• Reportagen
  • Europa
  • God, Caesar en de Duce

God, Caesar en de Duce

Benito, Rachele en Guidi mussolini | Foto: Getty
Reportagen | Bern | Margrit Sprecher | 25 november 2020

In Italië is het heel gewoon om te zeggen dat Mussolini ‘toch ook veel goeds heeft gedaan’. De gelikte pr-machines van zijn kleindochters leveren een grote bijdrage aan het idealiseren van de dictator. Dat doen ze ieder op hun geheel eigen manier. ‘Mussolini’s ideeën waren geweldig – ze werden alleen verkeerd toegepast.’

(Openingsbeeld: Benito Mussolini en zijn vrouw Rachele met hun vijf kinderen. Dochter Edda was het oudste kind, buiten het huwelijk geboren in 1910 (haar ouders trouwden pas in december 1915). Zoon Vittorio werd geboren in 1916, Bruno in 1918 en Romano in 1927. Jongste dochter Anna Maria ten slotte in 1929. – © Getty)

Het publiek houdt de jassen aan, binnen is even koud als buiten. Boven de hoofden hangen enorme hammen, achter de toonbank staat een monstrueuze vleessnijmachine te blinken. Geen plek voor een lezing, het moet een misverstand zijn. Er zijn ook nauwelijks mensen, veel stoelen blijven leeg. Maar dan, kort voor aanvang, verschijnt er een man die alle vensters afsluit. Daarna gaat hij naar de toonbank en verzamelt de messen. Geen twijfel mogelijk: het wordt een roerige avond. Zoals altijd wanneer de kleindochter van Benito Mussolini optreedt.

Toch ziet ze er niet zo gevaarlijk uit. Integendeel. Edda Negri Mussolini zeilt op duizelingwekkend hoge hakken in een diep uitgesneden cocktailjurkje stralend de winkelruimte binnen, alsof ze een warme, uitverkochte hal betreedt. Met wijd gespreide armen loopt ze naar haar gasten toe: ‘Caro mio!’ Vertrouwelijk laat ze haar hand rusten op een mannenarm, dan omhelst ze een vrouw. Nieuwelingen volgen het schouwspel verbluft. Als hun dezelfde begroeting ten deel valt, blijven ze sprakeloos achter. Het is alsof een relikwie plotseling tot leven komt. Edda bevestigt het: ‘In het begin ben ik de kleindochter van Mussolini, en dan word ik Edda.’

Wie Mussolini heette, verstopte zich achter een pseudoniem of vluchtte naar Argentinië, waar ook de Duitse nazi’s hun toevlucht zochten

Dat een persoon met de naam Mussolini ooit opnieuw in het openbaar zou optreden, leek 75 jaar geleden ondenkbaar. Wie Mussolini heette, verstopte zich achter een pseudoniem of vluchtte naar Argentinië, waar ook de Duitse nazi’s hun toevlucht zochten. Pas vijftig jaar later maakte Silvio Berlusconi de naam weer maatschappelijk aanvaardbaar. Mussolini, zo verzekerde de Italiaanse minister-president de Italianen, was helemaal geen massamoordenaar geweest, zoals Hitler. Hij had zijn tegenstanders eerder verbannen om ‘vakantie te vieren’. En hij had trouwens ‘ook veel dingen goed gedaan’.

Zo denken intussen veel Italianen erover. Ja, de stemming is zozeer veranderd dat een achterkleinkind van Mussolini in 2019 niet ondanks, maar dankzij zijn naam verzekerd meende te zijn van zijn politieke carrière. ‘Scrivi Mussolini!’ beval hij vanaf de affiches. Schrijf Mussolini op het stembiljet! Bovendien moesten zijn aan de Romeinse veldheer ontleende voornamen het succes garanderen: Caio Giulio Cesare. Maar de in Argentinië geboren manager van een Saoedi-Arabisch wapenconcern had te hoog gegrepen. Zelfs vurige fascisten vonden zijn optreden te lomp.

Er gaat een half uur voorbij voordat Edda achter het spreekgestoelte gaat staan. Hoewel ze staat, lijkt het alsof ze, klein en gedrongen als alle Mussolini’s, zit. Voor haar liggen een paar exemplaren van haar boek bevallig gearrangeerd: Donna Rachele. Mia nonna, la moglie di Benito Mussolini [Donna Rachele. Mijn oma, de echtgenote van Benito Mussolini]. Het boek over haar grootmoeder is een bestseller; in Langhirano presenteert ze het voor de 267e keer. Er zijn wel mooiere plaatsen dan de zogeheten hoofdstad van de Parmaham. Zelfs het centrum wordt ontsierd door industriële gebouwen, en al vroeg in de middag slokt de nevel het spaarzame licht van de straatlantaarns op.

Een lezing kun je Edda’s performance niet noemen, het boek blijft gesloten. In plaats daarvan vertelt ze twee uur lang over haar grootmoeder, en wel zo dat het lijkt of alles haar nu net weer te binnen schiet. We krijgen te horen dat Rachele, het vijfde kind in een boerengezin, maar drie jaar naar school mocht. Dat ze in plaats daarvan hard moest werken op het erf, het veld en in de stal, als kind al verliefd werd op de zoon van de dorpssmid, en er ten slotte met hem vandoor ging.

