• Ethiopia Insight
  • Afrika
  • Nobelprijswinnaar voor de Vrede voert meedogenloze oorlog in Tigray, Ethiopië

Nobelprijswinnaar voor de Vrede voert meedogenloze oorlog in Tigray, Ethiopië

© Byron Smith / Getty
Ethiopia Insight | Addis Ababa | Gebrekirstos Gebremeskel | 06 januari 2021

Tigray, de noordelijkste regio van Ethiopië, is op alle manieren van de rest van de wereld afgesloten. De tactiek die Ethiopië en Eritrea gebruiken – om het gebied te verarmen en verzwakken – heeft haar wortels in een ver verleden, zegt Gebrekirstos Gebremeskel. Hij waarschuwt voor ‘genocidale onderstromen’.

Over de auteur

Gebrekirstos Gebremeskel komt uit de regio Tigray en heeft [half december 2020] al wekenlang niets vernomen van zijn familie.

Gebremeskel: ‘Tijdens de beruchte, door de regering veroorzaakte hongersnood in Ethiopië van 1984-1985 vluchtte ik als kind met een deel van mijn familie. Na een zware tocht van een maand bereikten we Soedan. Ongeveer een jaar later keerden we terug naar Ethiopië en nog weer later had ik de mogelijkheid naar school te gaan. Dat bracht me op een buitengewoon pad, dat me uiteindelijk helemaal naar Amsterdam leidde, waar ik nu promotieonderzoek doe.

‘Drie decennia later zitten de Tigrinya midden in wat lijkt op een herhaling van 1984-1985, zo niet erger. Opnieuw worden ze gebombardeerd, afgeslacht en uitgehongerd, en vluchten ze naar Soedan. In de uitgeputte kinderen op de schouders van hun ouders, en in de geschokte ouders zelf, zie ik mezelf en mijn moeder.

‘Ondanks de genocidale motieven en doelstellingen behandelen de media de gebeurtenissen als een normaal conflict tussen een regering en enkele “rebellen”, waarbij ze meegaan in het verhaal van de regering, die een totale communicatieblack-out heeft opgelegd, zodat de Tigrinya onmogelijk hun stem kunnen laten horen. Omdat niemand de oorlog met de nodige ernst behandelt, heb ik deze taak zelf op me genomen.’

Op 3 november 2020 maakte de Ethiopische premier Abiy Ahmed, die in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede ontving, op Facebook bekend dat zijn regering een militaire interventie was begonnen in Tigray, een van de regionale staten van Ethiopië. Inmiddels [eind december 2020] wordt Tigray al twee maanden lang op meerdere fronten aangevallen door troepen uit de naburige Ethiopische regiostaat Amhara, en door het Ethiopische en Eritrese leger. 

Abiy beweerde dat de oorzaak van de oorlog de aanval van Tigray op militaire bases in de regio was. Maar uit zijn recente ‘overwinningstoespraak’ voor het voormalige parlement bleek dat gedetailleerde voorbereidingen voor een oorlog al ruim twee jaar geleden waren begonnen.

In antwoord op zijn eigen vraag – ‘Sommige mensen vragen: waarom zijn de [militaire] maatregelen niet eerder genomen, waarom zo laat?’ – zei hij: ‘Iemand die de capaciteit van de vijand en van deze regionale krachtenbundeling doorziet, stelt die vraag niet.’ Met andere woorden: de overheid was niet eerder in staat om te handelen.

Fikre Tolossa, een vertrouweling van de premier, bevestigt in een bericht van 7 november dat Abiy al lang van plan was Tigray aan te vallen. Fikre vertelt dat hij Abiy een jaar geleden ontmoette en hem vroeg waarom hij geen maatregelen nam tegen het TPLF, de regerende partij van Tigray, die weigerde op te gaan in de partij van Abiy. Abiys reactie was dat Ethiopië op dat moment niet over dezelfde militaire capaciteit beschikte. Aan het parlement onthulde Abiy dat het federale leger onlangs heimelijk werd versterkt, onder andere met drones, op zo’n wijze dat het buiten het zicht van de leiders van Tigray bleef.

