• Die Zeit
  • Politiek
  • Het valse etiket

Het valse etiket

Het ontbreekt Griekenland aan medicijnen tegen kanker en astma. Logisch, volgens wetenschapsredacteur Felix Rohrbeck, als geneesmiddellen bestemd voor Griekenland, tegen afbraakprijzen in Duitsland belanden. 
Hij volgde het spoor.

Op de afdeling Spoedeisende Hulp van het Evangelismos, het grootste ziekenhuis van Athene, zie ik een uitgemergelde man die krimpt van de pijn, maar naar wie niemand omkijkt. Buiten staan volledig overwerkte artsen in hun pauze te roken. Ze vertellen dat er niet alleen een tekort is aan personeel, maar ook steeds vaker aan medicijnen. Uit het hele land klinken zulke berichten: het ontbreekt aan pijnstillers en aan medicijnen tegen kanker, astma en krampaanvallen.

De Griekse overheid betaalt meer voor geneesmiddelen dan de Duitse

Export verviervoudigd

Terug in Duitsland lees ik dat Duitse ondernemingen medicijnen in Griekenland kopen die uiteindelijk in Duitse apotheken belanden. En in een reportage van de WDR uit 2014 wordt gezegd: ‘De hoeveelheid geneesmiddelen die deze bedrijven vanuit Griekenland naar Duitsland hebben geëxporteerd, 
is vanaf het begin van de crisis in 2009 verviervoudigd.’ Ik kan het haast niet geloven. Ontnemen wij de Grieken hun medicijnen? Profiteren Duitse patiënten van andermans leed? Hoe is het mogelijk dat een geneesmiddel dat voor Griekenland bestemd is, in Duitsland belandt? Welke economische mechanismen zijn hier aan het werk? Moeten die niet worden tegengegaan?
Ik besluit om de weg die een geneesmiddel aflegt te volgen, van de productie tot en met de levering aan Griekenland en verder naar een apotheek in Duitsland. Ik wil doorgronden hoe die handel in zijn werk gaat, wie eraan verdient, wie eronder lijdt.
Ik begin mijn onderzoek op de plek waar de reis van het geneesmiddel eindigt: in de Engel-Apotheke van Sven Villnow, niet ver van het Centraal Station van Hamburg. Binnen ziet het er net zo uit als in veel andere apotheken: naast de ingang een rek met Hansaplast-pleisters, voor de toonbank eucalyptuspastilles en een standaard met het magazine Apotheken Umschau. Achter de toonbank staat de 51-jarige Sven Villnow. Zijn grijze haren heeft hij opzij gekamd, een paar staan rechtovereind, alsof 
ze onder stroom staan.
Villnow is een apotheker die zijn klanten bij naam kent. Een tweede apotheek heeft hij nooit willen hebben. Hij neemt pakketjes aan voor de buren. Soms vraagt hij zich af waarom er steeds meer mensen naar zijn apotheek komen die weliswaar dik in de zeventig zijn, maar vinden dat ze zich nog vijfendertig zouden moeten voelen. Hij zegt: ‘Het is goed als je als apotheker verder kijkt dan je neus lang is.’
Op zijn bureau in een achterkamer van de apotheek liggen drie witte doosjes, ongeveer tien centimeter lang en vijf centimeter hoog. Avodart, stat erop. Urologen schrijven het voor bij een 
vergroting van de prostaat. In eerste instantie is er niks bijzonders aan zo’n doosje te zien, maar bij een nadere inspectie blijkt over het oorspronkelijke etiket een Duits etiket te zijn geplakt. Rechtsboven op het doosje is nog te zien voor welk land het medicijn ooit was bedoeld. Daar staat in het Grieks: ‘Let op: alleen te gebruiken door mannen’.
Villnow zet zijn computer aan. In een zoekvenster in zijn bestelsysteem tikt hij ‘Avodart’. Er verschijnt een overzicht van aanbieders. Helemaal bovenaan staat GlaxoSmithKline. Dat is de fabrikant. Erachter staat: € 123,64. Dat is de prijs die apotheken voor een doosje van 90 stuks moeten betalen. Daarna volgt nog een hele reeks leveranciers die Avodart allemaal aanzienlijk goedkoper aanbieden. De doosjes op het bureau van Villnow zijn geleverd door Kohlpharma. Dat verkoopt een doosje voor 
€ 97,47, dus € 26,17 goedkoper – en met dezelfde inhoud.
Er zijn tal van dit soort leveranciers. 
Ze heten CC Pharma, Beragena Arzneimittel, EMRAmed of Pharma Gerke. Hun businessmodel bestaat uit de aankoop van geneesmiddelen in EU-landen waar ze het minst kosten en de verkoop ervan in landen waar ze het duurst zijn. Zodoende reizen medicijnen kriskras door Europa. Soms van land A naar land B en weer terug, wat herimport wordt genoemd. Maar vaker van land 
A naar land B naar land C. Dan heet het parallelimport.

