• Der Spiegel
  • Cultuur
  • Hoe Derek Black, de grote belofte van extreemrechts, bekeerde

Hoe Derek Black, de grote belofte van extreemrechts, bekeerde

Der Spiegel | Hamburg | Alexandra Rojkov | 21 juli 2020

Derek was vroeger kroonprins van extreemrechts Amerika. Vandaag voelt hij zich medeverantwoordelijk voor de zegetocht van Donald Trump, en vecht hij tegen de haat. Hoe is zijn gedachtegoed veranderd? En wat was daarin de rol van zijn omgeving?

De rechtsradicalen ontmoeten elkaar op een geheime plek, waar ze niet gestoord kunnen worden door demonstranten, waar de pers ze niet vindt. In een hotel van vier verdiepingen langs een snelweg in Memphis, een stad in het zuidoosten van de VS.

Het is november 2008: enkele dagen geleden werd Barack Obama gekozen als de eerste zwarte president van het land. De mensen in dit hotel zijn geschokt. Naar hun mening is de VS van de blanken, dus van hen.

Rechtsradicalen uit het hele land zijn hierheen gereisd, onder hen holocaustontkenners en voormalige leiders van de Ku Klux Klan. Maar de meeste aandacht krijgt een negentienjarige jongeman.

De jonge tiener Derek Black is in deze kringen een beroemdheid. Hij heeft zijn eigen radioshow, waarin hij racistische theorieën propageert. Op zijn website probeert hij kinderen te enthousiasmeren voor rechtsradicale ideeën. Kort geleden won hij zelfs een lokale verkiezing in zijn woonplaats West Palm Beach in Florida. Derek is zo succesvol dat leidende rechtsextremisten in de VS hem ‘the heir’ noemen: de erfgenaam.

Er bestaat een geluidsopname van de bijeenkomst waarop te horen is hoe Derek aan de microfoon komt. De blanken in de VS worden bedreigd, zegt hij. Er bestaat maar één manier om ze te beschermen: ze moeten de politiek in. ‘We kunnen infiltreren. We kunnen het land politiek terugwinnen.’

Een sympathisant in het Witte Huis

Sindsdien zijn bijna twaalf jaar voorbijgegaan. Intussen is Donald Trump president van de VS: een man met racistische oneliners die onder de rechtsextremisten die in Charlottesville demonstreerden ‘heel goede mensen’ zag. De blanke nationalisten hebben een sympathisant in het Witte Huis. En niet alleen daar.

Wereldwijd zitten er intussen rechtsradicalen in parlementen. En overal ter wereld twisten hun tegenstanders over de vraag hoe ze met hen om moeten gaan. Moet je ze isoleren en aan de kaak stellen? Of moet je proberen ze tegemoet te komen, zodat ze niet nog verder afdrijven? Dit verhaal geeft daarop een mogelijk antwoord.

Het heeft jaren geduurd om een ontmoeting met Derek Black te regelen. Hij meed de openbaarheid, wantrouwde journalisten. Maar in de herfst van 2019, drie jaar na de eerste poging tot contact, stemt hij in met een gesprek. De eerste van meerdere ontmoetingen vindt plaats in een café in Washington DC. Derek komt hier vaak heen om aan zijn dissertatie te schrijven. Het is een trefpunt van de links-liberale bohème. Zwarte hipsters tikken op hun laptops, een serveerster die fysiek duidelijk ooit een man was, serveert koffie met opgeschuimde melk. Derek wekt de indruk een nieuweling te zijn in deze omgeving. En dat is hij ook. Hij komt uit een Amerika dat vooral één ding is: blank.

Voor mij was het duidelijk dat witten intelligenter zijn dan zwarten en dat de wereld beheerst werd door een joodse samenzwering

Derek: ‘Ik heb er nooit over nagedacht of dat waarin ik geloofde, fout zou kunnen zijn. Voor mij was het duidelijk dat witten intelligenter zijn dan zwarten en dat de wereld beheerst werd door een joodse samenzwering. Het was een deel van mijn leven, daarmee ben ik opgegroeid.