Sinds het begin van de oorlog gaan de steden van Tigray gebukt onder zware bombardementen en beschietingen. De regio wordt op verschillende fronten tegelijk aangevallen door de Ethiopische Nationale Defensiemacht, het Eritrese leger, de Amhara-veiligheidstroepen en milities en speciale troepen uit Afar en andere regio’s. Er worden massaal levens verwoest en eigendommen vernietigd. Eritrese en Amhara-militairen maken zich schuldig aan wijdverbreide plunderingen, waaronder, volgens verschillende rapporten, die van gewaardeerde culturele en religieuze artefacten

Vlak voor de oorlog werden de internet-, telefoon- en elektriciteitsleidingen naar Tigray door de overheid afgesloten. Alle wegen, en ook het luchtruim, zijn geblokkeerd. De banken zijn gesloten. Tigrinya die buiten Tigray werken, worden ontslagen.

Tigrinya in een VN-vluchtelingenkamp in Zuid-Soedan. – © Byron Smith / Getty

Tigrinya mogen zelf ook niet vliegen. Dat geldt zelfs voor mensen die voor internationale organisaties werken. Tigrese vredeshandhavers in Somalië en Zuid-Soedan werden hierdoor geraakt, en ook Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur-generaal van de WHO, lag onder vuur.

Journalisten mogen geen verslag uitbrengen vanuit Tigray. Er is enkel toestemming voor hulporganisaties om steun te bieden in gebieden die onder controle van de overheid vallen. Vóór de aanvallen waren ongeveer een miljoen Tigrinya afhankelijk van hulp. Uit rapporten blijkt dat sinds de oorlog nog eens een miljoen mensen ontheemd zijn geraakt. 

Meer dan vijftigduizend Tigrinya zijn naar Soedan gevlucht, nadat de Amhara-facties westelijk Tigray hadden bezet. Als de vluchtelingen niet zouden worden tegengehouden door binnenvallende troepen, zouden dat er veel meer zijn. Ooggetuigen en de regering van Tigray hebben melding gemaakt van moordpartijen en uitzettingen van Tigrinya, waarschijnlijk op veel grotere schaal dan de bekende slachtpartijen die plaatsvonden in Mai Kadra.

Het westen van Tigray is bezet door Amhara-leiders. Enorme reclameborden in de steden maken dit duidelijk. Hetzelfde gebeurt in het zuiden van Tigray. Het Eritrese leger heeft tot diep in Tigray de Eritrese vlag gehesen. In een verklaring van 4 december noemde de regering van Tigray de oorlog een poging om het Tigrinya-volk uit te roeien. En voor wie de Ethiopische geschiedenis kent, is dat niet verrassend.

Concurrerende nationale identiteiten 

Tigray is de oorsprong van bijna alles wat Ethiopië heeft verworven: al drieduizend jaar een ononderbroken staat, de Aksumitische en pre-Aksumitische beschavingen, het Ethiopische (Ge’ez-)schrift, het toegangspunt voor zowel het christendom als de islam, de religieuze muziek van St.-Yared uit de zesde eeuw, het land van de eerste hidjra [de eerste volgelingen van de profeet Mohammed vluchtten in 613 of 615 naar het koninkrijk Aksum], de vele archeologische vindplaatsen en kloosters, de uitgebreide Ge’ez-literatuur en de Slag bij Adwa, om maar een paar voorbeelden te noemen. Maar juist deze geschiedenis vormt een bron van chronische politieke problemen, zowel in Ethiopië als in Eritrea. 

Voorafgaand aan het kolonialisme was Tigray een as van politiek en macht in Ethiopië en Eritrea, waarvan de hoofdstad Mekelle het belangrijkste politieke centrum vormde. In die tijd stonden de landen samen bekend als Abessinië. Zoals historicus Richard Reid zegt: ‘Tigray/Abessinië (…) is het schimmige imperium waarvan de aanwezigheid constant is, zij het meer in het hoofd van de mensen dan in werkelijkheid.’

