• The New York Review of Books
  • Dossier Klimaat
  • Hoe legt Zadie Smith straks aan haar kleindochter uit wat er misging?

Hoe legt Zadie Smith straks aan haar kleindochter uit wat er misging?

© Matt Cardy / Getty
The New York Review of Books | New York | Zadie Smith | 06 maart 2021

Met hoogzwangere buik stommelde Zadie Smith tijdens Superstorm Sandy in het donker vijftien trappen af om een vriend te mailen over dit nieuwe bewijs van klimaatverandering. Hij behoort tot de ontkenners van het fenomeen; nu de effecten nog te overzien zijn, hebben we de luxe een heimelijk verlangen te koesteren naar de apocalyps. Voor generaties na ons, geldt dit niet.

Keuze uit ons archief

In 2014 schreef Zadie Smith deze prachtige klaagzang over klimaatverandering en de achteloze manier waarop we daarmee omgaan. Hoewel het onderwerp een stuk hoger op de agenda is beland, is haar essay nog onverminderd relevant en aangrijpend.

Dit artikel verscheen eerder op 10 april 2014 in nummer 55 van 360 Magazine.

Er zijn wetenschappelijke en ideologische termen om te beschrijven wat er met het klimaat gebeurt, maar er zijn nauwelijks persoonlijke woorden voor. Is dat verrassend? Mensen die in de rouw zijn nemen vaak hun toevlucht tot eufemismen, net als wanneer mensen zich schuldig voelen of zich schamen. De mistroostigste van alle eufemismen: ‘Zo gaat dat tegenwoordig.’

Een prachtige perelaar staat half onder water, verliest zijn greep op de aarde en valt om. De spoorlijn naar Cornwall spoelt weg; zo gaat dat tegenwoordig. We kunnen maar beter vergeten hoe het vroeger ging; de manier waarop de seizoenen elkaar opvolgden, met een ingetogen charme die alleen de dichters waardeerden. ‘Vroeger’ is een pijnlijke herinnering.

Proberen het stokje van een nog niet aangestoken vuurpijl in de koude, droge grond steken. De rijp op de besjes van de hulst bewonderen, onderweg naar school. Op tweede kerstdag een lange, verkwikkende wandeling maken in de winterse pracht. Voetbalgras dat knispert onder je voeten. Een beetje zon op Pancake Day en nog wat meer zon bij de paardenrennen van de Grand National. Koude regenbuien in april, de warmte van Wimbledon. Bruiloften in juli omdat het dan mooi weer is. De kleine kans om op het Glastonbury Festival wat zon te vangen. Nou ja, zeggen we tegen elkaar, in ieder geval is het nu in augustus nog stralend weer. En het is fijn voor de Schotten dat ze wat warmer weer krijgen als ze in september [2014; uiteindelijk stemde 55,3% tegen] onafhankelijk worden.

De Theems is al generaties lang niet meer dichtgevroren, en de droom van een witte kerst is een dickensiaanse hersenschim

Misschien wennen we nog wel aan dat nieuwe Engeland en vinden we het net als de jongeren en de verse immigranten vanzelfsprekend dat het in april tijd is voor de korte broek en sandalen, of dat het nieuwe jaar zich aankondigt met een Bijbelse zondvloed. Vlinders verschijnen op voor hen nieuw terrein, vogels komen eerder en vertrekken later – dat is misschien juist wel interessant, en nieuw, niet noodzakelijkerwijs slecht.

Misschien herinneren we ons het verleden verkeerd! De Theems is al generaties lang niet meer dichtgevroren, en de droom van een witte kerst is alleen maar een collectieve dickensiaanse hersenschim. En is dit trouwens niet altijd al een nat land geweest?

Zijwegen

Het is verbazingwekkend hoeveel zijwegen je in kunt slaan als je de vierbaanssnelweg wilt vermijden. Engeland is nooit zo nat geweest als onze beroemde romans suggereren of onze neven in Amerika denken. Het weer is veranderd, verandert nog steeds en daarmee raken allerlei ogenschijnlijk kleine dingetjes – los van treinsporen en huizen, bestaansmiddelen en mensenlevens – verloren. Het was makkelijk om ervan uit te gaan dat er in een hoekje van een of andere Londense tuin altijd wel een egel was die we konden oppakken zodat we onze kinderen konden laten zien hoe hij zich in onze handen ontrolde – of dat we als we gingen picknicken dikke hommels over de rand van een open jampotje konden zien kruipen.