‘Stelt u zich haar moed eens voor,’ helpt Edda de fantasie van haar toehoorders. ‘Mijn grootmoeder leefde minderjarig samen met een man die geen beroep had, laat staan geld en macht.’ Erger nog, voor de inwoners was Benito Mussolini de matt, de obscure gek, die zich ’s nachts met zijn hoed diep over zijn gezicht getrokken door de straten van Forli haastte, die in de krant scheldtirades schreef tegen de corrupte politici en vanwege zijn ideeën steeds weer in de gevangenis belandde. Het paar woonde tussen uit groentekisten getimmerde meubels, middag- en avondeten werden samengevoegd om kosten te besparen. Dat Rachele algauw zwanger werd, en ongetrouwde moeder, versterkte de vooroordelen van de mensen nog meer. Met een beetje goede wil, suggereert Edda, zou je haar grootmoeder zelfs een vroege feministe kunnen noemen. Het publiek zit er onbeweeglijk bij, het hoofd ondersteund met de hand en zo ver voorovergebogen als de dikke jassen toelaten. Zo hebben ze de geschiedenis van Italië nog nooit gehoord. En dat uit de eerste hand.

Rispetto

Heel vaak neemt Edda het woord rispetto in de mond. ‘Alle mensen hebben recht op respect. Alleen voor onze familie geldt dat niet.’ Alsof het een wachtwoord betreft, wordt er nu voor het eerst op het raam gebonkt. Seconden later gaat een ruit aan scherven. Het bonken en het sneuvelen van de ruiten herhalen zich in steeds nieuwe, nog heviger golven. In de rijen toeschouwers wordt met de voeten gewipt. Achter de bestuurstafel steekt Luca Benedusi de kin naar voren, zijn spieren duidelijk gespannen. Voor aanvang had de organisator, lid van het extreemrechtse Nuova Destra, nog gemeend: ‘Ze zullen niet durven.’ Nu drukt zijn gezicht uit: het was te verwachten. We zijn tenslotte in Emilia-Romagna, traditioneel een gebied met veel communisten.

Edda glimlacht over het gekraak en gerinkel. Ja, ze lijkt de verstoring zelfs te verwelkomen als een bewijs voor het touché van de tegenstander: ‘Bij negen van de tien lezingen van mij komt de politie.’ Het ergste was het in Nuoro op Sardinië. De communisten hadden zowel de hoofd- als de achteringang van haar hotel geblokkeerd en lieten er niemand in of uit. Bij andere lezingen verlieten de toehoorders met slaande deuren de zaal. Of dreigden: ‘Je zult eindigen als je grootvader!’ Namelijk op het Piazzale Loreto in Milaan, ondersteboven opgehangen aan een Esso pompstation. Hetzelfde lot wensen haar de mensen die haar boek bij lezingen ondersteboven wegleggen. Op het omslag poseert Edda naast haar grootmoeder Rachele.

Veel verhalen in Edda’s boek kennen de in Mussolini geïnteresseerden al. Edda’s ooms, tantes, neven en nichten hadden al eerder geprobeerd hun familiegeschiedenis te gelde te maken. Intussen is de stof zo vaak opgewarmd, dat de drank erg verwaterd smaakt. Om iets nieuws te proberen pepte Edda haar werk op met de recepten van donna Rachele: tagliatelle, kippendijtjes, pepermuntpudding. De meeste biografieën zijn dankzij de nieuwe Mussolini-hype weer verkrijgbaar. Wat ze gemeen hebben is dat het onaangename in het vage blijft en de figuur van de Duce met zorg getekend wordt. Zijn laatste jaren gelden als bijzonder pijnlijk. In 1938 voerde hij, naar het voorbeeld van Hitler, de rassenwet in, wat duizenden Joden op de vlucht joeg. En in 1940 verklaarde hij aan Hitlers zijde de wereld een oorlog die 60 miljoen levens kostte.

Minder risico namen de nakomelingen van Mussolini met de biografie van hun moeder en grootmoeder Rachele. Haar leven lang bleef ze trots op haar boerenafkomst; aan haar handen was te zien dat ze kippen konden plukken en deeg konden kneden. Van make-up hield ze evenmin als van opsmuk. De Italiaanse koning verachtte ze als een ‘klein, zwak mannetje’, Hitler vond ze hysterisch. Ook de ministers van haar man, voor haar een bende vleiende wichtigmachers, bezag ze met haar vernietigende blik: ‘Un pis – e basta.’ Bevalt me niet, punt uit. Om ook in het regeringspaleis in Rome het dialect van thuis te kunnen spreken, rekruteerde ze haar huispersoneel in haar geboortedorp Predappio.