Dereks familie behoort tot een beweging die vecht voor dominantie van het ‘blanke ras’. Zijn vader Don Black is de exploitant van Stormfront, lange tijd de grootste rechtsextremistische website ter wereld. Zijn moeder Chloe is de ex-vrouw van David Duke, de prominentste neonazi van Amerika en peetoom van Derek. Vroeger bakte Chloe vaak een taart op Hitlers verjaardag. In het huis van de Blacks hangt een portret van Nathan Bedford Forrest, een leider van de Ku Klux Klan.

Met Kerst en Thanksgiving zijn er in de woonkamer van de Blacks bijeenkomsten van rassentheoretici en rechtse skinheads. Als kind zuigt Derek, een bleke jongen met zomersproeten, hun ideologie in zich op. Hij hangt een confederatievlag op in zijn kamer, voor velen een symbool van racisme. Derek droomt ervan dat de rassenscheiding weer zal worden ingevoerd. Als er in de bus rapmuziek klinkt, stopt hij zijn oren dicht.

Sinds Derek acht jaar oud is, gaat hij met zijn vader mee naar racistische conferenties. Hij schrijft vragen op en stelt die later aan de sprekers: hoezo is het IQ van zwarten lager dan dat van blanken? Waarom zijn joden van nature achterbaks?

Derek: ‘Ik ben opgegroeid met het denkbeeld dat de vermenging van rassen ertoe leidt dat de blanken uitsterven. Daar draait alles om. Blanke nationalisten geloven dat ze moeten vechten om te overleven. Ik bewonderde mijn vader en zijn vrienden om hun inzet. En ik wilde ze helpen.’

Op zijn tiende leert Derek zichzelf te programmeren en bouwt zijn eigen website, een ‘stormfront’ voor kinderen, waar hij schrijft over de ‘roem’ van het ‘blanke ras’. Op zijn vijftiende ontwikkelt hij een radiouitzending, geproduceerd met een mengpaneel en een computer. Hij combineert rechtse praatjes met country muziek. Zo wil Derek ook toevallige luisteraars bereiken die zich, aangelokt door de liedjes, zullen laten overtuigen door zijn ideeën.

Vroeger bakte Chloe vaak een taart op Hitlers verjaardag

Veel rechtse types zijn vechtersbazen zonder strategie: Don Black zat drie jaar in de gevangenis omdat hij met geestverwanten had besloten een Caribisch eiland te bestormen om daar een ‘blank utopia’ op te bouwen. Derek daarentegen is analytisch en bedachtzaam.

In plaats van zwarten te beschimpen, spreekt hij in zijn radio-uitzending van een ‘blanke genocide’ die Amerika bedreigt door migratie. In plaats van joden te beledigen, waarschuwt hij subtiel voor ‘op afstand bestuurde’ elites. Waarom, zo vraagt Derek onschuldig, mogen blanke Amerikanen niet trots zijn op hun wortels? Is dat niet ook een vorm van onderdrukking?

Derek: ‘De meeste mensen willen geen deel uitmaken van een extreme beweging in de marge, dus moet je proberen minder extreem te klinken.’

De behoefte te helpen

Als je nu met Derek Black door de straten van Washington loopt, informeert hij na een paar minuten of je het koud hebt. De behoefte te helpen is een van zijn sterkste karaktertrekken, zegt hij.

Ook in de racistische revolutie die Derek voorbereidde, zag hij ooit een soort hulp: voor zijn ‘ras’, voor zijn familie.

In 2008 stelt Derek zich kandidaat voor een lokaal republikeins comité. Hij presenteert zich niet als racist, maar als strijder tegen het corrupte establishment en wint met zestig procent van de stemmen. Dereks overwinning wordt op formele gronden niet erkend, maar betekent wel een mijlpaal voor extreemrechts.

