• Reader
  • ‘Hij was een moordenaar, net als zijn zoon’

‘Hij was een moordenaar, net als zijn zoon’

| 28 januari 2021

Vijftig jaar geleden greep Hafez al-Assad de macht in Syrië. Voor de vader van huidig machthebber Bashar al-Assad ging het pad van studentenleider tot dictator niet over rozen. Neue Zürcher Zeitung maakte een portret van de stamvader van de huidige Syrische dictator.

Toen Hafez al-Assad in 1930 ter wereld kwam in een arm bergdorp bestond het Syrië dat hij later zou regeren nog niet. Met het einde van de Eerste Wereldoorlog was er ook een einde gekomen aan het Ottomaanse rijk, en Parijs en Londen verdeelden het Midden-Oosten onder elkaar. Het Arabische cultuurgebied langs de oostelijke kust van de Middellandse Zee werd opgedeeld. Het zuiden werd het Britse Palestina, waaruit later Israël en Jordanië ontstonden. Ten noorden daarvan splitste Frankrijk de rest van het Ottomaanse Syrië op langs religieuze grenzen: Libanon voor de christenen, de kustgebieden rondom Latakia voor de alawieten en de bergen ten zuiden van Damascus voor de druzen. Een groot deel van de vroegere provincie Aleppo wees Parijs toe aan Turkije. Overbleef het rompstaatje Syrië.

Assad zal later voor zijn gasten uit het Westen betogen vol verwijt afsteken over de verminking van het grote Syrië. Al op zestienjarige leeftijd sloot hij zich aan bij de juist opgerichte Baath-partij, die de Arabische natie wilde verenigen en vernieuwen (baath betekent ‘wedergeboorte’). Hun ideologen zochten antwoorden op existentiële vragen: welke grenzen moet het vaderland hebben? Hoe kunnen de Arabieren hun rechtmatige positie in de wereld opeisen? En hoe brengen we de oude elite ten val?

 Afbeeldingen van president Hafez al-Assad en zijn zoon bij een VN-controlepost op de Golanhoogvlakte, sinds de Zesdaagse Oorlog van 1967 door Israël tot bezet gebied verklaard. – © Scott Peterson / Liaison / Getty
Afbeeldingen van president Hafez al-Assad en zijn zoon bij een VN-controlepost op de Golanhoogvlakte, sinds de Zesdaagse Oorlog van 1967 door Israël tot bezet gebied verklaard. – © Scott Peterson / Liaison / Getty

Subversieve ideeën

De macht in Syrië was toen in handen van de soennitische bourgeoisie in de grote steden, die de religieuze minderheden minachtte als ‘onvolwaardige Arabieren’. De oprichters van de Baath-partij waren echter afgestudeerd aan de Parijse elite-universiteit de Sorbonne. Zij introduceerden subversieve ideeën zoals secularisme en socialisme in het Midden-Oosten. En die vielen vooral bij de minderheden – alawieten, druzen, ismaëlieten en christenen – in vruchtbare aarde.

Ook al mocht Assad het westerse imperialisme graag ervanlangs geven, hij en andere alawieten profiteerden indirect van de Franse koloniale tijd. Om de soennitische meerderheid in Syrië te controleren en opstanden te onderdrukken had Parijs bij voorkeur alawieten en bijbehorende andere ‘betrouwbare’ minderheden gerecruteerd voor zijn speciale Levanttroepen. ‘Door de diensttijd bij de Fransen ontstond er een alawitische militaire traditie die beslissend is voor de latere opkomst van de geloofsgemeenschap,’ schrijft historicus Patrick Seale in zijn Assad-biografie.

Maar de Fransen brachten vooral ook onderwijs in de afgelegen dorpen van de in hoofdzaak alawitische kustgebieden. Onder de Ottomanen was dit ondenkbaar. Zij zagen in de alawieten, wier geloof verwant is met de sjiitische islam, goddeloze ketters. Maar Assad kon nu als een van de eerste kinderen in zijn dorp naar een basisschool, en later naar een gymnasium in Latakia, waar hij tot de besten van zijn klas behoorde.

De robuust gebouwde Assad was niet alleen een goede leerling. Als jonge partij-activist bewees hij op straat al snel over leiderskwaliteiten te beschikken, en op zijn eenentwintigste werd hij tot voorzitter van de Syrische studentenunie gekozen. Hij en zijn medestrijders deelden pamfletten uit, schreven slogans op de muren en relden tegen de politie en tegen rivaliserende partijgangers, zoals de islamistische Moslimbroeders. ‘De broeders hadden het op Assad gemunt en probeerden meermaals hem een pak slaag te geven,’ schrijft Seale. Eén keer hadden ze hem geïsoleerd en zouden ze hem een mes in de rug gestoken hebben.