Af en toe zet Edda bij lezingen haar oudere zuster Silvia in; zij is regisseur bij de RAI. Met z’n tweeën bestrijken ze elke smaak van de fans. Edda, blond en vrolijk, belichaamt het lichte in de familie. Silvia, in haar lange zwarte jurk, een heel duistere Erinnye uit de antieke godenwereld, staat voor het drama. Vastberaden verstrengelt en ontvlecht ze haar vingers in de worsteling met het noodlot. ‘Elke familie heeft haar eigen tragedie,’ zegt ze op het podium. ‘Maar ons Mussolini’s is wel heel weinig bespaard gebleven.’ Ook bij het signeren bewijzen de zussen zich als een goed op elkaar ingespeeld team. Edda glimlacht en vult met haar wijde, hemelwaarts strevende handschrift in een ommezien een hele bladzij. Silvia behoudt het overzicht, zorgt flink voor de aanvoer van boeken en incasseert de 15 euro.

Edda Mussolini, zijn oudste dochter, die sprekend op haar nonna leek. – © Getty

Mannelijke concurrentie in de Mussolinibusiness hoeven de zussen niet te vrezen. In Italië zijn de kleinkinderen Mussolini uitgestorven. Maar met hun nichten Allessandra in Napels en Rachele in Rome hebben ze het moeilijk. Beide zijn eveneens fulltime professional in het vak van Mussolini-kleinkind. ‘We zien elkaar praktisch nooit,’ zegt Edda. Dat komt niet alleen door de geografische afstand.

Het heeft ook te maken met wezenlijke verschillen. In het bijzonder bewaren ze afstand tot Alessandra, 58 jaar en dochter uit het eerste huwelijk van Romano Mussolini met de zuster van Sofia Loren. Alles aan haar is luidruchtig, te beginnen met de opgespoten lippen en diepe decolletés, tot en met haar levensloop. Nu eens poseerde ze voor de Playboy, dan weer probeerde ze het met hulp van tante Sofia in Hollywood te maken. Pas in de politiek lukte het. Zodra een partij haar te gematigd werd qua fascisme, wisselde ze van partij of richtte er zelf een op. Haar handelsmerk is een knalhard vocabulaire: ‘Beter fasciste dan gay,’ blafte ze tegen een verslaggever. ‘Je vertelt een enorme hoop stront!’ voer ze als vaste gast in de middagtalkshow uit tegen een ‘rode teek’. Hoe het klinkt als ‘de grote toeter uit Napels’ in het Brusselse parlement losgaat, is op YouTube te zien. ‘Europa,’ scheldt ze tegen de plenaire vergadering, ‘kan maar beter zijn mond spoelen voor het het woord Italië in de mond neemt.’ Reden van haar toorn: Europa kapittelt Italië omdat het geen boten met vluchtelingen meer toelaat, maar weigert ook maar een fractie van de gestrande migranten op te nemen.

“Elke familie heeft haar eigen tragedie,” zegt ze op het podium. “Maar ons Mussolini’s is wel heel weinig bespaard gebleven”

Heel anders is Alessandra’s halfzus Rachele, 46. Voor haar verkiezingscampagne gebruikte ze een foto die haar met een deegroller aan de keukentafel toont. Maar anders dan bij haar grootmoeder op de originele foto hangt het houten ding lamlendig tussen haar handen, en haar ogen onder de dun getrokken wenkbrauwen kijken uitdrukkingsloos. Daarbij hoorde de boodschap: ‘Het Rachele in mijn naam was wat mij betreft altijd al belangrijker dan het Mussolini.’ Vertaald: een Rachele ziet ten gunste van man en kinderen af van een eigen carrière. Dat past niet alleen bij de levensloop van haar grootmoeder, het correspondeert ook met het vrouwbeeld van haar rechtsradicale partij, de Fratelli d’Italia. Trouw aan de vereiste vrouwelijke terughoudendheid bleef de moeder van twee kinderen met een afgebroken opleiding als gemeenteraadslid van Rome op de achtergrond. Alleen haar protest tegen het kappen van pijnbomen die haar opa geplant had zorgde voor krantenkoppen.

Het verschil in beroemdheid met Alessandra en Rachele wordt door Edda vereffend met haar betekenis als getuige. Als enige van de vier beroepskleindochters groeide zij, vroeg halfwees geworden, tot de dood van haar grootmoeder in 1979, min of meer op in het familiehuis van de Mussolini’s, de Villa Carpena. Nog een pluspunt: Edda lijkt op haar nonna met het blonde haar. De gelijkenis is zo frappant dat ze bij het bladeren in een geïllustreerd tijdschrift verbaasd opmerkte: ‘Wat gek, die jurk herinner ik me helemaal niet.’ Geen wonder – het was haar grootmoeder op de foto. Daarbij komt nog hetzelfde temperament. ‘Net als nonna word ik soms ’s morgens vroeg wakker met woede in mijn lijf.’

Mussolini’s privéhuishouding, de villa Carpena in Forli, is voor 12 euro te bezichtigen. In het park sluipen honden en katten besluiteloos rond marmeren bustes en bomen. Vijf pijnbomen zijn eigenhandig door de Duce geplant: een bij de geboorte van elk kind. De laatste twee verwekte hij met precieze instructies: kind nr. 4 moest een derde jongen worden, kind nr. 5 een tweede meisje. Donna Rachele baarde op bevel eerst Romano, daarna Ana Maria, Edda’s vroeg gestorven moeder.

