• Sixth Tone
  • Economie
  • Exodus in Chinees zorgsysteem

Exodus in Chinees zorgsysteem

Sixth Tone | Ni Dandan | 04 februari 2019

Chinese dokters nemen massaal ontslag of scholen zich om. Was het ooit aantrekkelijk om arts te worden, tegenwoordig staat het beroep garant voor overvolle werkweken tegen slechte betaling.

Toen Huang Xin in 2006 zijn artsendiploma haalde, was dat een van de mooiste dagen van zijn leven. Er wachtte hem een baan op de afdeling Dermatologie van een groot ziekenhuis in Sjanghai en hij verheugde zich op een lange, respectabele carrière in de publieke gezondheidszorg. Maar acht jaar later, toen hij net 33 jaar was, nam een uitgeputte Huang ontslag. ‘Ik had het gevoel dat het ziekenhuis noch mijn patiënten goed begrepen of waardeerden wat ik waard was,’ vertelt hij. ‘Ik voelde me net een arbeider aan een lopende band, die dezelfde medicijnen aan dezelfde soort patiënten voorschreef.’

Huang is bepaald niet de enige jonge arts die een uitweg zoekt. Hoewel het totale aantal Chinese dokters toeneemt en de hoeveelheid banen stabiel blijft, is tussen 2005 en 2016 het aantal praktiserende artsen van tussen de 25 en 34 afgenomen van 31 tot 23 procent, volgens China’s hoogste gezondheidsautoriteit. In dezelfde periode is het aantal artsen van boven de 60 jaar gestegen van 2 tot 12 procent. De exodus vindt plaats in een zorgsysteem dat al zwaar overbelast is: volgens de Wereldgezondheidsorganisatie heeft China maar één huisarts per 6666 mensen, ver onder de internationale norm van een op de 1500 tot 2000 mensen.

Lage lonen

Veel mensen die ontslag nemen, geven daar lage lonen, overuren en conflicten met patiënten als reden voor op. Een vorig jaar gepubliceerd overheidsrapport kwam tot de conclusie dat het gemiddelde beginsalaris voor jonge artsen rond de 4850 yuan (627 euro) per maand ligt – een stuk lager dan het gemiddelde startsalaris van 6000 yuan (776 euro) in Sjanghai. En terwijl de meeste Chinese artsen officieel gemiddeld vijftig uur per week werken, zijn volgens hen de vele onbetaalde overuren vrijwel verplicht. Mishandeling van medisch personeel komt vaak voor in de gezondheidszorg; per jaar worden er honderdduizend gewelddadige incidenten gemeld.

Toen Huang enthousiast begon, dacht hij dat hij wist wat hem te wachten stond. Hij verwachtte geen enorm salaris, maar vond troost in de gedachte dat artsen in China vrijwel hun hele leven werk konden vinden met een stabiel inkomen en kans op tijdige promoties. Huang wist ook dat Chinese artsen, net als die in andere landen, hoog in maatschappelijk aanzien staan – vooral als ze in een groot gemeentelijk ziekenhuis werken.

In het begin liep alles op rolletjes. Zoals verwacht was Huangs salaris aan de lage kant: ‘Slechts een paar duizend yuan per maand,’ zegt hij, al wil hij het exacte bedrag niet noemen. Maar hij meende dat zijn loon snel zou stijgen als hij promotie kreeg en in het algemeen vond hij het prettig werken op de dermatologieafdeling, waar de aandoeningen van de patiënten weliswaar onprettig of gênant waren, maar zelden levensbedreigend.

Toch begon Huang genoeg te krijgen van zijn baan. Allereerst merkte hij dat zijn salaris door de jaren heen laag bleef – zelfs toen het leven in Sjanghai steeds duurder werd. En omdat de artsen die er al langer werkten relatief jong waren en niet van plan waren te vertrekken, was er weinig vooruitzicht op promotie.

Privébedrijf

En dan was er nog het werk op zich. Het was niet ongebruikelijk dat Huang zes dagen per week werkte, honderd patiënten per dag zag en zijn avonden en weekenden vulde met onderzoek en het schrijven van wetenschappelijke artikelen, een taak die vrij gewoon is in veel Chinese ziekenhuizen. ‘Ik moest elke dag zo hard werken – er zaten zo veel patiënten op me te wachten,’ herinnert hij zich.