Gevechtspiloot

Assad wilde eigenlijk medicijnen studeren, maar daarvoor hadden zijn ouders, vooraanstaande boeren in het dorp Kurdaha, geen geld. Daarom ging Assad naar de militaire academie, om gevechtspiloot te worden. Aangezien ook veel andere jongemannen uit achtergestelde bevolkingsgroepen en minderheden deze weg kozen, werd het leger een broedplaats voor revolutionairen die zich tegen de heersende klasse van de soennitische ondernemersfamilies en grootgrondbezitters verzetten. Van de onafhankelijkheid tot de machtsovername door Hafez al-Assad in 1970 beleefde Syrië zestien militaire staatsgrepen, waarvan er negen succes hadden.

Assads voorbeeld was het Egyptische staatshoofd Gamal Abdel Nasser

De opkomst van de alawieten begon in 1963 met een door Baath-officieren geleide coup, waaraan ook Assad deelnam. Drie jaar eerder had de jonge luchtmachtofficier met vier kameraden buiten medeweten van de Baath-leiding het Militair Comité opgericht. Twee van hen waren alawieten, twee ismaëlieten, een eveneens met de sjiieten verwante geloofsrichting. Op weg naar de macht schakelden ze eerst hun tegenstanders en vervolgens elkaar uit.

Assads voorbeeld was het Egyptische staatshoofd Gamal Abdel Nasser. Die bracht in 1952 met zijn vrije officieren de monarchie ten val, ging de confrontatie aan met de westerse grootmachten en zocht toenadering tot de Sovjet-Unie. Vooral de nationalisering van het Suezkanaal in 1956 tegen de Britse en Franse belangen in maakte Nasser tot een held in de hele Arabische wereld. Men verwachtte zo veel van Nasser dat Syrië twee jaar later een unie met Egypte aanging.

Als kind draagt Hafez al-Assad het portret van zijn vader. – © James Andanson / Getty
Als kind draagt Hafez al-Assad het portret van zijn vader. – © James Andanson / Getty

De Verenigde Arabische Republiek (VAR) mislukte echter al gauw omdat Nasser zijn Syrische partners degradeerde tot onderdanen. Hij decimeerde het Syrische officierskorps, ontnam de partijen hun macht en begon socialistische hervormingen door te voeren – hij nationaliseerde onder andere de banken. Daarmee riep hij in Syrië het verzet op van zowel de conservatieve krachten als de linkse Arabische nationalisten. In 1961 maakten conservatieve soennitische officieren uit Damascus een eind aan het verbond met Egypte. Slechts twee jaar later bracht Assads militaire comité samen met overtuigde nasseristen de ‘secessionisten’ weer ten val, waarbij Assad de taak had om Dumair, het steunpunt van de luchtmacht ten oosten van Damascus, onder zijn controle te brengen.

Een paar weken voor de coup in Damascus had de Iraakse tak van de Baath-partij in februari 1963 de macht overgenomen in Bagdad. Het idee van een pan-Arabische unie tussen Syrië, Irak en Egypte werd serieus besproken, er was zelfs een ontwerp voor een grondwet. Maar Assad en zijn Baath-officieren wensten een Arabische federatie met Egypte op voet van gelijkheid. Omdat dat voor de machtsbewuste Nasser onbespreekbaar was, lanceerde de Egyptische president een propagandacampagne tegen de Baath-partij. Dat was het einde van de pan-Arabische illusies in Damascus: Assads Militair Comité zuiverde het officierskorps van het leger van nasseristen en dwong pro-Egyptische ministers tot aftreden.

Voor de Baath-officieren leek het nu duidelijk dat ze het leger volledig onder controle moesten hebben om hun regime te stabiliseren. De strijdkrachten moesten niet meer een afspiegeling zijn van het partijenlandschap waarin verschillende fracties met elkaar rivaliseerden, maar een exclusief instrument in dienst van één partij: de Baath. In opdracht van het Militair Comité organiseerde de pas 33-jarige luchtmachtcommandant Assad een hiërarchische partijstructuur binnen het leger en zorgde ervoor dat de sleutelposities werden bezet door loyalisten.

