met alles erop en eraan: de trouwceremonie, bedoeld als bezegeling van de band tussen Jij en Jij, middels de door jezelf uitgekozen trouwbelofte.

Naarmate ik deze fases doorliep, leerde ik minder van mijn koele, feitelijke observatie als medecursist – dat wil zeggen: het eindeloos browsen langs blogs en besloten Facebookgroepen – dan van mijn eigen gevoelens als ik de oefeningen in sololiefde deed die me uit Californië geregeld per e-mail 
werden toegestuurd. Het werd serieus in week twee, toen ik mezelf opsloot voor de badkamerspiegel, voor een ritueel dat soul gazing [zielstaren] werd genoemd. Volgens de instructies gaat dat zo:

‘Kijk jezelf in de ogen alsof je in de ogen kijkt van iemand op wie je stapelverliefd bent. Zie de diepte, het mysterie, de schoonheid, de tedere kwetsbaarheid. Vraag aan die ogen in de spiegel: Wie ben ik? Wat vind ik lief aan mezelf? Wat zijn mijn dromen en angsten? Waar verlang ik naar? Wat zou ik nu heel graag willen horen?’

Ik keek mezelf aan en moest erg mijn best doen om me op mijn gezicht te concentreren en niet op de gevaarlijk overhellende toren rollen toiletpapier en de stapel vuile kinderkleren achter mijn rug. Al snel werd ik overvallen door een aanval van duizeligheid en zelfs een soort paniek, zoals ik die soms ook krijg aan boord van een vliegtuig of in een lift. Ik wil hier niet in mijn eentje zijn – ik wil eruit, vlug! Nee, ik had helemaal geen zin om nog een seconde langer in mijn eigen ogen te kijken; ik wilde alleen maar mijn gezicht tegen iemands borst drukken – tegen die van mijn man, mijn moeder, mijn vriendin Eli – en hun armen om mijn rug voelen in een stevige omhelzing.

De bruid: Polina Aronson. – © Anna Eckold
De bruid: Polina Aronson. – © Anna Eckold

Iets dergelijks ervoer ik een paar dagen later weer, toen ik begon met ‘afrekenen met banden die geen nut meer hebben’ – een taak voor week drie. Daarvoor had ik de hulp ingeroepen van een vriendin, performancekunstenares Anna Semenova-Ganz. Zij heeft een ceremonie bedacht die ze ‘relatiearchivering’ noemt. Eerst zochten we een paar uur lang mijn hele huis af naar elk stukje papier, elke cd en elke persoonlijk voorwerp dat me herinnerde aan wat voor romantische gebeurtenis ook. Alle sporen van mijn relaties, zowel gelukkige als ongelukkige, dienden met evenveel emotionele onverschilligheid behandeld te 
worden. Toen al deze voorwerpen in een grote hoop op mijn tafel lagen, verzegelde Anna ze een voor een in 
een plastic zakje, gaf ze een nummer en noteerde ze op een lijst: ‘Zilveren oorknopjes, ingelegd met koraal, gedragen op eerste afspraakje met X’, ‘Trouwkaart van tante Lena’, ‘Briefje dat R. neerlegde aan het eind van de huwelijksreis’.

In haar witte jas en witte handschoenen zag Anna eruit als een lijkschouwer die de resten van mijn liefdesleven stond te ontleden. Onder haar handen werden al deze aandenkens levenloze dingen waar ik inderdaad niets meer aan had. De ceremonie was bedoeld 
om mij te ‘zuiveren’ zodat de ‘liefde voor mezelf’ gemakkelijk kon binnenstromen – maar ik ging me er juist heel treurig en alleen door voelen. Terwijl ik naar de stapel verzegelde plastic zakjes keek, voelde ik me niet ‘vrij’ om van mezelf te houden; ik voelde me juist beroofd van mijn diepste wezen, namelijk van de sporen van liefde die anderen op mijn ziel en lichaam hadden achtergelaten.

