• Reportagen
  • Reader
  • Huisarrest

Huisarrest

Reportagen | Bern | 09 juli 2020

The New York Times probeert uit te zoeken hoe het lage sterftecijfer, van 1,6 procent, onder covid-patiënten in Duitsland valt te verklaren. De krant heeft het over ‘de Duitse uitzondering’ en noemt als redenen de beschikbaarheid van tests, het betere contactonderzoek en het grotere vertrouwen in de overheid. Het virus heeft inmiddels 184 landen bereikt, terwijl eilandstaten als de Comoren, Micronesië of Nauru gevrijwaard zijn gebleven van het virus.

Op het hoogtepunt van de coronapandemie ontvingen bepaalde mensen een cheque van twaalfhonderd dollar van de Amerikaanse overheid. Die cheques waren getekend door de president, die tegelijkertijd de Amerikaanse bijdrage aan de World Health Organisation (WHO) stopzette. In The New Yorker wordt de 79-jarige arts Anthony Fauci, die aan het hoofd staat van het National Institute of Allergy and Infectious Diseases, ‘de meest gezaghebbende man van Amerika’ genoemd.

In Guadalajara, Mexico, wordt een verpleegster aangevallen met water en bleekmiddel en in Parijs vindt een andere verpleegster een briefje onder haar ruitenwisser: ‘Wil je je auto niet meer naast die van ons zetten?’ Een televisiezender betrapt de voormalige Spaanse premier Mariano Rajoy terwijl hij aan het joggen is. Een vrouw in Brooklyn die niet voldoende afstand zou hebben gehouden, wordt opgepakt en 48 uur lang vastgehouden, met 24 andere vrouwen in een kleine cel.

Een onderzoek van Stanford University toont aan dat in China, waar jaarlijks 1,6 miljoen mensen overlijden ten gevolge van de luchtverontreiniging, de verbeterde luchtkwaliteit als gevolg van de lockdown het leven zou hebben gered van 1400 kinderen onder de vijf jaar en van 51.700 volwassenen van boven de zeventig. In India heeft de lockdown ook een positief effect gehad op de luchtkwaliteit: voor het eerst in dertig jaar kunnen de inwoners van de staat Punjab het Himalaya-gebergte in de verte zien.
Wilde dieren struinen door de steden: een poema in Santiago de Chile, wilde zwijnen in Barcelona, fazanten in Madrid, pinguïns in Kaapstad en jakhalzen in Tel Aviv. Tenor Andrea Bocelli zingt ‘Amazing Grace’ op het verlaten plein voor de Duomo, de kathedraal van Milaan, terwijl miljoenen mensen het optreden live volgen op YouTube.

Stockholm

Zweden
Eind maart ging een journalist van de Zweedse radio naar Östermalmshallen, een exclusieve foodmarkt in een van de duurdere buurten van Stockholm. Het wemelt er van de oudere mensen. ‘Ik ga gerookte paling kopen,’ zei een glimlachende dame in jas met luipaardprint. ‘Ik ben gek op gerookte paling.’

Zweden kent geen lockdown maar vertrouwt op het verantwoordelijkheidsgevoel van de Zweden, die in zelfisolatie moeten gaan als ze zich ziek voelen of tot een risicogroep behoren. Deze dame had duidelijk nergens last van en toen het interview online werd gezet, luidden de reacties eensgezind: ‘Östermalmshallen moet dicht!’

Complottheoriën tieren welig in tijden van crisis. Volgens psychologen geven ze een gevoel van controle: we hebben niet van doen met een onzichtbare vijand – toeval, de natuur, een virus – maar met een groep kwaadaardige individuen. En als er iemand achter zit, betekent dat dat je diegene kunt tegenhouden, en zo iets aan het probleem kunt doen.

De Zweedse reactie op covid-19 heeft duidelijk gemaakt dat niet alleen complot-denkers de voorkeur geven aan een zichtbare vijand. We willen vijanden van vlees en bloed – het liefst kauwend op een bedreigde diersoort.
Christopher Friman

Amsterdam

Nederland
Ze zitten een poosje zwijgend naast elkaar, de oudste jongen eet zijn ijsje terwijl de andere, waarschijnlijk zijn broer, doet alsof hij verdiept is in een boek. De twee jongens zijn duidelijk naar buiten gestuurd. ‘Zit toch niet de hele tijd op zo’n scherm te turen, het is een prachtige dag, hup eruit, ksshht,’ zal hun vader of moeder hebben gezegd. Maar de twee konden geen enkele reden bedenken om in actie te komen. ‘Er is helemaal niets te doen buiten. Wij zijn niet zoals jullie, wij gaan echt niet wandelen.’ Misschien dat de jongen bij die woorden z’n rug kromde en een oude man nadeed.

Maar volwassenen zijn vaak niet voor rede vatbaar, dus daar zitten ze dan, op een bankje in het park. De wangen van de ijsjesjongen kleuren watermeloenroze wanneer een knap meisje, op het oog ongeveer net zo oud als hij, naast hem komt zitten, zonder zich iets aan te trekken van de anderhalve meter waar voortdurend aan wordt herinnerd. Na zes weken beginnen steeds meer mensen te morren over deze aanpak – maar niemand wil covid-19 een kans geven.

