• Foreign Affairs
  • Reader
  • Hoe te overleven in een tijd van extremisme en islamofobie

Hoe te overleven in een tijd van extremisme en islamofobie

Foreign Affairs | New York | 10 november 2020

Omar Saif Ghobash, de ambassadeur van de Verenigde Arabische Emiraten in Rusland, schreef na de aanslagen van 11 september een reeks brieven aan zijn zoon die nog niets aan actualiteit hebben ingeboet. ‘Ik wilde nieuw terrein ontginnen op het gebied van denken, taal en verbeelding, om hem duidelijk te maken dat de wereld zo veel meer heeft te bieden dan de verwrongen fantasieën van extremisten.’

Saif, de oudste van mijn twee zoons, is geboren in december 2000. In de zomer van 2001 namen mijn vrouw en ik hem mee op een tripje naar New York. Ik herinner me dat ik hem in een draagzak op mijn borst had. Een paar dagen nadat we weer terug waren in Dubai, volgden we op CNN de verschrikkelijke gebeurtenissen van 11 september. Toen duidelijk werd dat de aanvallen waren uitgevoerd door jihadterroristen, voelde ik een nieuw soort verantwoordelijkheid tegenover mijn zoon, nog los van alle andere heftige gevoelens die het ouderschap in je doet ontwaken. Ik wilde nieuw terrein ontginnen op het gebied van denken, taal en verbeelding, om hem – en mezelf en al mijn medemoslims – duidelijk te maken dat de wereld zo veel meer heeft te bieden dan de verwrongen fantasieën van extremisten. Hier ben ik de afgelopen jaren mee bezig geweest. De opdracht die ik mezelf heb gesteld lijkt alleen maar urgenter te worden naarmate de wereld steeds meer verstrikt raakt in een cyclus van jihadistisch geweld en islamofobie.

Tegenwoordig woon en werk ik in Rusland, als ambassadeur van de Verenigde Arabische Emiraten, en ik probeer in mijn werk een sfeer te creëren die ruimte biedt voor ideeën en mogelijkheden. In die geest heb ik een reeks brieven aan Saif geschreven, met de bedoeling hem de ogen te openen voor enkele van de vragen waarmee hij in de loop van zijn leven geconfronteerd zal worden, en voor een scala aan mogelijke antwoorden.

Ik wil dat mijn zoons en hun generatie moslims begrijpen hoe ze trouw kunnen zijn aan de islam en zijn diepste waarden, maar tegelijkertijd hun eigen koers kunnen uitstippelen in een complexe wereld. Ik wil dat ze leren observeren en nadenken, en zo tot de ontdekking komen dat er geen conflict hoeft te zijn tussen de islam en de rest van de wereld. Ik wil dat ze begrijpen dat we zelfs op het gebied van religie vele keuzes moeten maken. Ik vind dat de generatie moslims van mijn zoons het recht – en de plicht – heeft om na te denken over wat goed en fout is, over wat al dan niet behoort tot het wezen van de islam, en op grond daarvan haar eigen beslissingen te nemen.

De Nasir al-Molkmoskee in de Iraanse stad Shiraz. Omar Saif Ghobash drukt zijn zoon op het hart dat acceptatie van de individuele diversiteit van moslims ook leidt tot begrip voor andersdenkenden. – © Faruk Kaymak / Unsplash

Verantwoordelijkheid

Lieve Saif,
Hoe zouden jij en ik verantwoordelijkheid kunnen nemen voor het leven dat wij als moslim leiden? Natuurlijk, het belangrijkste is om een goed mens te zijn. En als we goede mensen zijn, wat is er dan nog voor connectie tussen ons en de mensen die terreurdaden plegen en die beweren in naam van het geloof te handelen?’

Veel moslims komen in opstand tegen dergelijke misdaden en veroordelen ze publiekelijk. Anderen zeggen dat de gewelddadige extremisten die deel uitmaken van groeperingen als Islamitische Staat geen echte moslims zijn. ‘Die mensen hebben niets van doen met de islam,’ luidt het refrein. Die bewering klinkt mij niet helemaal goed in de oren. Het lijkt een al te makkelijke manier om bepaalde ingewikkelde vragen uit de weg te gaan.