Liefde is een soort relatiesmaakmaker geworden, het glutaminezuur waardoor we inslikken wat we anders niet zouden inslikken – of waar we eerst 
op zouden moeten kauwen

Het ontbrak mij duidelijk aan echte, onafhankelijke liefde voor mezelf. Nog steeds kon ik me niet werkelijk mens, laat staan geliefd voelen zonder andere mensen. Nog steeds zou ik bij een etentje bij kaarslicht het liefst een ander tegenover me hebben zitten (week 8). Nog steeds vond ik het schrijven van een liefdesbrief aan mezelf (week 7) net zoiets als Beethoven die ‘Für Ludwig’ componeert in plaats van ‘Für Elise’. Hoe kan een solohuwelijk je gelukkiger maken, als het mij zo’n eenzaam gevoel geeft? vroeg ik me af. Maar geleidelijk aan kwam er een antwoord bij me op: een solohuwelijk, dat natuurlijk wordt vastgelegd met behulp van een selfiestick, is een verschijningsvorm van hoge verwachtingen die we tegenwoordig hebben van de romantische liefde.

Het lijkt misschien tegenstrijdig met het heteroseksuele, pro-natalistische ideaal van trouwen in het wit, maar trouwen met jezelf is een logisch – zij het ietwat eigenaardig – uitvloeisel van de romantische cultuur in de laat-moderne tijd. Zonder de sociale structuren die vroeger het leven vorm 
en richting gaven, leven stedelijke 
westerlingen nu in groepen waarin de romantische liefde andere betekenisvolle relaties en ervaringen – uitgebreide familiebanden, levenslange vriendschappen, collegiale netwerken, burencontacten en religieuze verbanden – voor een groot deel heeft vervangen. Liefde wordt steeds meer voorgesteld als de drijvende kracht achter menselijke interactie.

Van stewardessen, kelners en verpleegkundigen in ziekenhuizen wordt in toenemende mate verwacht dat zij hun klanten met niets minder dan liefde behandelen. Bedrijven die basale arbeidsvoorwaarden bieden, verklaren vervolgens dat ze ‘van hun medewerkers houden’. Ook speciaalbieren, handgemaakte sieraden, tie-dye T-shirts en biologische jam kunnen niet zonder dat magische ingrediënt; op een veel te duur alcoholisch drankje dat ik afgelopen maand in een Berlijns hipstercafé bestelde, stonden deze ingrediënten vermeld: ‘Riesling, water, liefde, meer niet’. 
Liefde is een soort relatiesmaakmaker geworden, het glutaminezuur waardoor we inslikken wat we anders niet zouden inslikken – of waar we eerst 
op zouden moeten kauwen.

© Anna Eckold
© Anna Eckold

Tegelijkertijd zijn er nooit eerder in de geschiedenis in verhouding zo veel eenpersoonshuishoudens geweest als nu in grote westerse steden. Toch heeft die culturele verschuiving naar het singleschap niet zozeer te maken met eenzaamheid als wel met de opkomst van communicatietechnologieën, persoonlijke groei en hedonisme. Bovendien staat single zijn niet meer gelijk aan het ontbreken van romantische liefde; sterker nog, die liefde kun je 
nu jezelf geven.

Trouwen met jezelf is een van de sprekendste voorbeelden van de manier waarop ‘liefde’ nu wordt gebruikt om een relatie die niet werkelijk romantisch is – zoals de relatie met jezelf – 
in een nieuw jasje te steken en op te frissen. De meeste handelingen, 
oefeningen en meditaties uit mijn tienweekse cursus waren in feite overgenomen van gevestigde en beproefde filosofische, religieuze en spirituele tradities. Maar deze ceremonies zijn niet bedoeld om je in jezelf te aarden en daardoor als een beter mens en betere burger een bijdrage te kunnen leveren aan de wereld buiten jezelf, ze zijn puur innerlijk gericht. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ze totaal narcistisch zijn.

Momento mori

Zo was week drie van mijn cursus gewijd aan stoïcijnse meditaties over sterfelijkheid, waarin je je moest voorstellen hoe het zou zijn als je wist dat 
je nog maar één week te leven had. Proberen bewust stil te staan bij je eigen zekere dood is ongetwijfeld een nobel en oeroud streven. Maar terwijl Marcus Aurelius zijn memento mori overpeinsde om een betere dienaar van zijn samenleving te worden, gebruiken deelnemers aan de cursus solotrouwen dit mantra om te ontdekken ‘wie we werkelijk zijn’ en zich te concentreren op hun eigen ‘diepste verlangens’. Zo werden in de cursus ook boeddhistische meditaties, therapeutische schrijfoefeningen en dramaelementen gebruikt als uitingen van zelfliefde, in plaats van als reflectie of analyse. Bij de zoektocht naar onvoorwaardelijke liefde voor jezelf verandert een vraag als ‘Ben ik een goed mens?’ in een bevestiging: ‘Ik ben een goed mens, hoe dan ook.’ Zo verwordt het krachtigste instrument van zelfonderzoek, de innerlijke dialoog, tot een eindeloos mantra van zelfliefde.