Nu wordt het lastig. Als hij het meisje op de regels wijst, loopt hij de kans mis haar beter te leren kennen. Er is geen tijd te verliezen. Dus geeft hij zijn kleine broertje een por, sist zachtjes dat hij moet opkrassen om plaats moet maken voor, je weet maar nooit, misschien wel zijn nieuwe vriendin. Maar het joch snapt de hint niet en roept veel te hard, zodat iedereen het kan verstaan: ‘Hoezo moet ik opdonderen?’ Het watermeloenroze is van zijn broers wangen verdwenen maar komt dubbel en dwars terug, als donkerrood.

Zonder dat iemand het heeft gemerkt is het meisje intussen allang verder gelopen.
Katrien Gottlieb

4 juli 2020, Rome, Italië – © Antonio Masiello / Getty
4 juli 2020, Rome, Italië – © Antonio Masiello / Getty

Bern

Zwitserland
Valken cirkelen boven de flatgebouwen aan de rand van de stad, eekhoorntjes huppen over het uitgestorven trottoir en merels kwetteren aria’s. Bij de bosrand komt een stel me tegemoet. Hij loopt geconcentreerd een halve meter voor haar. Zij kijkt naar links naar de dennenstammen, naar rechts over de azalea’s, naar boven de boomkruinen in. Verbaasd, gelukkig, trots. Alsof ze zoiets voor het eerst ziet. Alsof haar man haar voor het eerst meeneemt naar het bos. En misschien is het wel zo, bedenk ik, dat haar leven in het flatgebouw, met de kinderen en de maatschappelijke normen en waarden van de Tamils, haar tot nog toe heeft ontzegd wat corona nu mogelijk maakt.
Daniel Puntas Bernet

Bern

Zwitserland
Is de leegte van de stad tastbaar? Ik wil het weten en begin mijn eigen stadswandeling bij het Bärenpark van Bern, zoals vrijwel alle toeristen die in de zomermaanden de rustige Berners voor de voeten lopen, die respectloos de arcaden en de winkels versperren terwijl hun gids de geschiedenis uit de doeken doet, die bij het fotograferen van de Zeitglockenturm hun elleboog in elkaars heup rammen en zich in grote groepen bij de hekken verdringen om een blik van de beren op te vangen. Vandaag zijn we met maar weinig stedelingen die het thuis niet meer uithielden. We kijken naar het voederen van de drie Berner beren in de oude Bärengraben. Die daarna geduldig gaan zitten wachten voor de verbindingsdeur naar het aan de rivier gelegen Bärenpark, tot ze terug kunnen naar hun dagelijkse gevangenis. Thuis besef ik: de leegte is tastbaar – en verontrustend mooi.
Rocío Puntas Bernet

Berlijn

Duitsland
In mijn kantoorgemeenschap heerst een vrij grote leegte. Op twee collega’s en mij na is er niemand. Alle officiële kantoren zijn sinds twee weken dicht. Desondanks zijn wij drieën hiernaartoe gekomen. Voor de zekerheid zitten we op meters afstand van elkaar aan de verschillende bureaus. Het gesprek draait om corona, wat anders. Ieder van ons voelt zich gedeprimeerd. De tochtige straathoek waar ons kantoor staat, maakt het er niet beter op: Braunschweiger Strasse bij het S-Bahnhof Berlin-Neukölln, dealende kruimelcriminelen en onsympathiek ogende kerels. Op sommige dagen lopen ze langs onze etalage en kijken toe hoe we aan het werk zijn. Vandaag loopt er niemand langs. Mijn collega’s en ik hebben het nog altijd over corona. Ik vraag me af hoe het allemaal gaat aflopen, mijn blik dwaalt naar buiten, zonder bepaald doel. Tot ik ze zie. Twee tieners, misschien zestien, in de rechterhoek van mijn blikveld, aan de overkant van de straat. Zij met haar rug tegen een muur geleund, hij vlak voor haar, de ene arm om haar middel geslagen, de andere steunend tegen de muur. Hij zegt iets in haar oor, dan kussen ze elkaar. Ik roep verrukt ‘Ooooohh!’ en dan kijken mijn beide collega’s ook. Het stelletje buiten kijkt daarentegen nergens naar. In zichzelf gekeerd verstrengelen de twee zich in en om elkaar. Alsof corona nooit heeft bestaan, alsof er geen contactverbod is. De twee bevinden zich allang in hun eigen droom. De tijd blijft stilstaan op dat moment; alsof iemand op de stopknop heeft gedrukt. Wij drieën op onze bureaustoelen zitten door het raam naar het stelletje te staren. Dan begint eerst een van ons te glimlachen, dan de tweede, dan wij alle drie.
Esther Göbel

