• The New York Times
  • Amerika’s
  • Hoe Neil Sheehan de Pentagon Papers bemachtigde
">

Hoe Neil Sheehan de Pentagon Papers bemachtigde

© Neil Sheehan / ANP
The New York Times | New York | 12 januari 2021

Het overlijden van de Amerikaanse journalist Neil Sheehan (1936 – 2021) op 7 januari in Washington raakte enigszins ondergesneeuwd door het nieuws over de bestorming van het Capitool door de hordes van Donald Trump een dag eerder. Maar met zijn dood mocht voor het eerst het verhaal worden weergegeven over de Pentagon Papers, die hij voor The New York Times wist te bemachtigen.
Een verhaal over kopieermachines die crashten onder de last van nachtelijke documenten, aan een stoel vastgegespte stapels papieren tijdens een vlucht vanuit Boston en veelbetekenende initialen die in de barbecue van een diplomaat werden verbrand.

DE PENTAGON PAPERS

De Pentagon Papers waren een uiterst geheime studie door het Amerikaanse ministerie van Defensie naar de besluitvorming van Amerikaanse regeringen inzake de oorlog in Vietnam. Ze toonden aan dat de VS in het geheim de Vietnam-oorlog hadden uitgebreid met onder meer bombardementen op Cambodja en Laos, zonder daarover iets los te laten aan het thuisfront of de media.

De geheime documenten, die de misleiding en leugens onthulden van vier opeenvolgende regeringen (Truman, Eisenhower, Kennedy en Johnson), waren gekopieerd door Daniel Ellsberg (1931), die eerder meewerkte aan het opstellen van de documenten. Ellsberg speelde ze vervolgens door aan Neil Sheehan, een journalist van The New York Times.

Voor zijn onthulling van de Pentagon Papers werd Ellsberg aanvankelijk beschuldigd van samenzwering, spionage en diefstal van overheidseigendommen, en daarmee hing hem 115 jaar cel boven het hoofd. De aanklachten werden later afgewezen, nadat onderzoekers van het Watergate-schandaal ontdekten dat stafleden van president Nixon opdracht hadden gegeven om onwettige pogingen te ondernemen om Ellsberg in diskrediet te brengen.

Deze gebeurtenis bracht het Hooggerechtshof tot een uitspraak die nog steeds wordt gezien als een mijlpaal in de relatie tussen de regering en de pers: de regering van Richard Nixon verbood de publicatie aanvankelijk, maar twee weken later besliste het Hooggerechtshof dat dat onrechtmatig was.

Op de dag dat Neil Sheehan overleed, publiceerde Janny Scott in The New York Times het verhaal over hoe Sheehan zijn hand had weten te leggen op de Pentagon Papers. Eerder wilde hij dit niet vertellen. Pas in 2015 stemde hij er mee in om zijn verhaal te vertellen, op voorwaarde dat het niet tijdens zijn leven zou worden gepubliceerd.

Geteisterd door scoliose en de ziekte van Parkinson, vertelde hij in een vier uur durend interview bij hem thuis in Washington een verhaal dat zó spannend en filmisch was, dat het zo uit de koker van Hollywood lijkt te komen.

Dat zijn dood werd ondergesneeuwd door de bestorming van het Capitool door Trump-aanhanger, is een cynische speling van het lot. Waar Sheehan hoopte het einde van een bloedige oorlog te kunnen bespoedigen met de publicatie van de zogenoemde Pentagon Papers, lijken Trump-aanhangers uit op het tegenovergestelde.

In 1969 kopieerde Daniel Ellsberg, een voormalig analist van het ministerie van Defensie, illegaal het gehele rapport over de besluitvorming van de VS over Vietnam, waaraan hij had bijgedragen toen hij voor de Rand Corporation werkte. Het rapport werd twee jaar daarvoor gemaakt in opdracht van de minister van Defensie, en het onthulde de mate waarin opeenvolgende regeringen van het Witte Huis de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog hadden geïntensiveerd, terwijl ze hun eigen twijfels over de kansen op succes verborgen hielden. Ellsberg, die inmiddels een hartstochtelijk tegenstander van de oorlog was geworden, hoopte dat openbaarmaking er een einde aan zou maken.

