• The Atlantic
  • Longreads
  • Wie weet het beter: de ouder of de grootouder?

Wie weet het beter: de ouder of de grootouder?

© Getty
The Atlantic | Boston | 12 mei 2021

Ouders en grootouders denken beide zeker te weten wat het beste is voor de (klein)kinderen. Dat leidt tot pijnlijke confrontaties, en niet zelden tot een breuk. Zeg je tegen je moeder: ‘Ik wil niet dezelfde opvoedingsfouten maken als jij vroeger maakte’? Of is het toch beter om je mond te houden?

Een van de prettigste aspecten van het grootouderschap is dat je door je eigen volwassen kinderen wordt gevraagd om tijd door te brengen met je kleinkinderen. Maar die vraag kent een aantal voorwaarden, en zelfs in de meest liefdevolle families overtreden grootouders die regels regelmatig. Om vele redenen kunnen ze het niet helpen dat ze de grenzen overschrijden, of dat nu komt door ergernis dat hun eigen kinderen hen vertellen wat ze moeten doen, de oprechte overtuiging dat ze meer weten over kinderen opvoeden dan hun eigen kroost of, schrijnender, omdat ze zich verzetten tegen de harde realiteit dat ze te oud zijn geworden om de gekoesterde rol van beslisser in de familie te spelen. Dat kan leiden tot spanningen die een relatie kunnen maken of breken.

‘Het voelt steeds meer alsof mijn ouders moeite doen om onze zoon het christendom bij te brengen,’ zegt een 34-jarige redacteur die met haar twee zoontjes in Brooklyn woont. Zij en haar man zijn niet religieus, maar hun oudste zoontje van drie jaar ‘zingt vaak kerkelijke liedjes en zegt dingen als “God heeft ons gemaakt!” en “God let op ons!” als hij terugkomt van een verblijf bij zijn grootouders’.

In het begin waren deze moeder (die anoniem wil blijven om haar ouders niet te beledigen) en haar man ‘er een beetje van geschrokken’. Maar nu zijn ze alleen lichtelijk verbaasd en soms geamuseerd. ‘Ik denk dat we het allebei wel grappig vinden dat twee agnostische ouders een kind hebben dat “Jezus houdt van mij” loopt te zingen.’

Conflicten

Ze wilde de kwestie eigenlijk met haar ouders bespreken, maar wist niet precies hoe ze dat moest aanpakken. ‘Mijn moeder schiet al snel in de verdediging over alles wat met de kinderen te maken heeft. Zelfs als ik probeer zo voorzichtig mogelijk ergens over te beginnen, en niet op een emotioneel moment, komt er veel gedoe van.’ Ze zegt dat dit zich telkens voordoet wanneer ze het ergens niet over eens zijn, bijvoorbeeld als oma haar kleinzoon omkoopt met snoepjes om hem nog een wortel te laten eten. ‘Ik bespreek die dingen nu zelden meer met haar, omdat de risico-batenverhouding nihil is.’

Haar ouders zijn een heel eind verhuisd om dicht bij de twee kinderen – hun enige kleinkinderen – te kunnen zijn en ze hebben een liefdevolle verhouding met de jongens. ‘Onze levens zijn zo verstrengeld; we zien ze een paar keer per week. Om een moeilijk gesprek te voeren dat leidt tot een paar ongemakkelijke dagen waarin we genegeerd worden – dat is lastig en niet iets wat ik wil riskeren, tenzij het echt belangrijk is.’

Conflicten tussen ouders en grootouders over wat het beste is voor een kleinkind kunnen variëren van ruzies over junkfood tot meningsverschillen over een pak slaag. Hoeveel grootouders weigeren niet zuigelingen op hun rug te laten slapen, zoals de ouders vragen, omdat baby’s in hun tijd op de buik werden gelegd? Hoeveel grootouders geven hun kleinkinderen toch nog een koekje of een half uur tv-kijken, zelfs als ze weten dat de ouders regels hebben over suiker en schermtijd?

Vorig jaar ondervroeg de Mott Poll, een project van het C.S. Mott Children’s Hospital van de Universiteit van Michigan, families met tenminste één levende grootouder. Waren ouders en grootouders het soms oneens over wat het beste was voor de kleinkinderen? Ja, zei 43 procent van de ondervraagden, die allemaal ouders waren, geen grootouders. In die groep betroffen de twistpunten onder meer discipline (57 procent), voeding (44 procent), schermtijd (36 procent) en bedtijd (21 procent). (Verrassend genoeg, voor mij tenminste, was slechts 10 procent bezorgd over hoe vaak de grootouders foto’s van hun kleinkinderen op sociale media plaatsten.)