Uiteindelijk nam Huang uitgeblust ontslag en zette hij een eigen bedrijf op. Hij had gemerkt dat familie en vrienden, van wie velen weinig kijk hadden op het publieke zorgstelsel, hem vaak vroegen om hen in contact te brengen met artsen van andere afdelingen. Dus zette Huang een privébedrijf op – waarvan hij de naam niet in het openbaar wil noemen – dat patiënten voor een bepaald tarief helpt om hun medische geschiedenis bijeen te sprokkelen, afspraken met artsen te maken en ze te vergezellen naar consulten. ‘Er is veel vraag naar dat soort diensten,’ zegt Huang, die nu meer tijd voor zichzelf heeft, meer plezier ontleent aan zijn werk en een hoger inkomen geniet: ‘Om eerlijk te zijn, blijkt deze baan lonender te zijn dan die van dermatoloog.’

Chinese ziekenhuizen zuigen jonge artsen niet zomaar leeg; ze moeten erg hun best doen om pas afgestudeerden aan te trekken. In de afgelopen jaren is slechts een op de zes medisch afgestudeerden daadwerkelijk als arts gaan werken, blijkt uit een recent rapport van China Comment, een publicatie uitgegeven door staatspersbureau Xinhua. Die cijfers geven niet het hele plaatje weer, maar ze wijzen toch op een vertrouwenscrisis in de publieke gezondheidssector.

In de afgelopen jaren is slechts een op de zes medisch afgestudeerden als arts gaan werken

Xie Yan, een afgestudeerde medicijnenstudent uit de provincie Jiangsu, was zo iemand die besloot dat het beroep van arts niet alleen rozengeur en maneschijn was. Nadat ze in 2015 na vijf jaar haar bachelor behaalde, besloot ze de driejarige masteropleiding niet te volgen, iets wat vrijwel alle medicijnenstudenten die willen solliciteren naar prestigieuze banen in ziekenhuizen wel doen. ‘Ik kijk nog steeds op naar artsen, maar het komt erop neer dat ik waarschijnlijk terechtkom in een klein ziekenhuis ver van huis. Dat heeft me ontmoedigd om door te gaan met mijn studie,’ vertelt Xie. ‘In China moet je op zijn minst een mastertitel hebben, of soms zelfs een doctorsgraad van een goede universiteit, om bij een fatsoenlijk ziekenhuis in een grote stad te kunnen werken. Om eerlijk te zijn denk ik niet dat mijn alma mater grote ziekenhuizen in Nanjing zal overtuigen mij aan te nemen.’

Uiteindelijk keerde Xie in 2015 terug naar haar geboortestad, legde het examen voor ambtenaar af en werd inspecteur bij de lokale afdeling van de Chinese voedings- en geneesmiddelenautoriteit. ‘Het is gewoon een keuze voor een andere manier van leven. In plaats van nog een paar jaar te wachten, heb ik ervoor gekozen om nu al een vaste baan te nemen,’ zegt ze. Xie heeft er geen spijt van dat ze medicijnen heeft gestudeerd, maar ze voegt er wel aan toe: ‘Naarmate ik meer inzicht kreeg in het leven van een arts, zorgde de onvriendelijke werkomgeving ervoor dat ik me ging afvragen waarom ik mijn studie voort zou zetten.’

Xies bezwaren klinken Wang Ruihao bekend in de oren. Zij is een masterstudent in haar achtste en laatste jaar aan het Medisch College van de Soochow-universiteit in Jiangsu. ‘Vrij veel studiegenoten van me – meestal diegenen die superrijk zijn – hebben de universiteit al achter zich gelaten en zijn terug naar huis gegaan om hun familiebedrijven over te nemen,’ vertelt Wang. ‘En een paar andere vonden het beroep te vermoeiend en hebben in plaats daarvan het ambtenarenexamen afgelegd.’ Wang zelf is nog steeds van plan om dokter te worden en heeft al een baan geregeld op de oncologieafdeling van een ziekenhuis in Suzhou, voor als ze afgestudeerd is.

Werkronde in een kinderziekenhuis in Hong Kong. 
– © Getty Images
Werkronde in een kinderziekenhuis in Hong Kong. 
– © Getty Images

Veel studenten vertellen dat zelfs hun families al van tevoren geprobeerd hebben hen over te halen geen medicijnen te gaan studeren. Zhu Zhoeujun, een vijfdejaarsbachelorstudent aan de Soochow-universiteit, besloot in zijn tienerjaren om dokter te worden. Kort nadat Zhu was geboren, ontwikkelde zijn moeder het syndroom van Sheehan, een zeldzame aandoening die het immuunsysteem aantast. In Zhu’s jeugd moest zijn moeder regelmatig naar het ziekenhuis om hormoonsubstitutietherapie te ondergaan. Op de middelbare school besloot hij een voorbeeld te nemen aan de artsen die haar behandelden.