De vertrekken in de villa zijn hoog en donker, de wanden volledig behangen met foto’s. Hier wordt het beeld van Mussolini op het hoogtepunt van zijn macht bewaard en verzorgd: behangen met ordes en bolstaand van krijgshaftige moed. In vitrines liggen zijn laarzen en zijn brieven, uitgestald zijn zijn ski’s, zijn wapens, zijn tennisrackets en de viool; over het echtelijk bed ligt zijn uniform uitgespreid. ‘Wij hebben alles gelaten zoals het was,’ zegt eigenares Adelina Grana. Ten bewijze opent ze een schuiflade. Er stijgt inderdaad nog altijd een kamfergeur op uit de zorgvuldig opgevouwen zakdoeken en hemdskragen. Mussolini’s kleindochters hadden bij de verkoop in 1990 aan een echtpaar uit Milaan – hij bonthandelaar, zij antiquair – nog geen interesse getoond in de memorabilia. De revival van de Mussolini-cultus was toen nog niet te voorzien.

‘Net als nonna word ik soms ’s morgensvroeg al wakker met een woede in mijn lijf’

‘De verkoopprijs was ex-or-bi-tant,’ zegt Adelina. Zij is zo klein en tenger dat het woord haar letterlijk door elkaar lijkt te schudden. Maar wat maakt het uit. ‘Voor mijn man zijn er maar drie grootheden die tellen: God, Caesar en de Duce.’

De lichtste kamer was van Mussolini’s lievelingsdochter Edda, geboren in 1910. Als het enige kind had zij de priemende blik, de markante onderkaak en het heerszuchtig karakter van haar vader geërfd. Het huwelijksaanzoek van een rijke ondernemer uit Lombardije wees ze af met het argument: ‘Na zijn eerste kus had ik een week lang opgezwollen lippen.’ Ook voor graaf Ciano voelde ze, naar eigen zeggen, slechts ‘een vage sympathie’. Toch stond het paar al een paar weken na de eerste ontmoeting voor het altaar. In dat huwelijk overtroefden ze elkaar met slippertjes.

De villa staat in de steigers, de muren brokkelen af, het dak lekt op steeds andere plekken. Het nieuwste lek bevindt zich boven de bibliotheek. Alle boeken zijn uit voorzorg in plastic gewikkeld. De door de vereniging Vrienden van Mussolini gestuurde dakdekker is verkeerd gereden. Adeline verbaast dat niet: ‘Zodra we een richtingbordje met ‘Villa Caerpena’ neerzetten, wordt het zwart overgeschilderd.’

De Mussolini-kleindochters komen niet meer in de villa. Het stoort ze dat ze entreegeld moeten betalen voor het huis van hun grootouders. Adelina verdedigt haar prijspolitiek: ‘Alleen het onderhoud kost al 5000 euro per maand.’ Niet dat het ontbreekt aan bezoekers. Ze komen zelfs uit Kazachstan. Maar de echte zaken worden gedaan met schoolklassen, en die blijven uit. Toen Adelina een bevriende onderwijzeres overhaalde tot een bezoek, spraken alle lokale kranten er schande van. ‘En we tonen geen politiek, we laten alleen geschiedenis zien.’ Hoe nauw die twee dingen met elkaar vervlochten zijn is te zien in de keuken. Op de reusachtige marmeren tafel, waarop grootmoeder het deeg uitrolde, staat een melkfles. ‘In zulke flessen voorzag de Duce arme families van gratis melk,’ verklaart Adelina. In 1945 confisqueerde de staat het huis van de familie, Donna Rachele werd een pensioen geweigerd. Tenslotte, zo werd het gemotiveerd, had haar man nooit premies betaald. ‘In tegenstelling tot anderen waren wij aan het eind van de oorlog zo arm als ratten,’ zegt Edda. Rijk zijn ze nog altijd niet. Edda zit in haar piepkleine, volgepakte Fiat en hoopt dat de motor het nog een paar maanden volhoudt. Links en rechts van de weg werpt de zon lange schaduwen over de eindeloze, leeg geoogste velden van de Romagna. Edda woont in het afgelegen dorp Gemmano; in haar lievelingsstad Riccione kan ze zich geen woning veroorloven.

Ze heeft nooit echt last gehad van haar naam. Haar vertrouwen in de macht van een goed humeur, in de engelen en in haar sterrenbeeld Schorpioen is daarvoor te groot. Omdat ze als Mussolini geen baan kon vinden, begeleidde ze haar vader, de conferencier Nando Negri als assistent voor licht en geluid langs de grand hotels van Cortina, Lugano, Rimini en San Remo. Maar echt crescendo ging het pas sinds haar naamsverandering in 2012. Van toen af noemde ze zich met officiële goedkeuring Negri Mussolini. Hoewel ze geen politieke ervaring had, leverde de nieuwe dubbele naam haar meteen het burgemeesterschap van Gemmano op.