Derek overtuigt zijn vader dat hij niet meer alleen uiterst rechtse mensen aan moet spreken. Ze verbannen nazi-insignes bij Stormfront en verbieden oproepen tot geweld. Later maakt Derek het begrip ‘blanke genocide’ populair. In een bijdrage op een forum roept hij aanhangers van Stormfront ertoe op het internet te overspoelen met leuzen om de ‘antiblanke’ massamedia te omzeilen.

Derek: ‘Mijn doel was het normaliseren van extreem-rechtse ideeën. Ik wilde de wetten veranderen en alleen nog migranten uit Europa toelaten. Ik wilde rechters inschakelen om sub-artikel 14 van de grondwet af te schaffen dat iedereen gelijke rechten toekent, ongeacht of ze zwart zijn of wit.’

© Getty
© Getty

Dereks strijd lijkt uitzichtloos. Barack Obama is president, zwarte kunstenaars als Beyoncé en Rihanna zijn populair. Toch zit hij vaak tot in de kleine uurtjes achter zijn computer en werkt aan de omverwerping van de staat. Zijn ouders steunen hem, maar ze maken zich ook zorgen om zijn toekomst. In de zomer van 2010 smeekt zijn moeder Derek, inmiddels 21 jaar oud, om een studie te beginnen. De meeste Blacks hebben een universitaire opleiding, hij mag geen uitzondering zijn.

‘Mijn doel was het normaliseren van extreem-rechtse ideeën’

Hij kiest het vak geschiedenis aan het New College, een universiteit in West Florida, op drie uur rijden van zijn woonplaats. De campus staat bekend als bijzonder liberaal. Er zijn seminars over racisme en minderheidsrechten. De universiteit geldt als ‘homovriendelijk’.

Derek: ‘Ik weet dat het gek klinkt, waarom zou iemand als ik aan een linkse universiteit willen studeren? Maar de meerderheid van de studenten aan het New College was blank. En ik was nieuwsgierig.’

Omdat Derek oud genoeg is om bier te kopen en een eigen auto heeft, maakt hij snel vrienden. Hij ziet er niet uit zoals je je een rechtsradicaal voorstelt. Hij draagt geen laarzen en is ook geen skinhead. Zijn handelsmerk is een donkere cowboyhoed die hem het voorkomen van een ongevaarlijke zonderling geeft.

In die tijd is Derek trots op zijn strijd voor het ‘blanke ras’, maar hij weet ook dat die hem sociaal geen goed doet. Al jaren ontvangt hij haatmail en doodsbedreigingen. Als hij zijn tijd aan de universiteit niet in isolatie wil doorbrengen, denkt Derek, dan moet hij zijn opvattingen voor zich houden. Hij liegt tegen niemand, maar aangezien niemand aan het New College naar zijn politieke ideeën vraagt, heeft Derek het er niet over.

Derek bezoekt colleges geschiedenis en gaat naar feestjes, kijkt naar zombiefilms en brengt uren door in de bibliotheek. Hij woont op de campus, zit vaak in de tuin van het studentenhuis en speelt countrysongs op zijn gitaar. Soms komen medestudenten erbij. Een van hen is een jongeman die Derek vaker in de collegezaal gezien heeft. Hij draagt een keppeltje, een joods hoofddeksel. Matthew Stevenson is een orthodoxe jood.

Politiek en persoonlijk
Derek: ‘Er bestonden voor mij twee niveaus: het politieke en het persoonlijke. Politiek wilde ik dat de rassen van elkaar gescheiden zouden leven en dat niet-witten Amerika zouden verlaten. Maar over individuen heb ik nooit slecht gedacht. Ik dacht: Het is oké als ik met ze bevriend ben, zolang ik maar niet te intiem met ze omga.’

Derek maakt zijn huiswerk samen met Juan, een Peruaanse student, en leert samen met Matthew voor het vak middeleeuwse geschiedenis. Niemand vermoedt dat Derek een vooraanstaande rechtsextremist is. Hoe langer hij studeert, hoe sterker hij hoopt dat zijn vrienden er nooit achter zullen komen.