Eind negentiende eeuw werd dit politieke centrum door de koloniale machthebber Italië en een Ethiopische interne machtsstrijd in tweeën gesplitst: het huidige Ethiopische Tigray enerzijds en het Tigrinya-sprekende deel van Eritrea anderzijds. 

Koning Menelik II van Shewa [de regio van hoofdstad Addis Abeba, ten zuiden van Tigray] moedigde de Italianen, die voet aan de grond wilden, aan om Tigray te verdelen en ontzegde het gebied de toegang tot wapens. Tigray werd, net als nu, aangevallen door het aan Italië gelieerde Eritrea en Meneliks Amhara-strijders [de bevolkingsgroep waartoe de koning behoorde] in Ethiopië. Zo ontstonden er twee machtscentra: Asmara in Italiaans-Eritrea, en het Addis Abeba van koning Menelik II van Shewa. 

Asmara wilde een nieuwe nationale identiteit creëren die volledig gescheiden was van Tigray/Aksum. Addis Abeba wilde zich de Tigrinya/Aksum-geschiedenis toe-eigenen en het Tigrinya-volk assimileren of elimineren. Het had een Centraal-Ethiopië voor ogen met de Amhara als legitieme heersers, waar alle andere volken onder zouden moeten vallen. 

Om hun doel na te streven en te voorkomen dat Tigray in opstand zou komen, gebruikten zowel het Italiaanse Eritrea als het nieuwe Amhara-Ethiopië tactieken om de regio te verzwakken en te verarmen. De Tigrese elite werd geëlimineerd door middel van arrestaties en onderlinge strijd. Tigray werd onderworpen, verarmd, buitengesloten en uiteindelijk verwaarloosd. 

Door de opzettelijke verarming en verwaarlozing en de daaropvolgende emigratie werden Tigrinya steeds meer als arme mensen beschouwd. In Eritrea werd Agame, de naam van het oostelijke Tigray-gebied, veranderd in een denigrerende term waarmee naar alle Tigrinya werd verwezen. In Amhara-Ethiopië werden Tigrinya aangeduid met termen als sprinkhanen, luizen, bedelaars, banda [verraders] et cetera, en deze zijn nog altijd gangbaar.

Onderdrukking, opstanden en straffen

Aan het eind van de negentiende eeuw, in het Ethiopië van Menelik, die zich inmiddels tot keizer had gekroond, werd Tigray onderdrukt en vernietigd. De hedendaagse historicus Fisseha Abiye Ezgi schreef dat ‘elke man die ze konden vinden, werd afgeslacht of zijn geslachtsdelen werden afgesneden’.

Tigrinya werden in alle richtingen verjaagd. Gebrehiwet Baykedagne, een politiek econoom uit die tijd en zelf Tigrinya, beschreef de omstandigheden als volgt: ‘Er zijn nauwelijks Tigrese jongeren meer in hun geboorteplaats. Als een zwerm bijen zonder hun koningin zijn ze doelloos verspreid over de vier uithoeken van de aarde.’

Veel Tigrinya vluchtten naar Italiaans-Eritrea, waar ze als minderwaardig werden behandeld door de Italianen, om een ​​gevoel van ‘privilege’ te creëren onder de Tigrinya die uit het Italiaanse-Eritrea zelf afkomstig waren. In Amhara-Ethiopië werden de Tigrinya nog slechter behandeld. Zo schreef kroniekschrijver Afework Gebreyesus, om maar een voorbeeld te noemen: ‘[wanneer Tigrinya spreken] in hun taal, ondergaan zwangere vrouwen een miskraam en drogen de borsten van vrouwen die net zijn bevallen uit.’ 

In 1943 kwamen de Tigrinya in opstand tegen keizer Haile Selassie, de uiteindelijke opvolger van Menelik. De belangrijkste reden was het intrekken van de autonome status van Tigray en het opleggen van directe heerschappij van Shewa. De Tigrinya eisten een einde van de onderdrukking en herstel van het zelfbestuur. 