Terwijl hij zich op de achtergrond geduldig bezighield met de strategische personeelspolitiek, liet Assad de regeringsposten over aan andere leden van het Militair Comité. De alawiet Mohammed Umran werd plaatsvervangend regeringsleider, Salah Jadid – ook een alawiet – klom op tot chef van de generale staf [andere bronnen vermelden dat Salah Jadid een druus was, en niet een alawiet-red]. De rol van staatshoofd werd overgedragen aan de soenniet Amin al-Hafiz, die algauw gold als Syriës sterke man. Later zei Assad echter: ‘Zonder onze toestemming kon hij geen soldaat overplaatsen.’

Geëlimineerd

Maar nauwelijks was de Baath aan de macht en had ze haar rivalen geëlimineerd of er ontstonden scheuren tussen de partij en haar militaire vleugel, en ook binnen het Militair Comité. Umran was het niet eens met de meedogenloze manier waarop Hafiz, Jadid en Assad in 1964 een gewapende opstand van de door de lokale zakenwereld gesteunde Moslimbroeders neersloegen. Umran wendde zich daarom tot Michel Aflak, de oprichter en jarenlange secretaris-generaal van de Baath, en verried hem de geheime structuren van het Militair Comité. Om tegen het Militair Comité op te treden verbond de civiele partij-elite zich met generaal Hafiz, die onafhankelijk wilde zijn.

In februari 1966 kwam het tot een confrontatie tussen de oude Baath-garde rondom de oud-student van de Sorbonne Michel Aflak en het door Jadid aangevoerde Militair Comité. Zwaarbewapende eenheden – waarbij Assads jongere broer Rifaat een van de commandanten was – vielen de residentie van het staatshoofd Hafiz aan, die na lange gevechten moest capituleren. Hafiz, Aflak en andere wegbereiders van het Baathisme gingen in ballingschap. Umran werd in 1972 in het Libanese Tripoli vermoord, kort voor zijn geplande terugkeer naar Syrië.

 Anwar Sadat (links), Muammar Khadaffi (midden), en Hafez al-Assad (rechts), de leiders van respectievelijk Egypte, Libië, en Syrië, zetten hun handtekening onder de oprichting van een gezamenlijke federatie in 1971. - © Bettmann / Getty
Anwar Sadat (links), Muammar Khadaffi (midden), en Hafez al-Assad (rechts), de leiders van respectievelijk Egypte, Libië, en Syrië, zetten hun handtekening onder de oprichting van een gezamenlijke federatie in 1971. – © Bettmann / Getty

Defensieminister

Na de coup werd Assad minister van Defensie, maar al gauw beleefde hij een paar van zijn zwartste en leerzaamste dagen. Verzwakt door de eindeloze interne machtsstrijd had het Syrische leger in de Zesdaagse oorlog van 1967 op de Golanhoogten niets in te brengen tegen Israël. In de nasleep liep de spanning met Jadid op. ‘Assad was bereid samen te werken met alle Arabische staten, ook de zogenaamd reactionaire monarchieën Jordanië en Saoedi-Arabië, om een sterke positie tegenover Israël te verwerven,’ verklaart Syrië-expert Nikolaos van Dam. Voor Jadid kon daar geen sprake van zijn: ‘Zijn mensen wilden zich concentreren op de opbouw van een socialistische staat in Syrië.’

Terwijl het regime de klassenstrijd streed, rijke families onteigende en hun leden ontsloeg uit overheidsdienst, installeerde Assad als defensieminister zijn mensen op de sleutelposities in het leger. Onder invloed van Jadid onthief het partijcongres Assad van zijn functie. Maar kort daarop, op 13 november 1970, liet de toen 40-jarige Assad zijn tegenspeler bij een vreedzame coup arresteren. Tot zijn dood in 1993 zat Jadid in een gevangenis in Damascus. ‘Dat was het einde van degenen die meenden dat de partij machtiger was dan het leger,’ aldus Van Dam.

Als Hafez nog had geleefd was het mogelijk niet eens tot een burgeroorlog gekomen in Syrië

Assad voelde zich sterk genoeg om af te zien van een soennitische stroman voor het hoogste ambt in de staat. In 1973 liet hij zich door een volksraadpleging tot president kiezen. De alleenheerschappij van Assad en zijn door alawieten gecontroleerde veiligheidsdienst verzekerden Syrië decennialang van een voordien onvoorstelbare politieke stabiliteit. Dat hij zich verzoende met de (soennitische) hogere en middenklasse in de steden doordat hij een liberalere economische politiek voerde, droeg daar ook aan bij. ‘Assad was pragmatischer dan alle andere Baath-leiders, geen marxist of leninist,’ zegt de Syrische publicist en activist Ayman Abdel Nur. ‘Hij begreep de gelaagdheid van de samenleving en gaf elke groep iets wat ze graag wilden.’