In de clinch

Aan schrijven had ze al even weinig verstand als van politiek. ‘Mijn schoolvriendinnen lagen krom van het lachen toen ze hoorden van mijn boekproject.’ Kan haar niks schelen. Voor de uitgever telde alleen haar nieuwe naam. Intussen heeft ze de smaak te pakken gekregen. Pas heeft ze het voorwoord geschreven voor de herdruk van Benito Mussolini’s Parlo con Bruno, de herinneringen van de dictator aan zijn op 23-jarige leeftijd overleden zoon.

En wat doet ze tegenwoordig? ‘Niets!’ zegt ze stralend. Ze strekt zich uit achter het stuur, verheugt zich over haar antwoord en het effect daarvan. Maar ‘niets’ is overdreven. In het weekend rijdt ze naar lezingen, en de rest van de tijd onderhoudt ze haar Facebook-vriendschappen. Posts beantwoordt ze zo prompt dat wie een mailwisseling met haar begint, een privésecretaris nodig heeft. Bovendien is ze pas verloofd. Daar wil ze liever niet over praten. Ook haar persoonlijke verleden is met een halve zin voldoende behandeld: gescheiden van een veel oudere man met een heel klein pensioentje.

In Riccione hangt de kerstversiering net zo vreemd tussen de witte hotels als in een badkamer. Edda parkeert haar Fiat in een zijstraatje en klikklakt naar de pompeuze promenade langs de oever. Haar hand wijst naar een okerkleurige villa. ‘Daar, in de oostvleugel, werd in 2016 mijn boek gepresenteerd.’ Tussen de hoteltorens lijkt het alsof de voormalige zomerresidentie van de familie Mussolini merkwaardig gekrompen is. Op de grindpaden woekert het onkruid, het grasveld is bruin. Op het bordje naast de gesloten ingang staat dat de villa nu eigendom is van de gemeente Riccione en als galerie fungeert. Eerst wilde Riccione Edda’s bijeenkomst verbieden. ‘Maar wat een Mussolini wil, dat krijgt ze ook,’ zegt Edda en steekt wilskrachtig haar kin vooruit. 1200 gasten kwamen erop af, de kranten berichtten er uitvoerig over.

Nu ligt Edda opnieuw in de clinch met Riccione. De gemeente wil de villa Mussolini omdopen naar haar oude, onschuldige naam ‘villa Margherita’. Te veel paren vinden het chic om in de villa Mussolini te trouwen, en het worden er steeds meer. Het nieuwe bruiloftstoerisme ergert vooral de vrouwen van de linkse Partito Democratico. In de lokale krant Il Resto del Carlino protesteerden ze: ‘In deze villa heeft een familie gewoond waarvan het hoofd de waardigheid van zijn echtgenote met voeten trad. En hier zouden jonge paren elkaar eeuwige liefde en trouw moeten zweren?’ Edda beet in dezelfde krant van zich af met het evangelie van Johannes: ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’ Bovendien is de enige echt tot oordelen bevoegde in deze zaak: haar nonna. En hoe die over de slippertjes van haar man dacht, is te lezen in alle biografieën van haar nazaten: ‘Ik ben en ik blijf mevrouw Mussolini. Hoofdzaak is dat hij ’s avonds naar huis komt voor het eten.’

‘Oh jij goddelijk wezen!’

Dat deed hij inderdaad, want de Duce verplaatste zijn sexafspraakjes, die dagelijks plaatsvonden, naar de middag. Volgens Mussolini’s zoon Romano stonden ook de dames van de Romeinse adel in de rij. Dat eenvoudig-krachtige vonden ze niet bij hun mannen. Tegelijkertijd hield Mussolini er ook langdurige relaties op na. De eerste minnares, Margherita Sarfati, een Venetiaanse Jodin uit een vermogend geslacht, bracht hem niet alleen manieren en wereldwijsheid bij, maar ook politieke ideeën die aansloegen. Omdat nonno hun brieven overal liet slingeren, was nonna al gauw op de hoogte.

Het langst – zestien jaar – duurde de liaison met de 29 jaar jongere dochter van een Romeinse arts, Clara Petacci. Als veertienjarige schreef zij hem al een eerste liefdesbrief: ‘Oh jij goddelijk wezen!’ Toen zijn rode Alfa Romeo in 1932 op de weg naar Ostia met hoge snelheid de Lancia van de familie Petacci inhaalde, zag ze haar idool voor het eerst in levenden lijve. De ontmoeting eindigde algauw in bed, en voortaan glipte Claretta elke middag via een zij-ingang het regeringspaleis Venezia binnen.

Het buitenland reageert geprikkeld op de nieuwe Mussolinihype. Dat merkte de voorzitter van het EU parlement Antonio Tajani van Berlusconi’s Forza Italia. In een interview had hij zorgeloos gezegd dat de Duce toch ook ‘een paar dingen goed gedaan’ had. In Italië is die zinswending heel gangbaar. In Brussel toonde het EU-parlement zich ‘verbijsterd’ en ‘ontzet’ en eiste Tajani’s onmiddellijke aftreden.