Haile Selassie bombardeerde Tigray met de hulp van de Britse Royal Airforce en dwong het tot onderwerping. Als straf werd het Ethiopische leger losgelaten op de mensen, wat resulteerde in wraakzuchtige massamoorden, rooftochten en plunderingen. 

Infrastructuur die door Italianen was achtergelaten werd ontmanteld en naar Shewa gebracht – net zoals de storm troopers van Isaias Afewerki [de president van Eritrea] nu geroofde goederen uit Tigray naar Eritrea brengen. In de jaren veertig werden bijvoorbeeld stroomgeneratoren die elektriciteit leverden aan Adwa, Selekleka en Adigrat ontmanteld en naar Addis Abeba gebracht. De steden moesten tientallen jaren wachten voordat ze toegang konden krijgen tot elektriciteit. Bijna alle scholen in Tigray werden gesloten. Tigrinya spreken was verboden, zelfs tussen twee Tigrinya die zakendeden. 

De onderdrukking en de grieven leidden uiteindelijk in 1975 tot de tweede opstand, een langdurige strijd onder leiding van het Tigray People’s Liberation Front (TPLF).  Dat vormde een tactische alliantie met het toenmalige Eritrese People’s Liberation Front (EPLF) en voerde een guerrillaoorlog tegen de communistische junta van Mengistu Hailemariam, de opvolger van keizer Haile Selassie. Het EPLF vocht voor onafhankelijkheid van Ethiopië. Het TPLF vormde uiteindelijk een strategische alliantie met andere politieke groeperingen en richtte in 1988 het Ethiopian People’s Revolutionary Democratic Front (EPRDF) op.

Hongersnoodkans

Tijdens de beruchte hongersnood van 1984-1985 vormde Tigray het centrum van de crisis. De communistische junta zag hierin een kans om de Tigrinya voor eens en voor altijd uit te roeien. De partij lanceerde een moorddadige campagne met als motto: ‘om alle vissen te doden, moest de hele zee leeglopen’ – de zee waren de Tigrinya, de vissen de TPLF-strijders. 

Tigrinya werden uit hun dorpen verdreven, bijeengedreven op markten en in humanitaire hulpcentra, en ‘hervestigd’ in gebieden verspreid in het zuiden. De rest werd afgeslacht en dorpen en steden werden gebombardeerd. Tigrinya probeerden te ontsnappen door naar Soedan te vluchten, waar ze hulp konden krijgen. De communistische junta bombardeerde de vluchtende massa’s zodra ze die in haar vizier kreeg. 

Nu blokkeren federale soldaten en Amhara-milities opnieuw de weg naar Soedan, waarover wanhopige Tigrinya proberen te vluchten.

Na zeventien jaar van bittere, gewapende strijd werd de communistische junta omvergeworpen. In 1991 werd Eritrea de facto onafhankelijk. Het EPRDF nam de macht over in Addis Abeba en regeerde over Ethiopië van 1991 tot 2019, toen Abiy de organisatie ontbond om de Welvaartspartij te vormen die nu regeert zonder te zijn verkozen.

De komst van Abiy Ahmed 

Het is belangrijk op te merken dat Abiy Ahmed niet werd gekozen door het Ethiopische volk, maar door het EPRDF, de coalitiepartij waarin hij, voordat hij het premierschap op zich nam, als minister diende en die hij, nadat hij het premierschap had aangenomen, beschuldigde van het plegen van terrorisme tegen het Ethiopische volk. 

Toen Abiy aan de macht kwam, gaf hij geen blijk van de wens het EPRDF-hervormingsprogramma uit te voeren, noch om een ​​andere routekaart op dit gebied te volgen. Hij had zijn eigen plan: consolidatie van de macht om de ‘zevende koning’ van Ethiopië te worden, in zijn eigen woorden. Volgens hem was dit wat zijn moeder voor ogen had gehad en aan hem had doorgegeven toen hij zeven jaar oud was. 