In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, heeft Ellsberg de documenten echter nooit aan The Times ‘gegeven’, stelde Sheehan nadrukkelijk in het interview. Ellsberg vertelde Sheehan dat hij ze wel mocht lezen, maar geen kopieën mocht maken. Dus smokkelde Sheehan de papieren uit het appartement in Cambridge, Massachusetts, waar Ellsberg ze had opgeborgen, om ze daarna illegaal te kopiëren en mee te nemen naar NYT.

In de daaropvolgende twee maanden hield hij Ellsberg aan het lijntje. Hij vertelde hem dat zijn redacteuren beraadslaagden over de beste manier om het materiaal te presenteren en beweerde zelf vanwege andere opdrachten aan de zijlijn te staan. In werkelijkheid had hij zich verscholen in een hotelkamer in het centrum van Manhattan, met de documenten en met een snelgroeiend team van Times-redacteuren en verslaggevers die koortsachtig toewerkten naar publicatie.

Toen Austin ontdekte dat zijn eigen krant op het punt stond zijn primeur te pakken, belde hij Ellsberg in paniek op

De publicatie van het eerste deel van de Pentagon Papers op 13 juni 1971 overrompelde Ellsberg. Hij vermoedde dat dit het werk was van een andere Times-medewerker, Anthony Austin, met wie hij maanden eerder in het geheim passages had gedeeld. Austin had ervoor gekozen om dat aan niemand bij de krant te melden, zodat hij ze kon bewaren voor een boek over de oorlog dat hij aan het schrijven was.

Toen Austin ontdekte dat zijn eigen krant op het punt stond zijn primeur te pakken, belde hij Ellsberg in paniek op. Ellsberg probeerde daarop Sheehan te bereiken, die tegen de deadline aanzat van het volgende deel. Sheehan negeerde de berichten van Ellsberg totdat hij wist dat het te laat zou zijn om de drukpersen nog te stoppen. Hij vroeg een redacteur hem te laten weten wanneer er 10.000 exemplaren waren gedrukt.

‘Hij had moeten doen wat ik deed’, zei Sheehan in het interview van 2015 ter rechtvaardiging van zijn misleiding van Ellsberg, die hij omschreef als ‘verscheurd tussen zijn verlangen om de documenten openbaar te maken en zijn angst om in de gevangenis te belanden’. In zijn pogingen zichzelf te beschermen, zo zei Sheehan, gedroeg Ellsberg zich roekeloos. Sheehan was bang dat Ellsberg onbedoeld iemand zou tippen. ‘Het was puur geluk dat hij niet het hele verhaal heeft verraden’, zei hij.

In conflict met zichzelf

Ellsberg had al eens eerder als bron voor Sheehan gefungeerd. Tijdens een bezoek aan Washington in maart 1971 belde Ellsberg hem op en vroeg of hij de nacht bij hem thuis kon doorbrengen. Tijdens een lange avond van gesprekken sloten de twee mannen een deal. Volgens Sheehan zou Ellsberg hem de papieren geven en als NYT ermee instemde ze te publiceren, zou de krant haar best doen om de identiteit van de bron te beschermen.

Maar toen Sheehan in Cambridge arriveerde om de documenten op te halen, herinnerde hij zich, was Ellsberg van gedachten veranderd. Sheehan, zei hij, mocht ze wel lezen, maar geen kopieën maken, omdat, zoals Sheehan het omschreef, Ellsberg meende dat ‘The Times ze zou achteroverdrukken zodra hij ze uit handen gaf, en ermee zouden doen wat ze wilden.’ Hij zou ‘de controle kwijt zijn’.


Lees ook ‘De film die nu of nooit gemaakt moest worden’. Over The Post, waarin Ben Bradlee (Hanks) en Katharine Graham (Streep) van The Washington Post de Pentagon Papers eveneens publiceren (en wat The New York Times daarvan vond).


In zijn memoires uit 2002, Secrets: A Memoir of Vietnam and the Pentagon Papers, schreef Ellsberg dat hij twijfelde of The Times de documenten volledig zou publiceren, zoals hij wilde. Hij was ook bang, voegde hij eraan toe, dat als hij de papieren zou overhandigen voordat The Times publicatie had toegezegd, iemand het Federal Bureau of Investigation zou inlichten, ‘of dat de FBI er op de een of andere manier lucht van zou krijgen en achter mijn andere kopieën aan zou gaan’.