Ieder land heeft zo zijn eigen versie van deze lokale treurnis. (En ieder land heeft zijn eigen discussie over wat de oorzaken zijn van het verlies. Klimaatverandering of auto’s? Klimaatverandering of gsm­-masten?) Maar het is niet wenselijk dat je de kleine verliezen vermeldt, ze lijken eigenlijk het vermelden niet waard – niet wanneer je ze vergelijkt met de apocalyptische visioenen van klimaatwetenschappers en filmregisseurs. En dan zijn er aan de andere kant de mensen die vinden dat er helemaal niets aan de hand is.

Het valt niet mee om voortdurend de apocalyps in het achterhoofd te houden, vooral als je ’s morgens ook nog je bed uit wilt komen

Hoewel er vele bittere woorden zijn gevallen over de kinderlijke reactie van het publiek op de aanstaande noodsituatie, lijkt me die reactie niet erg verrassend. Het valt niet mee om voortdurend de apocalyps in het achterhoofd te houden, vooral als je ’s morgens ook nog je bed uit wilt komen.

Het probleem is dat er geen rekening mee wordt gehouden dat onze reactie grotendeels emotioneel bepaald is. Als dat niet zo was, zou het hele debat er anders uitzien. We kunnen ons bijvoorbeeld heel makkelijk een wereld voorstellen waarin de ontkenners geen ontkenners zijn, maar gewoon meedogenloze pragmatici, het soort mensen dat zegt: ‘Ik begrijp heel goed wat er gaat gebeuren, maar ik maak me geen zorgen om mijn kleinkinderen; ik maak me zorgen om mezelf, mijn aandeelhouders en de Chinese concurrentie.’ Er zijn inderdaad enkele mensen die zoiets zeggen, maar niet zo veel als je zou verwachten. Een andere reactie die voor de hand zou liggen is een die voortkomt uit een religieus gevoed milieubewustzijn, want van diegenen die het land als een prachtig geschenk van de Heer zien, kun je verwachten dat ze dat cadeau het fanatiekst verdedigen. Er zitten er wel een paar tussen die inderdaad zo argumenteren, maar ook daarvoor geldt dat het er minder zijn dan ik had verwacht.

Soortschaamte

Hoe het nu gaat is dat het bewijsmateriaal ‘geloofd’ of ‘ontkend’ wordt, alsof de wetenschappelijke artikelen lutherse geloofsstellingen zijn die aan een deur zijn vastgespijkerd. In Amerika is er zelfs een merkwaardige uitweg gevonden in de hiërarchie van Gods schepping. De redenering is dat omdat Hij mensen plaatst boven ‘dingen’ (boven dieren en planten en de zee), we met een gerust geweten al die dingen naar de verdommenis kunnen laten gaan.

Maar volgens mij is het niet alleen uit domheid dat we van een gewetenszaak een geloofszaak hebben gemaakt. Geloof heeft gewoonlijk een emotionele component; het is verhuld verlangen. Natuurlijk komt aan de kant van onze leiders veel van de politisering voort uit kwade trouw, cynisme en economische motieven, maar wij gewone burgers worden gedreven door het verlangen naar onschuld. Want beide partijen zijn vol schuld, vol zelfhaat – wat Martin Amis ooit ‘soortschaamte’ heeft genoemd –, en die projecteren we op de buitenwereld. Daardoor wordt het vuur in onze discussies aangewakkerd.

Tijdens de Superstorm Sandy ben ik met mijn enkele maanden zwangere lijf in het donker vijftien trappen af gelopen, alleen omdat ik dan wifi­bereik had en een klimaatverandering ontkennende kennis kon e-­mailen over dit nieuwe bewijs van zijn stupiditeit.

Er is alleen een ‘polaire vortex’ voor nodig – een ijskoude luchtstroom die zorgt voor lagere temperaturen – om je inbox vol te krijgen met vrolijke verhalen over rechts georiënteerde familieleden – alsof het maar een spel is, waarbij het er alleen om draait of je dwaze oom in Florida ‘paniekzaaier’ dan wel ‘realist’ is. Terwijl in Jamaica, waar Sandy voor het eerst aan land kwam, de steeds vaker voorkomende tropische depressies, stormen, orkanen, aardverschuivingen en droogte voor de inwoners geen aanleiding is voor een ontologisch debat.

Weg, weg, weg. Maar nog niet helemaal

Zing een klaaglied voor al het weggespoelde! Voor de levenscycli, voor de zoutwatermoerassen, de huizen, de mensen – hele eilanden vol mensen. Weg, weg, weg. Maar nog niet helemaal. De apocalyps wordt voor het gemak altijd in de toekomst gesitueerd tenzij je toevallig op Mauritius, Jamaica of op een van de vele andere gevaarlijke plekken woont. Volgens recente rapporten zou, ‘als de mondiale emissie van broeikasgassen onveranderd doorgaat’, de toestand rond 2050 echt ernstig worden, vlak voor de zevende verjaardag van mijn kleindochter. (Toekomstige kleinkinderen worden er in dergelijke klaagzangen vaak bijgehaald.)

