• South China Morning Post
  • Economie
  • Hoe dreigend is 
‘Made in China 2025’?

Hoe dreigend is 
‘Made in China 2025’?

In 2015 werd in Beijing een plan opgesteld om van China een technologische supermacht te maken. Het speelt een grote rol in de rivaliteit tussen China en de VS.

In augustus kondigde de kleine Chinese start-up Redcore aan het Amerikaanse monopolie te hebben gebroken en een eigen webbrowser 
te hebben ontwikkeld. Maar al vrij snel bleek dat de software sporen van Google Chrome bevatte en was het gedaan met de kortstondige roem van het bedrijfje. Redcore moest publiekelijk schuld bekennen.

Het incident illustreert de grieven van het Westen over wat het ziet als een gedwongen overdracht van technologie en diefstal van intellectueel eigendom. Ook werd pijnlijk zichtbaar hoe ver China nog af is van de verwezen-lijking van de ambitie een technologische grootmacht te worden.

MIC2025

De ambities van Redcore en verwante Chinese technologiebedrijven staan duidelijk omschreven in het beleidsstuk ‘Made in China 2025’ (MIC2025) 
uit 2015. Dit zet plannen uiteen om meerdere industrietakken – van 
robotica, ruimtevaart en nieuwe materialen tot schone auto’s – slagvaardig te maken. Geïmporteerde goederen moeten worden vervangen door producten van lokale makelij en er moeten nationale bedrijven opstaan die 
westerse technologiegiganten internationaal met geavanceerde technologie naar de kroon kunnen steken.

Nu, drie jaar later, is het plan een steen des aanstoots geworden in de ideologische rivaliteit tussen de grootmachten VS en China. Door de escalerende 
handelsoorlog wordt die strijd steeds openlijker uitgevochten. De Verenigde Staten voelen zich in hun globale technologische dominantie bedreigd en vinden het plan een typisch voorbeeld van oneerlijke staatsbemoeienis met de Chinese economie. ‘Maar misschien heeft de Amerikaanse houding ten opzichte van MIC2025 meer met 
perceptie te maken dan met de werkelijke stand van zaken. De Chinese maakindustrie is helemaal niet zo sterk,’ zegt onderzoeker Lu Jiun-wei van het Taiwan Institute of Economic Research. ‘Er is echter ook een strijd gaande tussen de VS en China om de politieke dominantie op het wereld-toneel. De Amerikanen proberen de snelheid waarmee de Chinese industrie op gelijk niveau komt te vertragen, en zouden de kloof liefst nog vergroten. En dat is een reële strategische doelstelling, absoluut geen perceptie,’ aldus Lu.

Het idee achter MIC2025 was dat China zijn achterstand ten opzichte van andere landen moest inhalen. Bepaald geen eenvoudige opgave, zoals het land zelf toegeeft. Neem bijvoorbeeld de informatietechnologie, een van de tien focusindustrieën uit het plan. Ondanks twee decennia hard zwoegen en miljarden dollars aan investeringen, heeft China geen commercieel levensvatbaar besturingssysteem voor computers van eigen bodem weten te ontwikkelen, 
net zo min als een microchip, laat staan een product waarmee het de door Microsoft en Intel gedomineerde internationale computermarkt op kan. ‘We zitten nog in het stadium waarin we anderen navolgen, vooral wat betreft kerntechnologieën: die zijn niet te koop en je krijgt ze niet zomaar cadeau als 
je erom vraagt,’ zegt professor Zhang Haiou van de Huazhong-universiteit voor Wetenschap en Techniek. 
Zelfs de Chinese minister van Industrie en Informatietechnologie Miao Wei geeft toe dat het land nog zeker dertig jaar nodig heeft om een industriële supermacht te worden. ‘“Made in China” is niet zo sterk als men denkt,’ hield hij afgevaardigden in 2015 voor op een presentatie van het belangrijkste adviesorgaan voor beleidszaken van het communistische land.

Van 19 tot 22 september werd in Hangzhou, provincie Zhejiang, 
de Computing Conference 2018 gehouden met als thema 
'Empower Digital China'. Er worden ideeën, onderzoeksresultaten en toekomstvisies uitgewisseld.  – © Getty Images
Van 19 tot 22 september werd in Hangzhou, provincie Zhejiang, 
de Computing Conference 2018 gehouden met als thema 
’Empower Digital China’. Er worden ideeën, onderzoeksresultaten en toekomstvisies uitgewisseld. – © Getty Images

Toch staat in de ‘Chinese droom’ van president Xi Jinping het verlangen om een technologische supermacht te worden centraal. Dit streven wordt gevoed door een golf van nationalistische trots. Provincies en steden doen hun best om plannen voor hun lokale industriepolitiek in de vorm van een MIC2025-initiatief te gieten.