Ouders denken soms dat klagen over oma’s voedingskeuze de moeite niet waard is, omdat ze zoveel te bieden heeft wat betreft liefde, aandacht, emotionele steun en gratis oppassen. Maar zelfs onuitgesproken conflicten kunnen een wig drijven tussen de twee generaties – reden waarom sommige ouders die ik voor dit verhaal sprak me smeekten om hun naam niet te vermelden, zelfs niet hun voornaam.

‘Er is geen goede manier om tegen je moeder te zeggen: “Ik wil niet dezelfde opvoedingsfouten maken die jij hebt gemaakt”’

Veel ouders denken goed na over hoe ze hun kinderen opvoeden, en zien hierin ook een correctie van hoe ze zelf zijn opgevoed. Zij zien hun opvoedingsstijl als manier om de fouten van hun eigen ouders goed te maken. Dat kan het extra irritant maken als grootouders de regels van de ouders negeren.

Diverse moeders die ik sprak, herinnerden zich bijvoorbeeld hun eigen onwillige eetgedrag als kind, wat alarmbellen deed afgaan toen ze zagen dat hun moeders dezelfde reactie vertoonden als vroeger, namelijk de kleinkinderen dwingen hun bord leeg te eten of erop aandringen meer te eten dan ze op leken te kunnen.

‘Vooral immigrantenmoeders denken dat hoe steviger het kind is, hoe gezonder,’ zei een 37-jarige ondernemer en moeder uit Chicago, wier ouders en familieleden allemaal uit het Midden-Oosten komen. ‘Ik moest een gesprek forceren en zeggen: “Je dwingt mijn kind meer te eten dan het wil; dat kan een ongezonde relatie met voedsel veroorzaken.”’

Ze probeerde haar zienswijze, en die van haar kinderarts, uit te leggen aan haar moeder en schoonmoeder: dat kinderen gezond voedsel aangeboden moet worden, en dat eten dat na een half uur nog niet op was, moest worden weggehaald. ‘Dat hoorde toen ze ons opvoedden niet bij de cultuur. Ze zeiden dat ze daar nog nooit van hadden gehoord.’

In plaats daarvan zette haar moeder haar driejarige kleindochter op de grond en voerde haar wel twee uur lang tot het bord leeg was. Dat irriteerde de moeder uit Chicago. Ze probeerde haar moeder uit te leggen waarom twee uur voeren inging tegen wat zij en haar man goed vonden voor hun twee jonge dochters, maar vermoedt dat haar moeder het nooit heeft begrepen. Ze heeft het gevoel dat ze misschien niet streng genoeg is geweest. Maar er ís ook geen goede manier om tegen je moeder te zeggen: ‘Ik wil niet dezelfde opvoedingsfouten maken die jij hebt gemaakt.’

Karen Fingerman, die de relatie tussen ouders en hun volwassen kinderen bestudeert, is tot de conclusie gekomen dat onenigheid over de opvoeding van kleinkinderen een veelvoorkomend twistpunt is. De moeilijkste situatie is die waarin een grootouder met advies komt over hoe het kleinkind gevoed, gekleed, opgevoed of gedisciplineerd moet worden. ‘Het maakt niet uit wie je ongevraagd advies geeft, niemand vindt dat prettig,’ zei Fingerman, directeur van het Texas Aging & Longevity Center van de Universiteit van Texas, tegen me. Het is voor grootouders een moeilijke gewoonte om af te leren, zei ze. Ze zijn simpelweg gewend om hun volwassen kinderen raad te geven, en dat is al begonnen bij ‘toen de kinderen baby’s waren en je tegen ze zei “Niet aankomen, lieverd”, “Niet de straat oversteken”. Dat is je rol als ouder, je kind vertellen hoe ze iets beter kunnen doen.’

Wat er moet gebeuren, is iets heel moeilijks – zowel vanuit het perspectief van de ouders als dat van de grootouders. De grootouders moeten leren een stap terug te doen en hun kinderen de beslissingen te laten nemen. En de ouders moeten leren het advies niet zo persoonlijk op te nemen. In het ideale geval, zei Fingerman, ‘zien ze dat hun ouders het niet altijd goed doen, en dat geeft niet’.