Hoewel ik het handelen van de terroristen verafschuw, realiseer ik me dat zij op grond van de basale toelatings-eisen voor de islam onbetwist moslim zijn. De islam verlangt niet meer van een gelovige dan dat hij erkent dat er geen andere God is dan Allah en dat Mohammed zijn profeet is. Gewelddadige jihadisten geloven dit zonder meer. Dat is de reden dat belangrijke religieuze instituties binnen de islamitische wereld terecht hebben geweigerd hen als niet-moslims te bestempelen, hoewel ze hun daden veroordelen. Het is makkelijk om te zeggen dat jihadistische extremisten niets met ons te maken hebben. Hoewel hun lezing van de Koran ouderwets en vertekend lijkt, weten ze toch aanhang te winnen.

Het is makkelijk om te zeggen dat jihadistische extremisten niets met ons te maken hebben

Wat mij zorgen baart, is dat de ideeën van de extremisten steeds meer navolging lijken te vinden, terwijl de groep moslims die vasthoudt aan een andere opvatting van de islam steeds kleiner lijkt te worden. En naarmate die groep kleiner en kleiner wordt, lijkt hij ook stiller en stiller te worden, totdat het uiteindelijk lijkt alsof alleen nog de extremisten spreken en handelen in naam van de islam.

Wij moeten ons uitspreken, maar het volstaat niet om in het openbaar te zeggen dat de islam niet gewelddadig is, of radicaal of kwaad, maar dat de islam een vreedzaam geloof is. We moeten verantwoordelijkheid nemen voor die islam van vrede. We moeten laten zien hoe die tot uiting komt in onze manier van leven en de manier waarop onze samenleving functioneert.

Ik zeg niet dat moslims zoals jij en ik de schuld op ons moeten nemen voor wat de terroristen doen. Wat ik zeg, is dat we verantwoordelijkheid kunnen nemen door ons sterk te maken voor een ander begrip van de islam. We kunnen zowel moslims als niet-moslims duidelijk maken hoe wij de islam zien, en laten zien op welke manier de islam doorwerkt in ons leven. Ik vind dat we dat verschuldigd zijn aan alle onschuldige mensen, zowel moslims als niet-moslims, die hebben geleden onder het handelen van onze medegelovigen die op een extremistisch dwaalspoor zijn beland.

Het is niet makkelijk om een dergelijke verantwoordelijkheid te nemen, al helemaal niet nu veel mensen buiten de moslimwereld overtuigd islamofoob zijn en mensen zoals jij en ik haten en vrezen, soms aangemoedigd door politieke leiders. Als je het gevoel hebt dat je ten onrechte apart wordt gezet en wordt aangevallen, is het niet makkelijk om met een kritische blik naar je geloof te kijken, al helemaal in het openbaar. Woorden en ideeën zijn hachelijk en kunnen zich zomaar aan je greep onttrekken. Je kunt de ene dag nog volledig overtuigd zijn van bepaalde opvattingen en de volgende ochtend bij het ontwaken vervuld zijn van twijfel. Vandaag de dag is het riskant om dat te erkennen; veel moslims worden wantrouwig zodra er kritisch wordt gekeken naar hun geloof.

Maar geloof me: het is volstrekt normaal om je af te vragen of je het bij het goede eind hebt. Enkele van de grootste islamgeleerden hebben perioden van verwarring en twijfel gekend. Denk aan de filosoof en theoloog Abu Hamid al-Ghazali, die in de elfde eeuw in Perzië werd geboren en die van ongekend grote invloed is geweest op het islamitisch gedachtengoed. Vandaag de dag wordt hoog opgegeven van zijn werk, maar tijdens zijn leven kampte hij zelf met zo veel twijfels dat hij zich een decennium lang uit de maatschappij terugtrok. Het leek erop dat hij een spirituele crisis doormaakte. Hoewel we maar weinig weten over wat hem dwarszat, is duidelijk dat hij onzeker was, angstig zelfs. Maar de uitkomst van zijn
periode van twijfel en zelfopgelegde afzondering was positief: Ghazali, die tot dan toe hoog was aangeslagen als geleerde van de orthodoxe islam, zorgde ervoor dat het soefisme, een spirituele tak van de islam, een plaats kreeg binnen de bredere stroming van het geloof. Hij bood ruimte aan spiritualiteit en poëzie binnen de islam, wat destijds volgens velen strijdig was met het geloof.