Het solohuwelijk leidt er ook toe dat 
de vrouwen – het zijn inderdaad altijd vrouwen – die hiermee bezig zijn, een gewoon huis-tuin-en-keukenconsumentisme verheffen tot een vorm van hofmakerij. Zo stilt het de behoefte 
van de vervreemde moderne mens aan rituelen, aan het deel uitmaken van iets wat groter is dan jezelf. De blogs en Facebookpagina’s van de kersverse of aspirant-sologetrouwden wekken de indruk dat bij de relatie met jezelf al die vertrouwde elementen komen kijken: etentjes bij kaarslicht, strandwandelingen, kanten ondergoed, sieraden en weekendjes in een spa. Het consumeren van liefdesattributen wordt de liefde zelf: een reisje naar Ibiza wordt een ‘voorhuwelijksreis’, een verblijf 
op Bali een ‘periode om de emotionele pijn te helen’ en een spontaan dagje winkelen een ‘heilig geschenk aan Jezelf’. Dit lijkt sterk op intense zelfverwennerij die zich voordoet als intense zelfliefde.

Gereinigde relikwieën van vorige relaties. – © Anna Eckold
Gereinigde relikwieën van vorige relaties. – © Anna Eckold

In Japan, dat bekendstaat om zijn romantische eigenaardigheden, krijgt het solohuwelijk een wel heel uitgesproken vorm, waarbij de verplichte overdaad van de westerse witte bruiloft wordt nagespeeld. Daar heeft het solohuwelijk niets te maken met je spirituele ontwikkeling en is het juist alleen maar een uiterlijke kwestie: vrouwen geven solobruiloftsfeestjes om een witte bruidsjurk aan te kunnen trekken en zich te laten fotograferen naast zo’n hoge bruidstaart. In zekere zin zijn deze openlijke gekostumeerde feestjes misschien wel een eerlijkere manier om ‘jezelf te trakteren’ dan een ceremonie die de pretentie heeft om Jou te verenigen met je Hogere Jou.

Maar misschien ben ik niet eerlijk. 
Per slot van rekening is het gewoon zo dat de samenleving nog steeds star en gesloten is als het gaat om de vraag wie er aanspraak mag maken op dingen die bij een relatie horen. Als een alleenstaande vrouw pas in haar eentje naar een restaurant durft wanneer ze dat een ‘date met zichzelf’ kan noemen, moeten we misschien eens goed nadenken over onze eigen opvattingen over wie wat zou mogen doen. Als het nabootsen van romantiek de enige manier is om dingen te krijgen of te doen die voor iedereen beschikbaar zouden moeten zijn, dan is trouwen met jezelf misschien een slimme en zelfs revolutionaire manier om de maatschappelijke orde te verstoren.

Van een conservatief (of zelfs reactionair) instrument tot sociale regulering verandert het huwelijk in een instrument voor de emancipatie van die groepen die niet in het geijkte voortplantingsideaal passen. Heteroseksuele paren uit de middenklasse hebben het huwelijk steeds meer de rug toegekeerd en gekozen voor alternatieve soorten van langetermijnrelaties, zoals geregistreerd partnerschap. Maar voor degenen die minder bevoorrecht zijn – immigranten, raciale en etnische minderheden, mensen die in armoede leven en, vooral, stellen van dezelfde sekse – blijft het huwelijk een betrouwbare vorm van maatschappelijke mobiliteit.

Op een aantal terreinen, van belastingen tot kinderopvang, krijgen getrouwde stellen nog steeds vaak een voorkeursbehandelingen en het huwelijk is nog steeds de handigste manier om niet alleen als mens maar ook als burger erkend te worden. In die zin klopt deze bewering: wat de gelijkschakeling van het huwelijk heeft betekend voor de homogemeenschap – erkenning en een juridische status – zou trouwen met jezelf kunnen betekenen voor een groep die vaak gediscrimineerd wordt en als bedreiging gezien: alleenstaande vrouwen.