‘Tegen de tijd dat mensen op de grootouderleeftijd komen, is het heel moeilijk om de manier waarop je met kinderen omgaat te veranderen’

Door de gesprekken met jonge moeders begon ik me af te vragen hoe ik er in de ogen van mijn dochter zelf als oma afkwam. Over het algemeen zijn we het eens over wat het beste is voor mijn twee kleindochters, van drie en bijna zes. Of dat denk ik tenminste. Maar zou mijn dochter, die 37 is, tegen een journalist gaan klagen over hoe ik altijd toegeef aan de vraag van mijn kleindochters om met hen naar de dollarwinkel in de buurt te gaan? Of dat ik moet lachen als ze een beetje druk zijn tijdens het eten – ze kúnnen heel grappig zijn – in plaats van te zeggen dat ze aan tafel moeten blijven zitten en zich moeten gedragen?

En zou ik geklaagd hebben over mijn eigen moeder, die me naar mijn gevoel elke keer dat ik mijn baby borstvoeding gaf ondermijnde door te zeggen dat moeders in haar tijd werd verteld dat flesvoeding het beste was? En hoe wist ik trouwens dat ze genoeg melk kreeg?

Ik heb nooit iets gezegd tegen mijn moeder, hoewel mijn dochter wel een keer tegen míj zei dat de aankopen in de dollarwinkel een beetje overdadig werden. (Ik heb geprobeerd het kalmer aan te doen, en toen kwam de pandemie en haalde ik mijn kleindochters niet meer van school en de dagopvang, waardoor de situatie irrelevant werd.)

Maar zelfs een gesprek over dat grootouders misschien te ver gaan – als de ouders moedig genoeg zijn om het onderwerp aan te snijden – zou volgens de Mott Poll niet veel helpen. Slechts 43 procent van de respondenten van de enquête klaagde tegenover de grootouders over hun gedrag. Bijna de helft van de grootouders die dat soort gesprekken voerde, nam de bedenkingen van de ouders serieus, en zei dat ze zouden proberen meer hun best te doen – waarna ze volgens de ouders hun leven beterden.

De andere helft deed dat niet. Ongeveer een derde van de grootouders die te horen kreeg dat ze de regels van de ouders niet volgden, zei dat ze er rekening mee zouden houden. Maar volgens de ouders veranderde er niets. Een verdere 17 procent weigerde botweg hun gedrag te veranderen. ‘Tegen de tijd dat mensen op de grootouderleeftijd komen, is het heel moeilijk om de manier waarop je met kinderen omgaat te veranderen,’ zegt Sarah Clark, mededirecteur van de Mott Poll.

Comfort en veiligheid

Naarmate mensen ouder worden, zullen ze waarschijnlijk meer comfort en veiligheid vinden in oude, vertrouwde gewoonten – en in de praktijk van de elementaire kinderzorg is nogal veel veranderd. Bovendien speelt als je voor een kind zorgt waarvan je heel veel houdt, de overtuiging mee dat jouw mening de enige is die telt.

Maar hoe staat het met die andere grote groep grootouders van de Mott Poll en hun tegenhangers in het echte leven – diegenen wier kinderen wel klachten hebben over hoe ze met de kleinkinderen omgaan, maar ze nooit uitspreken? Hoe moeten de ouders van de redacteur uit Brooklyn weten dat hun dochter en schoonzoon zich ergeren aan de bijbelverhaaltjes voor het slapengaan als die dochter en schoonzoon dat nooit ter sprake brengen? Kijk er eens naar vanuit het standpunt van de grootouders: zij hebben meer ervaring met het opvoeden van kinderen dan hun volwassen kinderen, en ze denken ook dat ze het er vrij goed van afgebracht hebben, omdat ze nooit aanmerkingen hebben gehad van hun volwassen kinderen over de manier waarop ze met de kleinkinderen omgaan.

Sommige van die kwesties gaan niet alleen over of de kinderen wel of niet televisie mogen kijken tijdens het eten, maar zijn zaken van welzijn en veiligheid waarover niet onderhandeld mag worden: een kinderzitje in de auto op de juiste manier gebruiken, buiten roken, het gebruik van een helm op de fiets. En als grootouders dat soort regels negeren, kan dat leiden tot een uitkomst die slecht is voor beide partijen: beperkte omgang met het kleinkind.