Bijzonder verontwaardigd over Italië’s onbevangenheid inzake het fascistische verleden en het ontbreken van een collectieve wil om daarmee in het reine te komen zijn de Duitsers. In eigen land hebben ze allang alle herinneringen aan het Duizendjarig Rijk uitgewist. Als er nieuwe relikwieën opduiken, dan maken ze die zo snel mogelijk onschadelijk. Een paar maanden geleden kocht een ondernemer op een veiling voor 60.000 franken de hoed van Hitler, alleen maar om te voorkomen dat die in handen van onbevoegden, lees: neonazi’s, zou vallen.

Weliswaar verbiedt Italië sinds 1952 alle fascistische symbolen, maar de grenzen van het toelaatbare zijn flexibel en van toeval afhankelijk. Zo werd een douanebeambte op staande voet ontslagen toen men het aan Mussolini toegeschreven citaat ‘Liever een dag leven als een leeuw dan honderd jaar als een schaap’ ingelijst in zijn kantoor aantrof. Maar in december kun je in elke grotere kiosk Mussolini-kalenders kopen met dezelfde spreuken. En Predappio, Mussolini’s geboortedorp en laatste rustplaats, leeft bijna uitsluitend van Duce-pelgrims. Daaronder elk jaar ook de voetbalclub Lazio Roma. In 2019 benutten ze een Europacupwedstrijd om, gehuld in het zwart, met de rechterarm geheven in een Romeinse groet, door de binnenstad van Glasgow te marcheren. In de optocht voerden ze een spandoek mee met de tekst: ‘Ere zij Benito Mussolini’.

In zijn laatste twee jaar schreef hij haar meer dan 360 brieven, waarin hij zichzelf beschreef als een “gestrande dromer”, een “hansworst” en een “levend kadaver”

Doel van de 100.000 toeristen die Predappio elk jaar bezoeken is de grafkelder van Mussolini op het kerkhof San Cassiano. ‘De parkeerplaats hier staat altijd vol, autobus naast autobus uit heel Italië,’ zegt de verkoopster in de bloemenwinkel. Nu staat er een enkele Fiat op het terrein zo groot als een voetbalveld. Reden: de crypte is gesloten. De oude bewaker van de crypte is gestorven, en een nieuwe is er nog niet. Die zal moeilijk te vinden zijn. Ten eerste is het een erebaantje, een salaris kunnen de Mussolini-kleindochters niet betalen. Ten tweede is het ook gevaarlijk. De massabetogingen op belangrijke Mussolini-gedenkdagen worden steeds agressiever. Bij de laatste Duce-geboortedag was op een T-shirt ‘Auschwitzland’ te lezen. De sluiting is voor Predappio een ramp. In de bloemenwinkel zijn de bedwelmend geurende bossen witte lelies, omwonden met een lint in de kleuren van de Italiaanse vlag, verdwenen. De fans plachten die met tientallen tegelijk op Mussolini’s graf te leggen. Nu heeft de winkel alleen nog kweekplantjes in de aanbieding. Vreugdeloos overziet de verkoopster haar stijve bloemenpracht. Het restaurant Del Moro is even leeg als de souvenirwinkels aan de hoofdstraat. ‘Fotograferen verboden,’ zegt de verkoopster zonder op te kijken. Ze pakt juist de pas afgeleverde doodskop uit een doos. De stellingen zijn tot aan het plafond gevuld met zwarte horrorspullen: overal hakenkruizen en rijksadelaars, mutsen en gordels, helmen en jassen, leer en metaal.

De enige bezienswaardigheid in Predappio blijft de modelstad die Mussolini volgens fascistische principes liet bouwen. ‘In 245 dagen,’ zoals de op het stuk van bouwvakkers zwaar beproefde Adelina er nostalgisch aan toevoegt. Daar staan ze, links en rechts van de kaarsrechte straat: kazernes en scholen, een markt en een raadhuis, alles in éénzelfde okerkleurige toon gehouden, alles is steengeworden orde, alles met een groot, leeg gebaar.

De provinciale waarden van hun geboortedorp Predappio bepaalden zelfs in het Romeinse presidentieel paleis het leven van het echtpaar Mussolini. Dertig jaar lang schonk donna Rachele haar man op zijn verjaardag zakdoeken en onderbroeken, zoals gebruikelijk op het platteland. En even lang revancheerde hij zich met zijn gesigneerde fotoportret. Ook het huishouden bleef kleinburgerlijk. Als Mussolini op een nachtelijke uur aankwam met een belangrijke gast, ontving donna Rachele hem in de deuropening met de handen in de zij: ‘Beste man, je komt laat. Hier wordt vroeg gegeten. De keuken is dicht. Buona notte.’

