• 360 Magazine
  • Cultuur
  • God is alleen heilig voor degene die in hem gelooft

God is alleen heilig voor degene die in hem gelooft

360 Magazine | Amsterdam | 02 december 2015

Stephane Charbonnier – beter bekend als hoofredacteur Charb van Charlie Hebdo – schreef twee dagen voor zijn dood een essay dat hier postuum wordt uitgegeven door Lebowski Publishers. Charb houdt daarin het ‘paternalisme van de linkse, blanke intellectueel’ verantwoordelijk voor het klimaat waarin Charlie Hebdo tot doelwit kon worden gebombardeerd.
Hieronder het ijzersterke voorwoord van New Yorker-auteur Adam Gopnik.

Ik las Charlie Hebdo voor het eerst tijdens vroegere korte verblijven in Frankrijk, in de jaren zeventig. Ik ben waarschijnlijk een beetje een lafaard als het op grappenmakerij aankomt – ik heb het waarschijnlijk liever zachtaardiger dan ik zou moeten –, maar ik ben wel een instinctieve pluralist: ik heb graag dat er in de wereld, en in de krantenkiosk, dingen zijn die ik niet leuk vind. Charlie Hebdo was mijn smaak niet, maar bij latere, veel langere verblijven in Frankrijk was ik altijd blij om te zien dat het nog bestond. Het getuigde van een oudere, rauwere Franse traditie die ik kon waarderen, ook al gaf ik er niet veel om. Ongepolijst, obsceen, onverbloemd, heiligschennend – met cartoons die de charme misten van de bande dessinée. Maar Frankrijk is een rigide land dat de ontspanning nodig heeft van de werkelijk vrijgevochten geesten – Rabelais kon alleen maar Frans zijn, juist omdat het verfijnde niet zonder het rauwe kan.

Later begon ik aan een masterstudie, en werd de geschiedenis van de karikatuur en van het cartoon tekenen mijn academische specialiteit. Daardoor begon ik meer begrip te krijgen voor 
de oude wortels en de goddeloze adel van het tijdschrift. De Charlie-_tekenaars werkten, besefte ik, in een typisch Franse traditie van ongetemdheid die was ontstaan in een lange negentiende-eeuwse guerrillaoorlog tussen de republikeinen, de Kerk en de monarchie, en die overal elders al lang geleden vrijwel volledig was verdwenen. Satirische tijdschriften en cartoonisten ‘van naam’ kunnen weliswaar nog bestaan in Londen en andere Europese hoofdsteden, met name in Brussel, maar die zijn over het algemeen artistieker en inhoudelijk meer gericht op de media. _Charlie Hebdo was een satirische krant van een soort dat bijna uitsluitend in Frankrijk voorkwam. 
In die jaren liep ik vlooienmarkten af en vond en kocht er oude exemplaren van de voornaamste karikatuurtijdschriften uit eind negentiende en begin twintigste eeuw – Le Rire en 
La Petite Assiette –, en ik besefte dat Charlie Hebdo de laatste bloem, of snik, van deze grote traditie was.

Frankrijk is een rigide land dat de ontspanning nodig heeft van de werkelijk vrijgevochten geesten

Charlie, helemaal niet ‘meta’ of ‘ironisch’, zoals The Onion, en geen podium voor politieke roddel, zoals het Parijse weekblad Le Canard Enchaîné of het Londense Private Eye, hield die Franse negentiende-eeuwse traditie van de rechtstreekse, onverschrokken en uiterst offensieve karikatuur in stand, de traditie die is begonnen met de nu legendarische karikaturist Honoré Daumier, 
of met zijn uitgever Charles Philipon, die in 1831 werd berecht omdat hij het hoofd van koning Lodewijk Filips als een peer had getekend.

Philipons beroemde pseudonaïeve demonstratie van het proces van karikatuurtekenen geeft nog altijd inzicht in de bijna primitieve soort beeldmagie die kleeft aan het maken van een cartoon. Waar was hij precies schuldig aan, wilde Philipon weten, want het hoofd van de koning wás immers peervormig? Hoe kon het terugbrengen tot alleen een omtrek beschouwd worden als een aanval op de koning? De veel grovere en obscenere cartoons die de omslagen van Charlie Hebdo kenmerkten – en die naast Mohammed ook Jezus en Mozes op de hak namen; met boze rabbijnen en tierende bisschoppen, samen met imams – waren de laatste, eh… vrucht van die traditie. Voor een ongetwijfeld te pedant oog was dit een van de dingen waardoor Charlie er toe deed: de Franse cultuur onderscheiden van onze eigen, gemoderniseerde cultuur.