Vandaag de dag zijn enkele van onze medemoslims van mening dat we alleen ideeën mogen aannemen die zijn terug te vinden in het oorspronkelijke islamitische gedachtengoed – oftewel ideeën die voorkomen in de Koran, de vroege woordenboeken van het Arabisch, de uitspraken van de Profeet en de biografieën van de Profeet en zijn metgezellen. Onder-tussen benadrukken ze dat we vreemde ideeën, zoals democratie, van de hand moeten wijzen. Geconfronteerd met liberalere opvattingen, die stellen dat discussiëren, debatteren en het zoeken naar consensus oude islamitische tradities zijn, betogen ze dat democratie een zonde is tegen de macht van Allah, tegen zijn wil, en tegen zijn soevereiniteit. Sommige extremisten zijn zelfs bereid te doden om dat standpunt te verdedigen.

Maar weten zulke mensen überhaupt wat democratie is? Ik denk van niet. Sterker nog, uit veel van hun verklaringen blijkt dat ze maar weinig begrijpen van hoe mensen bij elkaar kunnen komen om gemeenschappelijke besluiten te nemen. De regering die ik vertegenwoordig is een monarchie, maar ik voel geen noodzaak om de tegenstanders van democratische hervormingen weg te zetten als afvalligen. Ik ben het misschien niet altijd met ze eens, maar dat maakt hun opvattingen nog niet onislamitisch.

Een andere ‘vreemde’ praktijk die moslims veel zorgen baart, is de vermenging van de seksen. In sommige landen met een moslimmeerderheid wordt een scheiding van mannen en vrouwen verplicht gesteld op scholen en universiteiten, en op het werk. (In ons eigen land zijn de meeste lagere en middelbare scholen gescheiden, evenals sommige universiteiten.) De autoriteiten in die landen zeggen dat dergelijke wetten volgens ‘de ware islam’ zijn en dat ze voorkomen dat er buitenechtelijke relaties ontstaan. Misschien is dat zo. Maar onderzoek naar dergelijke zaken – onderzoek dat meestal wordt verboden – zou weleens kunnen aantonen dat er helemaal geen sprake is van een dergelijk effect.

En zelfs als een strikte scheiding van de seksen bepaalde voordelen zou hebben, welke prijs wordt daar dan voor betaald? Zou het kunnen zijn dat het leidt tot psychische verwarring en onrust, bij zowel mannen als vrouwen? Zou het kunnen zijn dat het leidt tot een onvermogen om leden van de andere sekse te begrijpen wanneer je daar dan eindelijk mee mag omgaan? Regeringen van veel moslimlanden hebben geen bevredigend antwoord op die vragen, omdat ze niet de moeite nemen zich erin te verdiepen.

Vrouwen als minderwaardig behandelen is geen religieuze plicht; het is domweg de gang van zaken binnen patriarchale gemeenschappen.

Mannen en vrouwen

Lieve Saif,
Je bent opgegroeid in een huishouden waar vrouwen – onder wie je moeder – sterk zijn, goed opgeleid, doelgericht, hardwerkend. Als iemand zou suggereren dat mannen belangrijker of getalenteerder zijn dan vrouwen, zou jij je achter de oren krabben. Maar toen ik zo oud was als jij, kreeg ik tijdens de preken in de moskee te horen dat vrouwen inherent inferieur waren. Mannen waren sterk, intelligent en emotioneel stabiel – natuurlijke kostwinners. Vrouwen waren aanhangsels: er diende voor hen gezorgd te worden, maar je hoefde ze niet serieus te nemen.