Ook in de buitenlandse politiek toonde Assad zich flexibel. Met Sovjet-Russische wapenhulp bouwde hij een leger van 400.000 man op zonder zich aan de communistische doctrine of het dictaat van Moskou te onderwerpen. Hoewel hij zichzelf beschouwde als Arabisch nationalist en reïncarnatie van de intussen gestorven Nasser, ging Assad na de islamitische revolutie van 1979 in Iran een alliantie aan met het anti-Israëlische moellahregime en later met de sjiitische Hezbollah-militie in Libanon. Toen de Sovjet-Unie uiteenviel, zocht Assad toenadering tot het Westen en nam in de Golfoorlog van 1990 deel aan de coalitie tegen de Iraakse dictator Saddam Hoessein.

 Reis van Hafez al-Assad naar Frankrijk in 1976 waar hij wordt verwelkomt door de Franse president Valéry Giscard d'Estaing in aanwezigheid van de echtgenoten van beide mannen. - © Alain Mingam / Getty
Reis van Hafez al-Assad naar Frankrijk in 1976 waar hij wordt verwelkomt door de Franse president Valéry Giscard d’Estaing in aanwezigheid van de echtgenoten van beide mannen. – © Alain Mingam / Getty

Burgeroorlog

Toen Hafez al-Assad in het jaar 2000 stierf, nam zijn jongere zoon Bashar de leiding over. De door Hafez opgebouwde ‘sjiitische as’ van Iran tot Libanon bleek na het uitbreken van de burgeroorlog in 2011 van levensbelang voor het overleven van het alawitische regime. Maar als Hafez nog had geleefd was het mogelijk niet eens tot een burgeroorlog gekomen, meent Abdel Nur. Het netwerk van de vader was veel uitgebreider dan dat van zijn zoon Bashar. Het omvatte alle religieuze groeperingen en alle belangrijke zakenlieden, in het bijzonder die van Damascus en Aleppo. Ieder kreeg wat hem toekwam. Alleen met hun steun zou het Assad senior in 1982 gelukt zijn de hernieuwde opstand van de Moslimbroeders in Hama neer te slaan. Die slachting kostte wel zo’n 20.000 doden.

In tegenstelling tot zijn vader kreeg Bashar de macht in de schoot geworpen. De oogarts werd in het jaar 2000 alleen maar opvolger omdat zijn oudere broer Bassel – een parachutist en commandant in de republikeinse garde – bij een auto-ongeluk om het leven was gekomen. Bashar heeft de erfenis verspeeld, zoals zonen van rijke ouders meestal doen, volgens Abdel Nur: ‘Hij werd te begerig.’ De hele economie werd onder controle gebracht van zijn neef Rami Makhlouf. ‘Daarom zijn de Syriërs geflipt.’

Maar ondanks alle goede eigenschappen geldt ook voor Hafez al-Assad: ‘Hij was een moordenaar, net als zijn zoon. Maar hij had politieke ervaring.’

Christian Weisflog

Neue Zürcher Zeitung
Zwitserland | dagblad | oplage 111.000

Een van de oudste kranten ter wereld, opgericht in 1780. Dagblad van wereldklasse bekend om zijn intellectuele diepgaande stijl en zijn liberale signatuur.

Kader: Misdaden tegen de menselijkheid

Duitse federale aanklagers onderzoeken sinds november of er voldoende bewijzen bestaan om het regime van president Bashar al-Assad aan te klagen voor misdaden tegen de menselijkheid.

Die Deutsche Welle en Der Spiegel kregen exclusieve toegang tot getuigenissen en documenten diedeel uitmaken van wat omschreven wordt als ‘baanbrekend onderzoek’.

Het Duitse federale parket ontving begin oktober een beroep van drie ngo’s over de vermeende sarinaanvallen in 2013 en 2017, naar aanleiding van het in 2002 in Duitsland geïntroduceerde principe van universele jurisdictie over internationale misdrijven. Daarmee werd de rechtsmacht uitgebreid om tot vervolging van een internationale macht over te kunnen gaan, zelfs als de misdaden niet op het grondgebied van de aanklagende partij zijn gepleegd. Dat kan sinds 2002 maar is nauwelijks eerder gebruik van gemaakt.