Volgens Sheehan leek het erop dat Ellsbergs bedenkingen te maken hadden met de angst ‘de gevangenis in te moeten’. ‘Hij had nog geen politicus om hem te beschermen.’

Hij was volgens Sheehan ‘totaal in conflict met zichzelf.’

Zijn ogenschijnlijk geheime bron had ‘sporen achtergelaten op het plafond, op de muren, overal’

Ellsberg nam ook grote risico’s, volgens Sheehan. Hij had meerdere kopieën gemaakt en daarvoor nonchalant betaald met persoonlijke cheques. Hij had congresleden benaderd over het houden van hoorzittingen. ‘The Times kan deze man op geen enkele manier beschermen’, dacht Sheehan. Zijn ogenschijnlijk geheime bron had ‘sporen achtergelaten op het plafond, op de muren, overal’, zei hij.

‘Ik was bang dat hij vroeg of laat een politicus zou tegenkomen die rechtstreeks naar het ministerie van Justitie zou gaan’, aldus Sheehan. Die zou dan de procureur-generaal bellen en zeggen: ‘Hé, The New York Times heeft een soort van groot geheim onderzoek, en ze hebben dat van Dan Ellsberg.’

Sheehan was zich ervan bewust dat hij snel moest handelen. Zodra er iets uitlekte, zou de regering naar de rechter stappen om de publicatie te blokkeren. Advocaten van The Times zouden dan ruzie krijgen met het ministerie van Justitie over geheim materiaal, waarvan noch de rechter noch het publiek het belang zou inzien.

Sheehan besloot ‘dat dit materiaal nooit meer in een regeringskluis terecht zou komen’

‘O, ik was echt heel boos,’ herinnerde Sheehan zich. Net als Ellsberg had hij zich tegen de oorlog gekeerd en was hij van plan te doen wat hij kon om die te stoppen. ‘Dus ik was behoorlijk overstuur toen Ellsberg zei: “Je kunt lezen, aantekeningen maken, maar geen kopieën”’, vertelde hij. ‘En over het feit dat hij losgeslagen was.’

Sheehan besloot ‘dat dit materiaal nooit meer in een regeringskluis terecht zou komen’.

Terug in Washington nam hij Susan Sheehan, zijn vrouw en auteur voor The New Yorker, in vertrouwen. Hij herinnerde zich dat ze zei: ‘Als ik jou was, zou ik deze situatie onder controle zien te krijgen.’ Speel mee met Ellsberg, doe je best hem te beschermen, maar breng het materiaal naar The Times; ‘Fotokopieer het.’

Hij keerde terug naar Cambridge om verder te lezen en aantekeningen te maken. Toen Ellsberg liet weten dat hij voor een korte vakantie zou vertrekken, vroeg Sheehan of hij in het appartement waar de documenten werden bewaard mocht blijven werken. Ellsberg stemde toe en gaf hem een sleutel. Hij herinnerde Sheehan nogmaals: geen kopieën.

Sheehan zei niets.

‘Ik kende Ellsberg al heel lang en hij dacht dat ik volgens de regels handelde die men normaal hanteerde: de bron controleert het materiaal’, aldus Sheehan. ‘Hij realiseerde zich niet dat ik had besloten: “Deze man is gewoon onmogelijk. Je kunt het niet aan hem overlaten. Het is te belangrijk en hij is te gevaarlijk.”’

Lange nacht in een kopieerzaak

Toen hij wist dat Ellsberg zou vertrekken, belde Sheehan naar huis. ‘Kom maar hierheen,’ zei hij tegen zijn vrouw. ‘Ik heb je hulp nodig.’ Hij vroeg haar koffers, grote enveloppen en alle cash in huis mee te brengen. Ze vloog naar Boston en checkte onder een valse naam in bij een hotel. Sheehan zat in een motel, onder weer een andere naam.