Elke morgen sluipt Derek zijn studentenhuis uit met zijn mobieltje in de hand. Achter de gebouwen ligt een groenstrook buiten gehoorsafstand. Daar kiest hij het nummer van zijn radioshow die nu door zijn vader wordt verzorgd. Terwijl de andere studenten slapen, houdt Derek als gast een referaat over de noodzaak om ‘rassen’ niet te vermengen. Vervolgens gaat hij naar college en bezoekt hij feestjes met zijn vrienden.

Derek: ‘Het was alsof ik in twee werelden leefde die ik tegen elkaar wilde beschermen. Beide waren belangrijk voor me. Ik heb me er niet voor geschaamd een witte nationalist te zijn, maar tegelijkertijd was dat eerste semester gewoon fantastisch.’

Dubbelleven
Mettertijd wordt het steeds moeilijker om het dubbelleven vol te houden. Op een keer rijdt Derek een joodse vriendin naar het spreekuur van een arts, het consult duurt langer dan gedacht. Op de terugweg begint zijn radioshow, terwijl Derek met zijn vriendin in de auto zit. Hij wil geen uitzending missen, dus zegt Derek dat hij zijn familie moet bellen. Terwijl zijn joodse medestudente in de auto wacht, stapt hij uit en belt in de uitzending in. Derek hoort hoe zijn vader een betoog houdt over de ‘joodse wereldmacht’. Daarna stapt hij weer in.

Een andere keer zit hij met medestudenten in de bibliotheek als een van hen op het idee komt om ieder van hen te googelen. Derek wordt nerveus: hoe moet hij verklaren wat er op het beeldscherm zal verschijnen? Maar voordat hij aan de beurt is, hebben de studenten er geen zin meer in. Hij wordt niet ontmaskerd.

Toch vermoedt Derek dat hij te bekend is om zijn geheim lang te kunnen bewaren. Elke dag houdt hij er rekening mee ontdekt te worden en alle vrienden die hij heeft gemaakt te zullen verliezen.

In het voorjaar van 2011 is het zover. In het studentenforum, een online platform, verschijnt een artikel over hem. Iemand heeft beelden gevonden van Dereks optredens en heeft zijn biografie gepubliceerd. Daarbij staan links naar zijn radioshow en naar de website van Stormfront. Onder de post ontspint zich een ellenlange discussie: wat te doen met de nazi-aanhanger? Mogen ze hem vanwege zijn opvattingen uitsluiten? Of moet dat zelfs?

Op dat moment brengt Derek juist een semester door in het buitenland, in München. Hij gaat in de universiteit aan een tafel zitten en scrollt urenlang door het forum, tot men hem verzoekt weg te gaan. Hij leest hoe zijn vrienden hem eerst verdedigen en dan ongelovig zwijgen. Hoe medestudenten in real time ertoe oproepen zijn leven tot een hel te maken.

Derek: ‘Ik maakte mezelf wijs dat het me niet kon schelen. Maar dat was niet zo. Dat waren geen vreemden, maar mensen die ik goed kende. Ik had ze misleid, en daar schaamde ik me voor.’

Als hij in de herfst van 2011 terugkeert naar het New College, betrekt hij een huurwoning in de stad, ver weg van de universiteit. In de bibliotheek steken medestudenten hun middelvinger naar hem op. Op een campusfeestje wordt hij omsingeld door een groep studenten. Vanaf dat moment brengt hij zijn vrije tijd alleen door in zijn woning. Maar er is één iemand die nog steeds contact zoekt: Matthew Stevenson, de joodse student met wie Derek in de tuin countryliedjes heeft gezongen.

Zombieland
Matthew: ‘Ik kende Derek niet heel goed. Ik wist dat hij gitaar speelde. En we hebben een keer samen naar Zombieland gekeken. Toen schreef een vriend mij: herinner jij je Derek Black? Hij is een nazi. En niet zomaar een, maar hun kroonprins.’