Die kijk op vrouwen doet nog altijd opgang in delen van de moslimwereld – en, eerlijk is eerlijk, ook op andere plekken. Het is zeker niet de enige kijk op vrouwen die de islam ons biedt, maar het is een krachtige overtuiging die veel politieke, juridische en financiële steun geniet. Ik ben er trots op dat je moeder en je tantes allemaal hebben doorgeleerd en werk doen dat ze zelf hebben gekozen. Het heeft hen er niet echt van weerhouden kinderen te krijgen en voor hun man te zorgen – de rol die de conservatieve lezing van de islamitische teksten van hen verlangt.

De vrouwen in jouw leven onttrekken zich aan de traditionalistische lezing, waarin vrouwen worden voorgesteld als inherent passieve schepsels die door mannen moeten worden beschermd tegen de gevaren van de wereld. Het heeft veel weg van een selffulfilling prophecy: in veel moslimgemeenschappen hameren mannen erop dat vrouwen niet zijn opgewassen tegen de grote, boze buitenwereld, en tegelijkertijd onthouden ze vrouwen de basale rechten en vaardigheden die nodig zijn om je tot die wereld te verhouden.

Andere traditionalisten baseren hun opvatting over vrouwen op een andere redenering, die zelden openlijk wordt besproken, al helemaal niet ten overstaan van niet-moslims, omdat het enigszins taboe is. Het komt hierop neer: als vrouwen zich zelfstandig zouden kunnen verplaatsen, als ze onafhankelijk zouden zijn, als ze zouden samenwerken met mannen die niet tot hun familie behoren, dan zouden ze verboden romantische of zelfs seksuele relaties kunnen aanknopen. En ja, natuurlijk is dat een mogelijkheid. Maar dergelijke relaties kunnen ook ontstaan als een vrouw binnen het gezin weinig liefde en respect krijgt. Vrouwen worden maar al te vaak gestraft voor dergelijke relaties, terwijl de mannen er zonder repercussies van afkomen – een onacceptabele ongelijkheid.

Dit traditionalistische standpunt komt, in wezen, voort uit een verlangen om vrouwen onder de duim te houden. Maar vrouwen moeten niet onder de duim worden gehouden; ze moeten vertrouwen en respect krijgen. We vertrouwen en respecteren onze zussen, onze moeders, onze dochters en onze tantes, en we moeten andere vrouwen datzelfde vertrouwen en respect geven. Als we dat zouden doen, zouden we in de moslimwereld
misschien niet met zo veel gevallen van seksueel geweld en uitbuiting te maken hebben.

Saif, ik wil dat je weet dat nergens staat geschreven dat moslimvrouwen minder zijn dan moslimmannen. Vrouwen als minderwaardig behandelen is geen religieuze plicht; het is domweg de gang van zaken binnen patriarchale gemeenschappen. Binnen de islamitische traditie zijn er vele voorbeelden hoe moslimvrouwen trouw aan hun geloof kunnen blijven. Zo zijn er moslimvrouwen die zich hebben verdiept in de oorsprong van
de hidjab [de traditionele doek die het hoofd en het haar bedekt] en die tot de conclusie zijn gekomen dat nergens met zoveel woorden staat geschreven dat ze die moeten dragen – laat staan dat er een voorschrift zou zijn om een boerka of nikab te dragen, die nog veel meer bedekken. Veel mannen zijn tot dezelfde conclusie gekomen. De islam roept vrouwen op zich ingetogen te kleden, maar de gezichtsbedekking is feitelijk een pre-islamitische traditie.

De beperkingen die vrouwen wordt opgelegd in traditionele moslimgemeenschappen, zoals verplichte gezichtsbedekking, regels die hun mobiliteit aan banden leggen of beperkingen op het gebied van werk en scholing, stoelen niet op de islamitische doctrine maar op de angst van mannen dat ze vrouwen niet onder de duim kunnen houden – en de angst dat vrouwen, als ze niet onder de duim worden gehouden, mannen het nakijken geven omdat ze gedisciplineerder en meer gefocust zijn, en harder werken.