Maar toen Zhu zijn familie in 2014 vertelde wat hij van plan was, probeerden ze hem op andere gedachten te brengen. Zijn oom – een chirurg – voelde zich uitgeput door zijn baan en Zhu’s verwanten wilden niet dat een ander familielid zich evenzo zou opofferen. ‘Ze bleven maar herhalen dat een studie medicijnen me helemaal zou slopen en dat het nog moeilijker zou worden als ik patiënten zou krijgen.’

Agressie

In 2011 publiceerde het Artsengenootschap, een Chinese nonprofitorganisatie, een rapport waarin stond dat 78 procent van de Chinese artsen hoopte dat hun kinderen niet in hun voetsporen zouden treden. Hoewel dat percentage sindsdien is afgenomen, vermeldde een herzien verslag van vorig jaar dat 45 procent van 150 duizend ondervraagden hoopte dat hun kinderen geen arts zouden worden. Bovendien zei 18 procent van hen dat ze, als ze een tweede kans zouden krijgen, niet hetzelfde beroep zouden kiezen.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat agressie tegen medisch personeel een belangrijke factor was. Tot wel 66 procent van de artsen ‘had conflicten met patiënten’ gehad en 15 procent was geconfronteerd met fysiek geweld. Hoewel het aantal incidenten sinds 2013 is afgenomen – een jaar waarin een patiënt die een cosmetische ingreep had ondergaan drie verpleegsters neerstak en een andere patiënt drie artsen verwondde – blijft geweld tegen medisch personeel veel voorkomen.

Zhu weet van de conflicten, maar toch wil hij medicijnen gaan studeren. ‘Ik denk dat de situatie hier almaar beter zal worden naarmate er meer mensen komen die hoger opgeleid zijn,’ zegt hij, en hij voegt eraan toe dat hij zeker weet dat al zijn 29 medestudenten arts zullen worden na hun driejarige master. Zhu is van plan zich te specialiseren in verloskunde en gynaecologie en heeft stage gelopen in een groot ziekenhuis in Suzhou dat verbonden is aan zijn universiteit. Nu hij heeft kennisgemaakt met het echte ziekenhuiswerk vindt Zhu het vermoeiender dan hij had gedacht. ‘Je moet er voortdurend ter plekke bijleren,’ zegt hij, ‘maar dat zal me niet ontmoedigen om arts te worden.’

Net als Zhu zegt vierdejaars Wu Yue dat haar familie oorspronkelijk gekant was tegen haar besluit om arts te worden. Haar tante, die als hoofdzuster op de afdeling Kindergeneeskunde werkt, waarschuwde Wu dat de druk van het ziekenhuiswerk enorm kan zijn.

Wu’s taken stapelen zich al op. Ze volgt dagelijks lessen in het Jiangsu Ziekenhuis en loopt twee keer per week onbetaald stage op verschillende afdelingen, waar ze medische dossiers van patiënten in de computer zet, herhaalrecepten afwikkelt en een handje helpt met ander administratief werk. Ze hoopt ooit op een kraamafdeling te kunnen werken, al weet ze dat het zwaar werk is. Op de afdeling die zij als ‘de vreugdevolste’ van het ziekenhuis beschouwt, lopen dienstdoende artsen wel twintigduizend stappen per dienst, vertelt ze. Maar vooralsnog vindt Wu het waardevol om anderen te helpen, al staan daar lange uren en een laag loon tegenover. ‘Ik zal nooit rijk worden als arts,’ zegt ze, ‘maar het ziekenhuis is nog steeds de plek waar ik echt een gevoel van voldoening krijg.’

Voorlopig blijft Zhu net zo idealistisch. ‘De ontwikkelingen hebben niets veranderd aan mijn opvatting van het werk,’ glimlacht hij. ‘Het is nog steeds een nobel vak.’

Auteur: Ni Dandan

Sixth Tone
China | website | sixthtone.com

Onlinemagazine, o*pgericht in 2016 om een podium te bieden aan ‘de nieuwe stemmen van het moderne China’.* Het Engelstalige broertje van de Pengpai Xinwen, een Mandarijntalige website die ook is gericht op een jong publiek, met reportages en polemische artikelen. Beide titels worden gefinancierd door de Communistische Partij van China.

Dit artikel van Ni Dandan verscheen eerder in Sixth Tone.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.