Het Internationaal Strafhof in Den Haag kan geen recht spreken over het conflict in Syrië omdat Assads bondgenoot Rusland in de Veiligheidsraad een vetorecht heeft.

Dit was voor het consortium van ngo’s aanleiding om gezamenlijk beroep aan te tekenen bij het federale parket van Karlsruhe, waar een speciale eenheid voor oorlogsmisdaden al een informeel onderzoek was gestart naar de oorlog in Syrië in 2011.

De president werd eerder door het OPCW, de waakhond van de Verenigde Naties voor chemische wapens, al verantwoordelijk gesteld voor drie chemi- sche aanvallen in maart 2017 in de stad Al-Lataminah, in het westen van Syrië.

Het rapport van de VN was gebaseerd op inter- views met ooggetuigen die bij de aanval aanwezig waren, onderzoek dat ter plaatse werd uitgevoerd, het oordeel van artsen en experts, en de analysevan beelden. Minstens 106 mensen zouden bij de chemische aanvallen met het zenuwgas sarin en met chloorgas door de Syrische luchtmacht om het leven zijn gekomen. ‘Mensen waren als insecten die worden gedood door insecticiden. Ze lagen op straat, auto’s stopten, je kon de lijken binnen opgestapeld zien liggen,’ vertelde een verpleegster. Het is een van de weerzinwekkende verhalen, in handen van de Duitse pers, van mensen die de aanslagen overleefd hebben.

De huidige demissionaire minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag slaagde er destijds in als Nederlandse speciale coördinator van de vernietigingsmissie van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), 96 procent van de voorraad dodelijke gassen te ontmantelen. Of dat daadwerkelijk gebeurd is, kon de Veiligheidsraad van de VN niet met zekerheid zeggen omdat er afwijkingen in de oorspronkelijke opgave van de voorraad wapens werden vastgesteld. Sarin is reukloos en onzichtbaar en leidt tot vrijwel onmiddellijke verlamming van de luchtwegen. Overlevenden van de aanval wijzen het regime van Bashar al-Assad unaniem als schuldig aan.

Bewijs komt voornamelijk van ooggetuigen, hoog- geplaatst militair personeel en onderzoekers van het Syrische Centrum voor Wetenschappelijke Studies en Onderzoek, dat verantwoordelijk is voor het chemische wapenprogramma van het land. Er wordt beweerd dat de jongere broer van president Assad, Maher al-Assad, toen de militaire commandant was die in 2013 opdracht gaf voor het gebruik van zenuwgas. Volgens getuigenverklaringen is het vrijwel onmogelijk dat het dodelijke sarin zonder de goedkeuring van president Bashar al-Assad gebruikt zou zijn. Volgens documenten in het bezit van Deutsche Welle is het niet onwaarschijnlijk dat president Assad zijn broer toestemming heeft gegeven om de aanval uit te voeren.

De vraag is of er voldoende informatie is voor het federaal parket. Volgens deskundigen op het gebied van internationaal recht, meldt Der Spiegel, worden oorlogsmisdaden vaak gepleegd in een systeem van strijdkrachten, waarin het bestaan van een hiërarchie een dergelijke willekeur toelaat. Volgens Robert Haynes, universitair hoofddocent internationaal recht aan de Universiteit van Leiden, kan iedereen
die bevelen geeft voor aanslagen verantwoordelijk gesteld worden. Zelfs als het bevel niet persoonlijk werd gegeven, maar van hogerhand kwam.

In Duitsland is de wet over universele rechtsmacht nog maar één keer toegepast, op de veroordeling van de Rwandese Hutu-rebellenleider Ignace Murwhanashyaka en zijn medeplichtige. Beiden werden veroordeeld voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Het vonnis werd drie jaar later vernietigd en de Hutuleider stierf in de gevangenis voordat een nieuw proces van start kon gaan. In Koblenz werd een strafrechtelijke procedure ingesteld tegen een hooggeplaatst lid van het Assad-regime wegens vermeende systematische foltering.

Of de Duitse aanklagers meer succes hebben inhun missie tegen de oorlogsvoering van het Syrische regime is uiteraard nog de vraag.

(360, Die Welle)

Dit artikel van verscheen eerder in
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.