Islam en de staat

Lieve Saif,
Je zult onvermijdelijk moslims tegenkomen die hoofdschuddend naar de moderne islamitische samenleving kijken en mompelen: ‘Als iedereen nou maar een goede moslim was, zou dit allemaal nooit gebeuren.’ Hoe vaak heb ik deze klaagzang niet moeten aanhoren. Je hoort het zeggen door mensen die kritiek uiten op corrupte overheden in moslimlanden, of die de vermeende toename van zedeloos gedrag aan de kaak stellen. Anderen zeggen het als ze verschillende vormen van islamitische wetgeving willen promoten.

De bekendste uiting van dit idee is de slogan: ‘De islam is de oplossing’, die wordt gebruikt door de Moslimbroederschap en vele andere islamitische groeperingen. Het is een briljante slogan. Veel mensen geloven erin. (Toen ik jonger was, geloofde ik erin met heel mijn hart.) De slogan is een ultrakorte samenvatting van het uitgangspunt dat alle grootse gebeurtenissen binnen de islamitische geschiedenis – de veroveringen, de rijken, de kennisproductie, de rijkdom – hebben plaatsgevonden onder een of andere vorm van religieus bewind. Dus als we deze vergane glorie nieuw leven willen inblazen in de moderne tijd, moeten we weer een dergelijk systeem in het leven roepen. Als een beetje islam goed is, is meer islam alleen nog maar beter, luidt de redenering. En als meer islam beter is, dan is totale islam het beste.

Als een beetje islam goed is, is meer islam alleen nog maar beter, luidt de redenering

De invloedrijkste hedendaagse voorvechter van deze opvatting is IS, met zijn ongebreidelde enthousiasme voor een kalifaat, een alomvattende religieuze staat. Het kan moeilijk zijn om je tegen dat uitgangspunt te verweren zonder de indruk te wekken dat je de oorsprong van de islam in twijfel trekt: de profeet Mohammed was tenslotte niet alleen een religieus leider maar ook een politiek leider. En het islamistische argument stoelt op de hardnekkige logica van extreem geloof: als we zeggen dat we handelen in naam van Allah, en als we de wetten van de islam opleggen, en als we zorgen dat de moslimbevolking in een bepaald gebied de juiste houding heeft, dan zal Allah ons te hulp schieten en al onze problemen oplossen.

Het geniale schuilt in de bewering – of die nou wordt uitgedragen door de fanatieke jihadisten van IS of door de genuanceerdere theocraten van de Moslimbroederschap – dat alle problemen of mislukkingen kunnen worden toegeschreven aan onvoldoende vroomheid of loyaliteit onder de bevolking als geheel. Leiders hoeven de schuld niet te zoeken bij zichzelf of bij hun beleid; de burgers hoeven niet te twijfelen aan hun eigen normen en waarden, of aan hun gebruiken.

Maar vroomheid is niet alles, en wie ervan uitgaat dat Allah wel voor ons zal zorgen, dat hij al onze problemen zal oplossen, onze kinderen zal voeden, scholen en kleden, neemt Allah niet serieus. De enige manier om het lot van de moslims op deze wereld te verbeteren is doen wat mensen elders hebben gedaan, en wat moslims in eerdere eeuwen hebben gedaan om te welslagen: kennis opdoen, hard werken en de lastige vragen van het leven onder ogen zien, in plaats van je terug te trekken in religieus obscurantisme.

De individuele moslim

Lieve Saif,
Op school, in de moskee en in het nieuws heb je waarschijnlijk veel gehoord over de Arabische staat, de Arabische samenleving, de vrome moslims en de islamitische oemma. Maar heb je ooit iemand gehoord over de moslim als individu of over moslim-individualisme? Waarschijnlijk niet – en dat is een probleem.