De Charlie-cartoonisten waren altijd radicaal democratisch en egalitair in hun opvattingen, met op nummer één hun hartstochtelijke afkeer van de hypocrisie van georganiseerde religie. Geen groep is ooit meer ‘minoritaire’ geweest – meer gemarginaliseerd of vaker in aanvaring met het politieke establishment, bijtender in hun spot over macht, moediger in het opstaan tegen mensen met veel meer invloed en macht dan waarop een stelletje guerrillacartoonisten zich ooit zou kunnen beroepen. Net als hun grote voorgangers waren ze altijd aan het knokken tegen idolen en autoriteiten – en niemand in Frankrijk was zo meedogenloos en dapper minachtend tegenover père et fille Le Pen in het rechtse kamp. In de vele jaren die ik in Frankrijk heb doorgebracht, was het grootste plezier bij het lezen van Charlie Hebdo het prikkelende genoegen om te zien hoe baarlijke nonsens – soms van links, maar vaker van extreemrechts – in een tekening werden doorgeprikt.

4 x cover van Charlie Hebdo. 1. ‘Kan het Front National alle ellende van de wereld haten?’; 2.  Intouchables. ‘Daar moet je niet mee spotten!’; 3. ’Honderd zweepslagen als je je niet dood lacht!’; 4. ‘Liefde is sterker dan haat.’
4 x cover van Charlie Hebdo. 1. ‘Kan het Front National alle ellende van de wereld haten?’; 2. Intouchables. ‘Daar moet je niet mee spotten!’; 3. ’Honderd zweepslagen als je je niet dood lacht!’; 4. ‘Liefde is sterker dan haat.’

Deze misschien te intellectualistische reactie werd nietszeggend op 
een ochtend in januari 2015, toen twee islamitische, fundamentalistische terroristen het kantoor van Charlie Hebdo, dat onvoldoende werd bewaakt door de Franse politie, binnendrongen en met koelbloedige wreedheid acht redactieleden en een politieman doodschoten. (Daarna doodden ze een islamitische agent, die buiten gewond op straat 
lag.) En toch liet deze terroristische gruweldaad een onschuldige waarnemer achter met een wat ongemakkelijk dubbel gevoel: aan de ene kant waren de _Charlie_-cartoonisten zonder twijfel martelaren van het vrije woord, van de vrijheid van meningsuiting en van de noodzakelijke strijd tegen elke vorm van fundamentalisme. Aan de andere kant… verscheen er toch ook een oneerbiedig glimlachje om de lippen bij de gedachte dat de vlag halfstok ging, in heel Frankrijk, voor deze anarchistische onruststokers, en ze zouden zelf beslist gebruld hebben om de ironie dat de voormalige president Nicolas Sarkozy en de huidige president François Hollande plechtig om hen rouwden en in de demonstratie meeliepen. (De cartoonisten bespotten niet alleen de politiek van deze mannen; ze vergrootten regelmatig hun seksuele lusten en verkleinden hun seksuele instrumenten.)

De bedoeling van het boekje is om duidelijkheid te geven over die twee kanten van Charlie – de heldhaftige martelaren en de niet aflatende spotters, maar ook de mannen van de wereld en de bange, gemarginaliseerde slachtoffers. Charb, de grootse – getergde, logische, intelligente en vooral menselijke – cartoontekenaar en uitgever van Charlie, analyseert hierin alle kwalijke verzinsels over Charlie Hebdo die in het verleden de ronde hebben gedaan, en die in het jaar na de moorden erger zijn geworden; het verzinsel van de ‘islamofobie’ van het tijdschrift, bijvoorbeeld. Charb legt het verschil uit tussen karikatuur en aanval, op een redelijke manier die bijna ondraaglijk schrijnend is door de totaal onredelijke tol die zijn vrienden en hij hebben moeten betalen.

Geloof is niet de vijand. Fanatisme is de vijand. Altijd

Van begin tot eind draaien zijn argumenten in essentie om een simpel onderscheid: dat kritiek leveren op een ideologie, met inbegrip van religieuze ideologieën, zelfs als het schreeuwerig gebeurt, iets anders is dan aanzetten tot haat tegen een volk of tegen personen. Er gaapt een enorme kloof tussen een belediging en een bedreiging, en zo moeilijk is het niet om ze van elkaar te onderscheiden. In een open samenleving moeten we allemaal weleens een belediging slikken. De islam, een ideologie als alle andere – net als communisme, liberalisme of judaïsme – mag net als alle andere worden bekritiseerd en bespot. Charb herinnert ons eraan dat ‘de mode om achter elk woord “-fobie” te plakken volkomen belachelijk [is]. “Homofobie” en “negrofobie” worden niet gebruikt om de haat te beschrijven die mensen kunnen voelen tegen een ideologie of een godsdienst, maar wel degelijk tegen mensen.’