Natuurlijk zijn de biografieën van de nazaten er niet op uit te ontluisteren. Toch geven ze meer prijs dan ze willen. Mussolini bleef zowel tegenover de Italiaanse koning als tegenover Hitler een gedienstige lakei. Ronduit schurkachtig lijkt het duel waarmee hij indruk wilde maken op Hitler. Als wapen zwaaide hij met een gladiatorenzwaard. Zijn devote houding stoorde vooral zijn geliefde Clara Petacci. In zijn laatste twee jaar schreef hij haar meer dan 360 brieven, waarin hij zichzelf beschreef als een ‘gestrande dromer’, een ‘hansworst’ en een ‘levend kadaver’. Zij antwoordde met gloeiende peptalk: ‘Je moet zelfbewuster optreden tegen Hitler! Want deze zwakte brandt in mij en verwondt mij.’ Of: ‘Houd moed, Ben, houd moed. Zolang jij er bent is Italië zeker van de overwinning.’

Dat was een vergissing. Op 28 april 1945 werden Clara Petacci en Benito Mussolini op hun vlucht naar Zwitserland bij het Comomeer door partizanen doodgeschoten en later in Milaan ondersteboven opgehangen bij een benzinepomp.

Rachele Mussolini vocht twaalf jaar voor de vrijgave van het lichaam van haar man. Toen men haar uiteindelijk op het kerkhof van Predappio een ruw getimmerde kist voor de voeten zette, verlangde ze dat die geopend werd. ‘Ze wilde er zeker van zijn dat er niet alleen maar stenen in lagen’, schreef Edda in haar boek. Maanden later overhandigde de Amerikaanse ambassadeur haar in een A4-envelop nog een lichaamsdeel van haar man. Erin zat een schijf van zijn hersenen. De Amerikanen hadden gezocht naar een crimineel gen.

Mussolini’s ideeën waren geweldig – ze werden alleen verkeerd toegepast

Edda is van geen enkele partij lid. Om geen lezers te irriteren, vermijdt ze ook een te openlijk fascistisch vocabulaire. In plaats daarvan zegt ze dat men het achteraf altijd beter weet. En trouwens, het fascisme van toen bestaat nu helemaal niet meer. ‘Zelfs nono zou vandaag geen fascist zijn.’ Zij zelf vertegenwoordigt wel de klassieke fascistische waarden: orde, opvoeding en discipline, ‘maar niet op een ideologische manier’. Dan laat ze een begripvolle stilte vallen, om de ander gelegenheid te geven tot tegenargumenten.

Dit min of meer gelouterde fascisme verspreidt zich in Italië ‘met de snelheid van het licht’, schrijven hoofdredacteur van Die Zeit Giovanni di Lorenzo en de auteur Roberto Saviano in hun boek Verklaar me Italië! Vaak verloopt het overhellen naar rechtsradicaal gedachtengoed spelenderwijs, onder het motto: de linksen is het niet gelukt, dus laten we het eens met rechts proberen. Tenslotte waren Mussolini’s ideeën geweldig – ze werden alleen verkeerd toegepast. De nieuwe bewondering voor de Duce wordt vergemakkelijkt door het ontbreken van een collectief schuldgevoel. Niet alle Italianen waren immers fascisten. Er bestond ook een gewapend verzet. In 1943 telde men officieel 9000 strijders. In 1945, toen al duidelijk was hoe het zou aflopen, waren het er 100.000.

Tegenwoordig schijnt de halve natie erbij gehoord te hebben.

In werkelijkheid groeien alle rechtsradicale groeperingen razendsnel.

De Jonge Fascisten hebben op Facebook al 140.000 volgers. De Fratelli d’Italia verzekerden zich ook nog van 5 procent van de parlementszetels. Hun slogan: ‘Werp de ketenen af, stem fascistisch!’ Ook bij de 250.000 leden van het Casa Pound is er toeloop. Het zogenaamde cultuurcentrum haalde de internationale krantenkoppen toen het in Ostia Afrikaanse handelaars van het strand verdreef. Maar ook de rechtspopulistische Lega, hier bondgenoten genoemd, wint elke verkiezing meer zetels en staat volgens de aatste peilingen op ongeveer 40 procent.

Maanden later overhandigde de Amerikaanse ambassadeur haar in een A4-envelop nog een lichaamsdeel van haar man

Anders dan in de rest van Europa zijn er in de Italiaanse ultrarechtse partijen geen scherpe ideologen. Men pakt het liever populistisch aan en besluit schotschriften met hartjes en bloemetjes. Tot de folklore behoren ook vrouwen die, net als Edda, optreden als bella figura. Bij hun lezingen komt de rechtsradicale gemeenschap samen en cultiveert ze de gemeenschappelijke grote woede over de vluchtelingen en het onvermogen, de vriendjespolitiek en de zwaktes van de staat. De schuld van de staat is inderdaad even gigantisch als de corruptie. Het openbaar bestuur staat op instorten, de jeugdwerkloosheid is met 40 procent dubbel zo hoog als in de rest van de EU.

Voorbeeld

Na Edda’s lezing in Parma is de stemming onder het publiek ronduit euforisch. Het Italiaanse onderzoeksinstituut heeft vastgesteld dat de roep om een sterke man aanzwelt. 48 procent van de Italianen is bereid onderdelen van de democratie op te offeren ten gunste van meer orde en discipline. Twee van de drie Italianen voelen zich verraden door de politiek en zijn bang voor de toekomst. ‘We hebben weer voorbeelden nodig in de politiek,’ concludeert een man met een glad geschoren hoofd. ‘Wij van Destra Nuova zijn er klaar voor.’ Hij beweegt zich zo kordaat en formeel alsof hij nu meteen als voorbeeld wil dienen.