De Profeet sprak over de oemma, of de moslimgemeenschap. In de zevende eeuw was dat niet zo gek. Mohammed had uit het niets een grote schare volgelingen weten te vergaren; op zeker moment kon je met recht spreken van een aparte entiteit. Maar het concept van de oemma heeft het mogelijk gemaakt dat zelfbenoemde religieuze leiders spreken in naam van alle moslims, zonder de rest van ons te vragen hoe wij erover denken. Het idee van een oemma maakt het ook makkelijk voor extremisten om de islam – en alle moslims over de hele wereld – lijnrecht tegenover het Westen te plaatsen, tegenover het kapitalisme, tegenover van alles en nog wat. In dat beeld van de moslimwereld komt de stem van het individu op de tweede plaats, na de stem van de groep.

We zouden kunnen besluiten elkaar als individu te zien, ongeacht onze achtergrond

In de loop der jaren hebben we geleerd dat de gemeenschap voor het individu gaat. Daarom klinkt het vreemd om het zelfs maar over ‘de moslim als individu’ te hebben. Het klinkt me bijna tegennatuurlijk in de oren, alsof het verwijst naar een niet-bestaande categorie – in ieder geval binnen het wereldbeeld dat moslims lange tijd dienden te koesteren. Je hoeft niet terug te vallen op een groots verleden om een grootste toekomst op te bouwen. Ik zou niet willen dat dat voor jou en jouw generatie opgaat.

Door dialoog en een openbare discussie over wat het betekent om een individu te zijn in een moslimwereld, zouden we helderder kunnen nadenken over de persoonlijke verantwoordelijkheid, de ethische keuzes en het respect en de waardigheid van ménsen in plaats van families, stammen of sekten. Dan zouden we ons misschien niet langer blindstaren op onze verantwoordelijkheden jegens de oemma en kunnen we gaan nadenken over onze verantwoordelijkheid jegens onszelf en anderen, die we dan niet langer zouden beschouwen als onderdeel van een groep die gekant zou zijn tegen de islam, maar als individuen. In plaats van te informeren naar iemands familienaam en stamboom en sekten, zouden we kunnen besluiten elkaar als individu te zien, ongeacht onze achtergrond.

We zouden geleidelijk onder ogen kunnen gaan zien hoe krankzinnig veel mensen in de moslimwereld zijn vermoord tijdens burgeroorlogen, of zijn omgekomen bij terroristische aanslagen die niet zijn gepleegd door buitenstaanders maar door medemoslims. We zouden deze mensen kunnen gedenken, niet als groep maar als individuen met een naam, een gezicht en een levensverhaal – niet om de doden op te hemelen maar om onze verantwoordelijkheid te erkennen om hun waardigheid en integriteit te bewaren, net als de waardigheid en de integriteit van alle overlevenden.

Op deze manier kan het idee van de moslim als individu misschien leiden tot betere discussies over politiek, economie en veiligheid. En als jij en je generatiegenoten jezelf op de eerste plaats als individu leren zien, kunnen jullie misschien een betere samenleving tot stand brengen. Jullie zouden je lot meer in eigen hand kunnen nemen, meer in het heden kunnen leven, in het besef dat je niet hoeft terug te grijpen op een groots verleden om een grootse toekomst op te bouwen.

Onze persoonlijke, individuele belangen vallen misschien niet altijd samen met die van de patriarch, de familie, de stam, de gemeenschap of de staat. Maar meer oog voor de individualiteit van elke afzonderlijke moslim zal misschien leiden tot een herijking van de islamitische gemeenschap, met meer medeleven, meer begrip en meer empathie. Als je de individuele diversiteit accepteert van je medemoslims, zul je waarschijnlijk ook eerder hetzelfde doen bij mensen met een ander geloof.

Moslims kunnen en moeten in harmonie leven met de diversiteit van de mensheid buiten ons geloof. Maar dat zal grote moeite kosten, zolang we onszelf niet echt als individu durven zien.

Omar Saif Ghobash

Foreign Affairs
Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 193.000 

Handboek voor eenieder die de bewegingen op het wereldtoneel wil begrijpen. In dit blad ontstaan vaak de contouren van het Amerikaanse buitenlandbeleid.

Dit artikel van verscheen eerder in Foreign Affairs.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.