Op een golf van populistisch anti-Tigray-sentiment zag hij daarom de ervaren TPLF-leiders als een bedreiging voor zijn macht. Hij begon onmiddellijk de erfenis van het EPRDF aan te tasten, die in de ogen van veel Ethiopiërs synoniem was met de erfenis van het TPLF. Hij nodigde iedereen uit van wie hij dacht dat het de vijand van zijn vijand was: Eritrea, Ginbot 7 en andere oppositiegroepen uit de diaspora. Hij werkte ook hard om buitenlandse steun te winnen door acties te ondernemen die een internationaal publiek aanspraken; zo liet hij zijn kabinet voor de helft uit vrouwen bestaan.

Ondertussen bleef Abiy de Tigrinya afschilderen als corrupt en slecht, hun heerschappij als ‘27 jaar duisternis’. Ook begon hij tegenstanders uit te schakelen, uiteindelijk zelfs degenen die ooit zijn naaste bondgenoten waren. De Tigrinya zagen welke richting het uitging – autocratisch bestuur – maar verzetten zich niet openlijk tegen Abiy, in de hoop dat de koers zou wijzigen – wat niet gebeurde.

Vier gebeurtenissen vielen in het bijzonder op:

 1) De aanval op Tigrinya

Anti-Tigrinya-propaganda en -retoriek groeiden onder Abiy en werden genormaliseerd in de media en op officiële fora. Het TPLF kreeg de schuld van bijna elk gewelddadig incident of probleem waarmee het land te maken kreeg.

In codewoorden en onder het voorwendsel het TPLF aan te vallen droeg Abiy bij verschillende gelegenheden bij aan het ontmenselijken van de Tigrinya. Een paar maanden nadat hij het premierschap had aangenomen, verwees hij naar hen als ‘የቀን ጅቦች’ (daglichthyena’s) en ‘ፀጉረ ልውጥ’ (onbekende anderen), twee in de Ethiopische context onmenselijke en met haat beladen uitdrukkingen. Hoewel hij niet expliciet de Tigrinya noemde, begreep iedereen naar wie hij verwees. 

2) De Eritrese ‘vredesovereenkomst’

Tigray, dat de langste grens deelt met Eritrea, de diepste verwondingen heeft van de oorlog tussen Ethiopië en Eritrea van 1998 tot 2000 en een van de belangrijkste actoren was in die oorlog, werd volledig buitenspel gezet door de vrede tussen Abiy van Ethiopië en Isaias Afewerki van Eritrea.

  

3) De ontbinding van het EPRDF en de vorming van de Welvaartspartij

De manier waarop Abiy zich haastte om het EPRDF te ontbinden en de Welvaartspartij te vormen, was opmerkelijk. Er werd geen Ethiopische juridische procedure gevolgd bij de ontbinding van het EPRDF, en de oprichting van de Welvaartspartij voldeed niet aan de wettelijke vereisten. Toen het TPLF deze punten naar voren bracht, kon ze van geen enkele kant op bijval rekenen.  

Het TPLF weigerde zich bij de nieuwe partij aan te sluiten, maar besloot met de naderende verkiezingen in het vooruitzicht, die volgens Abiy eerlijk zouden verlopen, verder niet voor ophef te zorgen. Op de weigering van het TPLF om lid van zijn partij te worden reageerde Abiy door alle resterende TPLF-leden uit zijn kabinet en andere federale posten te ontslaan, zodat Tigray geen hoge vertegenwoordiging meer had in de federale regering. 

4) Uitstel van verkiezingen en termijnverlenging 

Abiy heeft bij verschillende gelegenheden verkondigd dat verkiezingen noch verplicht noch noodzakelijk zijn. Op 10 juni 2019 antwoordde hij op vragen in Aksum: ‘Er zijn landen die al twintig of dertig jaar geen verkiezingen hebben gehouden.’ Dit herinnerde de Tigrinya aan Isaias’ reactie: ‘Welke verkiezingen? We zullen drie, vier decennia wachten’, in reactie op de vraag van Al Jazeera wanneer er verkiezingen in Eritrea zouden komen.