Van de chef van het Times-bureau in Boston kreeg hij de naam van een kopieerzaak die duizenden pagina’s zou kunnen verwerken. Hij vroeg de chef om hem honderden dollars aan onkostengeld te bezorgen voor een geheim project dat hij weigerde toe te lichten. Toen de chef de Times-redactie belde en de dienstdoende avond-redacteuren bereikte, weigerden ze het verzoek. Dus belde hij de Chef Binnenland thuis.

‘Geef hem het geld’, besloot die volgens Sheehan. Zonder verdere vragen.

‘Het was alsof iemand een emmer ijswater over de man had gegooid’

Sheehan kopieerde de sleutel van het appartement voor het geval hij het origineel zou kwijtraken. Toen begon hij de zevenduizend pagina’s te kopiëren, eerst in een makelaarskantoor waar een kennis werkte, en daarna, met de hulp van zijn vrouw, in een kopieerwinkel in een buitenwijk. Hij vervoerde stapels bladzijden per taxi tussen het appartement en de kopieerwinkel, vervolgens naar een kluisje in het busstation van Boston en later naar een kluisje op de luchthaven van Boston.

Nadat de machines in de kopieerwinkel onder de hoeveelheid waren bezweken, verhuisden de Sheehans naar een kopieerwinkel in Boston, gerund door een veteraan van de marine. Toen de man merkte dat de documenten geheim waren en nerveus werd, belde Susan Sheehan die in de copyshop was, haar man in het appartement.

‘Kom hierheen,’ zei ze.

Hij haastte zich naar de kopieerwinkel en vertelde de manager dat hij het materiaal van enkele Harvard-professoren had geleend. Ze werden gebruikt voor een studie, zei hij, en er stond een tijdslimiet op de lening. De documenten, zo verzekerde hij de manager, waren allemaal vrijgegeven. Als oud-marineman leek de manager het te begrijpen.

Op het vliegveld boekten de Sheehans een extra zitplaats voor hun vlucht naar huis waarin ze hun koffers met documenten vastsnoerden, in plaats van ze uit het zicht te moeten laten.

Terug in Washington vertrok een collega van Sheehan naar New York met enkele voorbeelden van de documenten en een memo van Sheehan, om goedkeuring te vragen om door te mogen gaan.

Sheehan en een redacteur betrokken een kamer in het Jefferson Hotel in Washington. Ze brachten daar een aantal weken door met het lezen en samenvatten van de documenten die ze hadden. Daarna werden ze naar New York geroepen om de hoofdredactie van de krant te informeren. Tijdens de bijeenkomst op het hoofdkantoor van The Times in West 43rd Street, merkte Sheehan dat de advocaat van het bedrijf geschokt was.

‘Het was alsof iemand een emmer ijswater over de man had gegooid,’ herinnerde Sheehan zich. ‘Hij was gewoon doodsbang voor wat ik in vredesnaam allemaal zei. Hij bleef maar zeggen: “Vertel ze dit niet. Ze zullen het geheim niet kunnen bewaren. Iemand zal erover praten. Misschien plegen we een misdrijf.”’

‘Geen enkel risico’

Hij en de redacteur kregen een kamer toegewezen in het Hilton-hotel in het centrum van Manhattan om verder te werken. Al snel kwamen er nog een redacteur, drie schrijvers, bewakers en archiefkasten met cijfersloten bij. Uiteindelijk werkten tientallen mensen de klok rond in drie aangrenzende kamers. ‘We hebben alles in kaart gebracht,’ aldus Sheehan. ‘En we begonnen de boel aan te zwengelen.’

Hij maakte er een gewoonte van om Ellsberg om de paar dagen te bellen ‘om te proberen hem op de boerderij te houden’, zoals hij het in 2015 uitdrukte. Sheehan maakte zich geen zorgen dat een andere krant met het verhaal zou komen, maar was wel bang dat Ellsberg met iemand zou spreken die aan de bel kon trekken voordat The Times kon publiceren.

Dus verontschuldigde hij zich bij Ellsberg voor zijn schijnbare gebrek aan vooruitgang. Hij zei dat de hoofdredacteuren nog aan het bespreken waren hoe ze het beste verder konden gaan. Hij ging zelfs naar Cambridge, herinnerde hij zich, alsof hij nog meer aantekeningen wilde maken. Daar schold Ellsberg hem uit, volgens Sheehan. ‘Ik neem alle risico’s’, zei Ellsberg. ‘Jullie lopen geen enkel risico.’