Soms is deze zich mondiaal herhalende klaagzang zo intens triest – en zo losstaand van elke poging tot zinnig handelen – dat je in die klaagzangers een fatalistisch links bewustzijn herkent, waarin, als je goed kijkt, een even pervers verlangen naar de apocalyps schuilt als in de door ons zogenaamd zo verachte godsdienstfanaten.

De laatste tijd zag je beide kanten iets meer oor hebben voor de optimistische argumenten van de technocraten. Op de een of andere manier praten we minder over bestrijden en omkeren en discussiëren we vaker over CO₂­afvang en ­opslag, hogere zeeweringen, zonnecollectoren op het dak en andere maatregelen tegen naderend onheil. Beide kanten vinden elkaar in het falen. Ze zeggen tegen elkaar: ‘Ja, misschien hadden we enige tijd geleden het debat anders moeten voeren, maar nu is het te laat, nu moeten we roeien met de riemen die we nog hebben.’

Kleindochter

Dat zal mijn kleindochtertje van zeven vast heel eigenaardig vinden. Ik verwacht niet dat ze me vergeeft, maar het zou nuttig voor haar kunnen zijn om enig zicht te hebben in die manier van denken, om er iets van te kunnen begrijpen. Wat zal ik haar vertellen? Haar onderwijzers zullen haar al hebben uitgelegd dat wat er in 2014 met het weer gebeurde financieel en politiek gezien een ongemakkelijke waarheid was – maar dat is zelfs nu al overduidelijk. Als mensen mondiaal in beweging waren gekomen zou het misschien op de politieke agenda terecht zijn gekomen, ongeacht de kosten.

Dus zal ze willen weten waarom het zo lang duurde voordat zo’n mondiale beweging van de grond kwam. Wellicht zal ik tegen haar zeggen: ‘Je moet goed begrijpen dat we net een eeuw van relativisme en deconstructie achter de rug hadden, waarin we te horen hadden gekregen dat onze dierbaarste principes ofwel twijfelachtig waren ofwel gewoonweg berusten op wensdenken, en op vele terreinen van ons leven werd al van ons gevraagd te accepteren dat niets van wezenlijk belang is en dat alles verandert. Dit had ons een beetje de vechtlust ontnomen.

Daarbij is het ook belangrijk om te realiseren dat onze noodzakelijke levensvoorwaarden – de dingen die ons onvermijdelijk lijken – niet alleen door fysici en filosofen worden bediscussieerd, maar ook, irrationeel, bestaan in de hoofden van de rest van ons, op subintellectueel niveau misschien, maar we ervaren ze toch als vaststaande feiten.

Het klimaat was een van die feiten. We dachten niet dat dat kon veranderen. Dat wil zeggen, we wisten altijd wel dat we onze planeet aardig wat schade konden toebrengen, maar zelfs degenen met de meeste hybris hadden niet gedacht dat we ooit in staat zouden zijn om het ritme en karakter ervan fundamenteel te kunnen beïnvloeden, zoals een kind dat de hele dag naar haar vader heeft gegild toch niet verwacht dat hij op de keukenvloer gaat liggen huilen.’

Denkt u dat ik me daarmee vrijpleit bij mijn (ietwat irritante en kritische) toekomstige kleindochter? Ik maak me sterk.

De verschrikkelijke waarheid is dat we ons van oudsher intens aangetrokken voelen tot de apocalyps

Wat hebben we gedaan! Het is een Bijbelse vraag en we lijken niet in staat om te ontsnappen uit de vertrouwde – wezenlijk religieuze – cyclus van schaamte, ontkenning en zelfkastijding. Daarom (zo zal ik mijn kleindochter uitleggen) hielpen die apocalyptische scenario’s niet: de verschrikkelijke waarheid is dat we ons van oudsher intens aangetrokken voelen tot de apocalyps. Uiteindelijk kon ons denken pas echt op het juiste spoor worden gezet door het verlies van de vertrouwde dingen waar we zo van hielden.

Zoals toen de seizoenen op ons geliefde eiland veranderden, of toen de lichten uitgingen op de vijftiende verdieping, of de dag waarop ik begin juli samen met de eigenaresse, een vrouw van over de tachtig, haar tuin in liep en bij het zien van de verschroeide gele aarde en de verwelkte rozen en het horen van wat alleen echt oude mensen durven te bekennen – ‘zoiets heb ik mijn hele leven nog niet gezien’ – eindelijk mijn klaagzangen staakte over ‘Wat hebben we gedaan?’ en overging tot het praktische ‘Wat kunnen we doen?’

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.