Verkiezingen werden gewoonlijk altijd in mei gehouden, enkele maanden voor het verstrijken van de regeringsperiode. Het door Abiy uitgekozen bestuur, dat zich realiseerde dat zijn nieuwe Welvaartspartij geen kans had om de verkiezingen te winnen, stelde de verkiezingen uit tot augustus, midden in het regenseizoen. Toen covid-19 kwam, greep Abiy zijn kans en werden de verkiezingen opnieuw uitgesteld.

Niet alleen is een regering die haar eigen ambtsperiode verlengt problematisch en is het mechanisme waarmee ze dat deed constitutioneel twijfelachtig, Abiys regering overschreed ook een constitutioneel mandaat van de regionale staten toen ze de ambtstermijn van de staatsraden verlengde. De regering van Tigray zag dit als een duidelijke poging om op ongrondwettelijke wijze de macht te grijpen.

Timing

In zijn Machiavelli-achtige boek The Stirrup and the Throne schreef Abiy: ‘De vijand achtervolgen kan tijdelijk nuttig zijn. Maar een vijand die niet volledig verpletterd is zodat hij niet meer opstaat, zal terugkomen om aan te vallen. Het is daarom belangrijk om een geschikt moment af te wachten om de vijand te verslaan en zijn dromen te verwoesten.’

Een gezamenlijke Ethiopische en Eritrese militaire aanval tegen Tigray werd door ESAT [een televisiestation van Ethiopiërs in ballingschap, dat sterk op de hand is van Abiy] voor het eerst geopperd en aanbevolen in hun uitzending van 1 juli. De video werd gedeeld door de aan Isaias Afewerki gelieerde Eritrese pers met de boodschap ‘dit is onvermijdelijk; het TPLF staat op de Eritrese agenda’. In een uitzending van 2 oktober riep Abiy de regering op banken, elektriciteit, internet en telefoon in Tigray af te sluiten en salarisuitbetalingen te verstoren. 

In de uitzending van 7 oktober riep ESAT op tot het sluiten van bedrijven en bankrekeningen van Tigrinya. ‘Het belangrijkste punt is dat de overheid maatregelen moet nemen om het levensonderhoud van de Tigrinya-bevolking te verstoren’, was de letterlijke boodschap. Niet alleen werden gewassen achtergelaten om ze te laten verrotten, ook werden ze opzettelijk vernietigd door binnenvallende troepen. Het belangrijkste commerciële westelijke deel van Tigray, waar onder andere de sesamproductie plaatsvindt, is nu verwoest. 

Opnieuw was het doel de Tigrinya te verzwakken en verarmen. 

En precies toen de wereld gefocust was op de Amerikaanse verkiezingen, kozen Abiy en Isaias ervoor de daad bij het woord te voegen. Geholpen door Tigrese officieren die in de regio gestationeerd waren verijdelde Tigray hun plan, en zo belandden we in het conflict dat al anderhalve maand [sinds begin november 2020] duurt en zal blijven voortduren. 

Genocidale onderstromen

De etnische profilering en doelgerichtheid, de harde en verwoestende maatregelen tegen Tigray en de Tigrinya, de plundering en de vernietiging van burgers en civiele infrastructuur, de bloedbaden, de blokkades, de collectieve straffen, de bombardementen en de weigering van onafhankelijk onderzoek en het toestaan ​​van humanitaire hulp, moeten worden gezien als het product van genocidale onderstromen. 

Het plan van de regering van Abiy is om Tigray uiteindelijk uit te hongeren, net zoals de communistische junta deed tijdens de burgeroorlog en hongersnood van 1984-1985. Internationale interventie is nodig om een ​​eenentwintigste-eeuwse genocide van Rwandese proporties en een stille slachting van miljoenen Tigrinya door verhongering te voorkomen. [Op 2 december werd een akkoord bereikt om VN-hulp naar de regio toe te laten.]

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.