Toegang beperken

Dat overkwam Shannon, 32, die vorige zomer op het hoogtepunt van de pandemie in haar thuisstaat Colorado een baby kreeg. Zij en haar man wilden graag dat de grootouders van de baby op kraambezoek kwamen, maar eerst deden ze onderzoek om te bepalen wanneer dat veilig zou zijn. Het echtpaar besloot dat alle vier de grootouders twee maanden zouden moeten wachten voor ze het pasgeboren meisje konden zien, en dat ze eerst twee weken in quarantaine moesten, in een camper of een Airbnb, voor ze het huis in kwamen. Bovendien moesten de grootouders de twee vaccins krijgen die kinderartsen iedereen die vaak in contact komt met een zuigeling aanbevelen: een Tdap-injectie (tegen kinkhoest) en een griepprik.

De grootouders van moederskant kwamen met hun camper vanuit het Noordwesten en volgden alle regels op. Maar Shannon vertelde me dat de grootouders van vaderskant “niet in de wetenschap geloven”. ‘Covid is in hun ogen geen echt risico. Ze hebben het virus genegeerd, gingen naar restaurants, ontmoetten hun vrienden. Ze weigeren in isolatie te gaan; ze zeggen dat alleen liberalen dat doen.’ Omdat ze niet in quarantaine wilden en zich ook niet lieten vaccineren, waren ze niet welkom. Ze hebben de baby, die nu negen maanden is, nog steeds niet gezien.

Politieke verschillen met haar schoonouders leidden al voor de geboorte van het kind tot een nogal pijnlijke relatie. ‘We hadden meningsverschillen over klimaatverandering en vaccins, maar die hebben we min of meer achter ons kunnen laten.’ Ze dachten dat de relatie zou verbeteren als ze met de komst van de baby een nieuwe band konden aangaan. Maar toen de grootouders weigerden zich aan de regels van de ouders te houden, verdween iedere hoop op verbetering. En volgens Shannon heeft iedereen daaronder te lijden.

Ze zei dat ze diepbedroefd is om haar dochter, die ‘had kunnen weten hoe het is om geliefd te worden door alle vier haar grootouders. En het komt niet door Covid; het komt door de politiek.’ En ze is ook bedroefd om haar schoonouders. ‘Ze missen deze hele fase; de baby is hun enige kleinkind en ze kennen haar niet.’ Ze vroegen al jaren om een kleinkind, maar hebben zichzelf min of meer buitengesloten uit haar leven. Nu hebben ze alleen nog een Facetime-relatie.

De toegang tot kleinkinderen beperken is een extreme reactie, maar niet eens zo zeldzaam

De toegang tot kleinkinderen beperken is een extreme reactie, maar niet eens zo zeldzaam. Uit de Mott Poll bleek dat, als ouders de moed opbrachten om op tafel te leggen wat hen dwarszat, de onverzettelijke grootouders soms de consequenties onder ogen moesten zien. Als grootouders zeiden dat ze hun leven zouden beteren maar niet echt hun gedrag veranderden, ging 32 procent van de ouders ertoe over om ze minder met de kleinkinderen te laten omgaan. Als grootouders ronduit zeiden dat ze zich niet aan de ouderlijke regels zouden houden, kreeg 42 procent van hen te maken met beperkte toegang.

Maar de meerderheid van de ouders in de Mott Poll volgde hetzelfde pad als de mensen die ik sprak – het pad dat ook ik volgde toen ik me ergerde aan dingen die mijn eigen moeder zei en die ik ervoer als een scherp oordeel over mijn vaardigheid als moeder. Ze zeiden niets en beperkten ook niet de tijd die de grootouders met de kleinkinderen doorbrachten.

‘Het is zo mooi om te zien hoe hun band met mijn kinderen is gegroeid sinds ze hierheen zijn verhuisd,’ zei de moeder uit Brooklyn. In die context is de Jezus-kwestie gewoon ‘iets waarover we ons op het hoofd krabben, maar wat ons er ook toe brengt om dieper na te denken over ons eigen standpunt en de manier waarop we onze kinderen opvoeden’.

Kortom, ouders vermijden om verschillende redenen conflicten. De gecompliceerde reden is dat er rekening moet worden gehouden met nieuwe gezagsrollen in de familie en gevoeligheden bij het geven van advies over ouderschap. En de simpele reden is de erkenning dat de relatie tussen grootouders en kleinkinderen, ook al komen er soms spanningen bij kijken, uiteindelijk een geschenk is.

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.