Medicijnen reizen van hot naar her in Europa. De bijsluiter moet in de goede taal zijn, maar de markt mag de prijs bepalen. Pech voor de Grieken. 
©  Ayhan Mehmet / Getty Images
Medicijnen reizen van hot naar her in Europa. De bijsluiter moet in de goede taal zijn, maar de markt mag de prijs bepalen. Pech voor de Grieken. 
© Ayhan Mehmet / Getty Images

Quotum

Waar een her- of parallelimport vandaan komt, uit Frankrijk, Italië of 
Griekenland, kan Villnow niet zien in zijn bestelsysteem. Wel moet hij aan een quotum voldoen: minstens 5 procent van de omzet die apotheken maken met medicijnen die alleen op recept verkrijgbaar zijn, moet bestaan uit her- en parallelimporten. De zorgverzekeraars willen op die manier geld besparen. Als Villnow niet voldoet aan zijn quotum, moet hij een boete betalen aan de zorgverzekeraars.
In zijn dagelijks werk zet hij nauwelijks nog vraagtekens bij het systeem van her- en parallelimport, vertelt Villnow. Hij is eraan gewend geraakt. Maar nu kijkt hij peinzend naar de Avodart op zijn bureau. ‘Dat heen en weer sturen door Europa komt wel bespottelijk over,’ zegt hij. Aan de andere kant besparen de Duitse zorgverzekeraars er geld mee, naar schatting tussen de 91 en 222 miljoen euro per jaar. Dat is toch ook een goede zaak, denkt hij.
Vaststaat dat de her- en parallelimporten politiek gedragen zijn, want de prijzen voor medicijnen verschillen aanzienlijk binnen Europa. Voor Avodart geldt bijvoorbeeld dat 90 pillen van fabrikant GlaxoSmithKline in Griekenland niet 
€ 123,64 kosten zoals in Duitsland, maar € 68,13. Een verschil van € 55,51. De oorzaken van de grote prijsverschillen zijn de verschillende zorgstelsels en de prijsstrategie van de fabrikanten.
De her- en parallelimporten moeten de prijsverschillen tussen de EU-landen wat kleiner maken. Eigenlijk dienen 
ze dus een goed doel. Maar wat nu als dit politiek gedragen systeem op een crisis als die in Griekenland stuit? 
Kun je er dan gewoon mee doorgaan?
In een persbericht van het Verband Forschender Arzneimittelhersteller [Vereniging van Innoverende Geneesmiddelenfabrikanten] van juli staat dat de farmaceutische ondernemingen ‘ondanks alle onduidelijkheden en wanbetalingen uit het verleden de levering van medicijnen aan Griekenland garanderen’. De politiek zou echter moeten waarborgen dat de geleverde medicijnen ‘ook daadwerkelijk bij de Griekse patiënten terechtkomen’. De eis: ‘We hebben een Grieks exportverbod voor medicijnen nodig.’ Een paar dagen later kondigt de Griekse regering inderdaad een exportverbod af, zij het voor slechts vijfentwintig geneesmiddelen.