‘Het solohuwelijk is gewoon een extreme manier om te zeggen dat we niets 
missen in ons leven’

Het is misschien niet verrassend dat 
de solohuwelijksindustrie zich vrijwel uitsluitend richt op alleenstaande vrouwen van middelbare leeftijd. Door hun keuze om single te zijn een ‘huwelijk’ te noemen kunnen zij zich losmaken van het stereotype van de oude vrijster. Via het schrijven van liefdesbrieven en huwelijksbeloften aan zichzelf proberen de aanstaande bruiden – vrij letterlijk – hun levensverhaal te herschrijven; ze veranderen het verhaal over de oude maagd die alleen sterft om vervolgens opgegeten te worden door dieren – herdershonden in Het dagboek van Bridget Jones, of mieren 
in Six Feet Under – in het verhaal van de vrouw die zelf haar leven in de hand heeft, die kan genieten van het alleen zijn zonder last te hebben van eenzaamheid. Dit is precies het gevoel dat de Britse comédienne Ariane Sherine uitdrukte in het artikel dat ze vorig jaar voor The Spectator schreef: ‘Als we de prins op het witte paard niet kunnen vinden, regelen we iets anders; het solohuwelijk is gewoon een extreme manier om te zeggen dat we niets 
missen in ons leven.’

Maar eerlijk gezegd ben ik niet overtuigd. De consumentistische clichés, de fases van zelfhofmakerij, het uitspreken van de huwelijksbelofte, het komt allemaal toch voort uit de collectieve normen en ideeën over hoe het 
in een ‘goede’ relatie hoort te gaan. De solobruiloft mag dan het individu in het zonnetje zetten, maar baseert zich nog steeds op het traditionele overgangsritueel en gebruikt dat voor het bewerkstelligen van ‘zelfgroei’. Nu de betekenis van ‘liefde’ steeds minder eenduidig wordt, lijken we des te sterker vast te houden aan de uiterlijke aspecten van de romantische liefde. Zo is het solohuwelijk geen uitdaging van de conventies over wat een begeerlijke levensstijl is, maar juist de bevestiging daarvan.

Het solohuwelijk is niet alleen traditioneel doordat het zich bedient van de traditionele huwelijksterminologie. Wat het tot zo’n typerend voorbeeld van de moderne romantiek maakt, is de voorwaarde dat ware liefde alleen verdiend kan worden via een eindeloze cultivering van de eigen soevereiniteit. ‘Jij bent genoeg!’ is een formule uit het boek The Six Pillars of Self Esteem (1994), maar die zien we nu ook terug in de mantra’s van meditatieoefeningen, op koelkastmagneten en op T-shirts.

Westerlingen groeien op met deze boodschap, in diverse uitingsvormen. Terwijl hij oppervlakkig bezien niets anders betekent dan ‘Wees lief voor jezelf’, heeft deze slogan ook een sterke normatieve onderstroom: jij móét genoeg zijn, zo helemaal in je eentje, anders ben je zielig en onvolwassen.

© Anna Eckold
© Anna Eckold

Het heersende idee in de westerse romantische cultuur is dat er pas van 
je gehouden kan worden als je niet langer de liefde van andere mensen nodig hebt. We worden geacht onszelf alles te geven wat we nodig hebben, ook genegenheid, en daarvoor niet van anderen afhankelijk te zijn. Dit principe gaat veel verder dan de esoterische wereld van de sologamie. Datingsite Match.com zegt tegen bezoekers:

‘Altijd naar liefde verlangen is een cyclus die zo snel mogelijk doorbroken moet worden. Als je je eigen positieve kanten gaat zien en leert voor jezelf te leven, zal die liefdescyclus uiteindelijk stoppen. Dan ga je beseffen dat je geen liefde van anderen nodig hebt om gelukkig te zijn met je leven. Uiteindelijk zou je wel eens verrast kunnen worden: als je jezelf echte liefde geeft, doen anderen dat misschien ook.’

Onder al deze aansporingen om je ware zelf te vinden en lief te hebben schuilt een emotionele meritocratie. Het verhaal van de verplichte zelfontdekking bepaalt wie liefde verdient en wie niet; het levert met name vrouwen een relatie met een ander op en beveelt hun tegelijkertijd om hun autonomie te bewaken. Zo wordt het solohuwelijk een manier om alles te krijgen, om 
de liefde te krijgen die je verdient – 
op de manier waarop je die verdient.