Veel partij-insignes in de zaal herken je niet op het eerste gezicht. Een gast met een messcherp getrokken scheiding haalt bereidwillig zijn button uit zijn knoopgat. Erop afgebeeld is een Romeins X, daarachter staat ‘mas’. Omdat zowel herkenning als bewondering uitblijven, helpt hij een handje: ‘Decima mas’. Deze in de tijd van Mussolini fascistische speciale eenheid moordde samen met de SS in Noord-Italië halve dorpen uit als ze daar verborgen partisanen vermoedden.

Anderen dragen de X niet alleen in het knoopsgat. Een jongeman knoopt zijn shirt open en hetzelfde symbool verschijnt, breed over zijn borst getatoeëerd. Bij een tweede siert het de rechter onderarm. Hij laat de aanblik even inwerken, dan rolt hij zijn linkermouw op. Er komt een rijk versierd hart tevoorschijn. ‘Voor mijn moeder,’ zegt hij.

Hoewel ze nergens partijlid zijn volgen veel gasten Edda van lezing naar lezing. ‘Ik mag nergens anders praten zoals hier,’ zegt een gepensioneerd musicus uit Milaan. Alleen hier kan hij zich retorisch uitleven, wellustig, zoals anderen in een bordeel. Migranten zijn luie klootzakken en in de regering zitten louter dieven. Dan pakt hij vergenoegd het steekwapen dat plotseling rondgaat, draait en keert het met een kennersblik. ‘Je weet nooit wanneer je zoiets nodig hebt,’ verklaart de eigenaar veelzeggend. De musicus lacht grimmig: ‘Tegenwoordig helpt geen mes meer. Nu heb je een machinegeweer nodig!’

Edda, helemaal de showgirl van het gezelschap, klikklakt op haar potlooddunne naaldhakken van groep naar groep. Bij elke stap rinkelen haar talloze armbanden mee. ‘De belangrijkste is deze,’ zegt ze en licht de band met de kleuren van de Italiaanse vlag van haar pols. ‘Ik ben een patriot!’ Waar het volkslied ook maar klinkt, staat ze op en legt een hand op haar hart. ‘Alleen in de auto niet,’ zegt ze tegen een vrouw met een wintersportbruine teint en een bijpassende volumineuze bontjas. Marilena is tandarts en leidt Edda’s fanclub. Waarom ze dat doet? Ze antwoordt met de onverstoorbare zekerheid van de ware gelovige: ‘Deze familie met deze Duce heeft Italië weer groot gemaakt.’ Edda glimlacht haar kleindochterslachje. De Destra Nuova-man knikt plechtig. En de musicus roept geestdriftig: ‘Waarom komt je nonno niet terug – tien keer zo rabiaat!’

Context: Fatsoenlijke mensen

‘Ik ben naar Genève gekomen om voor de hele wereld de schandelijke methoden van de Italiaanse luchtmacht aan te klagen, die met gifgas onze vreedzame bevolking aanvalt. De wereld zal een oordeel uitspreken over onze aanvaller.’ Aldus klaagde Haile Selassie, de in ballingschap gedreven regent van Ethiopië, in het jaar 1938, voor de Volkenbond. De precieze aantallen slachtoffers zijn moeilijk te schatten; onderzoekers gaan uit van minstens 350.000 tot bijna 800.000 slachtoffers. Om de weerstand van de bevolking te breken liet Mussolini het verboden mosterdgas inzetten en concentratiekampen inrichten. In Noord-Afrika eiste de bloedige verovering van Libië door de Italianen een geschatte 100.000 slachtoffers. Andere veldtochten vonden plaats in Spanje, en op de Balkan, met Hitlers Wehrmacht tegen de Sovjet Unie.

Onder de Brava Gente-mythe verstaan historici de weigering om de gruweldaden en oorlogsmisdaden onder ogen te zien

Ook in Griekenland richtten de Italiaanse troepen massaslachtingen aan, plunderden en verkrachtten. Mussolini en zijn aanhangers doodden minstens een miljoen mensen. Meer dan 5000 oorlogsmisdadigers werden in Italië veroordeeld – op 200 na kregen ze allemaal gratie; velen werden na hun dood als helden vereerd. ‘Italiani brava gente’ heet het – wij Italianen zijn fatsoenlijke mensen. Onder de Brava Gente-mythe verstaan historici de weigering om de gruweldaden en oorlogsmisdaden onder ogen te zien. Wat dat fatsoen betreft: het Vaticaan heeft fatsoenlijk verdiend aan een miljoenengeschenk dat Mussolini in 1929 aan de kerk schonk naar aanleiding van de erkenning van het fascistische regime door de kerkelijke staat. De financiers van het Vaticaan belegden het geld slim, ze maakten het over via brievenbusfirma’s in belastingparadijzen. Daaruit ontstond een vermogen dat nu bijna 600 miljoen euro bedraagt.

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.