Het plan werd in 2014 opgesteld door meer dan honderdvijftig wetenschappers, onder toezicht van het ministerie van Industrie en Informatietechnologie. Ook deden er twintig andere ministeries en overheidsorganen aan mee. Er werd een nieuw orgaan in het leven geroepen, de Leidende Groep voor het Bouwen aan een Nationale Industriemacht, voorgezeten door vicepremier Ma Kai. Dit orgaan moest de planning en implementatie van MIC2025 nationaal gaan coördineren. Een paar maanden later werd er een technologische ‘routekaart’ gepubliceerd, met meer specifieke targets voor de tien industrieën waarop het plan betrekking heeft.

Het motto van de plannen: ‘De markt leidt, de regering gidst en de hervormingen verdiepen zich’. Het plan is om het interne marktaandeel van Chinese technologieleveranciers te vergroten tot 70 procent in 2025. Tegelijk moeten de kosten, de productieduur en het aantal defecten met de helft omlaag 
en worden er veertig innovatiecentra opgezet. De nadruk ligt op ‘innovatie van eigen bodem’ en ‘zelfvoorzienendheid’. Over buitenlandse investeringen wordt alleen in algemene bewoordingen gesproken; deze investeringen moeten volgens het plan gaan naar sectoren als geavanceerde informatietechnologie, nieuwe materialen en biofarmaceutische producten.

Het plan heeft zijn omissies. Dat een financiële onderbouwing ontbreekt, riep de vraag op hoe diepgaand erover was nagedacht. Tot dusver is het plan er niet in geslaagd China te brengen wat het land het hardst nodig heeft: 
de sleuteltechnologieën die meestal in handen zijn van Amerikaanse bedrijven. Afgelopen april werd duidelijk 
hoe kwetsbaar het Amerikaanse technologische overwicht China maakt. Washington deed de provider van 
telecommunicatieapparatuur ZTE voor zeven jaar in de ban, omdat het handel had gedreven met Iran. De maatregel werd niet doorgezet, maar voor ZTE had het waarschijnlijk de genadeslag betekend, waardoor duizenden mensen op straat waren komen te staan.

‘De uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling ligt sinds het rapport Made in China 2025 uitkwam onveranderd op 5 procent. Dat is maar een kwart tot eenderde van de uitgaven die ontwikkelde landen als de Verenigde Staten doen’

De Verenigde Staten hebben alle reden zich zorgen te maken over de Chinese opkomst en de plannen van het land om zijn marktmacht uit te breiden. Want al lukt het China slecht om 
sleuteltechnologieën te bouwen of te verwerven, ’s werelds een-na-grootste economie is wel de grootste markt voor e-commerce, mobiele betalingen en industriële robots ter wereld. Er zijn 800 miljoen internetgebruikers, twee keer zoveel als in de Verenigde Staten.

En er zijn wel degelijk grote Chinese technologiebedrijven opgestaan: het internetgaming- en betalingsbedrijf Tencent, dronefabrikant DJI, Baidu met zijn zoekmachine en e-commerce-bedrijf Alibaba, eigenaar van de South China Morning Post. Al deze bedrijven breiden wereldwijd hun bezittingen uit en zijn leidend op het gebied van innovatie.

De Verenigde Staten ergeren zich vooral aan de rol die de Chinese regering speelt in MIC2025, meer nog dan aan de Chinese ambitie om de eigen technologische knowhow te vergroten. ‘Het probleem zit hem in hoe ze naar dat doel toewerken, met grote overheidssubsidies aan bedrijven, discriminatie jegens buitenlandse firma’s en gedwongen technologieoverdracht. Dat alles maakt de competitie oneerlijk. Dat moet fel worden bestreden,’ vindt Jacob Parker van de US-China Business Council. Inderdaad is de overheid zich het afgelopen decennium meer met de sector gaan bemoeien. Net als in de conventionele Chinese beleidsplannen uit het verleden, worden in MIC2025 doelen gesteld aan de groei en het marktaandeel – voor sommige industrieën moet het interne marktaandeel maar liefst 95 procent worden. De VS en de EU beschouwen 
dit als typerend voor een planeconomie en als inbreuk op de regels van de Wereldhandelsorganisatie, waarvan China in 2001 lid werd.