Matthew Stevenson woont nu in een glazen torenflat in Baltimore. Op het eerste gezicht maakt hij een luidruchtige en sarcastische indruk, een grappenmaker die zijn onzekerheid verbergt achter grappen.

Hij komt uit een probleemgezin: zijn moeder was alcoholiste. Zij neemt hem als kind mee naar bijeenkomsten van de Anonieme Alcoholisten.

Veel van de mensen die Matthew daar leert kennen hebben kwalijke dingen gedaan. Maar ze hebben berouw en willen graag een nieuw leven beginnen. Matthew komt er een vader tegen die onder invloed zijn zoon heeft overreden. In plaats van zich over te geven aan zelfmedelijden, vecht de man tegen zijn verslaving.

Matthew: ‘Ik ben ervan overtuigd dat mensen kunnen veranderen. Het is niet mijn taak om dat te forceren – ik ben Gods politie-agent niet. Maar het is wel mijn plicht om te helpen.’

Elke vrijdagavond viert Matthew de sabbat. Met een joodse kameraad kookt hij zalm, asperges en aardappelen voor iedereen die wil komen. Een paar weken na Dereks ontmaskering schrijven ze hem: ‘Wat doe je op vrijdagavond?’

Voor zover Matthew weet is Derek een echte extremist. Maar hij is nog steeds dezelfde mens. Iemand die niet meedoet aan kwaadsprekerij en in gesprekken eerder luistert dan praat. Misschien, denkt Matthew, heeft Derek gewoon nog nooit tijd met een jood doorgebracht. Misschien is onze ontmoeting een kans.

Hij had toen niets meer te verliezen, zegt Derek. Op die vrijdagavond staat hij met een fles wijn bij Matthew voor de deur.

Op de campus wordt rondverteld dat Matthew Derek heeft uitgenodigd. Veel medestudenten willen absoluut geen maaltijd delen met een racist. Matthews medebewoonster sluipt zonder een woord te zeggen haar kamer in, waar ze de rest van de avond blijft. De weinigen die komen, laat Matthew één ding beloven: niemand spreekt met Derek over politiek. Matthew vreest dat hij dan dichtklapt en niet meer terugkomt. In plaats daarvan praten ze over de universiteit, over de colleges en de professoren.

Derek zit er stil bij, maar hij voelt zich goed. Wanneer Matthew hem de volgende vrijdag opnieuw uitnodigt, stemt hij toe. Zo gaat het vele weken lang.

De meeste sabbatgasten gaan na het eten naar feestjes, maar voor Matthew en Derek eindigt de avond daar. Matthew mag als orthodoxe jood op sabbat niet naar feestjes en Derek is daar persona non grata. Na een van die maaltijden besluiten beiden gewoon te blijven zitten. Als Matthews medebewoonster ’s nachts thuiskomt, zitten Matthew en Derek nog steeds te praten.

Matthew: ‘Het bleek dat we heel veel gemeen hadden. Derek had een lezing over christelijke inscripties bezocht, ik ben geïnteresseerd in religie. We hebben een fantastisch gesprek gehad. Veel mensen kijken naar de dingen die hen scheiden, in plaats van naar wat ze verbindt.’

Psychologen die met extremisten werken, zeggen dat veel uittreders één ding gemeen hebben: ze hadden iemand buiten de scene die hun opvattingen afwees, maar toch contact met ze hield. Die een brug bouwde waar anderen die afbraken. In Dereks geval was één persoon niet voldoende. Er waren er twee nodig.

Matthews medebewoonster heet Allison Gornick en de vrijdagavonden die volgen begint ze zich vragen te stellen.

Allison: ‘Waarom kom je week na week naar een sabbatmaaltijd als je aan de wereldwijde “joodse samenzwering” gelooft? Dat was gewoon absurd. Ik vroeg me af: wie is die gozer?’