Heretiketteermachine

Offert de onbaatzuchtige farmaceutische industrie zich op voor de Grieken? Moet de politiek zien te voorkomen dat de gewetenloze herimporteurs haar inspanningen simpelweg tenietdoen?
Ik volg de weg die ook de Avodart op het bureau van Sven Villnow heeft afgelegd, alleen in tegengestelde richting. Net voor de grens met Luxemburg, ergens tussen Saarbrücken en Trier, ligt het stadje Merzig. Hier, op een terrein met witte laagbouw, bevindt zich het logistiek centrum van Kohlpharma, het bedrijf dat Avodart aan de apotheek van Sven Villnow heeft geleverd. Kohlpharma is de grootste importeur van geneesmiddelen in Europa. Met achthonderd werknemers behaalt de onderneming een omzet van 700 miljoen euro per jaar. In vergelijking met de miljardenomzet van grote fabrikanten als Bayer of GlaxoSmithKline is Kohlpharma evenwel een dwerg.
Kohlpharma kan het best worden vergeleken met een enorme heretiketteermachine. ’s Ochtends arriveren de vrachtwagens met geneesmiddelen, elke dag ongeveer 35.000 doosjes. In blauwe kratten, die eruitzien als winkelmandjes, rollen ze op loopbanden met een totale lengte van zes kilometer door het bedrijf. Aan het opschrift op een doosje is te zien uit welk land het is geïmporteerd. Viskaldix, een middel tegen hoge bloeddruk, komt bijvoorbeeld uit Frankrijk, en Elocon, dat net zo werkt als cortison [een variant op het stresshormoon], uit Griekenland.
Vroeg of laat belanden alle geneesmiddelen in een van de productiehallen. Hier werken vrijwel alleen vrouwen, die aan witte tafels de blauwe kratten staan op te wachten. Op werkplek E04 liggen 163 doosjes Avodart van 90 stuks uit Griekenland opgestapeld. Een medewerkster pakt een doosje en legt het op een smalle loopband die naar een zilverkleurig apparaat voert. Daar wordt het Griekse doosje van een Duits etiket voorzien. Aan de andere kant van het apparaat neemt een tweede medewerkster het doosje in ontvangst. Het enige wat nog ontbreekt, is een Duitse bijsluiter. Dan is de Griekse Avodart een product geworden dat in Duitsland mag worden verkocht.
Bedrijfsleider Jörg Geller draagt een gestreept overhemd en een colbert met een witte pochet, alsof hij ook hiermee iets wil inbrengen tegen de slechte reputatie van de herimporteurs. 3500 doosjes Avodart heeft Kohlpharma sinds begin dit jaar geïmporteerd, zegt hij, uit in totaal zes landen. ‘Van die zes landen zit Griekenland wat prijs betreft momenteel in de middenmoot. We kopen Avodart nog liever in goedkopere landen, bijvoorbeeld in Italië of Estland.’
Dat geldt niet alleen voor Avodart, zegt hij. Sinds 2009 zou de import door zijn onderneming uit Griekenland ongeveer gehalveerd zijn, omdat die gemiddeld niet goedkoper, maar duurder is geworden. ‘De schaarste in Griekenland weerspiegelt zich in de prijzen.’

De Engel-Apotheke van Sven Villnow.
De Engel-Apotheke van Sven Villnow.