Twistpunt

Veel meer dan vergelijkbare initiatieven uit andere landen, zoals ‘Verbonden industrieën’ uit Japan en ‘Industrie 4.0’ uit Duitsland, beide van vóór 2015, is het Chinese plan tot twistpunt geworden. Overigens hebben de Verenigde Staten zelf ook plannen opgesteld om de technologiesector te ondersteunen en de competitiviteit te stimuleren: 
te beginnen met het Advanced Manufacturing Partnership. Dit plan uit 2011 van de regering-Obama probeert industrieën en universiteiten ertoe 
aan te zetten samen met de overheid in nieuwe technologie te investeren. 
In 2014 kwam Obama met een aanvulling, het ‘Accelerating US Advanced Manufacturing’-plan, dat verdere investeringen beloofde.

De vraag is in hoeverre de angst voor MIC2025 gerechtvaardigd is. Er zijn namelijk tekenen dat die overdreven is. Volgens Lu van het Taiwan Institute of Economic Research heeft MIC2025 China weinig goeds gedaan. Het 
Chinese handelsoverschot voor hoogwaardige technologie lag in 2015 lager dan in 2017, wat erop wijst dat de afhankelijkheid van Chinese fabrikanten van buitenlandse sleuteltechnologie alleen maar groter is geworden.

Lu denkt dat zolang China aarzelt om werkelijk te investeren in fundamenteel onderzoek – of in onderzoek gericht op vergroting van kennis en niet alleen op de ontwikkeling van producten – elke poging om hoogwaardige technologie te produceren afhankelijk zal blijven van kennis en technologie uit het buitenland. En dat zou weer betekenen dat de gangbare praktijk waaraan het Westen zich zo ergert, 
de vraag om technologieoverdracht in ruil voor toegang tot de Chinese markt, voorlopig nog niet ten einde is. ‘China onderkent het belang van fundamenteel onderzoek als het een industriële supermacht wil worden. Maar het 
aandeel daarvan op het totaal van de uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling ligt sinds het rapport ‘Made in China 2025’ uitkwam onveranderd op 5 procent, wat erg weinig is,’ aldus Lu. ‘Het is maar een kwart tot eenderde van de uitgaven die ontwikkelde landen als de Verenigde Staten doen.’

Een andere indicatie van het gebrek aan fundamenteel onderzoek is het feit dat China de VS in 2017 28,7 miljoen dollar aan intellectuele-eigendomsrechten in rekening bracht, weliswaar tweeënhalf keer zoveel als tien jaar daarvoor, maar nog steeds maar 59 procent van de 48,4 miljoen dollar die de VS de Chinezen volgens gegevens van de Wereldbank in rekening 
brachten. Ook neemt de Chinese economische groei af, wat de effectiviteit van het plan in de weg kan zitten. 
De groei is gedaald van 10,6 procent 
in 2010 tot 6,9 procent in 2017.

Nu de druk op het land toeneemt, is Beijing begonnen zich naar buiten toe anders te presenteren, uit angst te worden beticht van arrogantie. 
Overheidscensoren verboden Chinese media in juni om MIC2025 verder nog te noemen. Diezelfde maand zei hoofdredacteur Liu Yadong van het door de Chinese overheid gecontroleerde Science and Technology Daily dat China zichzelf ‘voor de gek houdt’ als het denkt binnen afzienbare tijd de 
leidende rol van de VS in de hitech te kunnen overnemen. Liu noemde het gebrek aan theoretische wetenschappelijke kennis en technische knowhow, naast onvoldoende geduld en doorzettingsvermogen om projecten te volvoeren, als voornaamste obstakels voor 
het land.

Hoogleraar Zhong Wei van de Beijing Normal-universiteit trok aandacht met een bericht op social media dat Beijing zou moeten ophouden MIC2025 te noemen als strategische leidraad. 
De Verenigde Staten en Europa zouden er een onmiskenbaar bewijs in zien van Chinese pogingen om door middel van overheidssteun dominantie in de hightechsector te verwerven.

Ook andere wetenschappers riepen op tot kalmte. Volgens onderzoeker Yuan Lanfeng van de Chinese Universiteit voor Wetenschap en Techniek gaat het in het internationale technologielandschap niet om een strijd tussen landen. ‘‘Net als bij de Olympische Spelen is een land niet niks waard, als het niet alle gouden medailles wint’, schreef 
hij in een commentaar in de officiële partijkrant People’s Daily dat in augustus in China viraal ging. ‘Geen enkel land kan dat niveau bereiken, daar is geen strategie voor te verzinnen.’

Auteur: Elaine Chan

South China Morning Post
China | dagblad | oplage 261.000

Deze Engelstalige krant uit Hongkong, die banden heeft met 
het zakenmilieu van de Britse 
oud-kolonie, geeft een goed beeld van met name Zuid-China en de economische ontwikkelingen in 
de regio.

Dit artikel van Elaine Chan verscheen eerder in South China Morning Post.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.