Allison is beginnend psychologe. In april 2012 neemt ze samen met Derek deel aan een door een medestudente georganiseerd zeiltocht. Ze raken in gesprek. Ze raken bevriend.

In de weken daarna gaan ze met z’n tweeën zeilen, rijden naar het strand en gaan wandelen in de Everglades. Allison begint te begrijpen waarom haar vrienden Derek mogen. Derek is nooit woedend, hij is zorgzaam. Wanneer Allison bij het zeilen een keer uit de boot valt, springt Derek in het water om haar eruit te halen.

Allison: ‘Hij paste niet in het beeld dat ik van racisten en nationalisten had. Maar we spraken er nooit over. Zijn politiek engagement was de olifant in de kamer.’

Kort voor de zomervakantie van 2012 klimmen Derek en Allison samen het dak van hun studentenhuis op. Allison had die plek speciaal uitgekozen. Hier kon niemand ze zien, hier worden ze niet gestoord. “Kunnen we over je opvattingen praten?’ vroeg ze.

‘We spraken er nooit over. Zijn politiek engagement was de olifant in de kamer’

Derek wordt ernstig, maar hij weigert niet. Blanken worden in Amerika gediscrimineerd, zegt hij, en dat het zijn plicht is om voor ze op te komen. Hij citeert pseudostudies die zogenaamd bewijzen dat mensen met een lichte huid slimmer zijn dan andere etnische groepen. Derek vertelt ook over zijn familie, die al decennia lang voor deze wereldbeschouwing strijdt.

Allison: ‘Ik heb mezelf de vraag gesteld of je bevriend mag zijn met iemand met het doel hem te veranderen. Maar ik had niet verwacht dat we zo snel bevriend zouden raken. Dus ik probeerde te begrijpen wie hij was.’

Vanaf dat moment brengt ze vaak onderzoeken mee als ze met Derek afspreekt. Bewijzen dat resultaten van IQ-tests zich niet uit genen laten verklaren. Dat witten in de VS het meestal beter hebben dan minderheden. Dat zwarten en latino’s in het schoolsysteem, op de arbeidsmarkt en zelfs bij het kopen van een auto in het nadeel zijn.

Allison: ‘Ik mocht Derek, maar ik vond het belangrijk zijn opvattingen niet te negeren. Zijn ideologie benadeelde en kwetste andere mensen. Dat wilde ik hem duidelijk maken. Anders had onze vriendschap niet lang kunnen duren.’

Niet werkelijk
Het is niet voor het eerst dat iemand Derek tegenspreekt, maar het is wel voor het eerst dat Derek die persoon vertrouwt en waardeert. Precies zoals hij Matthew en zijn sabbatvrienden waardeert. Juan, die Peruaanse wortels heeft en zonder kennis van het Engels naar de VS kwam. Moshe, die een deel van zijn familie in de holocaust verloor. Hij had, zo vertelt Derek nu, bij de maaltijd op vrijdagavond een keer om zich heen gekeken en gedacht: Hoe kom ik er eigenlijk bij dat ik degene ben die gediscrimineerd word?

Derek: ‘Vroeger waren deze mensen voor mij iets abstracts, ze waren niet werkelijk. Maar toen hoorde ik hun verhalen. Ik wist altijd al dat ik mensen met mijn politieke werk benadeelde, maar ik zag daarin een hoger nut. En plotseling telden die argumenten niet meer. Ik kon mijn vrienden niet recht in hun gezicht zeggen: jullie horen hier niet.’

Derek, die zwarten en joden tot emigratie wil dwingen, zit nu tegenover degenen die daarvan het slachtoffer zouden zijn. Hoe beter hij ze leert kennen, hoe wreder zijn politieke doelen, en die van zijn familie, die niets vermoeden van zijn verandering, hem voorkomen.

Derek logt steeds minder vaak in bij Stormfront. Soms laat hij zijn radioshow voorbijgaan. Hij heeft het druk op de universiteit, zegt hij tegen zijn vader. In werkelijkheid peddelt Derek urenlang in zijn kajak en vraagt zich af waarin hij nog moet geloven.