Melina

Door de telefoon klinkt de stem van een vrouw. Ze werkt voor de Griekse groothandel die Avodart heeft gekocht van fabrikant GlaxoSmithKline en 
vervolgens heeft doorverkocht aan Kohlpharma. Haar echte naam noch die van haar bedrijf mag in de krant komen. Dat zijn de voorwaarden voor een gesprek. Ze wil het namelijk niet verpesten bij de fabrikanten – tenslotte is haar bedrijf afhankelijk van hun leveranties. Laten we haar dus Melina noemen.
Wat ze vertelt, voldoet niet aan het beeld van de coulante, genereuze farmaceutische concerns dat het Verband Forschender Arzneimittelhersteller zo graag in het openbaar schetst. Haar bedrijf, zegt Melina, had voor de crisis nog twee of drie weken de tijd om de rekeningen van de fabrikanten te 
betalen, maar nu leveren de meeste alleen nog bij vooruitbetaling.
Voor het bedrijf van Melina is dat een lastige situatie. Enerzijds moet het 
de leveranciers meteen betalen, anderzijds kunnen de eigen klanten, overwegend Griekse apotheken, hun rekeningen vaak pas na weken of maanden voldoen. Zij liggen immers aan het infuus van de overheid, en die heeft bijna geen geld meer. ‘Wij groothandelaars worden door de crisis van twee kanten in de tang genomen,’ zegt Melina.
Het gesprek met haar levert een relatief helder beeld van de situatie op. Omdat de overheid geen geld heeft om apotheken en ziekenhuizen te betalen, kunnen deze laatste niet langer aan de rekeningen van de groothandels voldoen. Hierdoor hebben de groothandels op hun beurt geen geld om bij de farmaceutische ondernemingen bij vooruitbetaling te bestellen. Het eind van het liedje is dat de farmaceutische ondernemingen minder geneesmiddelen aan Griekenland leveren.
Dat kun je hen niet zonder meer verwijten. Farmaceutische concerns zijn geen liefdadigheidsinstellingen. Je kunt kritiek hebben op het feit dat ze zich via hun vereniging als onbaatzuchtige verlossers presenteren. Ook zouden ze de Griekse crisis niet moeten misbruiken om een stokje te steken voor her- en parallelimporten. Die zijn hen altijd al een doorn in het oog geweest, en hebben weinig te maken met de problemen in het Griekse zorgstelsel.
Volgens Melina is het niet zo dat haar bedrijf door de crisis minder aan Griekse apotheken en meer aan het buitenland levert. Volgens haar bedraagt het exportaandeel constant ongeveer 20 procent. ‘Als we niet meer leveren aan een Griekse apotheek, enkel om in het buitenland een betere prijs te krijgen, dan hoeft die apotheker alleen maar de telefoon te pakken om een klacht in te dienen bij de fabrikant of de Griekse zorgautoriteit. Dan hebben we een groot probleem. We zouden niet meer bevoorraad worden en zelfs onze vergunning kwijt kunnen raken.’
Waar moet je dan beginnen om de situatie in Griekenland te verbeteren? Misschien bij de kosten. Hoewel veel merkgeneesmiddelen in Griekenland goedkoper zijn dan in Duitsland en import dus lonend is, betaalt de Griekse overheid relatief gezien veel meer voor geneesmiddelen dan de Duitse. In 2013 gaf de Griekse verzekeraar EOPYY 44 procent van zijn budget uit aan geneesmiddelen, terwijl dat percentage voor Duitse verzekeraars slechts 16,5 bedroeg.

Avodart

De laatste bestemming in dit onderzoek had Poznań in Polen moeten zijn. Daar staat de fabriek die Avodart produceert. Maar GlaxoSmithKline laat weten dat een bezoek aan de fabriek niet mogelijk is. Ik vraag om een gesprek in het Duitse hoofdkantoor in München. Ook dat is niet mogelijk. Dus stuur ik mijn vragen op schrift: ik wil weten welke betalingstermijnen het concern hanteert voor zijn Griekse klanten en welke uitstaande vorderingen het op hen heeft. GlaxoSmithKline (GSK) wil de vragen niet beantwoorden en geeft alleen algemene informatie: ‘Voor GSK heeft het waarborgen van adequate verzorging van patiënten met zijn geneesmiddelen de hoogste prioriteit. Wij leveren ook in het vervolg onze geneesmiddelen aan Griekenland en zijn niet op de hoogte van een door de financiële crisis ontstane schaarste op de markt met GSK-geneesmiddelen – met inbegrip van de levering van het concreet door u genoemde product Avodart.’

Export verboden

Het merkwaardige is dat ook preparaten van GlaxoSmithKline op de lijst van geneesmiddelen staan waarvan de Griekse regering de export heeft verboden. Weliswaar niet Avodart, maar wel vaccins en inhalatiesprays. Als die helemaal niet schaars zijn, zoals GlaxoSmithKline suggereert, waarom is de export ervan dan verboden?
En zo ontstaat het volgende beeld. Ja, er zijn geneesmiddelen in Griekenland die schaars zijn. Dat wordt bevestigd door artsen en patiënten. En nee, dat is niet de schuld van de herimporteurs. In plaats daarvan 
zouden degenen die hen de schuld geven eens onder de loep moeten worden genomen: de farmaceutische concerns, die jarenlang goed hebben verdiend in Griekenland en nu voor een deel alleen bij vooruitbetaling leveren. En de Griekse regering, die met een exportverbod doet alsof ze iets onderneemt – zonder de daadwerkelijke problemen aan te pakken.

Felix Rohrbeck

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.