Mistelbach

Oostenrijk
Toen de uitgaansbeperkingen werden afgekondigd was ik met mijn partner en ons zoontje op bezoek bij mijn ouders op het platteland, en we zijn gewoon gebleven. Beter om een pandemie in een huis met een tuin te doorstaan dan in een driekamerwoning. Maar zo ben ik, hoewel ik inmiddels zelf een kind heb, opeens weer terug in mijn eigen kinderjaren. ‘Wil jij daar even stofzuigen?’ zegt mijn moeder, en ze wijst onder het roze kinderbed waar grijze plukken stof door de tocht heen en weer schuiven. ‘Je moet wel luchten,’ zegt ze, terwijl ze het raam opendoet. ‘Ruim je spullen op,’ zegt ze, terwijl ze sokken voor m’n neus houdt. Mijn vader houdt zich in, zoals altijd. ’s Avonds zitten we gezamenlijk op de rode bank naar het nieuws te kijken. Mijn moeder kijkt me van opzij aan en zegt: ‘Het zal wel heel saai zijn als jullie weer weg zijn.’
Mara Simperler

Tunesië

Tunis
‘Waarom wil je juist in deze tijd alleen gaan wonen?’ Ik stond in de keuken van mijn nieuwe appartement met de huisbazin te praten, die op de bovenste verdieping woont. Op veilige afstand. De vraag verraste me niet. Iedereen met wie ik de afgelopen maand, toen ik een nieuwe woning zocht, contact heb gehad, had me hetzelfde gevraagd. ‘Waarom zoek je midden in de crisis een nieuwe woning?’

‘Wat is je burgerlijke staat?’ ‘Aha, gescheiden. Is je familie het ermee eens dat je alleen woont?’

De stilte in huis woog nog zwaarder dan de afstand tussen ons. Even had ik het gevoel dat ik de laatste maand al mijn doorzettingsvermogen had opgebruikt en dat de muren van de keuken op mijn borst drukten. De muren van de hele wereld zelfs. Mijn tong was als verlamd en de tranen sprongen me in de ogen. Ik begon zo hard te huilen als ik sinds de dood van mijn vader niet meer gedaan heb. ‘Huil maar niet, mijn dochter… Je bent niet alleen.’

Alsof alle preventiemaatregelen hun betekenis hadden verloren, liep de vrouw door de anderhalve meter tussen ons en omhelsde me. Mijn tranen hielden op te stromen en ik hoorde haar zeggen: ‘Je kunt altijd boven bij mij komen wonen, wanneer je maar wilt.’

Haar stem was net die van mijn moeder, die ik sinds het begin van de beperkingen niet meer had bezocht. Zo leek het me althans.
Amal El-Mekki

Brooklyn

Verenigde Staten
In het hospice durfde mijn familie niet in mijn buurt te komen. Mijn neef stond op een ladder voor het raam. Ik neem het ze niet kwalijk. Het station in hun stad is net een museum: het station bij mij een sanatorium. Bij het uitstappen steek ik mijn handen diep in de zakken van de jas die ik van oma heb gekregen, ontwijk blikken, neem de roltrap te midden van alle fanatici en ben weer in mijn eigen stad. Onder een donkere luifel balanceren jongens met onbedekte gezichten op blote voeten op hun skateboard. Ik loop over de verlaten straat vol verlichte handtassen en denk eraan dat ze zo kon genieten van luxe, bescheiden luxe. Het grand hotel waar ze die zwarte jurk had gedragen. Mijn voeten doen pijn en ik huil achter mijn mondkapje, maar ik ben blij, omdat afscheid nemen ook een luxe is.

Bij het Mexicaanse restaurant op de hoek laat iemand me zijn pitbull aaien. ‘Dank u. Dat had ik even nodig,’ zeg ik. ‘Dat hebben we nu allemaal nodig,’ zegt hij.
Sarah Deming

Mexico-Stad

Mexico
Als we de trompet horen gaan mijn dochter en ik bij het raam staan. Soms is het een gitaar en soms een fluit, elke dag hoor je het trieste lied van een werkloze mariachimuzikant op jacht naar een paar centen. Op straat staan slechts de muzikant en een jongetje met een mondkapje voor en een pet in zijn hand, waar hij het geld in opvangt dat een flatbewoner naar beneden gooit. In de kranten lees ik dat er sinds een paar weken bijna niemand naar Garibaldi komt, het plein waar op elk uur van de dag toeristen en dronkenlappen te vinden waren en waar wij allemaal wel eens een keertje onder het genot van tequila’s ons verdriet hebben weggezongen. De muziek heeft ons huis bereikt. In een land waar je de straat op gaat om je kostje bij elkaar te schrapen of zelfs om te overleven, is opgesloten zitten een privilege. Mijn baby lacht elke dag weer als ze naar buiten kijkt, alsof ze nooit eerder naar buiten heeft gekeken. Even emotioneert de vals klinkende smartlap. Hij herinnert ons eraan dat we niet alleen zijn.
Alejandra Sánchez Inzunza

Dit artikel van verscheen eerder in Reportagen.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.