Een met zichzelf getrouwde vrouw schreef op haar Facebookpagina: ‘Ik moest quality time met mezelf doorbrengen. Ik moest met mezelf uit. Mezelf het hof maken. Intiem zijn met mezelf. Ik yogade. Ik huilde. Ik moest ook een paar harde en kwetsbare gesprekken met mezelf voeren. Terwijl ik mezelf er ook aan herinnerde hoe mooi en geweldig ik ben.’

Zuurtsofmaskermantra

Psychologen, bloggers en anderen die over relaties schrijven, blijven eeuwig het ‘zuurstofmaskermantra’ herhalen, en hameren zo het idee erin dat je eerst voor jezelf moet zorgen, voordat je dat voor anderen kunt doen. Recent neuropsychologisch onderzoek heeft echter een sterk en overtuigend argument opgeleverd tegen deze cynische toepassing van een noodmaatregel op het dagelijks leven. In Social: Why Our Brains Are Wired to Connect (2013) betoogt neurolinguïst Matthew Lieberman dat onze behoefte aan andere mensen nog fundamenteler, basaler is dan onze behoefte aan voedsel en onderdak. Daarom gebruikt ons brein de tijd 
die het overheeft om kennis op te 
doen over de sociale wereld, over 
andere mensen en onze relaties met hen, en niet om lofzangen op onszelf 
te componeren.

Deze sociale aanleg, zo concludeert Lieberman, zorgt ervoor dat we onze zelfzuchtige impulsen vaak beheersen ten bate van het grotere geheel. Van zelfhulpboeken moeten we misschien naar bubbelbaden en schoenwinkels, maar wat we werkelijk nodig hebben om ons geliefd – en gezond – te voelen, zijn andere mensen, dat wil zeggen: die andere mensen die ons niet alleen zoenen en knuffelen, maar ook op ons mopperen en onze ‘zelfontwikkeling’ belemmeren met hun oordelen. 
In zekere zin zijn de conclusies van Lieberman een echo van de stelling 
van Hannah Arendt dat we een publiek nodig hebben om verantwoordelijk en moreel gezond te blijven.

Deze erkenning van mijn behoefte aan de Ander – en anderen – vormde de basis van mijn eigen solohuwelijksceremonie op het de Berlijnse karaokepodium afgelopen zomer. Met een microfoon in mijn hand stond ik op, onderdrukte mijn zenuwen en zong ‘Worrisome Heart’ van Melody Gardot.

I need a hand with my worrisome heart,
I need a hand with my troubling ways,
I would be lucky to find me a man
Who could love me the way that I am,
With all my troubling ways.

De meeste getuigen waren toevallige toeschouwers die waren gekomen 
voor de zondagse vlooienmarkt, op zoek naar koopjes, straatmuziek en onverwachte optredens. Dat ik voor hun ogen op het podium ging staan en mijn gelofte zong over ‘een man nodig hebben’ was mijn eigen afhankelijkheidsverklaring: de afhankelijkheid van het feit dat ik onderdeel ben van de samenleving, de afhankelijkheid van iets groters dan alleen mijzelf.

Als Gardot het heeft over ‘een man’ nodig hebben, bedoelt ze waarschijnlijk ‘een heteroseksuele kerel’. Maar op dit moment, terwijl ik naar al die mensen keek (die zo aardig waren me niet van het podium te fluiten) bedoelde ik met ‘man’ een ‘mens’ – een andere persoon, de vergeten Ander naast me, een vriend en minnaar. Als we onszelf willen bevrijden van de hoge verwachtingen die een op jezelf gerichte emotionele meritocratie met zich meebrengt, moeten we eerlijker zijn over onze behoefte aan verbondenheid. De herontdekking en heruitvinding van verbondenheid zou moeten gelden voor alle soorten relaties, seksueel of niet, romantisch of niet, intiem, hartstochtelijk of professioneel. In welke context ook, verbonden zijn betekent empathie tonen, bereid zijn pijn te voelen en erkennen dat we anderen nodig hebben om volledig mens te zijn.

Auteur: Polina Aronson
Vertaler: Nicole Hoekmeijer

Openingsbeeld: © Anna Eckold

Aeon
Verenigd Koninkrijk | aeon.co/magazine

Deze site, met als motto ‘lees dieper’, werd opgericht in september 2012 en publiceert dagelijks een essay, waarbij de relativering van het snelle dagelijks leven vooropstaat.

Dit artikel van Polina Aronson verscheen eerder in Aeon.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.