Een teken, en dan de start

Een paar weken voor publicatie besloot Sheehan een teken aan Ellsberg te sturen. Hij wilde hem niet rechtstreeks vertellen dat The Times doorging, omdat hij vreesde dat de regering onbedoeld kon worden geïnformeerd door mogelijke reacties van Ellsberg. Maar hij wilde een soort ‘stilzwijgende toestemming’ van Ellsberg. ‘Het was een gewetenskwestie’, aldus Sheehan.

Dus vertelde hij Ellsberg dat hij nu de documenten nodig had, niet alleen zijn aantekeningen. Ellsberg had gezegd dat hij ze pas zou overhandigen als hij er klaar voor was, wetende dat The Times dan zou doen wat hij wilde. En dit keer, toen Sheehan het vroeg, stemde Ellsberg toe.

Sheehan meende dat de toestemming betekende dat Ellsberg begreep dat The Times nu elk moment kon gaan publiceren.

‘Het was bedoeld om Ellsberg een soort van waarschuwing te geven, zich te laten herinneren wat hij me had gezegd, en van mijn kant een beetje om mijn geweten te sussen,’ herinnerde Sheehan zich. ‘Misschien is het hypocriet, maar we zouden gaan drukken en ik wilde proberen hem te waarschuwen.’

Ellsberg, zo zou blijken, had het teken niet opgepikt.

In de vriezer

Hij regelde dat Sheehan een compleet exemplaar van de historische documenten kon ophalen, weggeborgen in een appartement van de familie Ellsberg in Manhattan. Sheehan herinnerde zich dat hij de portier ‘het soort genereuze fooi’ gaf, ‘dat mensen ertoe beweegt te zeggen: “Ik weet van niets.” Omdat ik wist dat de FBI vroeg of laat zou proberen alle stukjes samen te voegen.’ 

Hij nam op het laatste moment nog andere stappen om zijn sporen uit te wissen. Een kopie die in het huis van de Sheehans was opgeslagen, ging in de vriezer van een collega. Pagina’s van andere kopieën met de initialen van Ellsberg werden tot pulp vermalen in New Jersey of verbrand in de barbecue van een diplomaat uit Brazilië, vriend van de schoonvader van Sheehan.

Uiteindelijk was Ellsberg verrast door de timing van de publicatie van de Pentagon Papers. Toen Sheehan eindelijk de telefoontjes van Ellsberg beantwoordde, kreeg hij alleen diens vrouw aan de lijn, die hem vertelde dat Ellsberg blij was met de presentatie van het materiaal, maar, zoals Sheehan het uitdrukte, ‘ongelukkig was over de monumentale dubbelhartigheid.’

In het interview van 2015 zei Sheehan dat hij de identiteit van Ellsberg nooit heeft onthuld terwijl het project liep. Tegen zijn redacteuren sprak hij altijd alleen over ‘de bronnen’. Het was de journalist van een andere krant die de identiteit van Ellsberg uiteindelijk bekendmaakte, kort nadat het verhaal van de Pentagon Papers werd gepubliceerd.

Betaald met bloed

Sheehan sprak ook nooit over hoe hij aan de papieren was gekomen. In 2015 zei hij dat hij de versie van Ellsberg nooit heeft willen tegenspreken of hem in verlegenheid heeft willen brengen door diens gedrag en gemoedstoestand destijds te beschrijven.

Gedurende zes maanden was er geen contact tussen de twee mannen. Kort voor Kerstmis 1971, aldus Sheehan, kwamen ze elkaar tegen in Manhattan. In een kort gesprek vertelde hij Ellsberg wat hij had gedaan.

‘Dus je hebt ze gestolen, net als ik,’ herinnerde hij zich de reactie van Ellsberg.

‘Nee, Dan, ik heb ze niet gestolen,’ antwoordde Sheehan. ‘En jij ook niet. Deze documenten zijn eigendom van de bevolking van de Verenigde Staten. Ze betaalden ervoor uit de nationale schatkist en met het bloed van hun zonen, en ze hebben er recht op.’

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verstuurd.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze content gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.