In de zomer van 2013 – drie jaar na het begin van zijn studie – bezoekt Derek zijn familie. Hij helpt zijn ouders raamkozijnen te repareren. Overal in het huis staan tv’s aan waarop zijn vader het nieuws volgt. Elk bericht over moord en doodslag is voor Don Black het bewijs van een burgeroorlog die op punt van beginnen staat. Dat komt Derek belachelijk voor, als een cultus waarbij elke informatie zo geïnterpreteerd wordt dat ze in het eigen wereldbeeld past.

’s Avonds rijdt hij naar een bar. Derek haalt zijn laptop tevoorschijn en begint te schrijven.

‘Ik kan geen beweging steunen die mij zegt dat ik niet bevriend kan zijn met wie ik wil. (…) Mijn uitspraken en handelingen hebben zwarten en joden, net als activisten die zich inzetten voor gelijke kansen voor iedereen, schade berokkend. Ik bied mijn excuses aan voor de schade die ik heb aangericht.’

Dan stuurt hij de e-mail aan een burgerrechtenorganisatie.

Derek: ‘Ik was opgelucht. Ik had het gevoel het juiste gedaan te hebben. Maar ik was ook bang. De volgende dag ben ik vertrokken. Ik wilde niet bij mijn ouders zijn als bekend werd wat ik had geschreven.’

Dagen later, Derek is terug aan de universiteit, belt zijn vader hem op. ‘Je bent gehackt,’ zegt Don. De burgerrechtenorganisatie heeft Dereks brief gepubliceerd: ‘Zoon van een belangrijke racistische voorman distantieert zich van het blanke nationalisme.’ Don Black denkt dat het een vervalsing is. ‘Nee, het is echt,’ zegt Derek.

Zijn vader verbreekt de verbinding. Later belt hij terug en zegt dat hij wou dat Derek nooit geboren was. Zijn verwanten kondigen aan nooit meer een woord met hem te zullen wisselen. Ze zeggen dat hij maar een nieuwe familie moet zoeken.

Derek: ‘Kort na de publicatie was mijn vader jarig. Ik ben er heen gereden, maar mijn familie liet me niet binnen. Aan de telefoon huilden mijn ouders. Het was vreselijk.’

Hij vertrekt naar de andere kant van het land en begint een masterstudie. Haalt veel in wat hem als rechtsradicale teenager ontzegd was: Derek hoort popmuziek en kijkt naar basketbal, een sport die zijn familie ook afwees vanwege de vele zwarte spelers. Hij abonneert zich op The New York Times en wandelt door wijken waar veel immigranten wonen. Derek verandert zelfs zijn naam in de hoop dat hij dan op het internet niet meer te vinden is.

Hij wil zoveel mogelijk afstand nemen van zijn verleden. Maar zijn verleden wordt steeds meer Amerika’s heden. In de zomer van 2015 schiet de 21-jarige Dylann Roof in een kerk in Charleston negen zwarte gelovigen dood. Roof heeft een account bij ‘Stormfront’. Hij noemt zich ‘Lil Aryan’, de kleine Ariër. Wanneer Derek van de aanslag hoort, vraagt hij zich af: heeft Dylann iets van mij gelezen? Heb ik hem geïnspireerd?

Diezelfde zomer stelt Donald Trump zich kandidaat voor het presidentschap. Trump beschimpt de Amerikaanse elites en de pers. Het zijn methoden die Derek ook ooit gebruikte. Eenmaal retweette Trump een account met de naam ‘@WhiteGenocideTM’ – het is het begrip dat Derek mede in omloop bracht.

Zijn moeder bezoekt Trumps verkiezingsrally’s. David Duke steunt Trumps campagne. De rechtse activisten infiltreren de Republikeinse partij zoals Derek hun in 2008 had aangeraden.