Charb. – © Michel Euler / HH
Charb. – © Michel Euler / HH

Met andere woorden, zeggen dat iemands godsdienst belachelijk is, is wat anders – waarneembaar, meetbaar, significant anders – dan zeggen dat een bepaalde groep uitgeroeid moet worden. Iemands profeet bespotten is heel wat anders dan hem persoonlijk bedreigen. Blasfemie is spot die op een ideologie is gericht; haat zaaien moedigt aan tot geweld tegen individuen. Judeofobie – het bespotten van de godsdienst van Mozes zoals Voltaire dat uitgebreid deed – zou beschermd moeten worden, onafhankelijk van wie zich ermee bezighoudt, net zoals het bespotten van het mormonisme in South Park. Maar joden en mormonen zelf moeten niet bedreigd worden, niet in hun geloofsbelijdenis en niet in het vertrouwen in hun eigen voortdurende welzijn. Blasfemie is gewoon de naam die fanatici aan kritiek geven. Charb schrijft met kennis van zaken: ‘Een gelovige kan God lasteren voor zover dat iets voor hemzelf betekent. Een niet-gelovige kán God niet lasteren, ook al doet hij nog zo zijn best. God is alleen heilig voor degene die in hem gelooft. Om God te beschimpen of te kwetsen moet je ervan overtuigd zijn dat hij bestaat. De strategie van de als antiracisten vermomde gemeenschapsdenkers bestaat erin dat ze blasfemie laten doorgaan voor islamofobie, en islamofobie voor racisme.’

Verbeelding

Het cruciale onderscheid dat we moeten verdedigen is het verschil tussen daden van verbeelding en daden van geweld. De verbeelding ziet, tekent en beschrijft allerlei dingen – pornografische, erotische, satirische of blasfemische – die ongemakkelijk of verfoeilijk zijn. Maar ze gebeuren niet echt. De verbeelding is een plaats waar veronderstellingen en virtuele zaken de boventoon voeren, en waar de lol 
er deels – en de clou er hoofdzakelijk – in ligt om het onzegbare te zeggen, teneinde de waarheid van de gangbare opvattingen te testen. De aanval op een ideologie is niet alleen wat anders dan de bedreiging van een persoon, het is er het tegenovergestelde van. Het betekent het einde van de vrije beschaving als kritiek op ideeën wordt vervangen door aanvallen op mensen. De idee dat we onbelemmerd ons werk moeten kunnen doen en onze denkbeelden moeten kunnen uitdragen zonder een angstig veto toe te kennen aan mensen die dreigen dat ze ons in dat geval kwaad zullen doen, is niet alleen maar een deel van wat we met vrijheid van meningsuiting bedoelen. Het is de es-
sentie van vrijheid van meningsuiting. Het sociaal contract in de kern van het liberalisme is eenvoudig: in ruil voor de vrijheid om ideeën van anderen zo veel te beledigen als je maar wilt, moet je de mogelijkheid opgeven om anderen persoonlijk aan te vallen.

Geloof is niet de vijand. Fanatisme is de vijand. Altijd. Maar alleen een dwaas zal ontkennen dat geloof de voedingsbodem van fanatisme is geweest in de lange, treurige strijd die de mens heeft gevoerd om het licht te zien. Net zoals we soms ‘solidariteit’ onder uiteenlopende groepen moeten zoeken, moeten we ook ‘desolidariseren’, ‘ontsolidariseren’ – de mensen die we kennen boven de abstracte categorieën uit onze verbeelding plaatsen. En welbeschouwd is het duidelijk zichtbaar maken van mensen, met al hun gebreken en zonder daarbij te generaliseren, precies datgene wat de karikaturist altijd voor ons heeft gedaan. Dat is zijn speciale vorm van moed.

Auteur: Adam Gopnik
Vertalers: Gertrud Maes en Martine Woudt

Adam Gopnik is een Canadees-Amerikaanse auteur, essayist en commentator. Levert vaste 
bijdragen, fictie en non-fictie, aan The New Yorker. Hij woont in Parijs en schreef daarover Paris to the Moon (2000). Charb. Brief aan de huichelaars die het racisme voeden verschijnt op 18 december bij Lebowski Publishers, € 14,99.

Dit artikel werd samengesteld door Adam Gopnik.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.