Mainstream

Enquêtes uit die tijd laten zien dat een deel van de witte Amerikanen plotseling gelooft dat ze gediscrimineerd worden. Steeds meer Amerikanen zijn kritisch over de immigratie. Dereks vroegere opvattingen zijn mainstream geworden.

Op de dag van Trumps verkiezingsoverwinning zit Derek in een vier uur durend seminar over islamitische geschiedschrijving. Als hij ’s avonds thuiskomt en de tv aanzet, heeft Trump al bijna gewonnen. Wat hij toen voelde, zegt Derek nu, was meer dan verantwoordelijkheid en zwaarder dan schuld.

Derek: ‘Ik heb vroeger dezelfde tactiek gebruikt als hij, dezelfde ideeën verspreid. De rechtsextremisten hebben heel duidelijk een rol gespeeld in de Trumpcampagne. Ze hebben memes verspreid en hem gespreksvoorstellen geleverd. Misschien was dit alles zonder hen niet gebeurd.’

Na zijn afscheid van de beweging had Derek zich verstopt en gezwegen. Aan zijn nieuwe universiteit sprak hij nooit over zijn verleden en liet aanvragen voor interviews van journalisten onbeantwoord. Maar nu wil hij niet langer zwijgen.

In een gastbijdrage voor The New York Times waarschuwt Derek een paar dagen na Trumps verkiezingszege dat rechtsextremisten de politiek ondermijnen. Hij beschrijft hoe hij zelf ooit zijn boodschap afzwakte om te versluieren waar het hem werkelijk om ging: een blank, arisch Amerika waarin minderheden geen rechten hebben. ‘Geen checks en balances zullen weer kunnen herstellen wat wij hebben ontketend.’

Derek: ‘De mensen denken dat het probleem is opgelost als ze Trump uit zijn ambt kunnen zetten. Maar zo is het niet.’

Derek spreekt bij grote bijeenkomsten tegen de haat. Hij helpt geld in te zamelen voor projecten die het rechtsradicalisme tegengaan. Hij schrijft zijn proefschrift over de historische oorsprongen van racisme en geeft Eli Saslow, auteur van The Washington Post, veel lange interviews, waaruit een boek ontstaat. Het heet Rising Out of Hatred, de haat te boven komen.

‘Er is geen moment waarop ik mijn verleden niet ongedaan zou willen maken,’ zegt Derek. ‘Maar dat kan ik niet.’ Hij doet boete zo goed hij kan. Hij wijst aangeboden banen af als hij denkt dat een zwarte of joodse kandidaat die zou hebben verdiend. De laatste Thanksgiving, eigenlijk een familiedag, heeft Derek doorgebracht in het Museum voor Afro-Amerikaanse Geschiedenis. Hij is zo ver naar links opgerukt dat zijn vriend Matthew grapt dat hij ‘gerust halverwege had kunnen stoppen’.

Maar er is één plek in Dereks leven die apolitiek is. Een eenkamerwoning in Washington waar snoeren ledlichtjes aan de muur hangen en koelkastmagneten getuigen van reizen naar Barcelona en Argentinië.

Allison, de psychologe die Derek ooit heeft uitgedaagd, woont daar met hem samen: sinds hun tijd aan de universiteit in Florida zijn ze een paar. Allison solliciteert nu naar banen in klinieken door het hele land. Derek hoopt dat ze een baan krijgt in Baltimore: daar woont Matthew. Allison heeft een spreuk aan de wand opgehangen: ‘Uiteindelijk zijn we allemaal verhalen. Zorg dat je een goed verhaal wordt.’

Auteur: Alexandra Rojkov

Openingsbeeld: Derek Black. – © Getty

In #109, nog voordat Trump tot president van de VS werd gekozen, publiceerden wij ook een artikel over Derek Black.

Der Spiegel
Duitsland | weekblad | oplage 840.000

Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.

Dit artikel van Alexandra Rojkov verscheen eerder in Der Spiegel.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.